Vraag

 

Wat is dat nu voor vraag? Of ik van hem houd? Waarom wil je dat weten? Weet je, het gaat je niets aan en ik zie geen enkele noodzaak om hier een antwoord op te geven. Ik heb er trouwens ook geen zin in.

O, je wilt dat weten voor mijn eigen bestwil?

Laten we het dan eerst maar eens hebben over wat dat houden van is. Is dat iets van altijd bij hem willen zijn? Dat je soms naar hem kan kijken en er spontaan vlinders ontpoppen in je buik? Dat je het beste met hem voor hebt, hem gelukkig wil zien, je zorgen maakt als er met zijn lijf iets aan de hand is of als hij slecht slaapt, ergens over in zit, gestrest is, kwaad of verdrietig? Iets met eerlijkheid, vertrouwen en geborgenheid? Bedoel je dat?

Hm, ik weet dat niet zo zeker. Ik ken hem mijn hele leven al en heb zo veel dingen met hem meegemaakt. Ik voel mij nu net als Golde, de vrouw van Tevje die haar, na 25 jaar getrouwd te zijn, vraagt of zij van hem houdt. Ze zijn niet uit liefde met elkaar getrouwd. Hun ouders hadden dat zo besloten. Dat was de traditie en die is vaak heilig. Ze zouden gaandeweg wel van elkaar gaan leren houden. Golde kijkt terug op haar leven met Tevje. Ze somt alles op wat zij met hem beleefd heeft. Zijn kinderen gebaard en opgevoed, zijn koe gemolken, het huis elke dag schoongemaakt, kleren gewassen, eten gekookt, met hem gevochten voor een bestaan en honger geleden. Haar bed is het zijne en als dat alles, na 25 jaar, geen houden van is, wat is het dan? Zij komen tot de conclusie dat ze van elkaar houden maar of ik dat ook kan zeggen?

Weet je, en sorry dat ik het zo zeggen moet, het soms gewoon een stomme lul. Een lamlendige sukkel. Een lompe boer die op de meest delicate momenten de onhandigste opmerkingen kan maken, die problemen weg lacht of er voor wegloopt, die fantastisch kan liegen, die mensen beschadigd heeft of ze als een object behandeld.

Maar ja, als ik eerlijk moet zijn, hij heeft ook een andere kant. Er zijn mensen die hem op handen dragen, er zijn er een paar die hem hun leven lang dankbaar zijn. Hij heeft geduld, is plezierig in de omgang, kan goed luisteren en soms zelfs slim uit de hoek komen. Hij is gul, niet kwaad dragend maar soms ook zo vreselijk naïef dat het bijna domheid lijkt. Weet je wat mij nog het meest verwondert? Soms is er iemand die verliefd op hem wordt! Kan jij je dat voorstellen? Zeg nou eens eerlijk: waarschijnlijk vond alleen zijn moeder hem de mooiste toen hij er net was maar verder….. Soms zou ik wel willen dat hij wat doortastender is, wat strenger voor zichzelf maar ook dat het geluk een beetje zijn kant op komt. Dat zou een hoop schelen.

Tja, ik zit met hem opgescheept. Het is niet anders. Er is gewoon weinig keus. Het is dat het een onverbeterlijke optimist is, gezegend met een flinke dosis humor en dat doet toch een hoop. Dat accepteren van de situatie en het hopen op betere tijden werkt wel maar is dat genoeg?
Goed, om even op je vraag terug te komen: houd ik van hem?

Wat een rotstreek om nu met een spiegel te komen. Ik wist wel dat er wat achter stak!

………..Ja, ik kijk heus wel.

Mm….. ik denk dat ik hem wel mag. Nee, meer niet. Sorry, maar daar moet je het voorlopig mee doen.

 

© peter gortworst / okt 2017

 

 

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , | 3 reacties

Cecilia

 

Alleen thuis. Zijn vrouw een weekend weg en de kat buiten. Met zijn huwelijk is niets mis maar naar dit weekend heeft hij toch echt uitgekeken. De werkjes in huis die hij zou doen, zijn gedaan. Hij heeft zichzelf getrakteerd op een pizza met ansjovis, tonijn, ui en olijven en in de koelkast ligt een speciaal biertje. De kat is uit voorzorg buiten de deur gezet. Het beest kan er niet tegen als hij fluit en ook harde muziek kan, afgaande op het gedrag, ook mijnheer zijn goedkeuring niet wegdragen. De muziek die hij nu wil gaan beluisteren komt, volgens sommige mensen, dicht in de buurt van wat een kat normaal als geluid produceert.

Zijn muziekvoorkeur spreekt niet alle mensen aan en soms heeft dat vervelende gevolgen. De keer dat hij door zijn chef gebeld werd terwijl Kathleen Ferrier op de achtergrond te horen was, staat hem nog helder voor de geest.

‘Wat hoor ik nou voor herrie?’
‘Dat is geen herrie. Dat is Kathleen Ferrier. Een Engelse vrouw met een mooie alt.’
‘Een wat? Een alt?’
‘Ja, dat is een lage vrouwenstem.’
‘En jij luistert daar naar? Vind je dat mooi of zo?’
‘Ik vind dat mooi, ja. Jij houdt misschien meer van hoempapa of house. Misschien wel van Niek en Simon of Borsato. Dat moet je zelf weten. Ik vind dit mooi.’

Hij is er nog weken mee gepest en het heeft hem geleerd dat hij zich beter op de vlakte kan houden als iemand hem vraagt welke muziek hij mooi vindt.

YouTube is een onuitputtelijke bron van mooie muziek. Hij begint met stukken uit de Krönungsmesse van Mozart. Die heeft hij samen met het koor nog gezongen. Van sommige delen weet hij de basstem nog en zingt deze zachtjes mee. Dan schiet hem het Requiem te binnen. Daar weet hij vast meer stukken van omdat deze nog maar kort geleden op hun programma stond. Het klopt. Het Lagrimosa zingt hij helemaal mee en hij speelt het filmpje drie keer af.

