Stoomflarden

‘Goeiemorgen, Henk.’
‘Ook goedemorgen, Anneke, hoe is het?’
‘Goed. Ben je er al uit of ik leuk of leuk leuk ben?’
‘Hallo ….! Dit is wel heel erg met de deur in huis vallen.’
‘Nou?’
‘Ik heb eerst een tegenvraag. Waarom wil jij z….’
‘Eh, eh. Daar doen we niet aan. Ik wil eerst antwoord op mijn vraag. Daarna doen we jouw vraag.’
‘Dat klinkt nogal dwingend.’
‘Ja, en?’
‘Ik houd daar niet zo van.’
‘En ik houd niet van mensen die bij een directe vraag omwegen verzinnen of tegenvragen gaan stellen. Daarom nogmaals de vraag of ik leuk of leuk leuk ben.’
‘Je bent leuk plus.’
…… ‘Leuk plus? Wat moet ik mij daarbij voorstellen?’
‘Ik vond je vanaf het begin al leuk en dat is alleen maar meer geworden. Leuk leuk is echter een verdubbeling en daar ben ik nog niet aan toe.’
‘Omdat?’
‘Omdat we elkaar na zo’n twee maanden telefoongesprekken nog amper kennen.’
‘Wil je mij zien?’
‘Nee, en voor je daar negatieve conclusies aan verbindt: ik creëer je in mijn gedachten en daarin ben je een koningin op een praalwagen.’
‘Poeh! Dat valt mij mee. Weet je hoe ik jou zie?’
‘Als de ezel die de praalwagen trekt?’
‘Haha! Nee, ik zie jou als een stoer natuurmens die voor ons een rolstoelvriendelijke blokhut bouwt in het bos. Je bakt zelf ons brood en maakt voor mij een kruidige tomatensoep. De flarden stoom stijgen uit de pan omhoog en verdwijnen tussen de boomkruinen. Ik heb de tafel gedekt. Voor jou een biertje en ik een glas witte wijn. Na het eten zitten we op de veranda. We genieten van de stilte en de invallende duisternis.’
‘En we wonen daar alleen?’
‘Ja, natuurlijk. Ik ga mijn natuurmens met niemand delen.’
‘Kijk aan! Het is maar goed dat we van elkaar niet weten hoe we eruit zien. Het zou mooie dromen lelijk kunnen verpesten. Begrijp ik nu dat jij ook niet wilt weten met welk gedrocht je te maken hebt?’
‘Ik heb er weleens aan gedacht om jou te videobellen, maar durfde dat toch niet.’
‘Zolang ik in de auto zit, heeft dat ook weinig zin. Ik bel handsfree. De telefoon zelf zit in mijn jas of borstzak.’
‘Gaan we elkaar ooit zien?’
‘Vast wel. Het kan alleen nog even duren.’
‘Ja…… Even wat anders. Heb je afgelopen week een beetje kunnen genieten van het mooie weer?’
‘Ja, de middagpauzes lekker in de zon gezeten en autorijden is ook een stuk plezieriger als het mooi weer is. En jij? Lekker op je balkon?’
‘Klopt. Met de laptop in het zonnetje aan het corrigeren.’
‘Aan die Indische handleiding?’
‘Nee, dat is goddank klaar. Ik werk nu aan een boek dat “Bewoonde huid” heet. Het is zo’n mooi boek dat ik het eerst maar als lezer gelezen heb. Van corrigeren kwam niets terecht omdat ik wilde weten hoe het verhaal verder ging. Dat corrigeren komt daarna wel.’
‘Bewoonde huid klinkt een beetje luguber.’
‘Oh dat is het niet hoor. Het is een prachtig verhaal. De schrijver is een man die ik helemaal niet ken. Peter Gortworst heet hij en het schijnt een man op leeftijd te zijn.’
‘Is dat zijn echte naam?’
‘Ik denk het wel. Met zo’n naam hoef je geen auteursnaam te verzinnen. Dat zou dom zijn. De naam zelf is al opvallend genoeg. Zal ik je er volgende week wat meer over vertellen? Dan heb ik het boek wel uit.’
‘Ja, prima.’
‘Weet je nog wat je mij wilde vragen?’
‘Ja, maar ik denk het antwoord al te hebben.’
‘Oké. Doe je voorzichtig?’
‘Doe ik, Anneke, tot volgende week.’

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Stoom afblazen

‘Hoe is het met mijn Anneke?’
‘Goedemorgen Henk, Ik loop weer op rolletjes.’
‘De klap van vorige week te boven gekomen?’
‘De bult op mijn kop is weg en de blauwe plekken worden groen.’
‘Dat past mooi.’
‘Waarbij?’
‘Bij de lente. Het wordt deze week lenteachtig, zeiden ze op het Journaal. Jouw groene plekken passen bij de bomen die weer groen worden.’
‘Ah! Dat bedoel je. Wat vond je van het nieuws over Iran?’
‘Dat past ook bij de lente.’
‘Huh? Waar slaat dit nu weer op?’
‘Ik kan mij vergissen, maar veel oorlogen zijn ooit in de lente of de vroege zomer begonnen.’
‘Heeft dat met het weer te maken?’
‘Dat denk ik wel. Lange dagen, goede temperaturen en zo …..’
‘Is dat nu ook met Iran?’
‘Misschien wel, maar het zou mij niet verbazen als er ook andere motieven zijn. Het hele Epstein-verhaal bijvoorbeeld. Dat raakt nu op de achtergrond en dat komt die oranje non-vredesduif met een kruisraket in zijn snavel goed uit.’
‘Je bedoelt Trump?’
‘Ja, en is het niet opvallend dat het oude mannetjes zijn die nu de hoofdrol spelen? Trump, Netanyahu en die Khamenei. Die laatste hebben ze naar zijn hiernamaalsharem van ik weet niet hoeveel maagden geholpen, maar ook hij behoorde bij de bejaardenclub. Oude mannetjes die jonge jongens aan flarden laten schieten. Hun raakt het niet. Zij zorgen heus wel goed voor zichzelf en spelen ondertussen hun machtsspelletjes. Niet voor het welzijn van de mensheid, maar voor eigen gewin. Het zou in de natuur zo geregeld moeten zijn dat je vanaf je zeventigste spontaan seniel wordt. Zijn we van een hoop gedonder en gezeik af.’
‘Of vrouwen laten regeren …..’
‘Dat is nog niet zo’n gek idee, Anneke.’
‘Meen je dat echt?’
‘Ja. Vrouwen zijn per definitie geen haantjes en daarmee heb je de eerste winst al te pakken. Ik zal je verklappen dat ik bij verkiezingen altijd op de eerste vrouw van de lijst stem. ….. Ook zoiets! Die ministers die er nu zitten. Het zijn verdomme net verkopers. Bij de ene baas verkopen ze stofzuiger A want dat is de beste, en bij de volgende baas verkopen ze stofzuiger B want die A is rommel die eigenlijk niet verkocht zou mogen worden. Sommigen van die ministers zaten ook in het vorige kabinet en nu verkopen ze een nieuw beleid dat veel beter is dan het vorige. Gladjakkers zijn het. Palingen in een emmer snot!’
‘Lekker stoom aan het afblazen, Henkie?’
‘Ja, en weet je wat het beroerde is? Je mag één keer stemmen en daarmee geef je de haantjes, de baantjesjagers, de zakkenvullers, het grote geld en de investeerders weer vrij baan. Woningnood? Tja, moeilijk, moeilijk. Toeslagenaffaire? Complex geheel. Eigen bijdrage? ’t Wordt allemaal wel duurder. AOW-leeftijd? Het moet wel betaalbaar blijven. Natuur, milieu, stikstof? Het heeft onze aandacht maar we doen er liever niets mee. Weet je, Anneke, ik denk dat er van het huidige kabinet niets te verwachten is. Zolang die VVD de toon bepaalt, wordt er geen ander liedje gezongen.’
‘Henk?’
‘Ja?’
‘Is de stoom al van de ketel of komt er nog meer?’
‘Hoezo? Draaf ik door?’
‘Een beetje, maar de telefoon twintig centimeter van mijn oor afhouden geeft kramp in mijn pols. Ik houd het niet meer zo lang vol.’
‘O, sorry.’
‘Henk?’
‘ Ja?’
‘Vind je mij leuk?’
‘……’
‘Henk?’
‘Ja, ik hoorde je wel. Ik moet alleen even omschakelen. Geen vraag waar ik op rekende.’
‘……’
‘Nou?’
‘Als ik onze gesprekken niet leuk zou vinden, belde ik je niet.’
‘Ik heb het niet over onze gesprekken. Ik heb het over mij.’
‘…… ik uh …… ik denk dat ik jou wel leuk vind.’
‘Gewoon leuk of leuk leuk?’
‘Pfff, wat is het verschil?’
‘Denk daar de komende week maar eens over na.’
‘…… Oh, …… uh ……ja……’
‘Tot volgende week, Henkie.’

