Opnieuw in verwachting -4-

“Wachten” Een wonderlijk woord. Het heeft met tijd te maken, met verwachtingen, nieuwsgierigheid, met hoop of angst voor wat komen gaat. Soms is het zo ingrijpend dat het ‘zijn’ van nu, onbelangrijk wordt. Wachten wordt meer dan een woord, meer dan een staat van dat tijdelijke ‘zijn’. Het nu telt even niet omdat er in de toekomst grote dingen gaan gebeuren en dat maakt wachten een inleiding, een voorbereiding op dat wat komen gaat. Dan is het geen wachten op het onverwachte maar een, misschien wel langverwachte, vervulling van grote verwachtingen.

Dit is een citaat uit mijn nieuwe boek ‘De glimlachende dode’. Of het er precies zo in komt, weet ik nog niet. De tekst heb ik al verschillende malen herschreven, woorden toegevoegd of weggelaten of zinnen verplaatst. De strekking is wel goed en als de proeflezers en correctoren er niets verkeerds in ontdekken, kan het zomaar zijn dat dit de definitieve versie is.

Het wachten is ook op mij van toepassing. Het boek ligt nu bij twee mensen ter beoordeling en als zij hun werk gedaan hebben, kan ik met hun bevindingen aan de slag. Plan is om het daarna te laten controleren op onlogische dingen, niet kloppende tijdlijnen, verhaalwendingen die onbegrijpelijk over kunnen komen, onduidelijkheden en niet lopende of kloppende zinnen. Dan is het weer mijn beurt en pas daarna gaat het voor een definitieve controle naar een hele aardige ‘taal-nazi’ waarna ik ongetwijfeld weer aan de bak zal moeten. Ik ken mij met die deetjes en teetjes. Elk van deze lieve, aardige mensen heeft tijd nodig en die krijgen ze ook. Ze werken belangeloos en dan past het absoluut niet om iets van eisen te gaan stellen.  

Het in verwachting zijn van dit nieuwe boek gaat langer duren dan voorzien. Nu schelen draagtijden van zwangeren enorm. Een olifant is 18 tot 22 maanden zwanger en een goudhamster 16 dagen. Dat het bij een olifant zo lang duurt heeft te maken met de ontwikkeling van de hersenen. Het kalf komt terecht in een complexe familiestructuur waarin het zich direct moet aanpassen en bovendien zal het moeten begrijpen hoe zoiets als een slurf werkt wil het niet van de honger omkomen. Mijn boreling heeft nog een half jaartje te gaan. Daarmee benader ik, gezien vanaf de eerste teksten die ik voor dit boek schreef, de draagtijd van een olifant maar het resultaat mag er dan hopelijk ook zijn. Een goed boek dat de aanschaf meer dan waard is. Het spijt mij voor ieder die na mijn eerdere mededelingen dat het voor de kerst uit zou komen, vol verwachting aan het wachten is. Het lijkt mij echter beter de tijd te nemen om zo dit volwaardige, voldragen boek het levenslicht te laten zien.

Laat u zich hierdoor niet het plezier in, en de tijd van ‘vol verwachting klopt ons hart’, ‘Nu syt wellekome’ en knallende champagnekurken ontnemen. Het wonderlijke woord ‘wachten’ is op u en mij van toepassing. Die foto? Nog een tipje van de sluier.

©Peter Gortworst / sept.2023
Foto: Libasi.nl

Natuurlijk is het boek ‘Wraak kent geen winnaars’ nog steeds te koop.
Vraag er naar in uw bibliotheek, bij uw boekhandelaar of bezoek de website
http://www.boekenbestellen.nl/boek/wraak-kent-geen-winnaars

Geplaatst in Opnieuw in verwachting | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Opnieuw in verwachting -3-

What  is written without effort is in general read without pleasure.

De inspanning is geleverd en of het met plezier gelezen wordt is de vraag. Afgelopen woensdag het laatste hoofdstuk geschreven en dat voelde goed. Het verhaal is vertelt. Wat ik schrijven wilde staat op papier.
Nu breekt de tijd aan van corrigeren. Woord voor woord, zin voor zin hardop lezen. Overbodige woorden (vaak lidwoorden) moeten weg. Zinnen die niet lopen anders opschrijven.

Er bestaat een lijst met woorden die je niet, beter niet of niet te vaak kan gebruiken. ‘Verboden woorden’ worden ze genoemd. Het zijn woorden als terwijl, heel, namelijk, maar, zullen, moeten, worden, soms en toch. De lijst is langer maar ik zal ze u allemaal besparen.

Gelukkig is er een zoekprogramma die het betreffende woord in het hele document in een gele kleur laat zien. Een enkel keer heb je het boven verwachting goed gedaan. Pagina na pagina zonder kleurtje. Een andere keer lijkt er wel een nest te zitten van één woord. Vaak blijkt dat je het woord gewoon weg kan laten, maar net zo vaak verval je in het zoeken naar synoniemen of het opnieuw construeren van de zin of tekstgedeelte.
Om even een indicatie te geven: Ik laat zoeken op het woordje ‘maar’. Alleen dit woord verwerken kost mij nu al anderhalve dag en ik ben net over de helft van het boek. Ik weet zeker dat wanneer ik naar het woordje ‘worden’ laat zoeken, we een week aan het corrigeren zijn. Als u mij over een maand vraagt wat ik aan het doen ben, is de kans vrij groot is dat ik moet bekennen nog steeds zoekende te zijn. Het klinkt saai maar geloof mij, het is leuk om te doen. Elke kleine verbetering maakt het boek als geheel beter. Naast een aansprekend verhaal moet het ook grammaticaal goed in elkaar zitten. Ik zal niet de enige zijn die een boek terzijde legt als er te veel fouten in zitten.

Gisteren weer contact gehad met mijn buitenlanddeskundige. Een paar mooie aanvullingen en verbeteringen gehad die ik verwerken kan.
Nu is het ook de tijd voor mijn proeflezers en andere deskundigen. Uit ervaringen die ik heb opgedaan bij mijn vorige boek, weet ik dat er minder proeflezers nodig zijn. Dat heeft vooral te maken met mijn zelfvertrouwen. De twijfels over mijn capaciteiten als schrijver waren vele malen groter dan nu. Het waren niet zozeer de onzekerheden over de juiste schrijfwijze, de deetjes en de teetjes, het was toen vooral de vraag of het een boek zou worden wat ‘men’ graag zou willen lezen. Van ‘Wraak kent geen winnaars’ weet ik het inmiddels. Ik heb alleen maar positieve reacties gekregen. Of dit boek ook deze kwalificatie krijgt is afwachten. Het is nu naar twee mensen gestuurd die het voor een beoordeling op louter en alleen het verhaal gaan lezen. Dat wordt mijn eerste indicatie.

Spannend allemaal…. en ja, die foto….
Laten we het er op houden dat er wat te raden valt.