Het speciale biertje wordt uit de koelkast gehaald en van Mozart gaat hij naar Rutter. Van Rutter naar Elgar naar opnames van The Last Night Of The Proms naar Bryn Terfel om te eindigen met een duo van Bryn met Cecilia Bartoli.  Deze zangeres bewondert hij al vele jaren en het valt niet te ontkennen: hij is er zelfs verliefd op. Die sprekende ogen, dat mooie lange haar, die levenslustige uitstraling en die stem, vooral die mooie, warme stem met dat grote bereik.
De eerste keer dat hij haar zag was bij een vriendin thuis.  Hij was spontaan voor haar gevallen. Niet op de vriendin maar op Cecilia en nu speelt hij het ene filmpje na het ander af. De bekende maar ook de onbekende stukken. Eén van die onbekende heet ‘Amore e morte’ en is van Donizetti. Gefascineerd luistert en kijk hij. Ze heeft haar ogen gesloten en volgens hem zingt ze vanuit haar tenen en met haar hart. Zangers van dit niveau hoeven zich niet meer druk te maken over hun techniek. Het articuleren, de ademsteun, wanneer er forte of piano gezongen moet worden is voor hen gesneden koek. De momenten waar hij nog regelmatig met zijn zangkunsten de fout in gaat, is voor haar een al lang geleden gepasseerd station. Zij kan zich inleven in het lied, zich afsluiten voor alles en iedereen rond om haar en werkelijk voelen wat de componist of de schrijver tot uitdrukking willen brengen. Hij ziet het voor zijn ogen gebeuren. Het gevoel komt naadloos over en hij luistert met ingehouden adem.
Dan is het lied uit en is daar de allerlaatste seconde van het filmpje. In die ene seconde ziet hij haar terugkeren op aarde. Het lijkt alsof ze even slikt en de spanning en misschien ook wel de pijn en het verdriet die op haar gezicht staat, vloeit in die ene tel weg. Het ontroert hem zo dat hij het filmpje telkens herhaalt. Hij wil weten wat ze zingt en als hij de tekst gevonden heeft, wordt het lied alleen maar mooier. Hij speelt het keer op keer af en elke keer ontroert hem die laatste seconde. Het grijpt hem zelfs zo aan dat de tranen hem over de wangen lopen.

De trillende telefoon op het bureau verpest het moment.
‘Ja, met mij,’ hoort hij zijn vrouw zeggen.
‘Hoi. Is er iets?’
Hij kan het niet helpen. Er klinkt een snik in zijn stem en zij hoort het ook.
‘Huil je?’
‘Nee, het gaat wel goed. Er is niks.’
Het is even stil aan de andere kant.
‘O, zeg luister even. Ik heb een was in de droger gedaan en die moet er nog uitgehaald worden. Was ik je vergeten te zeggen. Spreid het maar een beetje uit over de strijkplank.’
‘Oke…’
‘Maak je het niet te laat?’
‘Nee, ik ga zo naar bed.’
‘Wat heb je gedaan vanavond?’
‘Naar Cecilia gekeken en geluisterd.’
‘Wie?’
‘Cecilia Bartoli. Een Italiaanse zangeres. Ze zingt Mozart, Vivaldi, Donizetti en zo….’
‘O……… Nou, welterusten voor straks.’

Hij drukt haar weg en start het filmpje weer en weer maar de betovering is weg. Het speciale biertje is hij vergeten en als hij alsnog een slok neemt is het lauw en smaakt het naar iets wat te maken heeft met het beest wat buiten is gezet. Met tegenzin staat hij op, sluit de computer af en vouwt de was uit de droger over de strijkplank.
Als hij alleen zijn bed in stapt, ligt Cecilia in die prachtige donkerrode jurk naast hem. Hij streelt haar lange donkere haar en kijkt, smoorverliefd, diep in haar mooie donkere ogen. Hij wil wat zeggen maar ze legt een vinger op zijn mond en zingt Amore e morte voor hem alleen.

 

© peter gortworst / okt. 2017
afb: pinterest.com

 

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , , , , , | 1 reactie

Zwart strandje

 

 

De zon zorgt voor een behaaglijke temperatuur, de zee ruist lieflijk en het uitzicht over de zee met de uitlopers van de bergen is als een ansichtkaart, het terras is gevuld met rustige, beschaafde mensen en het biertje is koud en lekker.

Het tafeltje rechts vooraan wordt verlaten en alsof ze er op gewacht hebben strijkt daar een echtpaar op leeftijd neer. Dat het toeristen zijn valt met geen mogelijkheid te ontkennen. Hun leeftijd? Ik schat 60+. Hij met een buik die voor een deel onbeschaamd onder zijn T-shirt vandaan komt. Een korte broek, roze dunne beentjes en, hoe kan het ook anders, sokken met sandalen. Op zijn hoofd een zomers hoedje wat wellicht alleen gedragen wordt tijdens de vakantie.
Zij heeft een jurk aan met veel blauw en dit kledingstuk kan slecht de omvang van haar lichaam verhullen. Ze zet de zonnebril bovenop haar hoofd en begint het achtergebleven vaatwerk op te stapelen. Met een ongebruikt servetje veegt ze het tafeltje schoon en als de arbeid gedaan is vouwt ze haar handen op haar buik en wordt gewacht op de bediening.
De kaart wordt gebracht en het bestuderen van het aanbod vergt enig overleg en tijd. Als ze er uit zijn, gaat de hand omhoog en de aangesnelde ober noteert. Ze wachten. Zij kijkt naar rechts en hij kijkt naar links. Zij kijkt naar de zee, de mensen op het terras, de mensen op het andere terras, de gevel, haar voeten, zijn buik, de tegels van het terras, de lucht en weer de zee. Hij kijkt alleen maar naar het kleine zwarte strandje dat verborgen ligt achter zijn omvangrijke vrouw. Dan schuift hij zijn stoel een klein beetje op.

Het bestelde wordt gebracht en zij schuift haar stoel wat meer aan tafel. Hij niet. Ze eten en drinken. Zij praat en wijst naar de zee. Of hij wil of niet, hij moet wel kijken en doet dat met bijna zichtbare tegenzin. Zodra het niet meer hoeft, is al zijn aandacht weer gericht op het strandje.

Is het intuïtie? Is het ‘ik ken hem langer dan vandaag’?

Ze draait zich om en het is haar duidelijk waarom de stoel iets is verschoven en zijn blik gefixeerd op het strandje. Twee jonge vrouwen, een huid als koffie met een klein beetje melk en een, ik kan niet anders zeggen, goddelijk figuur, zitten daar op hun handdoeken, topless met elkaar te kletsen.

Haar reactie is daadkrachtig. Ze wisselt de borden en glazen om, gaat staan en met gebaren die geen enkele interpretatie toestaan, wordt er dodelijk zwijgend van plaats gewisseld.

Het bord is leeg. Hij kijkt naar de zee, de mensen op het terras, de mensen op het andere terras, de gevel, zijn voeten, haar buik, de tegels op het terras, de lucht en weer de zee.