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Stoomfluit

‘Goeiemorgen, Anneke, hoe staat het leven?’
‘Het staat niet. M’n rug doet zeer en mijn kop doet pijn.’
‘Hoe dat zo?’
‘Vrijdagmiddag met de rolstoel achterover geklapt.’
‘Te veel gas gegeven en een wheelie gemaakt?’
‘Nee, ik kreeg eindelijk mijn op- en afrit naar het balkon. Ik heb daar een onmogelijk hoge drempel die ik met de rolstoel niet kan nemen. Al tijden terug bij de WMO daar een voorziening voor gevraagd en vrijdag hebben ze die dingen neergelegd. De man vertrok en ik proberen natuurlijk. Naar beneden ging goed. Omhoog niet. Ik had achteruitrijdend omhoog moeten gaan. De helling was gewoon te steil. Nu klapte ik op mijn rug en daar lag ik. De rolstoel kon ik rechtop zetten maar daar weer inklimmen lukte niet. Tot bovenmaat van ramp waaide de balkondeur ook nog dicht.’
‘Jeetje! En toen?’
‘Kijken of er beneden iemand op straat loopt die mijn ouders kan waarschuwen. En of de duvel er mee speelt, Henk, geen mens te zien.’
‘O, ik ken dat. Altijd en in elke keukenlade elastiekjes tegenkomen en op het moment dat je er eentje nodig hebt, is er geen eentje meer te vinden.’
‘….. Zo iets, ja …..’
‘Klopt het niet?’
‘Ik probeer even jouw gedachtegang te reconstrueren. Hoe kom je van een hulpeloze vrouw op het balkon naar elastiekjes in de keukenlade?’
‘Het gaat om de verwachting die je hebt. Jij ging ervan uit dat er mensen zouden lopen en die waren er niet. Ik weet zeker dat er in mijn autovoorraad een aantal specifieke schroefjes zijn en kan ze, als ik ze nodig heb, niet vinden. Ik heb zin in zure zult. Het ligt altijd in het schap bij de Jumbo en precies nu niet. Snap je?’
‘….. Ik moet daar later maar over nadenken…..’
‘Ja, doe dat. Maar hoe liep het af?’
‘Ik ben om hulp gaan roepen en gelukkig hoorde mijn buurvrouw dat. Ze vroeg vanaf haar balkon of er een ziekenwagen moest komen en prompt zag ik spookbeelden van een brandweer met een ladderwagen die met loeiende sirenes en stoomfluit aan kwamen snellen. Ik zag ze mij al op een brancard van het balkon takelen. Gelukkig kon ik haar vertellen dat ze alleen maar even bij mijn ouders aan hoefde te bellen en dat heeft ze ook gedaan.’
‘Jij liet ook je gedachten gaan.’
‘Huh?’
‘Ik bedoel het spookbeeld van die brandweerauto.’
‘Ja…..?’
‘Ik zal je een voorbeeld geven. Mijn ouders woonden in een klein dorp. Een knus huis met een mooie siertuin en een moestuin. Op een morgen vertelt mijn vader dat de uien gerooid moeten worden. Mijn moeder denkt even na en zegt dan dat ze bij Jaap langs moeten. Ik begreep niet hoe ze van uien rooien op Jaap kwam. Volgens haar was dat heel simpel. Uien rooien betekent dat er hutspot en uiensoep gemaakt gaan worden. Dat is zo veel dat het meeste de vriezer ingaat. Daarvoor heeft ze niet meer genoeg opbergbakjes en die kan ze in de stad kopen.  Met de hoeveelheid benzine die nog in de auto zit, haalt ze de stad niet en dus gaat ze eerst bij Jaap langs omdat die een tankstation heeft. “Zo moeilijk is het niet, Henk”, zei ze nog.’
‘Haha! Hoe reageerde jouw vader?’
‘Die dacht daar niet over na. Ik denk dat hij dit soort gedachtekronkels wel gewoon was. Maar even wat anders: Jij hebt geen gevoel meer in je benen, toch?’
‘Nee.’
Je voelt dus niets als jij je stoot of verwondt?’
‘Nee. Het is daarom dat ik mij meerdere keren per dag controleer.’
‘Het lijkt mij doodeng.’
‘Is het ook, maar het heeft ook voordelen. Als ik de Vierdaagse van Nijmegen ga lopen, heb ik geen last van blarenpijn.’
‘En een operatie aan een versleten knie kan zonder verdoving.’
‘Jij snapt het, Henk. Heb je hierover lopen nadenken?’
‘Ja.’
‘Dat is lief.’
‘Och …..’
‘Nee, echt, Henk. Wat kennen we elkaar nu en dat jij aan mij denkt, vind ik bijzonder.’
‘……’
‘Ach, gossie, is mijn Henkie nu verlegen?’
‘Is het niet normaal om aan iemand te denken met wie je een leuk contact hebt?’
‘Wat de ene als normaal ziet, kan voor de ander bijzonder zijn.’
‘Hmm, laat ik het zo zeggen: ik vind ons contact bijzonder en aan jou denken is daar een logisch gevolg van.’
‘En wat denk je dan?’
‘Veel. Ik probeer mij voor te stellen hoe het is om invalide te zijn, hoe het is om alles met een rolstoel te doen, hoe het is om hulp te vragen, afhankelijk van anderen te zijn, hoe je eruit ziet, hoe jij de toekomst ziet, of je nog wel kunt genieten van je lijf, hoe oud je bent, of je nog wel alles kunt eten …..’
‘Tjonge, wat een vragen! En waarom wil je dat allemaal weten?’
‘Omdat ….. omdat ….. ik geïnteresseerd in je ben.’
‘Geïnteresseerd?’
‘…..Ja….?’
‘En waar heb ik dat aan verdiend? Aan mijn rolstoel?’
‘Ik was het al voor jij met de openbaring van je rolstoel kwam.’
‘Mijn rolstoel heeft daar geen verandering in gebracht?’
‘Je bent meer dan een vrouw met een niet-werkend onderlijf.’
‘Dat klopt. Fijn dat je dit zo ziet. Als je in een rolstoel zit, wordt vaak niet voor vol …. Oh, er wordt gebeld. Ik moet ophangen. Het zal de huisarts zijn die mij komt bewonderen. Tot volgende week, Henk!’
‘Oké. Tot volgende week, Anneke.’

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Stoomwolkjes

‘Goeiemorgen Anneke, hoe is’t?’
‘Het loopt op rolletjes. Ik zit aan het ontbijt. En jij?’
‘Ja, ook op rolletjes, maar dan 80 kilometer per uur.’
‘Dat haal ik alleen als ik met mijn rolstoel in het Limburgse Slenaken van de Koningsberg naar beneden rijd.’
‘Lijkt mij niet verstandig.’
‘Is het niet glad?’
‘Daar hebben ze in het noorden last van. Ik ben op weg naar Delft en hier is het alleen maar druk. Zouden we het deze keer niet over politiek hebben?’
‘Ja., kunnen we doen maar welke? De wereldpolitiek, de Amerikaanse of de Nederlandse?’
‘Van de hele wereld weet ik te weinig. De Amerikaanse is een democratie in verval waar ik mij best wel zorgen over maak, maar weinig zinnigs over kan zeggen, dus blijft de Nederlandse over.’
‘Waarom maak jij je zorgen over Amerika?’
‘De US heeft, of je dat nu wilt of niet, veel invloed op de westerse wereld. Neem alleen maar bedrijven als Microsoft of Google. Als dat grote oranje kind het op z’n heupen krijgt, kan hij met die bedrijven ongelooflijk veel schade aanrichten. Je wil niet weten hoe afhankelijk wij en ons land van hen zijn.’
‘Dan snijden ze in hun eigen vlees.’
‘Ik heb niet de indruk dat Trump daar wakker van ligt. Hij zal alleen kijken hoeveel hij en zijn vriendjes er rijker van worden. Dat het klootjesvolk daarmee naar de knoppen gaat, zal hem worst zijn.’
‘Trumpworst.’
‘Ja! Haha! Weer iets waar de gek zijn naam op kan zetten. Mijn buurvrouw zei onlangs nog “Gekken en dwazen schrijven hun namen op deuren en glazen”. Een oud gezegde, maar bij Trump akelig actueel. Je zal nu toch maar een weldenkende Amerikaan zijn. Ik zou mij grote zorgen maken.’
‘Op welke partij heeft mijn Henkie vorig jaar gestemd?’
‘Op D66. En jij?’
‘Een voorkeurstem op Lisa Westerveld.’
‘Laat mij raden. Je deed dat vanwege haar strijd voor de jeugdzorg en het gehandicaptenbeleid.’
‘Klopt. Ben jij nu tevreden over jouw D66?’
‘Nee. Beslist niet. Ik voel mij genaaid. Die Rob Jetten heeft zijn oren laten hangen naar de VVD van njet, njet en njet. Als er dan toch een minderheidskabinet moest komen, waarom dan niet van D66, CDA en PVDA/GroenLinks? Hij heeft zich naar rechts laten trekken en dat valt mij zwaar van hem tegen.’
‘Ik had gehoopt dat we weer normaal zouden gaan doen. Geen experimenten meer, maar regeren met het oog op de lange termijn. Ik heb zo’n bloedhekel gekregen aan dat hijgerige vliegen afvangen en dat ad hoc geklooi. “Wie trouwt met de waan van de dag, is snel weduwe”. Ik hoor het Pechtold nog zeggen en hij had gelijk.’
‘Denk je dat dit kabinet er lang zal zitten?’
‘Ik weet het niet, Henk. Misschien verrassen ze ons in positieve zin, maar ik heb er een hard hoofd in. Vooralsnog ziet het er naar uit dat ik met mijn verlaagde financiële middelen de economie uit het slop moet trekken. Even iets heel anders: denk jij doordeweeks weleens aan mij?’
‘Ja.’
‘Wat dan?’
‘Ik kijk uit naar de maandagmorgen. Dan mag ik je weer bellen en dat maakt mij blij. Ik denk overigens dat jij een bijzonder mens bent.’
‘In de zin van …..?’
‘Je klinkt zo monter, zo opgewekt.’
‘Had ik zielig moeten klinken?’
‘…..Nou …., ik kan mij voorstellen dat niet meer kunnen lopen iets met je doet. Als het mij zou overkomen, mag je me afspuiten.’
‘Dat dacht ik ook.’
‘Maar je hebt het niet gedaan.’
‘Nee. Ik heb ontdekt dat er nog redenen zijn om te leven. Mijn revalidatie is nog niet afgelopen. Die maakt dat ik iedere keer wat meer zelfstandigs kan doen. Ik heb ouders en ik kan het hun niet aandoen om deze dochter te begraven. Er zijn regelmatig leuke dingen waar ik van geniet en sinds kort is er een Henkie die mij wekelijks belt om zijn verhaal kwijt te kunnen.’
‘Dat is niet waar! Jij zeurt mij de kop gek!’
‘Poeh hé! Voel jij je aangevallen? Hoe bevalt het boven op de kast?’
‘Prima. Kom je erbij?’
‘Kom naar beneden, pak een stoel en ga naast mij zitten. Dat vind ik veel leuker.’
……
‘Anneke?’
‘Ja, Henk.’
‘Ik vind je bijzonder …..’
‘Omdat ik in een rolstoel zit?’
‘Nee. Om wie je bent, hoe je klinkt, wat je zegt en denkt ….. Dat dacht ik al voor jij over je rolstoel begon.’
‘We weten van elkaar niet hoe we eruitzien.’
‘Wil je dat weten?’
‘Nog niet. Misschien in de toekomst. Als je niet meer denkt dat ik een creatuur ben met vuur uit de bek en stoomwolkjes uit de oren.’
‘Doe niet zo raar. Dat heb ik nog geen enkele keer gedacht.’
‘Wat dacht je dan?’
‘Iets tussen een engel en een heks.’
‘Een gewoon mens dus.’
‘Precies.’
‘Ga je mij volgende week weer bellen?’
‘Dan is het jouw beurt om te zeuren.’
‘Haha! Dag lieve Henk.’
‘Dag lieve Anneke.’