©Peter Gortworst / aug. 2022

Natuurlijk is ‘Wraak kent geen winnaars’ nog steeds te koop.
Ga naar uw boekwinkel of bestel het via
http://www.boekenbestellen.nl/boek/wraak-ken-geen-winnaars

Geplaatst in Opnieuw in verwachting | Tags: , , , , , | 1 reactie

Opnieuw in verwachting -2-

Een, in Nederland wereldberoemde, schrijver kreeg eens bezoek van een journalist die meer wilde weten over deze auteur en het schrijfproces.
‘Hoe gaat dat nou, zo’n boek schrijven?’
‘Tja, dat is een complex gebeuren,’ vertelt de schrijver, ‘Het begint natuurlijk met een idee.’
Dat lijkt de journalist logisch.
‘Met dat idee loop je een tijdje rond en dan zet je het op papier.’
‘Hoe simpel kan het zijn,’ meent de journalist.
‘Ho ho! Zo simpel is het niet. Als het op papier staat, ga je het herlezen en dan verander je bijvoorbeeld de woordvolgorde of je kiest andere woorden, je plaatst een komma of je je zet het in een andere tijd…
‘Maar dan is het ook klaar,’ zegt de journalist die gewend is aan snelle teksten en uiterste inleverdata.
‘Nee, dat is het niet. Als ik denk dat het goed op papier staat, ga ik er een nachtje over slapen en dan kan het zomaar zijn dat het toch niet naar mijn zin is.’
‘Och heden… ’t Is toch niet waar? Begint dan het hele circus weer van voren af aan?’
‘Helaas wel. Het kan zelfs gebeuren dat ik het geschrevene weggooi omdat het mij uiteindelijk niet past of er gewoon niet tevreden over kan worden.’
‘Tjonge jonge. Wat een gedoe. Maar er komt een moment dat u wel tevreden bent. En dan? Wat gaat er dan gebeuren?’
‘Dan begin ik aan de volgende zin.’

Af en toe moet ik aan deze anekdote denken. In mijn nieuwe boek maak ik gebruik van ‘sleutelmomenten’. Dat zijn gebeurtenissen die bepalend zijn voor het verhaal. Niet elk van die momenten is even belangrijk. De minder belangrijke staan al op papier maar de belangrijkste en de één na belangrijkste nog niet. De eerste moet de lezer duidelijkheid geven over het waarom van dit boek en het samenkomen van de verhalen en de twee werelden beschrijven. De tweede is nodig om de afloop aan te kondigen en daarmee de titel te verklaren. Het is misschien wel de importantie van deze teksten die het schrijven daarvan zo moeilijk maakt. Het gaat, net als in de anekdote, woord voor woord en zin voor zin. Wat er nu geschreven moet worden is zo bepalend dat het boek onleesbaar zou worden als dit er niet of niet goed in staat. Maar maakt u zich geen zorgen. Het kan even duren maar uiteindelijk lukt het mij wel.

Afgelopen week alle teksten die met ‘buitenland’ te maken hebben naar mijn deskundige gestuurd. Nu maar hopen dat ik geen dingen heb bedacht die helemaal niet kunnen. Als het goed is hoor ik dat eind augustus.

Wordt vervolgd.

© Peter Gortworst / aug. 2022

Natuurlijk is mijn boek ‘Wraak kent geen winnaars’ nog steeds te koop.
Ga naar de boekwinkel of bestel het via
http://www.boekenbestellen.nl/boek/wraak-kent-geen-winnaars

Geplaatst in Opnieuw in verwachting | Tags: , , , , , | 3 reacties

Opnieuw in verwachting -1-

Een aantal ingewijden weten het al maar nu kan ik het voor iedereen bekend maken. Deze penvoerder laat, als alles goed gaat, over een paar maanden een nieuw boek het levenslicht zien.

Zo. Het hoge woord is eruit.

Vrij kort na de publicatie van ‘Wraak kent geen winnaars’ bemerkte ik een zekere leegheid. Dat waar je maanden aan gewerkt had, je dagen en je gedachten mee had gevuld, was klaar. Natuurlijk zat ik niet te niksen. Er was (en is) genoeg te doen om je boek onder de aandacht van de mensen te brengen maar dat vergde niet zo veel tijd en concentratie als het schrijven. Ik kon maar één ding bedenken om deze ‘zinloosheid van het bestaan’ te ledigen en dat was beginnen met het schrijven van een nieuw boek.

Ik bezit niet veel maar wat ik wel heb is een ruime fantasie. Vaak is dat mooi. Soms ook niet. Wilde ideeën over het soort boek, onderwerpen en verhalen warrelden door mijn hoofd. Er is tijd overheen gegaan om uiteindelijk het beste idee er uit te pikken. De andere ideeën gooi ik niet weg. Ze liggen in een kastje voor later gebruik.
Nu weet ik niet hoe collega-schrijvers omgaan met het verwerken van een idee naar een boek. Zonder twijfel zullen er zijn die vooraf precies weten hoe het boek moet worden. Ze hebben het hele verhaal al in hun hoofd en hoeven het alleen nog maar op te schrijven. Bij mij werkt dat zo niet. Het idee is een soort fundament waarop nog gebouwd moet worden. Geen idee hoeveel kamers, verdiepingen, muren, deuren, dakpannen of waterleidingen er in het gebouw moeten komen. Ik ontdek dat gaandeweg en dat geeft verrassingen.

Met het onderwerp dat ik gekozen had, kon ik goed uit de voeten. Het was overzichtelijk, er kwam geen buitenland aan te pas en voor zaken waar ik geen verstand van heb, zou informatie niet moeilijk te vinden moeten zijn. Ook de moord die plaats vindt, is overzichtelijk.

Gedurende het schrijven begon ik te merken dat het verhaal niet goed genoeg was. Het gevaar dat het te kneuterig, te zoetsappig en te vlak ging worden, naderde met rasse schreden. Nu hoeft het ook niet vol te staan met heroïsche daden, stoere personages waar je een voorbeeld aan kan nemen, steaming hotte bedverhalen of lugubere lijken maar iets meer spanning, raadselen, onverwachtheden en humor zou wel mogen.
Ik kreeg hulp uit onverwachte hoek. Ik ga (nog) niet zeggen van wie, maar plotseling was er wel een buitenland, zijn er lugubere zaken, is er spanning, krijgt het meer diepgang, wordt het maatschappelijk relevant en zijn er veel meer dingen die uitgezocht moeten worden. Dat blijkt overigens niet altijd een eenvoudige opgave te zijn.

Het schrijven ging met horten en stoten. De volgorde van de hoofdstukken was niet goed. Hele stukken kon ik niet schrijven omdat mij de kennis ontbrak of omdat ik gewoon niet wist hoe het verhaal verder zou gaan. Het buitenlandverhaal vermengt zich in het boek met het binnenlandverhaal en ook dat geeft onverwachte complicaties. Deels omdat de beide verhalen zelf ook uit verschillende verhalen bestaan en deels omdat het beschrijven van bijvoorbeeld aanpassingsmoeilijkheden, specifieke kennis vereist.