Ook mooi maar het haalt het niet bij dat zwarte strandje wat nu letterlijk achter hem ligt.

 

©peter gortworst / sept. 2017

 

 

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , | 3 reacties

O.M.G!!!

 

O, ik weet best dat het niet handig is om laat in de avond nog even een vakantie te boeken maar hoe moeilijk kan het zijn? Het is per slot van rekening niet de eerste keer. De goedkeuring voor het opnemen van de vrije dagen was binnen en ik had al afgezien van mijn plan richting het oosten te gaan. Kiev, Odessa of St Petersburg moesten maar even wachten. De site van Buitenlandse Zaken geeft aan dat een bezoek aldaar met de nodige voorzichtigheid gedaan dient te worden en omdat ik geen zin had een week lang voorzichtig te doen, heb ik mijn blik gericht op het zuiden.

Zon wil ik, heel veel zon dus bekijk ik via Google welke mogelijkheden er zijn. Palma? Ziet er prima uit. Gran Canaria, Lanzarote, helemaal goed. De prijzen van appartementen en hotels vallen mee en de vraag is nu wie er goedkoop èn vanuit Nederland èn op een beetje normale tijd die kant op vliegt.

Ryanair! Kijk aan! Vanuit Eindhoven naar Palma voor een prijs die alleszins acceptabel is. Ik boek de vlucht, reserveer een stoel en ontvang de bevestiging. Dat is mooi snel en o, wat handig, ik kan gelijk inchecken. Klaar. Nu het hotel nog.

Aanbiedingen van de verschillende organisaties die bemiddelen in hotelkamers, zijn er genoeg en uiteindelijk vind ik wat ik zoek. Een appartement in een klein plaatsje met een zeer aantrekkelijk aanbod. Natuurlijk weet ik best dat die rode lettertjes met de waarschuwing dat er nog één kamer beschikbaar is, voor zoete koek moeten worden geslikt maar onwillekeurig heeft het wel invloed op je. Dat dit een niet-annuleerbaar aanbod is zal mij (gort)worst zijn. Ik ga toch en heb niet voor niets een doorlopende reiserücktrittsversiecherung. Hier wil ik heen, ik boek en ontvang via mail per omgaande de bevestiging. Ook weer klaar! Laat de vakantie maar beginnen.

Ik lees de ontvangstbevestiging van de verhuurder nog even door en hoe attent: als hij weet hoe laat ik op Tenerife Zuid aankom, kan hij mij ophalen. Hè? Tenerife Zuid?? Palma toch?? Hè!? O.M.G!!!! Hier gaat iets niet goed!

De hoeveelheid adrenaline is vermeerderd tot de zesde macht en begint zich met verhoogde spoed door mijn goddelijke lijf te jagen, letters zijn gaan wiebelen en het dingetje van de muis op het scherm maakt kleine bewegingen die corresponderen met mijn verhoogde hartslag. Wat en waar is het fout gegaan? Waar vlieg ik heen en waar verblijf ik?

Het duurt even maar dan ontdek ik de fout. Ik vlieg naar Palma de Mallorca en heb een appartement gehuurd in Palma Mar op Tenerife. Twee uur vliegen of heel lang zwemmen verder. Dat krijg je als je denk het ‘even’ te regelen, veel pagina’s bezoekt die je open laat staan en je eigenlijk naar bed had gemoeten. Ik ontdek nu dat er kweetniethoeveel Palma’s zijn. Goede raad is duur. Ik zal één van de twee moeten annuleren en na ampel beraad met mijzelf laat ik de vlucht vallen. Dat is de goedkoopste van de twee. Maar vliegt er wel iets naar Tenerife? Ja, gelukkig, Ryanair vliegt vanaf Düsseldorf Weeze naar dat eiland. Probleem is dat ze op woensdag vliegen en ik heb geboekt van maandag tot maandag. Dat hoeft geen probleem te zijn als ik mijn boeking om kan zetten naar woensdag op woensdag. Met de nodige schroom bel ik de verhuurder. Ja, sorry, ik weet dat het laat is maar ik heb net geboekt en een fout gemaakt. Kan het omgezet worden? Ik moet het maar mailen dan kan hij de andere morgen kijken.

En nu? Moet ik nu de vlucht daarheen al boeken? En weer zijn daar die kleine rode lettertjes die mij blijmoedig waarschuwen dat er nog maar 5 plaatsen over zijn. Ik kan het risico niet nemen. Ik boek de vlucht en wordt om 04.15 op het vliegveld verwacht. Dat betekend dat ik om 02.00 uur moet gaan rijden!
Dat wordt een korte nacht en ook deze nacht slaap ik slecht. Adrenaline is niet echt een slaapmiddel.

De volgende morgen is er een mailtje van de verhuurorganisatie. Omboeken naar woensdag op woensdag is geen probleem en gaat zelfs zonder extra kosten. Fijn! Nu alleen nog die andere vlucht proberen te annuleren.

‘Nee mijnheer, dat gaat niet. Leest u de voorwaarden er maar op na en bovendien, u heeft al ingecheckt.’
‘Ja, maar nu heeft u een lege stoel!?’
‘Die is toch al betaald? Dag mijnheer!’
Die Reiserücktrittsversiecherung keert overigens bij gebleken stommiteit ook niet uit.

Hier vlakbij is een kruising met stoplichten. Het is daar ’s avonds stil, er staan geen camera’s en hier is sowieso weinig politie. Als ik daar voorzichtig door rood rijd, heb ik de vlucht naar Palma de Mallorca weer verdiend.

 

Afgelopen vrijdag open ik mijn mail. Bericht van de verhuurder. Of ik nog kom.
‘Ja, ik kom. Arriveer woensdag de zoveelste, blijf 1 week en nee, ik hoef niet opgehaald te worden.’
‘Dan is er een probleem. Er is gereserveerd tot en met maandag. Maar ik heb nog wel een ander appartement waar u tot en met woensdag kan blijven.’
‘Pffff. Doe dat dan maar en hoezo is er gereserveerd tot maandag? Ik heb een mail van de verhuurorganisatie dat de boeking is omgezet van maandag op woensdag’
Die avond geen antwoord meer.