’t Gaat verder …..
 

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Stoomstoel

‘Goeiemorgen Henk, hoe is het?’
‘Hoi Anneke, ’t gaat. Het is maandagmorgen. Het is begin februari en het is koud en donker. Dat zijn geen omstandigheden die mij enthousiast aan de dag laten beginnen.’
‘Hoe laat sta jij meestal op?’
‘Zes uur. Kop onder de koude kraan, scheren, bordje Brinta en dan weg.’
‘Dan ben jij met een uurtje wel klaar.’
‘Makkelijk. En jij?’
‘Ik sta om half zeven op, maar aan dat uurtje heb ik niet genoeg. Bij mij gaat het richting de twee.’
‘Dat lijkt mij ook typisch iets voor vrouwen. Die hebben altijd meer tijd nodig.’
‘Ach, Henkie toch, wat een vooringenomenheid weer ….’
‘Klopt dat niet dan?’
‘Klopt het dat mannen niet elke dag een schone onderbroek aantrekken? Dat mannen hun handen niet wassen na toiletbezoek? Dat een vrouw geen automonteur kan worden of lasser of meubelmaakster? Dat alle vrouwen de kunst van multitasking bezitten? Dat mannen altijd stoer moeten zijn en vooral nooit mogen huilen? Bedoel je dat?’
‘Noemen ze dat niet generaliseren?’
‘Ja, en dat is precies wat je deed.’
‘Maar twee uur nodig hebben om op te staan, douchen, je opmaken en eten is toch gewoon veel?’
‘Niet als ze ’s morgens je darmen spoelen en je blaas legen met een katheter, gewassen wordt en ze je in de kleren helpen voordat je eindelijk in je rolstoel kan gaan zitten. En dan moet ik nog eten.’
‘……’
‘Henk? Ben je er nog?’
‘….. Ja …..’
‘Je mag wel ophangen, hoor. Ik ben dat wel gewend.’
‘Doe niet zo idioot. Ik ben aan het verwerken wat je net zei. Je zit in een rolstoel? Kan je niet lopen?’
‘Niet meer, nee. Ik heb een complete dwarslaesie.’
‘Sjezus ….. Hoe kom je daaraan?’
‘Een avontuurlijke wandeling in Wales iets te avontuurlijk maken. Ik ben op de rand van een nogal steile berg gaan staan en twaalf meter naar beneden gedonderd. Zware hersenschudding, rug gebroken en rechter bovenarm. Er moest een helikopter aan te pas komen om me op te halen.’
‘Was je daar alleen?’
‘Nee, met mijn vriend. We waren op vakantie.’
‘En toen?’
‘In Cardiff hebben ze mij geopereerd om te redden wat er te redden viel. Dat was niet veel. Het was snel duidelijk dat de zenuwen in mijn rug echt kapot waren. Wandelvakanties kon ik vanaf dat moment wel op mijn buik schrijven. Ze hebben mij, zodra het kon, naar Nederland gebracht.’
‘Wanneer is dit gebeurd?’
‘Augustus 2022.’
‘En het is zeker dat je nooit meer kan lopen?’
‘Ja …..’
‘Vreselijk….. Nu begrijp ik ook dat samen met je moeder koken.’
‘Dat die in dezelfde flat als ik zijn gaan wonen was een godsgeschenk.’
‘En je vriend?’
‘Die kon niet dealen met een gehandicapte vriendin. Daar is hij heel eerlijk in geweest en ik snap hem ook wel. Ik zal altijd zorg nodig hebben en daarmee doe je een beroep op je partner. Mijn beperkingen beperken hem ook.’
‘Hij liet je wel alleen.’
‘Daar was hij de enige niet in. Ik heb ontdekt dat een rolstoelrijdster een raar ding is. Ik ben een heel aantal vriendinnen kwijt, word aangesproken alsof ik achterlijk ben, ze vragen op het terras aan mijn moeder wat ik wil drinken en als ik met mijn vader aan het winkelen ben, vragen wildvreemden aan mijn vader of ik zijn dochter ben en wat er met mij aan de hand is.’
‘Ik denk dat dit nog maar het topje van de ijsberg is.’
‘Haha! Ja, dat klopt. Ik ben heel goed in confronteren geworden. Als een zaak het nodig vindt om de klanten een paar treden te laten nemen voordat ze naar binnen kunnen, pak ik de telefoon en vraag of ze even naar buiten komen. Als ze dat doen, vallen er woorden als discriminatie, geen oog voor de medemens, kortzichtigheid en de vraag wanneer er iets aan gedaan wordt. Negen van de tien keer komen ze met flutargumenten. Mijn rolstoel wordt dan een stoomstoel waarmee ik al hun onzinwoorden en argumenten aan gruzelementen wals.’
‘Helpt dat?’
‘Twee zaken hebben al een mooie oprit laten maken.’
‘Kijk aan. Het werkt dus. Even wat anders. Ik sta bij de klant voor de deur en moet ophangen. Volgende week weer bellen?’
‘Doe je dat echt?’
‘Waarom niet?’
‘….. Weet ik eigenlijk niet ….. ‘
‘Je bent bang dat ik één van de afhakers ben?’
‘…..’
‘Ik bel je volgende week.’
‘Dat is lief, Henk.’
‘Dag Anneke.’
‘Dag lieve Henk.’

(wordt vervolgd)

