Gevallen vrouw

 Ze verstopt de handtas tussen haar heup en de wand zodra de twee jongens gaan zitten. De koffer zet ze klem tussen haar knieën en de bank. Ze weet zeker dat het duo haar in de gaten houdt. Het krampachtige gedoe is zonder twijfel opgemerkt maar ze laat niets merken en zeker niet dat ze bang is. Goddank zitten er meer mensen in deze coupé Ze moet er niet aan denken om hier alleen te zitten met die twee buitenlanders.

De jongens praten in een onverstaanbare taal. Aan hun uiterlijk te zien zullen het wel Turken of Marokkanen zijn. Het is haar om het even: bijna alles wat bij de Middellandse Zee vandaan komt is crimineel. Als er niets aan de hand was zou niet iedereen het over dit soort volk hebben. De krant staat er vol mee en waar rook is, is ook vuur.

De jongens praten en lachen. Zouden ze het ook over haar hebben en om haar lachen? De conducteur komt. Beide jongens laten gewoon een kaartje zien. Ze had anders verwacht.

Bij het volgende station moet ze er uit. Met de handtas stevig tegen haar buik gedrukt trekt ze de koffer aan de beugel mee. Ze staat nog maar net in het halletje als de schuifdeur open gaat. Die twee jongens gaan achter haar staan. Moeten ze er ook uit of gaat er iets anders gebeuren? Vurig hoopt ze dat er nog een reiziger komt maar die hoop is tevergeefs. Door het smalle raampje van de deur gluurt ze naar buiten. Wat gaan die jongens doen? Grissen ze snel haar handtas mee of zullen ze haar op het perron te pakken nemen? De pincode van haar bankpas schiet door haar hoofd. Dat nummer moet ze niet zeggen en ze repeteert alvast een ander nummer.

De trein stopt en één van de jongens reikt langs haar en drukt op de knop. Ze schrikt omdat ze daar niet op gerekend heeft en het verwart haar. Sissend openen de deuren zich en in haar haast om weg te komen stapt ze mis. Haar koffer laat ze los en met gestrekte armen valt ze met een gilletje naar voren. Dan is het alsof de film vertraagt. Twee handen trekken haar aan de rug van de jas achteruit. Rechtop beweegt ze nu vooruit en met drie struikelend passen staat ze op het perron. Schuin voor haar ploft een jongen op de grond. Hij kon zich, na zijn reddingsactie, niet meer in evenwicht houden. Als hij gaat staan lacht hij naar haar. De ander zet de koffer neer en drukt voorzichtig de kamelenbult op haar rug, veroorzaakt door het trekken aan haar jas, weer vlak.

“Blijf met je poten van me af, vieze turk!”  Het is er uit voor ze er erg in heeft. De lach van het gezicht verdwijnt en maakt heel even plaats voor een diep trieste blik. Dan barst de boosheid daar doorheen en met stemverheffing zegt haar redder: “Ik ben geen vieze turk. Ik ben een vieze Nederlander en mijn ouders zijn vieze Marokkanen! Maar dank je wel hoor. Ik ga jou nog eens helpen!” Met grote passen lopen ze weg. Ze kijkt de jongens na en vindt zichzelf alleen op het perron.

Ze weet het even niet meer. Schrikken omdat je valt is één ding. Als je dan ook nog schrikt van jezelf is dat genoeg om je van je stuk te brengen. Ze gaat op een bankje zitten en vist een papieren zakdoekje uit haar tas. Ze huilt. Het is huilen van verdriet, kwaadheid en het gevoel van machteloosheid. Ze denkt aan het moment dat de jongenslach veranderde in verdriet, aan haar onbeschofte opmerking, aan haar angst die ze voelde en die ze niet weg kan drukken. Nu heeft ze een hekel aan zichzelf. Ze heeft zich wéér laten leiden door het negatieve. Op momenten dat je het niet kan gebruiken voeren juist die gedachten en gevoelens de boventoon. Elke keer trapt ze er weer in en het maakt haar machte- en moedeloos. Ze staat op en neemt de taxi naar huis.

De vrouw achter de balie van het wekelijkse advertentieblad kijkt zwijgend naar het papiertje voor haar. ‘Gevallen vrouw zoekt vieze turk’  leest ze en schudt zachtjes haar hoofd. “Dit kunnen wij zo niet plaatsen. Als het op moet vallen kunt u geen betere tekst verzinnen maar dan zou ik er geen telefoonnummer bij zetten,” zegt ze tegen de vrouw die voor haar staat, “Wat is hier de bedoeling van?” “Ik ben gisteren uit de trein gevallen en als die Marokkaanse jongen er niet was had ik een lelijke smak gemaakt. In plaats van hem te bedanken heb ik een lelijke opmerking gemaakt en toen is hij boos weggelopen. En nu heb ik bedacht dat ik hem met een advertentie misschien kan vinden om hem alsnog bedanken en zeggen dat ik er spijt van heb.” “Maar er staat ‘vieze turk’?” “Dat komt door mij,” zegt ze zachtjes, “Ik heb hem uitgescholden voor ‘vieze turk’ maar hij is een Nederlander met Marokkaanse ouders.” De vrouw achter de balie kijkt haar een tijdje peinzend aan. Het hele verhaal is te opmerkelijk om er niets mee te doen en de journalist in haar ontwaakt. “Hebt u even tijd?” vraagt ze, “Ik heb een idee.”