Zaterdagmorgen vroeg. Een WhatsApp van de verhuurder. Of ik even €100 kan overmaken voor de annulering van het eerste appartement.
Ik schrijf een mail naar de verhuurorganisatie en laat de verhuurder weten dat ik niets betaal voor ik duidelijkheid heb. Wat is hier aan de hand? Kan dit zo maar?
Twee uur later bericht van de verhuurder. Hij constateert dat ik blijkbaar geen interesse meer heb en bovendien heeft hij niets meer beschikbaar.
Wat!!??
Weer een mail naar de verhuurorganisatie. Dit keer vol met zorgen, verontwaardiging, vraagtekens en de pertinente weigering om ook maar iets te betalen aan een annulering waar ik niets aan kan doen.
Maandag een mail terug met sorry, sorry, sorry. Nee, ik hoef niets te betalen en ze zouden het prijs stellen als ik in de toekomst toch via hen iets zou boeken.
Dat heb ik maandagavond gedaan. Een ander hotel in een mooie omgeving, uitzicht op zee en nog goedkoper ook.

Goh, ik ben zo langzamerhand wel aan vakantie toe……

 

©peter gortworst / sept 2017
foto: http://www.europcar.com

  

 

 

 

Geplaatst in van alles... | Tags: , , , , , , , , , , , , | 5 reacties

Ontheemden

 

Hij kiest zijn plekje niet doelbewust uit. Op alle bankjes die de boulevard rijk is, zitten al mensen en hier maar één vrouw. Er is dus nog plaats en met een diepe zucht laat hij zich zakken. Zijn stok parkeert hij tussen de benen. De vrouw naast hem kijkt even opzij. Beide zwijgen. Ze hebben geen oog voor alle toeristen en badgasten op het strand. Gezamenlijk staren ze naar de horizon en naar het schip wat met een kleine rookpluim uit de schoorsteen, op weg is naar wie zal het zeggen.

‘Mooi hè?’ zegt hij.
‘Ver,’ antwoordt zij.

‘Ja, ver,’ zegt hij na een poosje en terwijl hij naar de horizon blijft kijken zegt hij:
‘Ik heb dit nodig. Dat ver kunnen kijken. Hier in de stad kan je dat niet en soms hou ik het niet meer uit. Dan pak ik de tram en moet ik hier naar toe om de horizon weer te kunnen zien.’

Ze kijkt weer even opzij.
‘Waarom?’ vraagt zij.
‘Om te kunnen ademen, de ruimte zien en voelen. Net als vroeger.’
‘Vroeger?’
‘Ja vroeger, toen ik nog op het Groningse platteland woonde en je de horizon kon zien, de wolkenluchten kon bewonderen, de stilte hoorde ruisen, de eeuwige wind kon voelen en je een klein manneke wist op die hele grote wereld.’

Ze zwijgt omdat je weet dat soms, zonder te vragen, het verhaal verder gaat.

‘Je gaat leren en daarna wil je geld gaan verdienen, trouwen, kinderen krijgen….. En waar was er genoeg werk? Hier in de randstad. En je hoort mij niet klagen hoor. Ik heb altijd werk gehad, genoeg geld om goed van te kunnen leven, de kinderen konden allemaal studeren maar ja, dan wordt je ouder. Mijn vrouw is gestorven, de kinderen zijn goed terecht gekomen en dan zit je in je huisje met niks. Ik zou wel terug naar Groningen willen maar ik weet best dat het gewoon niet kan. Wat moet ik daar in mijn eentje? Denk trouwens ook niet dat de kinderen het een goed idee zouden vinden.’

Hij zwijgt even en zegt dan:

‘En daarom kom ik hier. Toch nog even de horizon zien. Niet over het groene land maar over een grauwe zee. Wolken die ik kan volgen en wind die ik kan voelen.’

Zonder het van elkaar te weten genieten ze van het moment. Een zeldzaam gesprek wat geen tijd kent, waar alle gelegenheid is om te overdenken wat de ander gezegd heeft, waar meer hardop gedacht wordt en antwoorden komen als ze gewogen zijn.

Met haar blik nog steeds gericht op de oneindigheid van de horizon, zegt ze:
‘Hier heb je geen verleden en in het verleden wat je had, zit geen toekomst.’
Prevelend proeft hij de zin.
‘Ja, zo is het. Dat zeg je mooi.’
‘Zo is het met mij ook…..’

Het is zijn beurt om te zwijgen en haar even aan te kijken.

‘Ik ben geboren en opgegroeid op de Filipijnen. Mijn oudste zus is naar Nederland gegaan en hier getrouwd. Toen ik bij haar op bezoek ging heb ik mijn man leren kennen en ben dus hier gebleven. We waren achttien jaar getrouwd. Hij werkte altijd voor zichzelf en soms was er genoeg geld en soms niet. Ik dacht altijd dat we een goed huwelijk hadden maar nu weet ik dat hij mij wel makkelijk vond. Ik deed alleen het huishouden, zorgde er voor dat niet alleen het huis er piekfijn bij stond maar ik ook. Ik deed alles voor hem. Ik wist niet beter dan dat zo hoorde. We kregen een dochter en ook die moest er uit zien als door een ringetje te halen. Ze moest gaan studeren maar mijn eigen taal mocht ik haar niet leren. Perfect Nederlands, Duits en Engels moest ze kennen. Toen hij aan een hartaanval stierf bleek dat er niets geregeld was. Er was amper geld en ik heb moeten knokken om mijn dochter te kunnen opvoeden. Vorige week is ze op kamers gaan wonen en dat is goed. Ze moet leren haar vleugels uit te slaan.’
‘Je woont nu dus alleen?’
‘Ja, ik woon in een land zonder verleden en ook in mijn verleden zit geen toekomst. Ik kan niet terug. Er is daar niets meer wat mij bindt en wat heb ik hier voor toekomst?’

Ze zwijgen. Hoe makkelijk is het nu om zich te laten overwelmen door de schijnbare uitzichtloosheid van hun bestaan.

‘Ik ben dus niet de enige,’ zegt hij.
‘Nee…..’
‘Toch mooi.’
Dan, in een poging tot troost, zorgzaamheid en het ook niet zo goed weten, legt hij zijn hand op haar arm.
‘Je bent een lief wichtje,’ klinkt het onbeholpen.
Ze legt haar hand op de zijne en glimlacht naar hem.
‘Dank je.’

Hij zet zijn stok recht en drukt zich omhoog.
Zonder iets te zeggen loopt hij weg.
Zij blijft nog even zitten en kijkt het schip na wat steeds verder naar de horizon vaart. Ver gaat het. Alleen. En steeds verder.