Dat horten en stoten is ondertussen voorbij. Ik weet vrij precies welke hoofdstukken er nu nog geschreven moeten worden en waar ik nog de nodige kennis voor moet vergaren. Het is nu de tijd van schrijven, schrijven en schrijven en dat leert je dat het ’s morgens steeds later licht wordt.

Bij aanvang van het schrijfproces sla je het werk op onder het kopje ‘Boek2’ Dat kopje is nu al een paar keer aan verandering onderhevig geweest maar nu is de titel ‘De glimlachende dode’. Ik ben er vrij zeker van dat dit de titel van het boek wordt. Het lijkt mij, ook voor jullie, raadselachtig genoeg.

Het wordt dus vervolgd.

© Peter Gortworst / aug 2022

Natuurlijk kan je ‘Wraak kent geen winnaars’nog steeds kopen. Ga dan naar :
http://www.boekenbestellen.nl/boek/wraak-kent-geen-winnaars

Geplaatst in Opnieuw in verwachting | Tags: , , , , , | 2 reacties

De stille

Wind kan je niet zien. Wat wind veroorzaakt, zie en hoor je wel. Zeker deze stormwind in februari. Hij laat de kale bomen diep buigen, fluit gierend om de boerderij, jaagt meeuwen voor zich uit en rukt zo hard aan de hoeve dat het gebinte kraakt. In deze nacht gebeurt waar velen bang voor waren: dijken breken en metersdiep zeewater stroomt met onweerstaanbare kracht over wat gisteren nog land was. Golven breken kapot tegen muren die langzaam bezwijken. De eerste vloed hebben ze weerstaan. Deze tweede niet.

Zijn vader zet hem en Leentje, zijn zusje, op de houten deur van de schuur en gaat dan door het dakraam terug om moeder te halen. Als hij binnen is, stort de boerderij in. Voortgejaagd door wind en golven drijft hij met zijn zusje weg. Hun hulpgeroep verwaait en omgeven door strobalen, kadavers en houten meubels verdwijnen ze steeds verder van wat eens hun boerderij was. Ze worden gered door militairen in een amfibievaartuig. Zijn zusje is dan al dood. Noch Leentje, noch zijn ouders heeft hij weergezien.

Een kinderloze tante en oom in Rotterdam vangen hem op. Tegen wil en dank worden ze opvoeders van een tienjarig kind. Ze weten wat hij heeft meegemaakt, maar hoe inlevend ze ook proberen te zijn, er valt geen voorstelling maken van die uren op dat vlot. De kou, kadavers, wind en golven, onzekerheid, angst en verlatenheid; het moet vast vreselijk zijn geweest, maar dat inleven is voor hen een lastige zaak. Nu is het hun taak om dit getraumatiseerde weeskind op te voeden. Daar hebben ze nooit voor geleerd en ze proberen daarom het leven weer zo gewoon mogelijk te laten zijn. Trauma’s laten verdwijnen door te doen alsof er niets is voorgevallen, lukt niet. Hij krijgt geen antwoorden op zijn vele vragen. Als hij wil verhalen van de verschrikkelijke dromen die hij bijna elke nacht heeft, helpen woorden als: ‘Het is voorbij, Wim. Je moet er maar niet meer aan denken’, hem niet veel verder. Ze verstaan ook zijn panische angst niet zodra ze in de buurt van veel water komen. Een zomers dagje aan zee of een wandeling over de Parkkade langs de Nieuwe Maas kunnen ze wel vergeten en de enige manier om met hem naar de Kuip van Feijenoord te gaan, is de Maastunnel te gebruiken. Zolang hij geen groot water ziet, gaat het goed.

Onbegrijpelijk vinden ze zijn afkeer van de douche. Na de verbouwing van hun arbeidershuisje was er een echte douche gekomen maar Wim vertikte het om daar gebruik van te maken. Je wordt ook schoon als je met een washandje bij de wasbak staat, was zijn standpunt.

Zodra hij zijn rijbewijs heeft, gaat hij met de motor naar zijn geboortegrond om te ontdekken dat niets meer is zoals het was. Hij bezoekt het graf van zijn ouders en zusje. Het doet hem weinig. Weggedrongen herinneringen hebben zijn emoties beïnvloedt. Hij leest hun namen, staat lange tijd stil en buigt dan diep. Zijn laatste eer aan hen die er ooit waren en nooit meer zullen zijn.

Het enige monument dat hij echt wil zien, is het beeld in Kruiningen. De vrouw op een natuurstenen sokkel. Vanonder de omgeslagen deken steekt een kinderhandje. Voor hem het handje van Leentje. Hij heeft haar niet kunnen redden. Hij wist niet eens dat ze naast hem dood lag te gaan. Fluisterend leest hij de tekst op de sokkel:

Hoort gij de zee achter mijn Hart?
Dan zal ik heen zijn
En gij zult met de zee alleen zijn.
De golven zullen breken in Uw hart.

De laatste zin raakt hem omdat hij meer weet. Niet alleen de golven braken. Ook zijn hart is weggeslagen en wat overbleef is leegte. Net als toen. Met de zee alleen, omgeven door wrakhout, dode dieren en een stervend zusje. Hij weet zich schuldig. Leentje had misschien nog geleefd als hij haar tegen zich aangehouden had, haar verwarmt en beschut. Dat deed hij niet. Met krampachtig angst klemde hij zich vast aan die deur en had geen oog voor Leentje.

Zodra het kan, verhuist hij naar het oosten van het land. Daar, waar de straten boven zeeniveau liggen, voelt hij zich wat veiliger. Het bestaan is eenvoudig. Elke werkdag stapt hij op de fiets om naar zijn werk te gaan en elke avond komt hij thuis, kookt zijn potje, kijkt tv en knutselt aan de modelspoorbaan. Zo kabbelen de jaren voorbij. Een partner zoekt hij niet. Hij durft zich niet binden. De angst dat je opnieuw een geliefde kan verliezen, is te groot. Dat hij een zonderling is, een stille en teruggetrokken man weet hij als geen ander. Niemand weet van zijn zware last. Waarom zou je een ander deelgenoot maken van jouw falen, jouw schuld en angst? Zwijgen is toch goud?

Als in de herfst de wind zich soms tot stormkracht ontwikkeld, wordt hij onrustig. Hij kan niet naar bed en blijft, met de trapdeur open, stil aan tafel zitten. Schoenen aan en de jas binnen handbereik. En elke keer drijft hij op de schuurdeur, voelt de kou, ziet de boerderij instorten en proeft het zoute water op zijn lippen.