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , , , , | 1 reactie

Stoomdruk

‘Henk, ik heb een vraag.’
‘Uh ….. Goedemorgen Anneke.’
‘….. Oh, uh, ja. Ook goedemorgen.’
‘Wat is er zo dringend?’
‘Ik bedacht net, voor ik je ging bellen, een vraag en was bang dat ik hem zou vergeten.’
‘En de vraag is?’
‘Hoe doe jij dat met eten?’
“Hoe doe ik het met eten? Wat bedoel je? Vraag jij je af of ik wel genoeg en gezond eet?’
‘Nee, dat niet. Kook jij voor jezelf elke avond een warme maaltijd of eet je buiten de deur?’
‘Ah, bedoel je dat? Nou, meestal kook ik zelf, maar dan wel zo veel dat er twee of drie bakjes de vriezer ingaan. Soms eet ik bij de klant of krijg eten mee en ben ik laat thuis, dan gaat er een bakje uit de vriezer de magnetron in. En hoe doe jij dat?’
‘Mijn ouders wonen in hetzelfde flatgebouw als ik. ’s Avonds kookt mijn moeder of ik. We wisselen dat eerlijk af en elke dinsdagmiddag ga ik met mijn vader voor een week boodschappen doen.’
‘Jij zit dus niet alleen aan tafel.’
‘Ik niet, nee. Jij wel, hè?’
‘Ik zit alleen aan tafel als ik soep eet. Daar mors ik nog weleens mee.’
‘Hè? ….. nee, gekkie. Een andere alleen. Of je in je eentje eet. Dat bedoel ik.’
‘Oh ….. ja, ik eet in m’n uppie.’
‘Heb jij jezelf koken geleerd?’
‘Deels. Ik doe bij klanten vaak wat kennis op en ik heb een heel oud kookboek waarin bijvoorbeeld een recept staat van erwtensoep. Dat maak ik regelmatig en geloof mij, midden in de zomer is die soep ook lekker.’
‘Is dat met zo’n uitgekookt varkensbot met van dat rillende spek?’
‘Haha! Nee, dat laat ik weg. Ik gebruik speklapjes en natuurlijk rookworst. Ik hoorde dat de HEMA weer de oude originele rookworst gaat verkopen en die komt er dan in.’
‘Ja, die nieuwe worst …. dat was een stomme fout van hen. Heeft jouw moeder je niet geleerd te koken?’
‘Koken is meidenwerk, meende mijn moeder. Die bonjourde mij steevast de keuken uit.’
‘En hoe vindt ze dan nu hoe je het doet?’
‘Geen idee. Kort na mijn vaders dood heeft ze alle contact met ons verbroken.’
‘Hè? Waarom dat dan? En wie zijn “ons”?’
‘Mijn twee zussen en ik. Vrij snel na de begrafenis leerde ze een man kennen en is bij hem ingetrokken. Ze woont nu ergens in Brabant. We weten niet of het contact op zijn initiatief verbroken is of dat ze het zelf wilde. Als je belt, word je gewoon weggedrukt.’
‘En als je voor de deur gaat staan?’
‘We hebben geen idee waar ze wonen.’
‘Jasses, wat naar. Hoe staan je zussen erin?’
‘Voor hen is het erger. Hun kinderen hadden vrij plotseling een opa minder en nu is er ook geen oma meer.’
‘En jij geen ouders ….. Hoe is het contact met je zussen?’
‘Gewoon goed. We weten elkaar te vinden als het nodig is en natuurlijk zien elkaar op verjaardagen. …..Hm, zo natuurlijk is dat niet, bedenk ik mij net.
‘Hoe sta jij er zelf in?’
‘Tja ….. Een beetje leeg gevoel. Er is iets weg dat er altijd zou moeten zijn en ik begrijp het ook niet. Hoe kan je als ouder afstand nemen van je kinderen? Ik weet niet beter dan dat er een onlosmakelijke band is tussen ouders en kinderen, maar blijkbaar heb ik het mis.’
‘Er is altijd een bloedband, maar die is ondergeschikt als het in de bovenkamer niet goed zit.’
‘In dat geval komt het nooit meer goed.’
‘Dat kan je niet zeggen. Ik denk dat je altijd moet hopen op een verandering.’
…..
‘Wat een gesprek op de maandagmorgen, zeg.’
‘Jij begon met je vraag.’
‘Sorry maar niet sorry, Henk. Weet je dat ik mij vandaag ook in de voedselindustrie ga storten?’
‘Nee. Waarmee dan?’
‘Een bedrijf gaat een Indiase machine importeren. Dat ding schilt aardappelen en maakt er gelijk frietjes van. De technische gegevens en gebruiksaanwijzing staan in zo gebrekkig Nederlands dat niemand er iets van snapt. Nu moet het natuurlijk allemaal in no-time klaar zijn, dus er zit nogal wat druk op de ketel.’
‘Spannend. Het zijn overigens patatten en geen frietjes.’
‘Het is friet.’
‘Patat.’
‘Friet!’
‘Patat!’
‘Henk! Je gaat nu toch geen ruzie met mij maken? Ik ga je Frietenhenkie noemen hoor!’
‘En dat zegt Patanneke …..’
‘Goed, Aardappelstaafje, ik ben niet boos maar wel verdrietig. Nu ga ik aan de slag.’
‘Pardon? Reclame maken voor een regeerakkoord?’
‘….. Ah! Nee, doe mij een lol. Zullen we het daar volgende week over hebben?’
‘Nou, vooruit. Eventjes dan. Tot volgende week, Anneke.’
‘Dag Henkie.’

(word vervolgt)

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Vroeg op stoom

‘Hoi Anneke! Met Henk.’
‘Man, wat bel je vroeg. Heb je in je bed geplast?’
‘Haha! Nee, ik ben een grote jongen. We moeten alleen op tijd bij de klant zijn en eenmaal aan het werk kan ik je niet bellen.’
‘We? Zit je niet alleen in de auto?’
‘Jawel hoor. We rijden met twee auto’s. Hoe is het met je somber makende boek?’
‘Da’s gelukkig klaar.’
‘Waar ging het over?’
‘Over een vrouw van wie de man zich doodgereden had.’
‘Dat is wel heftig.’
‘Ja, vooral omdat nooit duidelijk is geworden of hij dat expres heeft gedaan of dat het een echt ongeluk was.’
‘Geen vrolijk verhaal dus. Daar kan je inderdaad somber van worden.’
‘Weet je, Henk, het is niet het verhaal dat mij somber maakte. Het is goed wanneer mensen hun verhaal op papier zetten. Je wordt zo gedwongen je gedachten te ordenen en dat brengt vaak duidelijkheid en rust. Maar in dit geval was het de opstelling van die vrouw. Ze meende dat iedereen op de hoogte moest zijn van haar belevenissen, rouwproces en twijfels en dan krijg je onrealistische verwachtingen. Er zouden duizenden boeken gekocht worden, recensies in landelijke dagbladen, interviews op tv, de rode loper van het boekenbal en dat soort dingen. Mij inschakelen paste natuurlijk in dat straatje, terwijl ik weet dat de verkoop zeer beperkt zal zijn. Het is die arrogantie, of misschien moet ik zeggen domheid, die mij somber maakt. Ik ontzeg niemand de kans om te schrijven, maar ken jezelf.’
‘Toe maar. Je komt aardig op stoom. Zaten er veel fouten in?’
‘Veel grammaticale fouten, zinnen die niet klopten, verhaallijnen waar je niet uit kon komen, beperkte woordenschat, tegenwoordige tijd en verleden tijd door elkaar gebruiken ….’
‘Ik vermoed dat in het corrigeren veel werk in zit.’
‘Klopt en dat is niet erg als ze er maar wat mee doet. Als ik een boek redigeer, zal je als schrijver daarna aan de bak moeten. Je boek wordt er beter van. Ik heb sterk de indruk dat zij dat niet doet. Prima, maar vraag mij dan niet om je boek te behandelen. Het is nu alsof al mijn werk flauwekul is. Ik werk niet alleen voor het geld. Het werk geeft plezier en het is ook een erezaak. Ik verbind er wel mijn naam aan en als er dan geen fouten worden gecorrigeerd, gaat dat ten koste van mijn reputatie.’
‘En betaalt zij jou per uur?’
‘Per woord.’
‘Ah ….’
‘Lees jij veel?’
‘Keuringsrapporten, memo’s over veiligheidsmaatregelen, installatievoorschriften, gebruiksaanwijzingen en soms een boek.’
‘Wat voor boek ben je nu aan het lezen?’
‘De politiemoordenaar van Sjöwall en Wahlöö. Een Zweedse misdaadroman.’
‘Is het een goed boek?’
‘Ik denk dat de meningen over wat een goed boek is, nogal verdeeld kunnen zijn. Laat ik zeggen dat het voor mij een aantrekkelijk boek is.’
‘Waarom?’
‘Het is nogal gedateerd. Uitgegeven in 1976, maar dat maakt niet uit. Het is realistisch beschreven. Weinig verhullend taalgebruik. Laat ik het zo zeggen: als er een moord is gepleegd, weet je vrij nauwkeurig hoe dat gedaan is. Wat ook leuk is: het speelt zich af in Stockholm en je kan de kaart van de stad erbij leggen om na te gaan waar het een en ander zich afspeelt. De beschreven straten zijn er gewoon.’
‘Is dat het genre dat je leest?’
‘Ook. Mijn vader was een liefhebber van Godfried Bomans en Jan Wolkers. Twee boekenplanken vol. Daar moet ik nog aan beginnen.’
‘Dat zijn wel iconen uit het verleden.’
‘En?’
‘Niks. Ik zeg alleen dat het iconen uit het verleden zijn. Leeft je vader niet meer?’
‘Nee, die is twee jaar terug gestorven. ….. Longkanker…..’
‘…..’
‘En wat leest Anneke?’
‘Teksten van klanten. Ik kan mij er niet toe zetten om gewoon een boek te lezen. Ik weet zeker dat er met een corrigeerpet wordt gelezen.’
‘Noemen ze dat niet “beroepsdeformatie”?’
‘Dat zou zomaar kunnen. Heb jij met jouw machines daar geen last van?’
“Als er iets nieuws op de markt komt, wil ik graag weten hoe het werkt. Dat kan ik moeilijk deformatie noemen. Het is meer een hang naar informatie.’
‘Leuke woordspeling ….’
‘Oh …. tja, het gaat vanzelf.
‘Ga ik je volgende week weer bellen?’
‘Dat durf je best.’
‘Dat denk ik ook. Fijne dag, Henk.’
‘Jij ook. Tot volgende week.’