 

©peter gortworst / aug. 2017
foto: pixabay.com   

 

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , , , | 5 reacties

IETS

 

Voor Rozemarijn

 

Ze zijn met z’n vieren. S is altijd de laatste. Daar kan hij niets aan doen. Hij is gewoon te verlegen om vooraan te gaan staan en als hij dat al een keertje moet, doet hij dat vaak met T. Dan durft hij wel en een heel enkele keer, één keertje per jaar misschien, als hij heel moedig en flink is, zegt hij sssss. Dat vindt T prachtig en van puur plezier helpt hij S een beetje. Dan klinkt het sssst. Als ze dat gedaan hebben kijken ze elkaar met grote ogen aan. Het klonk wondermooi en ze deden het toch maar. Ze spreken af, omdat het zo leuk is, het vaker te doen maar net zo vaak blijven dat goede voornemens. Dat zie je wel meer.

E is dikke maatjes met I. Het zijn een beetje de belhamels van het stel. E is soms kortaf en een andere keer heel lang. I is, wanneer hij alleen staat, vaak pinnig maar met E naast hem, is hij in zijn element. Oke, een enkele keer is hij zijn punt een beetje kwijt maar daar heeft hij genoeg van in de kast liggen. Ze kunnen best zonder elkaar maar als je vriendjes bent wil ook graag naast elkaar staan. Wie vooraan staat maakt ze niets uit. Ze buitelen over elkaar heen en de ene keer gaat E voor I en de andere keer I voor E.

Samen zijn ze IETS en ze hebben geen idee wat zich daar bij voor moeten stellen. IETS is wat maar wat? Lang geleden hebben ze diep nagedacht over wat ze misschien zijn maar ze kwamen er niet achter. In een heel dik boek waarin wel duizend woorden staan, hebben ze het opgezocht. Er stond dat ze ‘wat onbepaalds’ zijn en toen begrepen ze nog minder van zichzelf. Dat is niet goed. Het is handig als je weet wie of wat je bent en van woorden als ‘wat onbepaalds’ wordt je niet veel wijzer. Ze besloten toen dat ze IETS waren en dat voelde goed.

Toen, op een mooie dag in augustus, is daar plotseling een nieuwe. Als je met z’n allen vriendjes bent en er komt een nieuwe bij, moet je even aan elkaar wennen. Ze hebben het echt geprobeerd. Ze lieten hem meespelen, als er wat besloten moest worden vroegen ze ook hem om zijn mening maar die nieuwe was helemaal niet aardig. Hij wilde alleen maar vooraan staan. ‘Ik ben de eerste!’ schreeuwde hij en dat klonk gewoon lelijk. Ze stelden de nieuwe voor om tussen E en T te gaan staan maar dat wilde hij niet. Misschien achteraan? Maar nee, dat was helemaal niet goed. Er was maar één plaats waar hij wilde staan en dat was helemaal vooraan. De vier hebben de koppen bij elkaar gestoken en uiteindelijk, ter wille van de lieve vrede, besloten ze die nieuwe, die N, maar zijn zin te geven. Alles beter dan ruzie.

Trots, voldaan en overtuigd van zijn eigen gelijk gaat N vooraan staan en zie, nu zijn ze NIETS.

 

©peter gortworst / aug. 2017
afb: http://www.kuleuven.be

 

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , | 2 reacties

to do list

Nog te doen en/of uit te zoeken en/of te regelen voor pensioendatum:

 

  • Eénkennige rode kater zoeken voor op schoot. Dierenasiel vragen / kijken op           internet. Moet gratis!!
  • Oude rookstoel zoeken met grote oren aan de rugleuning. Voorkeur verschoten rood en slijtageplekken. Kringloopwinkels / marktplaats / speurders o.i.d. Busje regelen voor ophalen.
  • Alvast rode port gaan drinken. Om te wennen. Boerenjongens? Haar laten groeien in pieken.
  • Mijn oude pijpen opzoeken. Oriënteren waar ze nog pijptabak verkopen en raggertjes. Oude groene glazen asbak proberen te vinden: zolder? Wanneer onvindbaar: kringloop.
  • Misschien bolknaks?
  • Wankel tafeltje voor naast de stoel. Oud bruin en kringen op het blad.
  • Abonnement nemen op dommig, makkelijk leesbare krant met sensatieverhalen. Bild of Telegraaf. Beide?
  • Pyjama met strepen en zomen onderaan de pijpen.
  • Lange oude kamerjas met touwsluiting. Donkerrood
  • Pantoffels. Ook donkerrood en met ruitjes.
  • Drogist voor spuitbus met muf ouwemannenluchtje
  • Ramen veel open laten staan om spinnen binnen te krijgen. Internet afzoeken welk soort spin een mooi web maakt in een hoek van het plafond.
  • Muizenholletje in de plint zagen en daarachter in de muur een ‘muizenhuisje’ hakken. Dierenwinkel voor een nog af te richten muis.
  • Verschoten Perzisch tapijt zien te vinden. Weer kringloop? Ikea?
  • Zware donkerrode gordijnen. Rails nog monteren.
  • Sanseveria’s en geraniums kopen.
  • Dierenwinkel voor extra muizen. Voorraad i.v.m kat!!! Zelf fokken?
  • Open haard maken.
  • Kettingzaag, bijl, hakblok, houtopslag, mand, tangen en poken, aanmaakblokjes, lucifers enz.
  • Internet kijken voor elektrische open haard.
  • Oude pendule voor op schoorsteen. Kapot of niet opwinden. Irritant getik!
  • Donkergroen streepbehang vinden. Met bloemen? Franse lelie?
  • Oud leesbrilletje zien te vinden.
  • Schouw maken voor (elektrische) open haard.
  • Stoof opzoeken. Zolder!
  • Kostenplaatje maken.
  • Een vrouwmens die mij kan verzorgen, waar ik tegen kan mopperen, die het voor zoete koek slikt als ik zeg dat vroeger alles beter was en die toch van mij houdt. Zo eentje waarmee ik niet met maar ook niet zonder kan leven. Bejaardenhuis? Internet? Datingsite?
  • …………?

 

© peter gortworst / aug. 2017
afbeelding kater: nl.123rf.com
afbeelding bril: veiling.catawiki.nl

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , , , , | 7 reacties

Opa en oma

Hij zit op de rand van het logeerbed en kijkt naar zijn kleinzoon. De zwarte krulletjes fris gewassen, rozig en moe maar nog klaar wakker. De eerste nacht bij opa en oma, een vreemd bed en andere geluiden van die van buiten komen en rond dansen in een kamer die je niet kent.
‘Moet opa een verhaaltje vertellen?’
Hij knikt gelukzalig van ja en nestelt zich bijna helemaal onder het dekbed.