De buren vindt hem. Een arts stelt een acuut hartfalen vast. De zoektocht naar familie levert niets op en Lena, een maatschappelijk werkster, ontfermt zich namens de gemeente over dit geval. Haar speuren door het huis levert opmerkelijke zaken op. Zo is de douchecabine een bergruimte. Er staat een vrieskastje, stofzuiger en schoonmaakspullen. In de achterkamer een stellage met een indrukwekkend spoorwegemplacement en in een kastje vindt ze dikke, volgeschreven schriften. Het blijken dagboeken te zijn. Zij begint te lezen en kan daarmee niet meer stoppen. Gaandeweg wordt deze Wim een bekende.

De begrafenis is sober. Er zijn wat collega’s, de buren en Lena. Ze bestelt een grafsteen. In sierlijke, bijna golvende letters staat zijn naam geschreven. Daaronder, in de hoop dat het deze getergde ziel zal helpen de eeuwige rust te vinden, de Bijbeltekst:

“En de zee was niet meer”

© Peter Gortworst feb./jul 2022

Wil je meer van deze schrijver lezen? Bestel dan zijn boek ‘Wraak kent geen winnaars’.
http://www.boekenbestellen.nl/boek/wraak-kent-geen-winnaars

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Dagje aan zee

Wanneer kinderen groot worden, nemen hun ouders hen niet meer mee voor een leuk dagje uit. De redenen daarvoor zijn legio en legitiem. Andere interesses, een partner, vrienden, geen tijd of het zelf hebben van kinderen zijn een paar van die redenen. Vaak vinden die ouders het ook helemaal niet erg. Integendeel zelfs. Ze kunnen nu zelf bepalen waar ze heen gaan, hoe actief ze willen zijn en op de achterbank van de auto heeft een koelbox plaatsgenomen in plaats van wezens die vragen of ze er al zijn. Nu organiseren die ouders dingen die zij leuk vinden en dat bevalt prima. Een nieuwe regelmaat en leefstijl.
Tot er een moment komt dat het niet meer gaat doordat bijvoorbeeld één van de ouders alleen komt te staan of lichamelijk ongemak de kop opsteekt.

Dan is daar het uur van de waarheid. De rollen worden omgedraaid. Het zijn niet meer de ouders die voor de kinderen zorgen. Het zijn de kinderen die voor de ouders gaan zorgen en dat gaat niet zonder slag of stoot. Zo logisch het voor de kinderen is, zo onnatuurlijk is het voor de ouders. Ze accepteren het, vaak omdat het niet anders kan, maar van harte gaat dat niet. Hoe goed bedoeld en lief de argumenten van de kinderen ook zijn, de grondregel dat ouders voor de kinderen zorgen, blijft rotsvast overeind staan.

Ze maakt zich zorgen over haar oude vader. Hele dagen zit hij binnen en het enige wat hij doet is schrijven. Zijn fiets staat na dat avontuur op Terschelling* te roesten in de schuur en zijn lichamelijke activiteit beperkt zich tot een wandeling naar de buurtsuper. De drang om naar buiten te gaan als de zomer aanbreekt, is verdwenen en dat is niet goed. Voor haar is het zonneklaar dat daar verandering in moet komen en, in plaats van betuttelend over te komen, brengt ze haar plannetje als een cadeau.

‘Ik trakteer je op een leuk dagje aan het strand,’ heeft ze gezegd en het werkte, ‘De grote horde aan strandgangers is er nog niet en als we op maandag gaan is het superrustig.’
‘Ja, ja. Leuk!’
In een fleurig hemd en met een korte broek waar twee witte, knokige spillebenen onderuit steken, staat hij haar op te wachten. Ze zegt niets over de witte sokken en de overjarige leren sandalen.
‘Je ziet er zomers uit, pa. Waar is je pet?’
‘Hier,’ en hij wijst op zijn broekzak.
‘Mooi, we gaan.’
‘Ja, ja.’

Het is een uurtje rijden naar het strand. De conversatie gaat over van alles maar ze mijdt zorgvuldig het woordje ‘boek’. Ze heeft even geen zin in een waterval van wetenswaardigheden over zijn nieuwste project. Dat die waterval er komt is zeker maar het zo lang mogelijk uitstellen is het proberen meer dan waard. Ze parkeert haar auto dicht bij het strand. De parkeermeter vraagt alleen al per uur een astronomisch bedrag.
Hij trekt zijn sokken uit en zijn sandalen weer aan.
‘Je pet,’ zegt ze en gehoorzaam bedekt hij zijn kale kruin. Ze lopen het stille strand op. Hij draagt twee strandstoeltjes en zij de koelbox en een forse schoudertas.
‘Wil je tegen de duinen aanzitten of op een beetje open plek?’
‘Tegen de duinen, ja, ja.’
Ze zet de stoeltjes naast elkaar, schenkt koffie in en presenteert hem een echte gevulde koek die ze ‘s morgens nog bij de bakker gehaald heeft.
‘O! Ja, ja. Dat is lekker.’
Ze is blij dat hij plezier heeft. Als de koffie op is, vraagt ze:
‘Zullen we even pootje baaien?’
‘Ja, ja. leuk!’
Na een paar minuten tot aan zijn knieën in het water te hebben gestaan, vindt hij het genoeg.
‘Ik ga terug naar de stoeltjes,’ laat hij zijn dochter weten.
‘Dat is goed. Ik ga nog even langs het strand lopen. Ik zie je straks.’
‘Ja, ja.’

Na een kleine twintig minuten is ze terug en treft haar vader slapend in zijn stoeltje. Ze legt een handdoek over zijn bovenbenen en trekt de klep van de pet wat dieper over zijn ogen. Het geruis van het helmgras en het onregelmatig breken van de kleine golven zijn de enige geluiden die ze hoort. Het maakt haar dommelig en net als ze er aan toe wil geven wordt hij wakker.
‘Ja, ja.’ zegt hij.
‘Zo? Weer wakker? Was je moe?’
‘Ja, ja. Kort geslapen vannacht.’
Het is zo ver. ’t Kon ook niet uitblijven. Tijd voor Het Boek.
‘Weer te lang doorgegaan met schrijven?’
‘Ja, ja. Het was moeilijk maar ik ben er, denk ik, wel uit.’
‘Waaruit?’
‘Ik moest beschrijven waarom een vrouw zich van haar man wil laten scheiden. Het is ja, ja, één velletje papier en het heeft mij een heel weekend gekost.’
‘Dat snap ik even niet. Je gaat niet zonder reden scheiden en zoveel valt er, als de reden tenminste goed is, niet over na te denken. Toch?’
‘Ja, ja. Nee, zo is het niet. Die man heeft verzorging nodig en er zijn kinderen. Ze neemt haar huwelijksbelofte heel serieus maar met die man samenleven lukt haar ja, ja, niet meer. Ik moet twee dingen doen. Mij inleven in haar gedachten en het dan ook nog zo opschrijven dat mijn lezers begrijpen dat de keuze van die vrouw te rechtvaardigen is. Dat het beslist geen eenvoudige beslissing is geweest. En ja, ja, dat valt niet mee.’
‘Hm. Je maakt mij nieuwsgierig. Praat eens bij.’
Zo genuanceerd mogelijk vertelt hij het verhaal en de denkwijze van de vrouw. Al snel heeft ze door dat er inderdaad haken en ogen zitten aan de beslissing om te scheiden. Ze verwonderd zich over het inlevingsvermogen van haar vader. Hij vertelt alsof het hemzelf betreft en ze vindt dat razend knap. Ze probeert mee te gaan in zijn fantasie en binnen de kortste keren bedenken ze hoe het verhaal verder zou kunnen gaan. Van een vermoeidheid is bij haar vader geen sprake meer. Met brede armgebaren, heen en weer schuivend op het stoeltje en met vele ja. ja’s zit hij uiterst enthousiast te wezen.