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Steamer en zo

‘Met Henk.’
‘Dag Henk, met Anneke. Ken je me nog?’
‘Uh …. Ja …. Had ik jou vorige week niet per ongeluk gebeld?’
‘Klopt, en ik ben benieuwd hoe het nu met je is.’
‘…. Uh …. Goed …. Uh…. Leuk dat je belt, maar waarom?’
‘Omdat ik vanmorgen bedacht dat het een week geleden is.’
‘Dat ik je belde ….?’
‘Ja.’
‘En dat is het herdenken waard?’
‘Vind je het niet leuk dat ik je bel?’
‘Ja, dat wel. Ik had er gewoon niet op gerekend. Je overvalt mij er wel mee.’
‘Daar schijn ik nogal goed in te zijn. Ben je weer onderweg naar een kapotte steamer?’
‘Nee, preventief onderhoud in de keuken van een kazerne.’
‘Aan die stoommachines?’
‘Ja, maar ook aan vaatwasmachines, kookketels, braadsleden, friteuses …. ‘
‘Is dat spannend?’
‘Absoluut niet.’
‘Heb jij afgelopen week nog aan ons telefoontje gedacht?’
‘Ja, zo af en toe.’
‘Omdat?’
‘Omdat het een verrassend leuk gesprekje was. Je had mij ook af kunnen snauwen.’
‘Waarom zou ik dat doen?’
‘Misschien stoorde ik je bij iets belangrijks.’
‘Maar dan kan je toch gewoon vriendelijk blijven?’
‘Dat lijkt mij ook.’
‘Hoe oud ben jij eigenlijk?’
‘Negenentwintig. En jij?’
‘Henk toch! Je vraagt een dame nooit naar haar leeftijd!’
‘Sorry.’
‘Beschrijf jouw uiterlijk eens.’
‘Als Swarzenegger in zijn jonge jaren. En jij? Of mag ik dat ook niet vragen?’
‘Jij een Swarzenegger? Ha, ha! Dat zal wel. Nou, ik ben het evenbeeld van Brigitte Bardot.’
‘Da’s niet best. Zij is een lijk in verregaande staat van ontbinding.’
‘Zo voel ik mij vandaag ook. Ik ben een rotboek aan het redigeren dat mij somber maakt, het is maandag en ik heb met nog niemand kunnen kletsen. Heb je het nieuws vanmorgen al gehoord?’
‘Over Trump en Groenland?’
‘Nee, dat van die treinen in Spanje. Twee hogesnelheidstreinen zijn op elkaar geklapt. Ze spreken nu al over tientallen doden.’
‘Dat klinkt niet best. Ik zal straks even luisteren en kijken. Even wat anders: bel je mij om even te kunnen kletsen?’
‘Ja.’
‘Ik vermoed dat je alleen woont?’
‘Helaas wel. En jij?’
‘Ik ook, maar niet helaas. Vorig jaar een appartementje gekocht dat voor één persoon te groot is en voor twee net te klein.’
‘Ik heb een ruime huurflat op drie hoog. Grappig. Als je een flatje koopt, heet het ineens een appartement. Ik huur en dan blijft het een flatje. Je woont toevallig niet in het centrum van Utrecht?’
‘Gelukkig niet. Het zal je maar gebeuren. Eén knal en je bent alles kwijt.’
‘Ben jij bewust single?’
‘Nee. De ware is nog niet verschenen. Ik ben nogal kieskeurig. Wat is er helaas aan jouw alleen-zijn?’
‘Ik had een vriendje en plotseling was ik niet goed genoeg meer. Van de ene op de andere dag liet hij mij in de steek.’
‘Dat klinkt klote.’
‘Dat was het ook.’
‘Was dat vrij recent?’
‘Begin 24.’
‘En nog geen nieuwe Adonis tegengekomen?’
‘Nee. Ik denk dat mijn gebruiksaanwijzing te gecompliceerd is.’
‘Iedereen heeft toch zo’n ding?’
‘Ja, maar er zitten graden van moeilijkheid in en ik denk dat de mijne valt onder de categorie “zwaar”.’
‘Ach, op elk potje past een dekseltje, toch?’
‘Ik ben geen pot.’
‘….. Dat bedoel ik niet.’
‘Weet ik.’
…..
…..
‘Henk?’
‘Ja?’
‘Mag ik je volgende week weer bellen?’
‘Dan is het weer maandag.’
‘Misschien heb ik je juist dan nodig.’
‘Oh .…. Uh ….. ja, oké …..’
‘Fijne dag, Henk.’
‘Jij ook, Anneke. Sterkte met je boek.’

(word vervolgd)

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Steamer

‘Met Anneke.’
‘Goedemorgen, met Henk. Kunt u mij doorverbinden naar de keuken?’
‘Daar ben ik al.’
‘ ….. Oh ….. Ik zou om negen uur bij u zijn, maar ik sta vast in de file. Het wordt iets later.’
‘Leuk dat je komt maar wat is er mis in mijn keuken?’
‘Volgens mijn bon stoomt de oven niet meer.’
‘Mijn oven? Dat heeft’ie nog nooit gedaan.’
‘U heeft toch een Rational steamer?’
‘Ik heb een Siemens die onder het aanrecht zit.’
‘…..’
‘Heeft u wel het goede nummer?’
‘021 2387650’
‘Bijna helemaal goed. De laatste cijfers zijn 60. Je hebt dus een fout nummer ingetoetst.’
‘Dat is dom.’
‘Of onhandig.’
‘Ja, dat kan ook.’
‘Waar moet je zijn?’
‘Uh ….. verzorgingshuis de Ommelanden aan de Tulpenstraat.’
‘Dat is hier in de buurt. Weet je hoe je moet rijden?’
‘Ik heb Google Maps.’
‘Dan moet het wel goedkomen. Wat is trouwens een steamer?’
‘Een oven waar je in bakken kan, maar ook regenereren en koken.’
‘Klinkt interessant. Is dat ook iets voor een particulier?’
‘Dat denk ik niet. Die dingen kosten hartstikke duur.’
‘Ze kosten veel of ze zijn duur. Iets wat duur kost, is geen goed Nederlands.’
‘Sorry …..’
‘Geeft niet. Het is mijn vak om daar op te letten.’
‘Hoezo? Wat voor vak is dat dan?’
‘Ik haal taal- en stijlfouten uit teksten. Dat kunnen boeken zijn maar ook scripties of
jaarverslagen van bedrijven.’
‘Is dat niet vreselijk saai?’
‘Niet als je het leuk werk vindt. Geeft jouw werk je voldoening?’
‘Oh, zeker. Als een oven het weer doet, zijn de klant en ik blij. Bovendien is er geld verdiend.’
‘Wat is belangrijker? Het geld of de voldoening?’
‘Uh ….. beide, denk ik.’
‘Dat is mooi. Ik houd je niet langer op. Je moet je klant nog bellen dat je later komt.’
‘Oei, bijna vergeten. Leuk om je gesproken te hebben.’
‘Ja, het was even onverwacht gezellig op de vroege morgen. Fijne dag en succes met de reparatie.’

‘Met Anneke.’
‘Met Henk, de man van de oven.’
‘Dag Henk. Weer het verkeerde nummer?’
‘Nee, ik wil je laten weten dat ik ons gesprek van vanmorgen erg leuk vond.’
‘Oh? Waarom?’
‘De meeste mensen reageren nogal narrig als je verkeerd verbonden bent. Jij was aardig. Een verademing.’
‘Vriendelijkheid kost niets. Nu op weg naar huis?’
‘Ja.’
‘Goede reis.’
‘Dank je.’

(wordt vervolgt)

Geplaatst in startpagina | Tags: , , , , | 1 reactie

Slachtpartij

Om maar met de deur in huis te vallen: Ik heb minstens drie mensen vermoord. Robert die door Hanke om verwarring te voorkomen ‘Ropa’ werd genoemd, leeft niet meer. Hanke zelf die eigenlijk Lola heette, is niet meer en ook Sophie, de korpschef moest het ontgelden.

Ik heb ze niet lichtzinnig om het leven gebracht. De moordpartij of beter gezegd ‘de massaslachting’ want er waren nog meer personen het slachtoffer, kostte mij vele hoofdbrekens. Ik kende ze al aardig goed. Voor Hanke had ik een zwak, Ropa met zijn grote geheim dat hij nog niet aan Hanke kon vertellen, begreep ik en Sophie, de struise, doortastende no-nonsens veertiger met een veelbelovende toekomst, kon ik niets zinnigs bieden. Geen van hen had iets verkeerd gedaan. Ieder had zijn of haar verhaal maar het was juist de samenvoeging van hun verhalen, hun verleden en mogelijke toekomst die onontwarbare knopen opleverde. De titel van het boek zou: ‘Het tegenwoordige verleden’ worden en die titel geeft een aardige indicatie van de verwardheid die ik voelde.

Soms kom je tot de conclusie dat genoeg inderdaad genoeg is. Wettelijk gezien ben ik niet strafbaar. Er zijn geen echte lijken en het gebruikte wapen, de toets ‘delete’, valt niet in een of andere categorie van gangbare moordwapens. Ik kom er dus mee weg.

Het mooie, of zoals u wilt het gekke, rare, bijzondere of opmerkelijke van schrijven, is dat je een band krijgt met je zelf verzonnen personages. Ik weet dat er schrijvers zijn die voor ze aan hun boek beginnen, alles, ja echt alles al weten van die personen. Geboortedatum en plaats, uiterlijk, eigenschappen / karakter, hobby’s, wat ze wel of niet lusten, rijk of niet, burgerlijke staat, verzwegen geheimen en stille genoegens. Mijn stijl is anders. Ik leer, net als in het echte leven, mijn personen gaandeweg kennen en ga van ze houden, ze verafschuwen, ze arrogant vinden, onbegrijpelijk of sympathiek. Ze bezorgen mij verrassingen of hoofdbrekens, ik zou ze willen bemoedigen, uitkafferen of troosten en vaak vraag ik mij af waarom ze dingen doen die ik niet had voorzien. Ik las ooit een bekentenis van een schrijver die het zo mooi vond dat hij zijn moede lijf in de troostende armen van een zelf verzonnen vrouw kon leggen. Misschien voer voor psychiaters maar ik snap heel goed wat deze schrijver bedoelt. Het is juist daarom dat deze ‘slachtpartij’ mij moeite kostte. De in de schrijverswereld bekende kreet ‘kill your darlings’ mag, wat mij betreft, wel wat minder realiteitsgehalte hebben.

Afscheid nemen is vaak ook afstand nemen. Dat is in het echte leven moeilijker dan in een schrijvershoofd. Toch ontkom je er niet aan. Je bent vele, vele uren met die personen bezig, dringt diep door in hun leefwereld en ook al zijn ze verzonnen, ze laten je niet onberoerd. Zie daar: de wonderlijke en mooie wereld van deze schrijver.

Hoe nu verder? Elementen van het oorspronkelijke verhaal kan ik weer gebruiken maar met ander personages, andere karakters, andere verledens en een nog ongewisse toekomst. Het begin van een nieuw avontuur, nieuwe uitdagingen, dilemma’s, verhaallijnen, nieuwe mensen leren kennen en opnieuw verrast worden. Ik kijk er naar uit!