Toen ze, kort geleden, even bij hun dochter en schoonzoon koffie hadden gedronken, vertelde zij dat er een personeelsfeest aan zat te komen wat twee dagen ging duren. Ze wilden daar graag heen en of het een bezwaar was dat Shankar één nachtje bij hun zou slapen. Het was natuurlijk absoluut geen bezwaar. Integendeel zelfs. Ze vonden het leuk en al snel waren de afspraken gemaakt.

Met een enorme weekendtas, vol met kleren, knuffels en een cadeautje voor opa en oma wordt de kleinzoon thuis afgeleverd. Zijn fietsje, wat nog net in de kofferbak past, zet pa in het voortuintje, kussen smakken, vermanende en aanmoedigende woorden klinken als afscheid en het feest kan beginnen.

Oma heeft zich zorgen gemaakt over de invulling van die twee dagen. Gaat het kind zich niet vervelen? Er wonen geen andere kinderen in de buurt waarmee hij kan spelen en een speeltuintje is er ook niet. Wat moet je dan de hele dag met een kind doen? Als ze haar zorgen met opa deelt lacht hij haar nog net niet uit.
‘Maak je geen zorgen,’ zegt hij, ‘Ik regel wel dat die jongen zich geen moment verveelt. Maak jij het logeerbed in orde, doe de boodschappen en vergeet niet om meel, eieren en melk mee te nemen. Het lijkt mij leuk om ’s avonds, samen met hem, pannenkoeken te bakken.’
‘Wat ga je dan met hem doen?’
‘Weet ik nog niet maar ik heb nog twee weken om daarover na te denken.’

Opa heeft het druk gehad met alles te verzamelen. Op de werkbank in de schuur ligt een bonte verzameling van materialen te wachten. Als Shankar zijn logeerkamertje en zijn bed heeft gezien en een glaasje ranja heeft gedronken vraagt opa of hij ook oude kleren heeft meegekregen. Dat weet hij niet en als oma in de tas gaat kijken of daar iets bij zit is het antwoord negatief.
‘Wat ben je dan van plan?’
‘Ja, van alles en er zal vast wel iets gebeuren waardoor hij vies wordt.’
‘Nou ja, dat wassen we dan wel weer.’

Huppelend loopt Shankar achter opa aan naar de schuur.
‘Heb jij wel eens een katapult gemaakt?’ vraagt opa.
‘Nee….’ klinkt het aarzelend. ‘Wat is een katapult?’
‘Een ding om steentjes heel ver weg te kunnen schieten. Ik ga je laten zien hoe je dat maakt en hoe dat werkt. Let op.’
Opa knipt uit de oude binnenband van een fiets reepjes en laat zien hoe je die rondjes aan elkaar knoopt.
‘Ik knip en jij knoopt ze aan elkaar. Goed strak aantrekken.’
Met het puntje van zijn tong uit zijn mond knoopt de jongen de rondjes aan elkaar.
‘Ga eens staan en steek één arm uit,’ zegt opa.
Kritisch bekijkt hij de lengte van de arm en de geknoopte stukjes binnenband. Er moeten nog drie rondjes aan. Het laatste rondje is een speciale. Die knoopt opa er zelf aan.
‘Klaar!’
‘En nu?’
‘Nu gaan we steentjes schieten op de parkvijver. Wacht even.’
Shankar ziet opa over het hekje, wat zijn tuin begrenst met die van de buren, stappen. Daar graait hij een handvol kleine kiezels van het net aangelegde tuinpad. Hij stopt ze in zijn zak en klimt weer terug.
‘Mag dat wel opa?’
‘Ze zijn niet thuis dus ik kan het ze ook niet vragen. Kom mee.’

In het park legt opa de beginselen van het katapult schieten uit en al snel heeft de jongen het door. De steentjes plonsen steeds verder in het water. De eenden moeten niets hebben van die gekke plonsjes en zijn verderop gaan zitten. Plotseling pakt opa de katapult af, stopt die in zijn zak en gaat snel op een bankje zitten.
‘Kom hier zitten en denk er om: niks zeggen.’
Over het fietspad, tussen een paar struiken door, komen twee mannen op de fiets langzaam voorbij. Op hun uniform staat ‘handhaving’. Een stukje verder draaien ze om en stoppen bij opa.
‘Hebt u iets bijzonders gezien?’ vragen ze.
‘Wat zou ik hebben moeten zien?’
‘We krijgen klachten dat er op de eenden geschoten wordt. Dus misschien hebt u iemand gezien die dat zou kunnen doen.’
‘Nee, en om eerlijk te zijn: ik heb er ook niet zo op gelet. Ik zit hier gezellig met mijn kleinzoon en dat zijn momenten die je moet koesteren.’
Vertwijfelt kijken de mannen om zich heen en met een ‘Nou, dan kijken we wel verder’ stappen ze weer op de fiets.
‘We gaan naar huis,’ zegt opa, ‘Oma heeft het brood al klaar staan en vanmiddag gaan we vliegeren. De vlieger is bijna klaar. Er moet alleen nog een staart aan. Dat kan jij mooi doen.’
‘Steentjes schieten mag niet hè opa?’
‘Nee,’ bromt deze.

Als ze aan tafel zitten en gezellig een broodje eten, vertelt Shankar in geuren en kleuren aan oma hoe goed hij al steentjes kan schieten. Oma vindt het leuk tot de twee mannen van handhaving ten tonele verschijnen.
‘Mag je niet met een katapult schieten?’ vraagt ze aan opa.
Die haalt zijn schouders op en met een ‘je mag zo veel niet’ probeert hij de gebeurtenis te bagatelliseren.
‘Denk er om dat je je gedraagt!’ sist ze opa toe. ‘Ik wil niet dat je hem verkeerde dingen leert!’
‘Straks gaan we vliegeren. Dat mag gewoon hoor.’
‘Misschien vindt Shankar het wel veel leuker om met oma boodschappen te gaan doen?’ fleemt ze maar deze is zich niet bewust van de klaarblijkelijke strijd om de qualitytime.
‘Ik wil met opa vliegeren.’
Wanneer oma naar opa kijkt, doet deze geen enkele poging zijn brede grijns te onderdrukken.

Het vliegeren ging goed maar was van korte duur. Toen eindelijk de staart genoeg gewicht aan plukken gras had om mooi stil in de lucht te staan, bleek het 250 meter lange touw door opa niet vastgemaakt te zijn aan het eigenhandig gefabriceerde blok. Gewoon vergeten. Ze konden de vlieger nog lang nakijken. Hij stond best wel hoog en dan duurt het lang voordat deze uit het zicht is verdwenen. Met de belofte dat opa een nieuwe maakt gaan ze huiswaarts.

