
“Laat mij raden. Ik ben de eerste engelbewaarder die u ziet. Klopt dat? En? Lijk ik een beetje op wat u vooraf bedacht heeft? U denkt dat wij echt bedacht zijn. Dan is dit toch wel een verrassing, niet? Waar mijn vleugels zijn? Haha, ja dat denken jullie hè? Nee, je ziet het: geen vleugels. Het is ook niet handig om handen en vleugels te hebben.
Wat wij doen? Tja, laat ik zeggen dat wij, met beperkte middelen proberen erger te voorkomen. Een enge ziekte kunnen wij niet verhelpen maar we kunnen wel een hint geven zodat er een dokter bezocht gaat worden. Als iemand er over denkt om zichzelf van het leven te beroven, zoeken wij in de omgeving naar goede zielen die misschien iets kunnen doen. Gaat helaas vaak mis. Als we als engelbewaarders onder elkaar zijn, zeggen we wel eens “Als de hemel naar beneden valt zijn ze daar allemaal blauw.” Daar zouden wij bijvoorbeeld niets tegen kunnen doen. Een natuurramp is voor ons niet te behappen maar we kunnen wel voorkomen dat iemand struikelt en lelijk valt. Heb jij nooit gedacht ‘Oei, dat ging maar net goed’? Meestal is dat dan onze verdienste.
Nee, we zitten niet hele dagen op de schouder van onze klant. Als ze bijvoorbeeld slapen is het niet nodig om daar bij te zijn. Dan zoeken we elkaar op en dat zijn vaak gezellige uurtjes. Ik sprak laatst nog een collega. Die zit met dertien anderen in één huis. Vader. Moeder en twaalf kinderen. Dolle boel daar.
Neem nu die sukkel waar ik al zestig jaar voor moet zorgen. Die is alleen dus af en toe ga ik even de hort op. Zo spannend is deze klant niet. Hij is nu met zijn auto onderweg en hij heeft nog nooit een ongeluk gehad. Niet mijn verdienste hoor. Hij is gewoon voorzichtig en ik kan dus gewoon even wat anders doen. Met jou kletsen bijvoorbeeld. Mag eigenlijk niet maar het is wel gezellig toch?
Toch is mijn sukkeltje zo af en toe een ongeleid projectiel. Iets meer nadenken voordat hij iets doet kan geen kwaad. Ik weet het. IJdele hoop. Hij is gewoon zo en nu zeggen jullie dat verstand met de jaren komt maar bij hem komen wel de jaren maar niet het verstand. O, ik heb mijn handen vol gehad aan hem. Als jochie voer hij in een badkuip tussen de varende vrachtschepen door. Levensgevaarlijk natuurlijk. Of die keer dat hij in een hoge boom wilde klimmen waarvan ik wist dat er heel veel rotte takken in zaten. Ik heb hem op twee meter hoogte op zo’n tak laten staan. Die brak en hij viel plat op zijn rug. Adem halen kon hij even vergeten en dan leer je snel hoor. Of die keer dat hij te veel gedronken had en in een duinpannetje in slaap viel. Heb ik hem een beetje uit de wind gehouden. Niet te veel want hij moest natuurlijk wel goed ziek worden. Ook zo’n uitstekend leermoment. O, en fikkie stoken. Was hij gek op. Man, man, man, ik heb toch wat vlammetjes uit staan blazen. Mijn beste move was het fietsstuur overnemen in Limburg. Hij vond dat een afdaling op een fiets met slechte remmen wel kon. Toen hij in de gaten kreeg dat het niet goed zou gaan was het eigenlijk al te laat. Het is dat ik hem een rul zandpad op kon sturen anders had hij met zijn stomme kop in Slenaken via een blinde muur in de Gulp gelegen.
Vraagje: Jij denkt zeker ook dat er geen cupidootjes bestaan? Nou, die zijn er wel degelijk. Mijn sukkel was er al vroeg bij. Als ik zo’n pijl-en-boog-fladderaartje aan zie komen ga ik meestal even wat aan de kant. Ik heb een keer, per ongeluk, een voltreffer gehad en dat voel je echt wel. Bij ons heeft zo’n pijl geen effect maar bij mijn sukkel was het de eerste keer goed raak. Hadden ze samen bedacht om de vloer van het schuurtje te gebruiken voor een gezamenlijke ontmaagding. Condoom? Nooit van gehoord. Dus als je dan een half blik met terpentine van de werkbank duwt is de pret snel over en erger voorkomen. Nee, meestal ben ik er niet bij als dat soort intieme dingen gebeuren. Ik vind dat zo’n gedoe en zolang hij het gewoon op een veilige plaats doet ben ik echt niet nodig.
Maar hoe kom jij hier eigenlijk?
………..Hoezo dikke mist en de vierde auto in een enorme kettingbotsing?……….
O, shit….”
©peter gortworst / mrt 2016
foto: http://www.pinterest.com








De voorzitter van dit congres is een jonge man. Hij heeft de uitstraling van een ambitieuze vastgoedverkoper en blijkt een praktisch mens te zijn. Als hij drie tafels aan elkaar schuift vraagt hij of wij daar willen gaan zitten.







Een beetje waardering voor wat we doen is toch niet teveel gevraagd? Als u eens wist hoe veel goed men kan doen door zijn of haar waardering te laten blijken! Het is niet elke dag nodig, hoeft niet te pas en te onpas maar zo af en toe moet dat toch kunnen? Een beetje bewondering is trouwens ook wel goed.


Eén van zijn over elkaar geslagen armen wijst in de richting van zijn gezicht. Tussen de vingers van de hand klemt hij een dikke sigaar en met regelmaat neemt hij daar een paar trekjes van.
Sjaak kijkt angstig naar Ton en probeert, gebarend met kleine handbewegingen Ton te laten verdwijnen. Als dit niet lukt zegt Sjaak: “Deze mijnheer heeft interesse in onze nieuwe bus en ik ben zo vrij geweest om alvast wat informatie te geven. Misschien wilt u het overnemen?” Ton doet een stapje achteruit maar voordat hij iets kan zeggen bemoeit Koos zich er mee: “Deze jongen doet het prima. U bent hier niet nodig.” Ton loopt terug naar zijn kantoortje en de deur wordt met een klap dichtgetrokken.