Ook aan alle goede dingen komt een eind en daarom zegt ze:
‘Kom pa, we moeten weer eens op huis aan.’
‘Ja, ja.’
Op de terugweg is hij opvallend stil.
‘Ben je moe?’ vraagt ze.
‘Ja, ja,’ klinkt het flauwtjes.
‘Ik denk dat het verstandig is dat je thuis een uurtje in bed kruipt.’
‘Ja, ja.’
‘Moeten er nog kleren gewassen worden? Staat er nog een afwas?’
‘Ja, ja.’

Haar vader ligt in bed. Nieuwsgierig geworden kijkt ze op zijn bureau naar de papieren en ontdekt dan het hoofdstukje waar hij zo mee geworsteld heeft. Ze leest het en vindt het mooi. Ook andere hoofdstukken neemt ze door en het kan niet anders: dit wordt een prachtig boek. Humor, diepgang, beschouwelijk en gedegen. Vervuld van trots pakt ze de pen en een papiertje. ‘Het wordt prachtig. Succes’ schrijft ze en legt het zo dat hij het als eerste moet zien.

© PeterGortworst / juni 2022

Het verhaaltje met het kenmerk * vindt u onder de titel ‘Terschelling’.

Wilt u meer van mij lezen, bestel dan het boek ‘Wraak kent geen winnaars’
Te bestellen bij de boekwinkel of via
http://www.boekenbestellen.nl/boek/wraak-kent-geen-winnaars

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , , , | 3 reacties

De Deen

Ze belt bij haar vader aan en steekt tegelijkertijd de sleutel in het slot. Hij houdt er niet van om ‘overvallen’ te worden door bezoek dat zichzelf binnenlaat ook al is het zijn eigen dochter. Ze vindt hem op kleine plaatsje achter het huis. Hij heeft zich op het keukenkrukje gezet.

‘Zo? Lekker in het zonnetje?’ vraagt ze.
‘Ja, ja. Je moet ervan genieten zolang het kan.’
‘Waarom heb je de tuinstoel niet uit de schuur gepakt? Die zit toch veel lekkerder?’
‘Ja, ja.’
‘Te veel werk zeker? Ik pak hem wel even.’

Ze tilt de tuinstoel uit de schuur, dirigeert haar vader van het krukje naar de stoel en vraagt:
‘Zal ik koffie zetten?’
‘Lekker! Ja, ja. Lekker.’
In de keuken zet ze koffie en terwijl het apparaat bezig is, controleert ze de inhoud van de koelkast. Het zal niet de eerste keer zijn dat ze groene ham, bruine witlof of een stuk Goudse kaas met een indrukwekkende schimmelcultuur vindt. Het ziet er gelukkig allemaal goed uit. Zelfs de melk ruikt niet zuur.
Met twee kopjes koffie loopt ze naar buiten. Ze neemt plaats op het krukje.
‘Hoe gaat het?’ vraagt ze.
‘Goed. Ja, ja.’
‘Hoe is het met het nieuwe boek?’
‘Ja, ja,’ en het klinkt wat aarzelend.
‘Niet goed?’
‘Nee…’
‘Waarom niet?’
‘Ik zit vast. Ja, ja. De hoofdpersoon heeft zich teruggetrokken.’

Ze kijkt hem niet-begrijpend aan. In haar ogen is de schrijver de baas dus hoe kan een hoofdpersoon, die je zelf bedenkt, zich terugtrekken?
‘Verklaar je nader,’ zegt ze daarom.
‘Ja, ja. In mijn boek komt een man uit Denemarken in Nederland wonen…’
‘Uit Denemarken? Waarom?’
Hij wijst naar een huis dat net zichtbaar is achter een boom.
‘Zie dat huis met die panelen op het dak? Daar woont een Deense man en omdat ik niks van Denemarken weet, heb ik hem gevraagd of hij mij wilt helpen. Het is toch makkelijk als je voor je research niet zo ver weg hoeft?’
Dat is ze helemaal met hem eens. De keer dat ze hem ’s nachts van de pier in IJmuiden moest halen, staat haar nog helder voor de geest.
‘Breek me de bek niet open,’ zegt ze daarom, ‘En? Wilde hij je wel helpen?’
‘Ja, ja. Ik leerde veel over Denemarken.’
‘En hij is jouw hoofdpersoon?’
‘Ja, ja. Was.’
‘Oh? En waarom nu niet meer?’
‘Hij heeft een crimineel verleden. In Denemarken heeft hij een moord gepleegd en nu woont hij onder een valse naam in Nederland.’
‘Is dat echt zo!?’ Ze schrikt van deze ontboezeming. Waar komt haar vader nu weer in terecht?
‘Ja, ja. Nee, dat heb ik bedacht.’
‘Man! Je liet mij schrikken! Wist jouw achterbuurman dat?’
‘Nee. Ja, ja. Ik moest het hem vertellen toen ik vroeg hoe hoog de straffen in Denemarken zijn en hoe de gevangenissen eruit zien. En toen wilde hij niet meer meewerken.’
‘Vind je dat gek?’
‘Ja, ja. Eigenlijk wel ja. Hij weet toch dat ik het verzin. Het is maar een verhaal.’
‘Pa! Doe niet zo dom! Stel, je schrijft over een corrupte directeur en neemt jouw baas van dat bedrijf waar jij gewerkt hebt, als voorbeeld. Je gaat met hem praten en vertelt wat en hoe het verhaal gaat worden. Denk je nu echt dat hij daaraan zal meewerken?’
Ze ziet hem nadenken.
‘Nee,’ zegt ze snel, ‘Dit is geen goed idee wat je misschien gebruiken kan!’
‘Ja, ja. Jammer…’
‘Zal ik nog een keer koffie inschenken?’
‘Ja, ja. Lekker.’

