Sigarenrook

“Het is verdorie toch niet te geloven! Het hele weekend koud en nat en op de dag dat je moet werken wordt het warm en schijnt de zon.” Met een ontevreden gezicht kijkt Ton door één van de grote ramen naar buiten. Sjaak die net achter hem langs loopt met een stapel folders van de nieuwe bestelbus, hoort hem wel maar zegt niets. In de paar maanden dat hij hier, als jongste verkoper werkt, moppert Ton elke dag minstens drie keer en altijd is er één mopperbui voor hem. Is het niet een fout geknoopte stropdas dan betreft het wel een vlekje op een wagen in de showroom wat over het hoofd is gezien. Op zijn eerste werkdag deelde Ton hem mee dat het nog 23 maandan zou duren voordat hij met pensioen kon gaan. Inmiddels zijn dat er 20 en zo langzamerhand kijkt hij, net als Ton, naar dat moment uit. De naweeën van de economische malaise zijn in de cijfers nog duidelijk zichtbaar en heeft de werksfeer nog niet verbetert.

“Hoeveel offertes moeten er gemaakt worden?” roept Ton als hij naar het kantoortje loopt. “Twee. Ze liggen in het bakje!” roept Sjaak terug. Als hij even later het kantoortje inloopt zit Ton naar de papieren te staren. “Weer een nutteloze bezigheid. Deze klanten zijn net als zzp’ers begonnen. Die willen wel een nieuwe bus maar ze kunnen het nooit betalen. Ze hebben een air alsof ze een multinational leiden maar hun bank bepaald wat ze mogen uitgeven en dat is niet veel. Maar goed, veel anders is er voor mij ook niet te doen.” Hij zucht dramatisch diep en trekt het toetsenbord naar zich toe. Sjaak gelooft het wel en gaat met een poetsdoek de showroom in.

Hoe lang hij daar al staat weet Sjaak niet. Hij is zo geconcentreerd aan het poetsen dat de man, die buiten een stukje van het grote raam af naar hun nieuwste model staat te kijken, hem niet opgevallen is. ‘Een ouwe zwerver’ is het eerste wat Sjaak denkt. De man heeft een grijze haardos die in woeste krullen alle richtingen uitgaan. Een grijze baard van zeker drie dagen bedekt het oude en getekende gezicht. Hij draagt een gekreukt colbert met grijsblauwe ruitjes. Zijn donkergele overhemd staat gespannen om een omvangrijke buik. De drie bovenste knoopjes zijn los en onthullen een oerwoud van grijze borstharen. Ook zijn donkergroene broek is gekreukt en niet vlekvrij. Op de knieën zitten slijtplekken. Een paar pantoffels die wonderwel passen bij zijn colbert, complementeren zijn verschijning. Eén van zijn over elkaar geslagen armen wijst in de richting van zijn gezicht. Tussen de vingers van de hand klemt hij een dikke sigaar en met regelmaat neemt hij daar een paar trekjes van.

 

Hij loopt niet heen en weer. Hij staat daar en kijkt alleen maar. Als Sjaak als groet zijn hand opsteekt knikt hij even met zijn hoofd en loopt dan naar de ingang. ‘Heb ik dat?’ denkt Sjaak geschrokken, ‘Wat moet die man hier?’ Toch zegt Sjaak vriendelijk “Goedemorgen” als de man binnenkomt. De man knikt weer even en loopt dan rechtstreeks naar hun nieuwste bus. Puffend aan zijn sigaar loopt hij langzaam om de bus heen, trekt de achterklep open, bekijkt de passagierstoel en gaat tot slot even achter het stuur zitten. Dan wordt de wervende tekst op het reclamebordje bestudeert. Sjaak staat in grote twijfel. Wat moet deze zwerver hier? Er mag hier helemaal niet gerookt worden maar moet hij er nu wat van zeggen? Als de man hem naar de technische gegevens vraagt weet hij niet of serieuze antwoorden wel zin hebben. Hij vreest de mopperbui van Ton als deze man straks weg is en de stank van de sigarenrook in de showroom hangt. “We moeten even praten,” zegt de man en iets in de manier waarop hij dat zegt, maakt Sjaak alert.

Ze gaan aan een tafel zitten. De man stelt zich voor als Koos Zijlstra en als hij zijn stoel aanschuift kijkt hij zoekend om zich heen. Sjaak begrijpt dat de komst van een asbak gewenst is. “Ik pak even een asbak en wilt u ook een kopje koffie?” Dat wil mijnheer Zijlstra wel. Zodra de asbak en koffie op tafel staan vraagt de man: “Kost die bus?” “De uitvoering die hier staat zit net onder de 31000 euro.”  Koos Zijlstra zegt even niets en rolt zijn sigaar tussen de vingers. Hij neemt een paar behoorlijke trekken en als rooksignalen stijgen de wolken op. “Als ik de lange uitvoering wil met een dubbele cabine, een trekhaak, een goede radio en een handsfree ding om te kunnen bellen, wat kost hij dan?” “Dan zitten we al snel op de 35000 euro,” weet Sjaak.