Oma heeft thee gezet en denkt eindelijk te kunnen genieten van haar kleinkind. Shankar kan echter maar één ding tegelijk. Hij heeft zijn tekenblok uit de grote tas gevist en is druk met het tekenen van vijvers met eenden, vliegers en handhavers op de fiets. Dat én praten met oma gaat niet goed samen dus veel meer dan een ‘ja’ of een ‘nee’ komt er niet uit.

Tegen zessen gaat opa pannenkoeken bakken en natuurlijk helpt Shankar mee. Dat het hele aanrecht langzaam een witte waas van bloem krijgt, de klodders beslag op het fornuis ruim voldoende is voor nog twee pannenkoeken en de gootsteen vol ligt met nog af te wassen gereedschap mag de pret niet drukken. De pannenkoeken zijn heerlijk en er wordt gesmuld.

Het is bedtijd. Opa brengt Shankar naar bed en als deze ligt, vraagt opa of hij nog een verhaaltje moet vertellen. Hij knikt gelukzalig van ja en nestelt zich bijna helemaal onder het dekbed.

Oma is druk met het opruimen van de keuken en ze verbaast zich erover hoe het toch mogelijk is dat iemand er zo’n troep van kan maken. Als de deur van de keuken open gaat wil ze beginnen aan haar preek maar tot haar schrik staat daar Shankar in zijn pyjama.
‘Waar is opa!?’
‘Opa snurkt in mijn bed.’
Ze gaat naar boven en vindt haar man half liggend op het logeerbed.
‘Wacht maar even,’ zegt ze zachtjes tegen Shankar, ‘Dit lossen we zo op.’
Ze tilt de benen van opa in het bed en dekt hem toe met een extra deken. Dan neemt ze Shankar mee naar hun eigen slaapkamer en stopt hem daar onder de dekens. Ze knuffelt haar kleinzoon en leest een lief verhaaltje voor. Als haar kleinzoon bijna in dromenland is, aait ze zachtjes de zwarte krulletjes en geeft ze voorzichtig een zoen op zijn voorhoofd. Ze kijkt naar hem en wanneer hij slaapt gaat ze zachtjes de kamer uit. Opa ligt er bij zoals hij is achtergelaten en met een glimlach van opperste voldoening doet ze het licht uit en gaat de deur dicht.

 

© peter gortworst / aug. 2017
afbeeldingen: www. groupon.nl http://www.rtvpurmerend.nl

 

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , , , , , | 3 reacties

Stempels

Ik tel noch de dagen, noch de uren of de weken tot mijn pensioen. Het gaat zo al snel genoeg en dat is aan de post te merken. Geen aanbiedingen van of voor een 65+ pas, geen Superangebot van een met zijde gevoerde kist maar papieren van pensioenfondsen en de SVB. Helaas, ik heb drie pensioenfondsen en gelukkig maar één AOW.

Een gek kan meer vragen dan tien wijzen kunnen beantwoorden dus stel je even voor hoe het is als drie gekken het moeten doen met één wijze. Nu valt er, met een beetje goede wil, best wel antwoord te geven op al hun vragen. Je gaat er een avond voor zitten en spit vervolgens door gegevens die je, omdat je slecht dingen weg kan gooien, toevallig nog hebt. Ze zitten weliswaar in dozen die na drie verhuizingen nog steeds in die eerste doos zitten en die je, na de derde avond dat je er voor bent gaan zitten eindelijk vindt maar dat geeft niet. Het geluksgevoel dat je een uitkerende instantie blij kan maken doet een hoop.

Eén fonds kwam erachter dat wanneer ik het tijdelijke voor het eeuwige of het grote niets verwissel, er geen rechthebbende nabestaanden zijn die aanspraak kunnen maken op pensioen. Dit betekent dat mijn uitkering 8 euries per maand hoger wordt. In plaats van dit gewoon mee te delen krijg ik een nieuw pak papieren in huis met precies dezelfde vragen. Over drie weken willen ze het ingevuld weer terug.

Nu willen ze allemaal één ding extra. Bij het in elkaar zetten van Het Europa is men vergeten dat het best wel handig zou kunnen zijn elkaar op de hoogte te houden van het wel en wee van de eigen landgenoten in den vreemde. Elke verjaardag doorgeven, het winnen van de loterij of de aankoop van een fiets is niet nodig maar wel of de bewuste landgenoot/genote nog in leven is. Blijkbaar is men dit vergeten, het is te ingewikkeld, praktisch niet uitvoerbaar, privacygevoelig of gewoon lastig.  Ik krijg als ‘in het buitenland wonende Nederlander’ dus elk jaar van elk van de drie fondsen en het SVB een formulier waarmee ik zelf naar het gemeentehuis moet om met een warme handdruk te bewijzen dat ik nog besta. Dit jaar dus 1 extra vanwege die 8 euries.

Gelukkig gaat het er hier gemoedelijk aan toe. Je loopt het kantoor binnen en daar zitten meestal drie en soms vier Staatsbeamten te werken aan hun bureau. Zonder twijfel zijn dat belangrijke werkzaamheden en toch, hoe klantvriendelijk kan je zijn, mag je zomaar op de stoel gaan zitten die bij elk bureau klaar staat. Het papierwerk wat nodig is voor een miljoeneninvestering teneinde de renovatie van de dorpskern te bekostigen, het becommentariëren van de vergunningaanvraag behorend bij ener casinobaas die droomt van een Las Vegas just across the border of het bezwaarschrift van de nonnen die last hebben van de flikkering op hun zorgvuldig gepoetste ramen veroorzaakt door de nieuwe goudglimmende haan op de protestantse kerktoren, wordt bereidwillig ter zijde geschoven en met een echte glimlach wordt gevraagd wat men voor jou kan doen.

Met enige schroom overhandig ik het formulier ‘Bewijs van in leven zijn’. Weer één want ze sturen ze nooit allemaal tegelijk op en sparen gaat ook niet want er zit een deadline (!) op die dingen. Een soort THT-datum. Mijn paspoort wordt bekeken en dan gaat men, al vinkjes zettend, vliegensvlug door alle vragen heen. Wat ze niet weet staat in de computer en als dat gedaan is komt het leukste van het bezoek: de stempelmolen wordt naar voren gehaald!

 

Een stempel met de datum. Boem. Een stempel van het gemeentehuis. Boem. Een stempel van de burgemeester. Boem. Een stempel met het wapen van de Samtgemeinde. Boem. Een stempel met de handtekening van de Staatsbeamte. Boem.