Zwijgend drinken ze hun koffie. Hij zet zijn kopje weg en vraagt dan:
‘Wat denk je van een Poolse poetsvrouw die verschillende adresjes heeft waar ze schoonmaakt?’
‘Wil jij die inhuren?’
‘Ja, ja. Nee. Als hoofdpersoon in mijn boek.’
‘Ah! Nou, zolang ze niet moord of wordt vermoord. Ze niet verkracht of het slachtoffer van uitbuiting is en niet steelt of bestolen wordt; waarom niet? Ik zou proberen er een positief verhaal van te maken. Die kans heb je als schrijver.’
Hij staart nadenkend naar een plukje gras dat manmoedig tussen twee tegels in groot wil worden.
‘Ja, ja. Dat wordt dus niks,’ stelt hij spijtig vast, ‘Ik zit dus nog steeds vast.’
‘Ach Pa, er valt je vast wel iets te binnen. Je moet er gewoon niet elke dag aan denken. Ik ga nu en als ik weer kom, heb je vast wel iets bedacht voor je nieuwe boek.’
‘Ja, ja. Dat klopt. Bij al te lang nadenken kom je niet op de juiste gedachte.’
‘Zo? Zelf bedacht?’
‘Ja, ja. Nee, ervaring.’

Als ze gaat staan, doet hij dat ook. Hij wijst naar de tuinstoel.
‘Die moet zeker weer in de schuur?’ vraagt ze.
‘Ja, ja.’
Ze wil iets zeggen maar slikt op tijd haar woorden in. Als hij liever op een krukje in de zon zit, moet hij dat zelf weten. Ze zoent hem op beide wangen.
‘Dag Pa. Tot de volgende keer.’
‘Ja, ja.

© Peter Gortworst / juni 2022

Mijn boek al gelezen of gekocht?
http://www.boekenbestellen.nl/boek/wraak-kent-geen-winnaars

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , , , | 1 reactie

Noaberschap

‘De buurman van nummer vijf is gisteravond overleden,’ zegt de man die aan de deur staat. Deze aanzegger is geen onbekende. Hij woont twee huizen verder.
‘Ach, zo plotseling? Het leek mij nog zo’n vitale oude baas?’
‘Als het je tijd is, valt er niet te kiezen,’ meent de boodschapper.
Hij wiebelt wat op zijn benen heen en weer. Wil hij nog iets kwijt of weten?
‘Kan ik wat doen of wordt er iets van mij verwacht?’ vraag ik goedbedoelend.
‘Tja, jij komt uit het westen en woont hier nog maar net. Je weet vast niet dat wij in dit dorp de burenhulp, het noaberschap, nog hoog in ere houden?’
In aarzelende verwachting kijkt hij mij aan.
‘Nee, dat wist ik niet,’
In de hoop hem enigszins gerust te stellen, maak ik duidelijk er alles over te willen leren en zelfs mee te doen. Dat laatste is in dit geval onnodig. Voor deze, uit de tijd geraakte buurman, is alles al georganiseerd.

‘Wat wordt er dan geregeld?’ vraag ik.
‘Het gaat zo: de zoon van de gestorvene heeft ons laten weten dat zijn vader is overleden. Dan begint het werk van de buren. We gaan iedereen hier aanzeggen, verzamelen geld voor een bloemstuk, schrijven de enveloppen voor de kaarten en regelen een avond voor het dorp om de laatste eer te brengen met de aansluitende condoleantie. We zorgen dat, wanneer familie de dode wil bezoeken, de kaarsen branden, de bloemen er mooi bij staan en de kist geopend is.’
‘Waar ligt hij dan opgebaard?’
‘In het kamertje naast de kerk. We hebben hier geen aula of zo. De stoet vertrekt vandaaruit, onder klokgelui, lopend naar het kerkhof.’
‘En hoe gaat het dan met de verkeersweg?’
‘Bij het oversteken leggen we het verkeer stil. Ja, jij weet het niet maar wij zijn dat hier zo gewoon.’
‘Dat wist ik inderdaad niet.’

Bij de man wordt enig enthousiasme merkbaar. Misschien kan je het beter trots noemen.
‘Vroeger droegen wij de kist. Tegenwoordig duwen we de kar, maar we laten nog wel de kist met touwen zakken. En dan de koffie en broodmaaltijd na afloop: wordt ook door ons gedaan. Zo gaat dat hier in dit dorp.’
Het is trots. Deze man krijgt de kans mij te laten weten waar een klein dorp groot in is. Hij doet dat met verve.
Ik vertel hem dat ik er zal zijn en geef hem twintig euro. Hij verblikt of verbloost niet. Ik ga ervan uit dat het overeenkomt met de gemiddelde gift.

Ik plof op de bank en overdenk het zojuist geleerde. Dan bel ik mijn dochter.
‘Hoi pa! Alles goed?’
‘Ja. Met mij wel. Er is een buurman gestorven en nu weet ik alles van noaberschap.’
‘Van wat!?’
‘Van burenhulp. Luister. Als deze opa dood dreigt te gaan, zorg dan dat je hier zo snel mogelijk bent. Noaberschap is prachtig. Het is een degelijke structuur met één nadeel. Voor je het weet, lig ik hier, goed georganiseerd, onder de grond.

© Peter Gortworst / mei 2022

Mijn boek nog niet gekocht?
http://www.boekenbestellen.nl/boek/wraak-kent-geen-winnaars

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , | 1 reactie

Brief aan Bach

Er loopt al enige tijd een project van de FB-groep Geen dag zonder Bach. Men vraagt leden en bezoekers van deze groep een brief te schrijven aan J. S. Bach. Dit weekend heb ik mij daaraan gewaagd en dit is het resultaat:

Geachte mijnheer Bach.

Iemand kwam op het idee om een brief aan u te schrijven. Nu, en dat weet u als geen ander, bent u al een behoorlijk aantal jaren dood. Het is daarom maar de vraag hoe zinvol het schrijven van deze brief is, maar we doen alsof. U geloofde, net als zoveel andere mensen, in een leven na dit leven en ik ga er maar vanuit dat u van al deze schrijverij wel wat meekrijgt. Hoe noemen ze u daar overigens? Herr Bach? Of Johann? Bas of Sebastiaan? Componeert u daar ook nog? En zijn er wel andere muziekinstrumenten dan die harpjes van de engeltjes? U merkt het zeker al? We weten van iets als een hiernamaals weinig af en dat is maar goed ook.

Er is een aanleiding waarom ik u schrijf. Vorige week is Jan Rot overleden en, als het goed is, moet hij zich daar waar u bent, al gemeld hebben. Hij zou het fantastisch vinden als u met hem gaat praten. Hij heeft namelijk uw Mattheus in het Nederlands vertaalt. Ik weet niet of u iets weet van de Nederlanders. In het algemeen zijn het nette en aardige mensen en één ding kunnen ze heel goed: zeuren. Dat hebben ze (en dat doen ze nog steeds) ook gedaan toen Jan Rot die vertaling publiceerde. Het zou afbreuk doen aan de waarde van dit muziekstuk, de vertaling was ‘mangelhaft’ en men ging zelfs zo ver dat er woorden als godslastering vielen. Nu wordt er over uw muziek wel vaker moeilijk gedaan. Een thema als tempo is goed voor vele meningen die zowel mondeling als schriftelijk geventileerd worden. Men kan hier dagen bezig zijn met één enkele noot. Moet het een cis zijn of een c? Meestal verlopen de discussies goed maar voor hetzelfde geld staan de deelnemers met vurige blikken en gebalde vuisten tegenover elkaar. Iedereen weet het beter en helaas heeft menig Nederlander gebreken: ze kunnen niet luisteren en de relativiteit van hun eigen standpunt inzien, is een kunst die ze ook vaak niet machtig zijn.