“Allemachtig! Wat meurt het hier!” Met grote passen komt Ton uit zijn kantoortje. In de hoek met de meeste blauwe walm ontwaart hij Sjaak. Met een gezicht dat op donder en bliksem staat beent hij zijn kant op en op het laatste moment ziet hij de klant. Hij houdt even in en als Koos Zijlstra gaat staan om Ton een hand te geven monstert deze hem van top tot teen. De uitdrukking op zijn gezicht spreekt boekdelen en bij het zien van de pantoffels is het boek blijkbaar uit: de uitgestoken hand wordt niet beantwoord. Mijlenver verheven boven deze zonderling zegt Ton: “Wij hebben liever niet dat u hier rookt.” Koos gaat weer zitten, kijkt niet meer naar Ton maar zegt wel: “Daarmee laat u mij de keus om wel of niet te roken.” en demonstratief laat hij een paar rookwolkjes opstijgen.

Sjaak kijkt angstig naar Ton en probeert, gebarend met kleine handbewegingen Ton te laten verdwijnen. Als dit niet lukt zegt Sjaak: “Deze mijnheer heeft interesse in onze nieuwe bus en ik ben zo vrij geweest om alvast wat informatie te geven. Misschien wilt u het overnemen?” Ton doet een stapje achteruit maar voordat hij iets kan zeggen bemoeit Koos zich er mee: “Deze jongen doet het prima. U bent hier niet nodig.” Ton loopt terug naar zijn kantoortje en de deur wordt met een klap dichtgetrokken.

Koos grijnst naar Sjaak. “Die is weg. Luister, we hadden het over 35000 euro voor de bus. Wat kost het als ik er gelijk zeven bestel?” “Zeven bussen?” stamelt Sjaak. “Ja, zeven stuks in één keer. Hoeveel gaat mij dat kosten als ik ze bij aflevering gelijk betaal?” Sjaak weet niet goed wat te doen. Moet hij toch Ton vragen om dit over te nemen? Maar dit is een buitenkansje die hij niet wil laten lopen. De provisie kan hij goed gebruiken. Hij pakt zijn rekenmachine en begint te rekenen. “Ik neem even de globale cijfers,” laat hij Koos weten, “de cijfertjes achter de komma komen later wel.” Hij schrikt als hij ziet dat de bussen bijna 250.000 euro gaan kosten. Dat is wel heel veel geld. “Normaal geven we een korting van 8%. Als u bij aflevering in één keer betaald kan ik wat extra korting geven en de importeur kan ook nog wel iets doen. Een totale korting van 10% lijkt mij redelijk.” “Ja,” zegt Koos, “dat lijkt mij ook. Laten we een paar dingen op papier zetten.”

Zo onopvallend mogelijk kijkt Ton naar de tafel waar Sjaak en die man zitten. Ze zijn al een tijd druk in de weer met papieren, folders en een rekenmachine. Hij ziet dat de man opstaat en naar buiten loopt. Aan de overkant van de straat staat een hele dikke Mercedes. Tot zijn verbazing blijkt deze van die man te zijn. De kofferbak gaat schijnbaar vanzelf open en de man haalt er een tasje uit. Als hij weer aan de tafel zit opent hij het tasje en er komt een dik pak bankbiljetten uit. Het spijt Ton dat hij niet goed kan zien hoeveel geld de man aan het neertellen is maar aan de tijd te beoordelen zal het een flink bedrag zijn.

Sjaak neemt afscheid van Koos en loopt naar het kantoortje. Zwijgend en vragend kijkt Ton hem aan. “Jij moet toch de orderbevestigingen maken?” vraagt Sjaak. Als Ton knikt legt hij een paar papieren op zijn bureau en uit zijn zak haalt hij een dik pak geld. “Die man was Koos Zijlstra van Zijlstra Bouw. Zijn bedrijf heeft een mega order in de wacht gesleept. Iets met renovatie en nieuwbouw van een hele Rotterdamse wijk. Hij heeft voor zijn personeel zeven bussen gekocht. Die moeten straks elke dag op en neer naar Rotterdam. Vandaar…. Alle specificaties en afgesproken prijzen staan daar genoteerd. Het geld is een aanbetaling van 20.000 euro. Als iets niet duidelijk is vraag je maar. Ik ga nu eerst even lunchen.”

Ton weet niets te zeggen. Hij staart naar het geld en alsof Sjaak zijn gedachten kan lezen zegt deze: “In het vakje ‘handtekening van de verkoper’ staat mijn naam. Ik heb zo groot geschreven dat er geen andere naam bij kan.” Dan neemt hij zijn jas uit de kast en als hij de deur naar de showroom opent om naar buiten te lopen, steekt hij zijn neus omhoog. “Wat is de walm van sigaren toch een lekkere lucht,” hoort Ton hem nog net zeggen.

©peter gortworst

Foto’s: http://www.stof.skynetblogs.be / http://www.skproducts.nl / http://www.nationalebeeldbank.nl

….als je dit verhaaltje de moeite van het delen waard vindt, ga er dan maar van uit dat ik daar geen moeite mee heb….

Dit bericht werd geplaatst in eerder en getagged met , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Sigarenrook

  1. Rob Alberts zegt:

    Een mooi verhaal om uit te leggen dat geld niet stinkt.

    Opgeruimde groet,

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s