© Peter Gortworst / april 2024

Wil je meer van mij lezen? Bezoek jouw boekwinkel of bestel via
http://www.boekenbestellen.nl/boek/wraak-kent-geen-winnaars
http://www.boekenbestellen.nl/boek/de-glimlachende-dode

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , , , , , , | 1 reactie

Rode port

Ze is net wakker en staat in de badkamer. Het water van de douche wordt langzaam warm en dat geeft haar even de tijd om zichzelf in de spiegel te bekijken. Met bijna elke wet valt wel wat de sjoemelen maar de wet van de zwaartekracht is onvermurwbaar. Dat ziet zij aan den lijve en het doet haar maandagmorgengevoel geen goed. Met haar hand voelt ze dat de douche op temperatuur is en net als ze er onder wil gaan staan, klingelt de telefoon. Welke gek belt haar nu om zeven uur in de morgen? “Pa” staat er in het scherm. Ze neemt op.
‘Ja!! Goeiemorgen. Wat is er nu weer?’
Het klinkt bits en dat weet ze. ’s Morgens vroeg is ze nu eenmaal niet de zorgzame en begrijpende engel van een dochter. Aan de andere kant hoort ze haar vader snuiven.
‘Nou?’
‘Ja, ja,’ klinkt het na nog een paar snuiven, ‘Het gaat niet meer.’
Verbeeld ze het zich of klonk dit wat lallend?
‘Waar heb je het over?’
Weer hoort ze alleen die zware ademhaling en dan zegt hij:
‘Ik maak er een eind aan. Het gaat ja, ja, niet meer.’
Ze krijgt niet de kans om iets terug te zeggen. De verbinding wordt verbroken en een akelige ongerustheid maakt zich van haar meester. De kraan van de douche gaat dicht, de kleren van de vorige dag weer aan en ze haast zich naar de auto. Onderweg belt ze even naar haar werk om te vertellen dat ze later komt. Dat ze een oma met haar 16km truttenschudder via de linkerkant van de vluchtheuvel inhaalt, deert haar nu even niet. Dat zijn banaliteiten als het om leven en dood gaat.

Haar vader hangt onderuit gezakt in zijn fauteuil. De fles rode port ligt op de grond en is leeg. In het longdrinkglas op het bijzettafeltje zit nog een goede slok. Met duidelijk lodderige ogen ziet hij zijn dochter binnenkomen.
‘Ja, ja,’ mompelt hij.
Razendsnel controleert ze zijn directe omgeving. Er liggen geen strips met pillen, geen pistool of jachtgeweer, er hangt nergens een strop en het enige mes dat ze ziet, is een fruitmesje naast een half afgepelde mandarijn.
‘Wat is hier in ’s hemelsnaam aan de hand?’
Zijn benevelde blik probeert hij op haar te richten maar dat gaat niet zo goed als hij zou willen. Het glas op het tafeltje naast hem ziet hij wel en met een forse slok is het laatste restje rode port verdwenen.
‘Ja…. ja…. ’t gaat niet meer….,’ lalt hij.
‘Wàt gaat niet meer?’
‘Ja…. nee, nee…. Het broek… boek.’
‘Huh?’
‘Ik weet het niet meer en nou moet ik ze ja, ja, alleen laten.’
‘Waar heb je het over? Wie moet je alleen laten?’
Met sombere blikken kijkt hij zijn dochter aan. Zo veel domheid had hij van haar niet verwacht. Hij is de beroerste niet en om haar op weg te helpen zegt hij:
‘Robert en Hanke.’
‘En wie zijn dat dan?’
‘Ja…nee… Dat weet je toch! Robert was die politieman en Hanke dat deerntje dat bij hem ging wonen!’
‘Ah! Het zijn personages uit je nieuwe boek!’
‘Ja, ja…. pelso…peso…naailes… Ik ben een beetje dronken, denk ik….ja….’
‘Je bent ladderzat!’
‘Ja, ja. En wat moet er nu met hen gebeuren? Ik kan ze toch niet in de steek laten?’

Het idee alleen al maakt hem verdrietig en het is geen wonder dat het water bij hem over de dijk loopt. Ze gaat naar de keuken en komt terug met een rol keukenpapier. Ze scheurt een velletje af en geeft dat aan haar vader.
‘Hier. Droog je tranen en snuit je neus.’
Omstandig doet hij wat er van hem gevraagd wordt en heeft daarom aan één velletje niet genoeg.
‘Ben je vannacht wel naar bed geweest?’ vraagt ze.
Het antwoord komt na lang wachten en vele overdenkingen.
‘Ja… nee, nee… ik denk het niet.’
‘Fraai! Je bedenkt zelf een verhaal met weet ik wat voor bedachte mensen en als je het niet meer weet, ga je niet naar bed en zuip je jezelf helemaal klem. Is dat niet een béétje bespottelijk?’

De vraag is in zijn huidige toestand te moeilijk. Het leed dat veroorzaakt wordt door gebrek aan inspiratie en het niet meer weten, staat als een valse draak in het centrum van zijn schrijverswereld. Daar kan je niet zomaar aan voorbij. Ook niet in kennelijke staat. Het is tevens diezelfde staat die hem belet duidelijk te maken dat ook bedachte personen levensecht kunnen worden. Mensen die je goede vrienden kan noemen, die je de liefde zou kunnen verklaren of waar je een hartgrondige hekel aan hebt. De rode-port-roes belet hem dat nu en meer dan een aarzelend ‘Ja, ja.’ kan er daarom niet van af.
‘Je moet naar bed,’ commandeert ze, ‘Kom in de benen dan help ik je de trap op.’
Ze helpt haar wankelende vader omhoog en prijst de hemel dat het geen grote en stevige man is. Vlak voor ze het bed bereiken zakt hij op de knieën en met geen mogelijkheid krijgt ze hem weer in de voeten.
‘Blijf hier maar liggen. Ik pak je kussen en dek je wel toe.’
‘Oh… ja, ja, Ik vind dit zo erg…’
‘Ach pa, je bent een keertje dronken. Zo erg is dat niet.’
‘Ja, ja,… nee… van Robert en Hanke…’
Ze verbijt zich.
‘Ja,’ zegt ze dan, ‘Dat ook. En nu slapen! Ik kom na mijn werk wel even kijken hoe het met je is.’

Weer beneden zoekt ze een boodschappentas en vult deze met de drank die nog in huis is. Vijf blikjes bier, één fles rode port en een aangebroken fles single malt schotse whisky. Bij de buurman doet ze verslag en vraagt hem of hij rond de middag even wil kijken of alles nog goed gaat.

In de auto denkt ze aan Robert en Hanke. Twee mensen die ze niet kent en die ze wel zal moeten leren kennen. Twee mensen die zomaar uit het leven van een oude man vertrekken doet wat met hem. Het is duidelijk dat haar hulp nodig is om hen weer uit de verdwijning te laten herrijzen. Natuurlijk ziet ze haar vader liever gelukkig met die twee dan met die ene hele fles rode port.

© Peter Gortworst / jan. 2024

Wil je meer van mij lezen? Bezoek jouw boekwinkel of bestel via
http://www.boekenbestellen.nl/boek/wraak-kent-geen-winnaars
http://www.boekenbestellen.nl/boek/de-glimlachende-dode

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , , , | 1 reactie

Doffer

Dagenlang heeft het geregend en op het zeldzame moment dat ik door het stadspark wandel, schijnt de zon. Laag aan de hemel en enigszins waterig omdat je op de derde dag van het nieuwe jaar niet moet overdrijven met uitbundige warmte. De zon bestaat nog en dat gegeven is even voldoende. De vijver staat barstensvol water. Zo vol zelfs dat een behoorlijk deel van de grasweide daaromheen onder water staat. Als het nu gaat vriezen is er genoeg plaats voor alle kinderen om de schone kunst van het schaatsen te leren.

Langs het wandelpad staat een stenen bankje en ik besluit daar plaats te nemen. Ik schrik op omdat een duif met veel gefladder naast mij op de rugleuning van het bankje landt.
‘Goedemorgen,’ koert de vogel.
‘Ook goedemorgen,’ antwoord ik.
‘Niet verbaast?’
‘Een beetje wel,’ beken ik.
‘Laat mij raden. Het is omdat ik jouw taaltje praat.’
‘Ook. Het is meer de verbazing over hoeveel moeite het je kostte om een beetje knap te landen.’
‘Ah! Dat… Ja, dat heb ik sinds twee dagen. Er is ’s nachts een vuurpijl vlakbij mijn kop ontploft en die is dientengevolge nog een beetje in de war. Richtingsgevoel is niet meer wat het was, eten smaakt mij nog niet, motorisch een beetje gestoord en ik kan plotseling jullie taal spreken en verstaan. Dat laatste is overigens geen zegen. Ik dacht dat wij wat afkoerden maar jullie kunnen er ook wat van. Zijn jullie wel eens stil?’
‘Als we slapen en niet snurken. Wat voor duif ben je eigenlijk?’
‘Een pòstduif,’ en hij koert ‘post’ er zo nadrukkelijk uit dat ik daaruit op kan maken hoe belangrijk deze naam is.
‘En ben je dan een duif of een doffer?’
‘Wat is een doffer?’
‘Een mannetjesduif.’
‘Ah! Zoiets als koe en stier, poes en kater, eend en woerd, man en vrouw, haas en rammelaar en teef of reu?
‘Ja…’
‘Dan ben ik een doffer.’
‘Nice to know.’
‘Pardon?’
‘Leuk om te weten.’
‘Ah! Ja, en ik ben dus geen stadsduif of vliegende rat!’