U zou daar eens op zoek moeten gaan naar Glenn Could. Hij komt uit Canada en was tijdens zijn verblijf hier op aarde, een virtuoos pianospeler. Een groot liefhebber van uw muziek en hij kan u precies vertellen hoe u uw eigen muziek had moeten spelen. Bij hem hoort u uit eerste hand wat ik bedoel. Hij kan u ook duidelijk maken hoe een piano er tegenwoordig uit ziet. Ik weet zeker dat u het geweldig vindt om te horen welke technieken er tegenwoordig bestaan en wat er qua spelen allemaal mogelijk is. Zelfs het good old orgel is onderhanden genomen. Geen wind die meer door pijpen blaast en die dan ook nog regelmatig gestemd dienen te worden maar het kan nu allemaal met behulp van electronica. Tja, daar heeft u natuurlijk geen verstand van. Dat is een …. Ach. Laat maar. Dit valt niet op één velletje papier uit te leggen. Nou ja, het is een techniek die met knopjes en pedalen er voor zorgt dat er muziek klinkt. Jan Rot weet daar meer van dus als u hem toch spreekt, helpt hij u wel op weg.

Nu vertel ik wel zo gemakkelijk dat Jan Rot uit Nederland en Glenn uit Canada komt. U weet waarschijnlijk niet dat uw muziek wereldwijd gespeeld en beluisterd wordt. De wereld is veel groter geworden dan Leipzig, Eisenach of Weimar en tegelijkertijd ook veel kleiner. Lange reizen per voet of koets om ergens te komen, maakt men niet meer. Als ze het al doen is dat hobbymatig. Men reist liever per auto, trein of vliegtuig… oh, tja…. Ook daar weet u natuurlijk niets van. U weet niet dat je tegenwoordig met een dag aan de andere kant van de wereld bent en dat er talloze verschillende culturen zijn van mensen die er anders uitzien. Ze zijn bruin van kleur of zwart of geel, hun gezichten zijn anders, ze eten heel andere dingen en praten in talen die je niet kan verstaan. En weet u wat nu zo bijzonder is? Er is één taal die ze allemaal verstaan: de taal van de muziek! Hun eigen muziek maar ook uw muziek. U was een meester in het gebruiken van een taal die mensen tot in hun ziel raakt, die harten toegankelijk maakt en mogelijkheden geeft tot verbroedering en elkaar vinden in woordeloze klanken.

Met deze unieke taal kan je overal op de wereld terecht en het is natuurlijk jammer dat u daar geen weet van heeft. Ik denk niet dat u naast uw schoenen was gaan lopen als de wereldberoemde componist. De drijfveer van een kunstenaar zit immers niet in het beroemd worden of zoeken naar wat de mensen mooi vinden, maar in het scheppen van een kunstwerk. Een kunstenaar is niet te vergelijken met een eigenaar van een supermarkt die het iedereen naar de zin wil maken en… O, laat maar; u weet vast niet wat een supermarkt is.

Over schoenen gesproken: kent u de kerk in Eisenach nog? Daar hebben ze in de hal, onder de toren, een bronzen standbeeld van u neergezet. Veel mensen die daar komen, aaien dan even over uw grote teen en al dat aaien heeft er voor gezorgd dat uw teen het enige glimmende stukje van dat hele beeld is. Mocht u zich afvragen waarom uw teen dus af en toe kriebelt dan zou dat best daarvan kunnen komen.

De eerste keer dat ik met uw muziek in aanraking kwam was het beluisteren van een koraal uit de cantate ‘Herz und Mund und Tat und Leben’ (BWV 147) met de tekst Wohl mir, dass ich Jesum habe. Van dat nummer 147 moet u zich niet veel aantrekken. Ze hebben alles wat u geschreven heeft of waarvan ze dachten dat u het wel eens geschreven kon hebben, een nummer gegeven. Dat maakt bijvoorbeeld het praten over een muziekstuk makkelijker. Je weet waar de ander het over heeft. Net als bij de chinees. Als je weet wat voor maaltijd je wilt geef je…. Zucht, laat maar.

Goed, ik was toen 11 of 12 jaar en de muziek maakte indruk op mij. Het was balsem voor mijn kleine jongensziel. Nu ben ik een bejaarde man en die ziel van mij heeft aardig wat klappen gekregen. Toch is het uw muziek die nog steeds die balsem voor mijn ziel is. Het raakt mij nog altijd. Jammer genoeg heb ik nooit geleerd een muziekinstrument leren bespelen. Ik toeter af en toe wat met een fluit en sla, als ik de kans krijg, op wat snaren van een gitaar. Meer niet. Zingen doe ik wel maar helaas is mijn stem niet meer wat deze was. Dat geeft niet. In een koor vallen de meeste ongerechtigheden weg en wat blijft is het samenspel van de verschillende stemsoorten. Klanken die soms hemels klinken. Daar krijg ik echt warme gevoelens van. Lijfelijk de verbroedering (en verzustering natuurlijk) tijdens het zingen ervaren, blijft bijzonder.

Wat mij nog te binnen schiet is dit: In uw tijd kon men muziek alleen beluisteren door naar een ‘life-uitvoering’ te gaan. Tegenwoordig hoeft dat niet meer. Ze hebben beeld en geluidsdragers uitgevonden en bijna iedereen kan op elk gewenst moment muziek beluisteren en kijken. Ik weet niet of u al een zekere Karajan tegengekomen bent? Die stond erop dat zijn kwaliteiten als dirigent vereeuwigd werden door alles op die geluidsdragers vast te leggen. Misschien zou u bij hem op audiëntie kunnen gaan om te ontdekken hoe dat gaat. Lukt dat niet dan kan Jan Rot het u met het grootste plezier ook vertellen.

Ik wil u daarom alsnog bedanken voor al het moois dat u heeft nagelaten. Ga er maar vanuit dat uw muziek nog heel lang zal klinken. Er zijn zoveel jonge mensen die uw muziek spelen dat de angst voor het in onbruik raken van, wat wij noemen ‘klassieke muziek’, nicht im Frage is.

Met vriendelijke groet,

Peter.