 

Met een vriendelijke glimlach krijg ik alles weer terug en elkaar een schönen Tag wensend vertrek ik. Thuis alles in de goede enveloppe doen en niet vergeten de brief klaar te leggen om, zodra ik de grens weer eens passeer, langs de brievenbus te gaan.

Ik heb mij verheugd over het feit dat ik straks niets meer moet. Dat gaat dus niet gebeuren. Nou ja, vier keer per jaar bij de gemeente langs is nog wel te doen maar als AOW-er kan je het daar nog razend druk mee hebben. Dat weet ik nou al!

 

© peter gortworst / juli 2017
afbeelding: http://www.decofrills.nl

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , | 9 reacties

Gedoe

Ze zijn bewust niet zo heel vroeg vertrokken. De route naar het zuiden bevat niet heel veel knooppunten waar ze in een file terecht zouden kunnen komen, maar zekerheid voor alles. Het is altijd een heel gedoe om met een caravan achter de auto uit de lange rij vrachtwagens te komen en doe je dat niet dan zie je met leedwezen de linker rij met de nodige snelheid aan je voorbij komen. Dat geeft erger en dat wil je in de vakantie natuurlijk voorkomen. Rustig aan maar wel doorrijden is het devies.

De camping voor de overnachting in Luxemburg is, dank zij het bejaarde navigatiesysteem, snel gevonden. Hij had zich laten vertellen dat het navigatiesysteem op hun nieuwe telefoon beslist beter was maar de angst om met een giga telefoonrekening opgescheept te zitten na hun vakantie, had hen doen besluiten dit nieuwe speeltje met lader, snoer en koptelefoon in het speciaal aangeschafte etui te laten zitten. De telefoon staat op de vliegtuigstand dus daar kan niets mee gebeuren.

 

Na het eten zitten ze onder de luifel van hun caravan. Zij heeft het nieuwe puzzelboekje ter hand genomen en hij kijkt de folder door die ze bij het inschrijven hebben gekregen.
‘Ze hebben hier wifi,’ zegt hij.
‘Ja?’
‘Dan kan je gratis op internet. Nieuws en de buienradar kijken en zo.’
‘Nou, dan doe je dat toch….’

Voorzichtig haalt hij het apparaat uit het etui, voert de toegangscode in en met de folder van de camping als leidraad schakelt hij de wifi in.
‘Hij wil een beveiligingsupdate uitvoeren,’ merkt hij op.
Ze kijkt op van haar kantoor met zes letters en zegt: ‘Dat zal wel nodig zijn na die virusaanval van de laatste dagen. Hoe doe je dat?’
‘Gewoon, op nu uitvoeren drukken, denk ik.’
‘Oke,’ en als een zangstem een bas is, begint kantoor met een b en zou dat best eens bureau kunnen zijn.

Het duurt lang voordat de telefoon klaar is zodat hij besluit een rondje over de camping te maken. Bij terugkomst is de koffie en de telefoon klaar. Hij start het apparaat op en als er een code wordt gevraagd type hij deze in. Het duurt even maar dan ziet hij dat de telefoon een andere code vraagt dan hij dacht en dat hij nog twee pogingen over heeft.
‘Hij vraagt een code voor de simkaart,’ zegt hij.
‘Die weet je toch? Dat is toch 5154?’
‘Nee, dat is de gewone code. Dit moet een andere zijn.’
‘O, dat is dan vier keer nul. Is op mijn werk ook altijd zo.’
Gehoorzaam typt hij vier keer de nul en heeft nog één poging over.
‘Wat nu?’ vraagt hij.
‘Hebben we niet de code van de Visa gebruikt bij het in gebruik stellen?’ vraagt zij.
Ze weten het niet en als na rijp beraad besloten wordt dat het de pincode van haar betaalpas is, vraagt de telefoon om een pukcode.
‘Die ligt thuis,’ weet zij.

De telefoon ligt op het campingtafeltje en nadenkend nipt hij van de koffie.
‘Ik ga je moeder even bellen. Die heeft een sleutel en kan even gaan kijken naar die code. Ze hebben hier vast wel een telefoon die ik even kan gebruiken.’
Ze schrikt op van haar steltloper met als tweede letter een u.
‘Dat doe je niet! Dat kan niet!’
Verbaast kijk hij haar aan. ‘Waarom niet?’
‘Ik heb die papieren in de doos gedaan die in de linnenkast op de slaapkamer ligt.’
Het duurt even maar dan gaat hem een lichtje op.
‘Waar dat boek van de vijftig tinten in zit met die spulletjes die daar bij horen?’
‘Ja,’ zegt ze en ze krijgt zowaar blosjes op haar wangen.
‘Hoe kom je er nu bij om het daar te verstoppen? Ha, je moeder krijgt een rolberoerte als ze dat ziet en de buren kunnen we dus ook niet bellen. Maar wat doen we nu? Geloof het of niet maar die telefoon hebben we wel nodig. Alle campingadressen staan er in, we kunnen geen foto’s maken, de kinderen niet bellen en God verhoede dat we pech krijgen. Dan zijn we helemaal in de aap gelogeerd!’

Er zit niets anders op. Hij stapt in de auto en vertrek naar Nederland. ’s Nachts om één uur zijn er niet veel mensen meer wakker maar hij parkeert zijn auto toch maar een straat verder. Hij sluipt zijn eigen huis in en gaat op de tast naar de slaapkamer. Als hij het gordijn gesloten heeft kan het licht aan en zoekt hij het papiertje met de pukcode. De telefoon leeft weer en hij zet hem met de lader in het stopcontact op het nachtkastje. Als hij om vier uur weg gaat is hij verdwenen voordat iemand in de straat wakker wordt, heeft hij geen last van files en weer bijtijds op de camping.

De wekker wekt hem om half vier. Hij rammelt van de honger maar het enige wat een beetje voedzaam zou kunnen zijn is een pak houdbare chocolademelk. Hij drinkt zo uit het pak want een vuil glas is natuurlijk verdacht als de buren de plantjes water komen geven. Hij sluipt het huis weer uit en rijdt tegen achten de camping weer op.

‘Is het gelukt?’ vraagt ze.
‘Ja,’ zegt hij trots en geeft haar het etui met de telefoon.
‘Ik heb onderweg al wat gegeten maar een kop koffie met een broodje zou er best in gaan.’
‘Goed,’ zegt ze terwijl ze in het etui kijkt. Dan vraagt ze aarzelend: ‘Waar is de lader?’

 

©peter gortworst / juli 2017
afbeelding: de.freepik.com

 

 

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , , , , , , | 6 reacties