Samen zitten ze aan het bureau en samen maken ze een ‘goed nieuws artikel’. Het voorval wordt omschreven en de Marokkaanse jongens worden ‘attente en behulpzame medereizigers die een vrouwelijke passagier voor een lelijke val hebben behoedt’. Ze worden verzocht zich bij het weekblad te melden zodat ze alsnog bedankt kunnen worden voor hun optreden. Als ze het artikel nog een keer doorlezen rijst de vraag of er niet in moet staan dat het Marokkaanse jongens waren. Ze worden het er over eens dat het moet. “Iedereen gaat er natuurlijk van uit dat het Nederlanders waren en het feit dat het Marokkanen geweest zijn maakt het bijzonder,” zegt de mevrouw van het weekblad. “Maar het zijn Nederlanders,” “Ja, maar dan moet je gaan omschrijven hoe dat precies zit met die mensen en dat wordt voor de lezers lastig of te moeilijk.” De vrouw van de trein slaat met de vlakke hand op de tafel. “Ja,“ zegt ze, “en dát is nu precies waar ik vanaf gisteren over aan het nadenken ben. Je hebt het over ‘die mensen’. De spijker op z’n kop! We hebben een wij/zij wereld gemaakt zonder dat we elkaar echt kennen. ‘Wij’ zijn de westerlingen en ‘zij’ zijn de zogenaamde buitenlanders uit Marokko, Turkije, Tunesië, Somalië of Egypte. ‘Wij’ zijn hun liever kwijt dan rijk en dat laten we ze weten ook. Die jongen van gisteren is hier opgegroeid en naar school geweest. Heeft waarschijnlijk een vak geleerd of gestudeerd. En dat in een maatschappij die in alles laat weten hem niet te accepteren. Als hij een baan zoekt wordt zijn brief niet gelezen omdat hij Hassan of Mustafa heet. Wanneer hij bij een juwelier naar binnen loopt om een ring voor zijn meisje te kopen wordt nog net niet op de alarmknop gedrukt. Vrouwen in de trein verstoppen hun tas. Verdient hij geld dan zal hij er wel niet eerlijk aangekomen zijn. Wat doet dat met deze jongens? Logisch dat ze steun bij elkaar zoeken, dat ze weinig respect hebben voor mensen die behoren bij een maatschappij waarin jij niet wordt vertrouwt en die jouw godsdienst, waarin je misschien kracht en steun vindt, als achterlijk of als een ideologie bestempeld?

Waar zelfs toegestaan wordt dat in de politiek met veel meer dan neerbuigende taal over jouw volk wordt gesproken. Het gaat er niet meer om of ‘wij’ er mee begonnen zijn of dat ‘zij’ de oorzaak zijn. Die ‘de kip of het ei’ discussie moeten we achter ons laten. Het is fout zoals het nu gaat.” Weer slaat ze met haar hand op de tafel: “Het is heel erg fout!”

Met een blos op haar wangen kijkt ze de mevrouw van de krant strijdbaar aan. Die waagt het niet om kanttekeningen te maken bij dit, in haar ogen, iets te simpele betoog. Ze voelt zich ongemakkelijk en afwerend omdat de ander non-verbaal zo overduidelijk steun vraagt. Hier houdt ze niet van en ook het fanatisme stuit haar tegen de borst. Een nieuwe klant bij de balie redt haar. Met een: “Ik laat je het stukje lezen voordat het geplaatst wordt,” helpt ze haar de zaak uit.

Ze zou graag de telefoon op willen nemen en de mevrouw van de krant horen zeggen: “Ik heb nagedacht en je hebt gelijk. Het is helemaal fout zoals het nu is.” Helaas, de telefoon is al een lange week stil. Er stond geen stukje in de krant en ergens in haar stad lopen twee jongens waar zij een beetje haat in heeft gezaaid.

 

©peter gortworst

foto’s: http://www.members.chello.nl / tivat.travel / http://www.nl.muslimvillage.com / http://www.veiling.catawiki.nl

….als je dit verhaaltje de moeite van het delen waard vindt, ga er dan maar van uit dat ik daar geen moeite mee heb….

 

Dit bericht werd geplaatst in eerder en getagged met , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

6 reacties op Gevallen vrouw

  1. Rob Alberts zegt:

    Goed dat jij dit verhaal wel hebt geplaatst.
    Nu maar wachten of meerdere dit zullen lezen!

    Vriendelijke groet,

    Liked by 1 persoon

  2. Als het al niet echt is gebeurd, is het wel geschreven zoals de tendens tegenwoordig vaak is. Goed verwoord, Peter!

    Liked by 1 persoon

  3. Hoop natuurlijk dat de titel nieuwsgierigheid oproept.

    Like

  4. kurpershoekirma zegt:

    Ik vind dit een beregoed stuk/verhaal Peter. Je laat zien hoe er helaas zo in hokjes gedacht wordt en hoe verkeerd dat is. En altijd zelf blijven denken. Tegenwoordig is het journaal, de krant en de televisie allemaal gekleurd/gecensureerd!

    Liked by 1 persoon

  5. Wietske zegt:

    Mooi geschreven. Je voelt mee met die jongens. Maar ook met die vrouw. Dat is het mooie van een verhaal: je kunt even in alle levens stappen. En er weer uit. Leren van het leven, gewoon in je luie stoel. Mooi hoor.

    Liked by 1 persoon

  6. jjmharmsen zegt:

    Geweldig goed geschreven Peter! Ik had gehoopt dat die vrouw op slag ‘genezen’ was van haar achterdocht toen ze haar redder in de ogen keek, maar nee, ze spuwde vuur. Zo jammer, dat haar reddingspoging achteraf mislukt is. Hopelijk krijgt ze ooit (als het echt gebeurd is tenminste) de kans om het goed te maken, maar hoe dan ook, er valt sowieso lering uit te trekken…..

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s