Ik heb nooit geweten dat de kraaloogjes van vogels streng kunnen kijken. Deze doffer laat duidelijk zien dat het wel kan en ik moet zeggen dat het indruk maakt.
‘Voel jij je aangevallen?’ vraag ik daarom.
‘Ja. het is nogal stigmatiserend als je zo genoemd wordt. We hebben het al moeilijk genoeg. Regelmatig worden we uit de lucht gepikt door valken, vinden zogenaamde natuurbeheerders het nodig om ons af te schieten en als we gezellig met een groepje op een plein zitten kunnen we zomaar met z’n allen onder een net terecht komen. Weer een massaslachting en weer een wildpastei in de aanbieding bij de poelier.’
‘Jullie schijten ook zo allemachtig veel.’
‘Mestoverschot? Te veel koeien, varkens of kippen?’
‘Hm….’

We zwijgen beiden. Ik omdat hij met dat mestoverschot een punt heeft. Waarom hij zwijgt, weet ik niet.
‘Vindt je nog wel eens een olijftakje?’ vraag ik.
‘Ach ja, onze beroemde voorvaderen,’ koert hij met trots en ik zie zijn borst groeien, ‘Dat waren nog eens tijden. De ark van Noach, die Timmermans met dat liedje over alle duiven op de dam la la la la. Een Chinees die een vermogen betaalde voor een duif in een hokje. Het overbrengen van berichten aan het front… We waren toch echt wel wat.’
‘Hoe is het met de vredesduif?’
Hij kijkt nu echt zorgelijk. Ook dat kan hij dus.
‘Moeilijk, moeilijk,’ koert hij enigszins benepen, ‘Ze willen best wel vliegen maar het wordt ze knap lastig gemaakt.’
‘Ze worden uit de lucht geschoten?’
‘Het zijn symbolische vliegers en die dealen met dingen als macht, verdienen aan oorlog, wraak, nationalisme en meer van dat soort onfrisse zaken.’
‘Maar ze bestaan toch wel?’
‘Oh ja, zeer zeker! Ze staan afgebeeld op vlaggen en logo’s van organisaties en daar zit volgens mij het probleem. Wie ziet er in het plaatje van een vogel nu iets belangrijks? Wat moet één duif uitrichten als er twintig tanks op een rij staan, er een parade wordt gehouden, ze in de lucht ingehaald worden door raketten of er een congres is van wereldleiders?’
‘Ik vind ze niet op het kerkplein?’
‘Nee, en ook niet op de toren van de kerk. Daar vindt je een haan of een kruis maar geen duif. Over kerk gesproken. Welke kant is de kerk op?’
Ik wijs naar de grote treurwilg die aan de overkant van de vijver staat.
‘Een kilometer achter die boom staat de kerk.’
‘Mooi. Dan gaan we daar maar eens heen. Ik groet u!’

Hij fladdert omstandig voordat hij met een klein sprongetje het luchtruim kiest. Onvast wiekelt hij over het water en krijgt net genoeg hoogte om niet in de treurwilg te belanden. Ik hoop dat hij zijn bestemming bereikt. Misschien is het wel dezelfde hoop die vredesduiven geven en brengen. Fladderaars die kleine piketpaaltjes laten vallen zodat de mensheid, als ze dat zou willen, kan zien hoe een goede wereld eruit ziet. Wie groot wil handelen, moet het kleine kunnen zien en dat dat valt nog niet mee. Maar we blijven hopen!

© Peter Gortworst /jan. 2024

Wil je meer van mij lezen? Bezoek jouw boekwinkel of bestel:
http://www.boekenbestellen.nl/boek/wraak-kent-geen-winaars
http://www.boekenbestellen.nl/boek/de-glimlachende-dode

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Kindeke

Soms begin je ergens aan waar je beter niet aan had moeten beginnen. Daar is Evert inmiddels ook achter. De feestzaal van je eigen hotel-café-restaurant verhuren aan een politieke partij bijvoorbeeld. En dan zonder je even te verdiepen in welke partij dat is. Dom en onoplettend. Hij heeft zichzelf verontschuldigd met argumenten als ‘geld stinkt niet’ en ‘alle inkomsten in deze decembermaand zijn welkom’. Drogredenen natuurlijk en nu zit hij vanavond opgescheept met een zaal uiterst rechtse politieke warhoofden. Er viel, toen hij erachter kwam wie de huurders waren, niet veel meer aan te doen. Het huurcontract was al getekend en de vooruitbetaling bijgeschreven op zijn rekening. Het enige wat hij nu nog hoopt, is dat er niet te veel ruchtbaarheid aan is gegeven. Voor je het weet wordt je aan dat soort lui gelinkt en dat kan desastreus zijn voor de goede naam en faam van het bedrijf. Honderdvijftig stoelen moeten er klaargezet worden. Een klus waar hij deze middag aan gaat beginnen. Gelukkig hebben ze vorige week al de kerstverlichting opgehangen en de boom versierd.

Het is net na twaalven als Evert zich een broodje warm vlees met pindasaus maakt. In het café zitten twee techneuten met de naam van hun bedrijf in koeienletters op hun rug, aan een uitsmijter ham en cola light. Opa zit gewoontegetrouw met zijn koffie aan het tafeltje bij het raam en probeert de dagelijkse kruiswoordpuzzel uit de krant op te lossen. Manke Teun heeft aan de bar plaatsgenomen om met jonge jenever de fantoompijnen in zijn afgezette been te onderdrukken. Met vooruitziende blik is hij met zijn rolstoel gekomen. De pijn verdwijnt niet met één glaasje en hoe meer hij drinkt hoe onzekerder zijn toch al wankele loop wordt. Evert roept zijn vrouw om de bar over te nemen en gaat aan het werk in de feestzaal.

Evert en zijn oproepkrachten zijn er druk mee. Voor de tafel waar zij koffie en thee inschenken, staat een lange rij van goed doorvoede mannen in nette pakken met oranje stropdassen. Opvallend weinig vrouwen merkt Evert op. Naast die stropdas hebben ze nog een ding gemeen: het zijn luidruchtige gasten. Dat is vooral te horen als de toespraken beginnen. Zodra er termen vallen als ‘Nederland voor de Nederlanders’, ‘grensbewaking’, ‘islamitisch tuig en gelukzoekers’ wordt er niet alleen geapplaudisseerd maar ook veel gejoeld. Evert begrijpt dat niet. Nederland is één van de welvarendste landen. Decennia lang een gidsland als het gaat om vooruitgang, welvaart en gastvrijheid. Waar is het mis gegaan? Waar komt die verbetenheid, die boosheid, die verontwaardiging bij deze mensen vandaan?

Hij loopt de keuken in om de frituur aan te zetten. Straks moeten er bitterballen geserveerd worden en elke bal dient een prikkertje met een Nederlands vlaggetje te krijgen. Speciaal verzoek van de organisatie. Dan wordt er op de keukendeur geklopt en nieuwsgierig doet Evert open.
In het halfduister staan een man en een vrouw met een Zuid-Europees uiterlijk. De vrouw is overduidelijk zwanger. In perfect Engels vraagt de man de weg naar het station. Wanneer Evert hem duidelijk maakt dat er geen station is, slaat de verwarring toe. De man toont een briefje met drie woorden: Bahnhof Ter Apel. Evert laat ze binnen en na wat doorvragen blijken ze uit Syrië te komen, de lange reis door Europa te voet hebben afgelegd en dat iemand hen de grens met Duitsland heeft overgezet met de mededeling dat Ter Apel hun reisdoel is. Evert haalt zijn vrouw erbij voor overleg. Er gaat geen bus meer naar het station in de stad, ze zelf naar hun bestemming brengen is door de zaal met gasten niet mogelijk en ze zomaar de donkere decembernacht insturen, willen en kunnen ze niet. Zijn vrouw neemt hen mee naar boven en leidt ze naar één van de hotelkamers. Daar kunnen ze vannacht blijven en morgen zien we wel weer.

Net als Evert de eerste lading bitterballen naar de zaal heeft gebracht, schiet zijn vrouw hem aan. De dokter moet komen omdat de vrouw, boven in de hotelkamer, aan het bevallen is geslagen.
En zo kan het gebeuren dat beneden in de zaal verkondigd wordt dat de uitwassen van de Islam het bestaan bedreigen terwijl aan de andere kant van het plafond een islamietje het levenslicht ziet. Evert krijgt daar niet veel van mee. Hij heeft geen weet van barensweeën, kleertjes en luiers die op stel en sprong ergens vandaan gehaald moeten worden, een nerveuze vader die ijsbeert over de kleine overloop en zijn vrouw die weet wat te doen omdat ze het zelf al drie keer heeft ervaren. Om eerlijk te zijn: hij wil het ook niet weten. Toch krijgt hij van de toestand boven het een en ander mee. Eén van de oproepkrachten pendelt op en neer om te zorgen dat alles wat aan geboortespul binnen komt naar boven gaat en houdt hem zo ongevraagd op de hoogte.

Het liefst had Evert de net nieuwe vader naar beneden gehaald om hem een hart onder de riem te steken. Te vertellen dat je best vader kan zijn zonder de geboorte te zien gebeuren. Hij zou grif toegeven dat hij in het verleden zo’n geboorte doodeng vond en het moment dat alles achter de rug is en je je vrouw met kind samen mooi in bed ziet liggen, ook een gedenkwaardig ogenblik is.