© peter gortworst / april 2022

Geplaatst in van alles... | Tags: , , , , , , , , , , | 6 reacties

Paasontbijt

Nee, hij is even niet gezellig. Integendeel zelfs. Waarom moest die oma van Freek uitgerekend op vrijdag, Goede Vrijdag notabene, doodgaan?! Hun al geruime tijd geleden geplande lange weekend op Texel konden ze nu op hun buik schrijven. Drie knullen van 18 jaar in een vakantiehuisje. Uitgaan, vogels kijken, als oude vrienden met elkaar optrekken, lekkere dingen koken of eten uit de snackbar… niets van dat al. Natuurlijk snapt hij best dat Freek verstek moet laten gaan en dat hij en Bas niet zonder Freek naar Texel kunnen vertrekken.
Het gevolg is wel dat hij dit weekend met zijn zus en zijn ouders zit opgescheept en dat zint hem allerminst. Vrijdagavond al naar de kerk geweest, vanavond naar de paaswake en morgenochtend, eerste paasdag, natuurlijk weer. Beslist niet vrijwillig maar gewoon omdat het moet en zijn aversie tegen dat moeten groeit met de dag.
‘Het is het belangrijkste feest voor ons christenen’, deelde zijn vader voor de honderdste keer mee, ‘Daar ben je je toch wel van bewust?’
Hij mompelt iets terug en zijn vader kijkt hem wantrouwend aan.
‘Wat zei je nou?’
‘Dat wat je zegt weet ik wel.’
‘Weet je dan ook dat Christus voor onze zonden aan dat kruis genageld is? Besef je wel dat wij gered zijn door zijn offer? Dat wij in genade leven mogen door zijn dood ter helle!?’
Met een gevoel van walging hoort hij zijn vader aan. Altijd komt er dat toontje, die bibber in zijn stem als hij over dit soort zaken spreekt. Hij kan er steeds minder goed tegen en hoe heerlijk zou het geweest zijn om nu op Texel te zitten. Geen kerk, preken of halleluja maar quality time met zijn vrienden.
‘Ik ga even de stad in,’ deelt hij zijn vader mee.
Die aarzelt. Het is stille zaterdag en een ingetogen houding van zijn zoon was hem liever. Toch snapt hij best dat de jongen het wat moeilijk heeft. Zijn weekend ziet er immers anders uit dan hij zich had voorgesteld? Diep in zijn hart was hij wel blij met deze ontwikkeling. Het geeft hem de kans om deze jonge man, die op de drempel naar volwassenheid staat, nog wat fundamentele waarden bij te brengen. Hij is er van doordrongen dat alles wat hij hem nog bij kan brengen, zaadjes zijn die later tot volle wasdom kunnen komen. Dat is zijn taak en die neemt hij zeer serieus.
‘Ja, dat is goed maar zorg er voor dat je op tijd terug bent.’

De paaswake duurde hem veel te lang. Bijna twee uur in de kerk! Een bezoeking van het zuiverste water!
‘Het was een zinvolle en mooie dienst,’ meent zijn moeder als ze weer thuisgekomen zijn.
Zijn zus beaamt dat en vindt dat alle symbolische handelingen zo mooi waren.
‘Al die handelingen onderstreepten de woorden,’ merkt ze wijs op.
Een beetje bevreemd kijkt hij naar zijn zus. Dat ze onderling als dag en nacht verschillen wist hij wel, maar dat zij zo vroom, zo godsdienstig zou zijn, is een nieuwe ontdekking.
‘En hoe vond jij de dienst?’ vraagt zijn vader hem.
‘Te lang. Veels te lang.’
‘Maar wat vond je van de preek? Heb je daar wat van opgestoken?
‘Nee. Ik kon mij niet concentreren. Er galmde maar één woord door mijn kop: Texel, Texel. Texel. En nu ga ik naar bed.’
‘Ach,’ zegt zijn moeder en kijkt hem zorgelijk na. Vader zucht maar zegt niets.
In bed speelt hij domme spelletjes op zijn mobieltje en ver na middernacht valt hij in slaap.

Hij is nog in dromenland als een luide stem, onderaan de trap, hem wekt:
‘Jongens! Wakker worden! De Heer is waarlijk opgestaan en aan Petrus verschenen!’
‘Fuck, fuck, fuck!’ is het enige wat hij uit kan brengen. Het komt uit de grond van zijn hart, intens gemeend maar wel zachtjes want als zijn vader dit hoort, zijn de rapen gaar.

De ontbijttafel is feestelijk gedekt. Gele papieren servetjes naast de zondagse ontbijtbordjes, witte bolletjes, een gekookt ei, versgeperst sinaasappelsap en dikke plakken paasbrood.
‘Dat ziet er feestelijk uit, moeder. Zullen we eerst bidden?’ zegt het hoofd van het gezin.
Ze vouwen hun handen en vader begint de Heer te danken voor deze bijzondere dag en het eten. Ook hij heeft wel zijn handen gevouwen maar niet de ogen dicht. Dan ziet hij dat zijn vader tijdens het bidden hem aankijkt. Onbeschaamd kijkt hij terug en tot zijn genoegen wendt zijn vader de blik af.
De sfeer tijdens de maaltijd zou feestelijk moeten zijn maar is het niet. Drie personen voorvoelen iets wat nog niet onder woorden gebracht kan worden maar onweerstaanbaar op hen afkomt.

‘Ik ga niet mee naar de kerk,’ deelt hij plotseling mee.
Malende kaken vallen stil. Zijn vader slikt de nog niet geheel gekauwde hap met enige moeite door en vraagt dan:
‘Mag ik vragen waarom?’
‘Omdat ik daar niets te zoeken heb. Ik geloof niet meer in God dus waarom zou ik daar mijn tijd verdoen? Ik stap straks op mijn fiets en ga naar het strand.’
De hel breekt los. Een spervuur van vragen wordt op hem afgevuurd.
‘Waarom doe je dit ons als ouders aan? Sinds wanneer geloof jij niet meer? Hoe kom je erbij dat God niet bestaat? Heb jij wel vaak genoeg gebeden? Ben je niet bezield van de duivel? Kon je geen ander moment uitkiezen om dit te bespreken? Hoe kan je dit zo zeker weten?’
De vragen worden luider en in een poging de zaak tot rust te brengen heft hij zijn hand op.
Als het stil is zegt hij:
Ik heb hier lang over nagedacht en mijn besluit staat vast. Ik zal niet zeggen dat er geen God is maar als hij er is, dan huist hij niet in onze kerk. Die God accepteert geen flikkers.’
‘Hè? Wat? Flikkers?’ vraagt zijn moeder.
Zijn vader trekt wit weg.
‘Homo’s,’ zegt hij dan tegen zijn vrouw, ‘Homoseksuelen. Die noemen ze soms zo.’
‘Jakkes,’ zegt zijn zus, ‘Ben je dat?’
‘Wie weet. Het zou zomaar kunnen.’
Er valt een stilte die met gemak dodelijk genoemd kan worden. Hij staat op, pakt zijn jack van de kapstok en als hij naar de achterdeur loopt zegt hij:
‘Ik neem aan dat jullie nu heel wat te bidden hebben. Succes.’
Hij neemt de fiets uit de schuur en stapt op. Met een beetje geluk zijn er nog een stel leuke meiden op het strand.

Mijn boek al gekocht?
http://www.boekenbestellen.nl/boek/wraak-kent-geen-winnaars

©peter gortworst/apr.2022

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , , , , , | 3 reacties