Onder de huidige omstandigheden lijkt het Evert niet verstandig de nieuwbakken vader naar beneden te halen. Over een kleine twee weken schoolt ook dit volk in de zaal zich in hun kerken samen om vroom te zingen van vrede op aarde en in de mensen een welbehagen. Ze horen het wonderlijke verhaal aan van die Jozef en Maria met dat kindeke Jezus en vreten zich beide kerstdagen vervolgens vol. Dit alles ondanks die ‘enorme schare’ aan gelukzoekers die het bestaan zouden bedreigen, een aanslag vormen op de Joods-Christelijke-Humane cultuur en hier alleen maar komen om hun hand op te houden. Ze zullen niet beseffen dat het echte wonder nu boven hun hoofd plaats vindt. Dat besef vraagt een wijdere blik en een groter hart. Lastig als je blik vertroebeld is en je hart versteend door haat. Dan kan je in de ander geen ontheemde, geen Jozef of Maria zien en al helemaal geen kindeke. Of dat nu Jezus heet of niet.

© Peter Gortworst / dec. 2023

Een boek van mij lezen? Ga naar de boekwinkel of bestel via
http://www.boekenbestellen.nl/boek/wraak-kent-geen-winnaars
http://www.boekenbestellen.nl/boek/de-glimlachende-dode

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , , , , , , | 2 reacties

FAQ

Wat mijn trouwe lezers best eens zouden kunnen vermoeden: deze krabbelaar is met een nieuw boek bezig. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan, vingers willen toetsen beroeren, een scherm zonder letters is een blind oog en zonder uren overpeinzingen hoe een volgende zin te boetseren, kan ik niet meer.

Ik ben niet alwetend. Als geen ander weet ik dat. Voor veel zaken ben ik afhankelijk van kenners, ingewijden of ervaringsdeskundigen. Tot nu toe verliep dat altijd zonder veel problemen. Een bereidwillige medewerkster van het Korsakov kenniscentrum, een houthandelaar, een notarisassistente, een welwillende commandant van de brandweer of iemand van de marechaussee, hulp en tips kreeg ik met veel dankbaarheid mijnerzijds en zonder veel moeite.

Let op! ‘Tot nu toe’ en ‘kreeg’.

Voor alles is een eerste keer en nu is het de beurt aan lastig, moeilijk en verdorie. In mijn nieuwe boek zal het veel gaan over de politie. (een tipje van de sluier). Nu zou je toch denken dat bij deze alom aanwezige organisatie het vrij eenvoudig is om informatie te verkrijgen. Niet dus.

Het volgens hun website geopende bureau in ‘K’ is gesloten. Op een briefje staat dat ik een 0800 nummer kan bellen en het bureau in een naburige stad ‘C’ is wel open. Dat blijkt niet te kloppen. Daar aangekomen kan ik hetzelfde nummer bellen of naar de plaats ‘E’ gaan want die zijn wel open. Dat doe ik niet omdat ik al gezien had dat het bureau in ‘E’ wegens renovatie aan een kruispunt onbereikbaar is. Niet voor politievoertuigen natuurlijk maar een simpele, antwoorden zoekende krabbelaar komt er niet langs. De week daarop is het bureau weer bereikbaar maar gesloten. Met een zeer vooruitziende blik had ik mijn wensen op papier gezet en laat de enveloppe in de brievenbusgleuf verdwijnen. Na drie dagen krijg ik een mail. Ik kan naar de algemene site en daar is alles te lezen wat ik wil weten.

Mis! FAQ. Wie dat verzonnen heeft moeten ze samen met de onverlaat die het nodig vond om schroefdoppen van flessen via een eng plasticje aan de fles vast te laten zitten, opsluiten. Ik ben zelden een FAQ tegengekomen waar ik iets aan had. Nu dus ook niet. Waarom noemen ze het overigens niet Veel Gestelde Vragen? Of VGV/ZA waarbij ZA staat voor ‘zonder antwoorden’?

Ik moest deze week in ‘O’ zijn en ik weet dat daar ook een bureau is. Volgens de site zijn ze open en goedgelovig als ik ben, met opgewekt gemoed heenwaarts gereden. Ze zijn inderdaad open en binnen aan de balie zit een echte agente waar je tegen praten kan. Ik vertel de reden van mijn verschijning en volgens haar is dat echt iets voor een wijkagent.
‘In welke wijk in woont u?’
‘Ik woon hier niet.’
Nou, dat was geen probleem. Ik moet naar de algemene site van de politie, dan naar contact, dan naar wijkagent en daar kan ik een bericht achterlaten.

Vanavond een bericht maar een wijkagente geschreven. Daarvoor moet je via de postcode laten weten in welke wijk je woont. Mijn Duitse postcode is niet geldig. Nu is jokken tegen de politie niet erg slim maar ik woon vanaf nu naast het politiebureau. Dezelfde postcode vragen ze ook als je het bericht wil versturen en dus moet je blijven jokken. Nog geen uur later een mailtje. Fijn dat ik meer wil weten over het werk van de politie en voor informatie verwijzen we u graag door naar de website.

Zucht….

Gelukkig is het mogelijk op dit mailtje te reageren en heb dat ook gedaan. Nu is het wachten op antwoord. Ik vrees het ergste.
In uiterste nood zou ik natuurlijk ergens in een drukke winkelstraat een ruitje in kunnen slaan, een verkeersbord uit de grond trekken of onder het slagen van onverstaanbare kreten, steentjes naar de kerkklok gooien. De politie is ‘waakzaam’ en de kans is groot dat ik dan een diender tref waarmee ik in conclaaf kan. Ik hoop dat het zo ver niet hoeft te komen maar wat moet je anders als je een nieuw meesterwerk aan het boetseren bent?

© Peter Gortworst / nov. 2023

Een zinvolle tip:
Mijn boeken zijn nog steeds te koop via de boekhandel.
Bestellen kan ook:
http://www.boekenbestellen.nl/boek/wraak-kent-geen-winnaars
http://www.boekenbestellen.nl/boek/de-glimlachende-dode

Geplaatst in oprispingen | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

Tijd

Tijd is een raar ding. Je hebt er zeeën van of zelfs alle. Vliegt voorbij of minuten duren uren. Het was dol, de goede oude of bar. Je kan er in meegaan of uitraken. Het kan loos zijn maar ook iets van een gewricht hebben. Er is bedtijd, diensttijd, wachttijd, verloren tijd of kooktijd. Er kan beslag op worden gelegd, je hebt het of er worden momenten van gevraagd. En over wat voor tijd hebben we het? De verleden tijd, vrije tijd, de tegenwoordige of de toekomstige tijd? De voltooide of de onvoltooide?

Wat hebben we onszelf aangedaan? Ooit een leeuw op zijn poothorloge zien kijken om met spijt te concluderen dat het nog geen tijd is om op de avondmaaltijd te gaan jagen? Een duif met een steelse blik naar de kerkklok op het pleintje zien rondscharrelen omdat zij weet dat straks de aardappelen opgezet moeten worden? Een vis bedachtzaam zien zwemmen omdat hij zich zorgen maakt over de dag van morgen? Een vlinder telt geen maanden of momenten en heeft tijd genoeg.
Dieren leven in het nu. Kleine kinderen kunnen dat ook maar als spoedig leren ze dat er iets als tijd bestaat. ‘Waar zijn wij gisteren geweest?’ of ‘Hoeveel nachtjes is dat nog slapen?’ en met de overtreffende trap ‘Wat wil je later worden?’ leiden we ze de grotemensenwereld in waar ‘Duur uw uur’ als één van de morele kompassen wordt gehanteerd.

Naarmate je ouder wordt, blijkt dat er steeds meer verleden tijd is en door de beperkte houdbaarheid van een mens, dientengevolge minder toekomstige. Met elke seconde wordt het deel verleden tijd groter en de toekomstige tijd kleiner. Als je jong bent, denk je daar zelden over na. Als oudere wordt je daar bijna dagelijks mee geconfronteerd en rijzen er vragen over de invulling van de toekomst. De tijd van grootse plannen is voorbij. Er vallen woorden als ‘zinvolle invulling’ en ‘nu kan het nog’. Als er over ‘later’ gesproken wordt, gaat het veelal niet meer over jaren. Ik weet best dat elke dag je laatste kan zijn maar op wat hogere leeftijd zegt deze algemeenheid je net iets meer. Ik zal de laatste zijn die meent dat wachten op het uit de tijd raken het meest zinvolle is wat je op hogere leeftijd kan doen. Je doet daarmee het leven geen recht maar toch zie ik mij niet aan een opleiding van zes jaar beginnen om eindelijk trompet te kunnen spelen. Verwacht van mij ook geen investering die over 10 jaar gaat renderen.
Veel verleden tijd hebben geeft ook voordelen. Je komt niet meer zo snel voor verrassingen te staan en het geeft je, als het goed is, zelfs een zekere wijsheid. Ik zie dat als één van die voordelen bij het ouder worden.
Nog een voordeel: Bij het stijgen der jaren worden meer vrouwen mooi. Als je 70+ bent, is een vrouw van 62 een leuk meiske maar goed, daar hebben we het nu niet over.   

Het gaat mij hier niet over die toekomstige tijd. Op de keper beschouwd valt daar niets zinnigs over te zeggen. Tussen lip en beker is nog veel onzeker en bovendien ‘Die Zukunft ist auch nicht mehr was sie war’.
Ik wil hier wel wat gedachten over de verleden tijd ventileren. Dat komt omdat ik (Hier ontbreekt dus het trompetgeschal. Sorry.) aan een nieuw boek begonnen ben!
De verslaving aan het gepriegel met woorden om goede zinnen te bouwen, de zucht om met tal van onzekerheden een nieuw verhaal te schrijven, heeft wederom ongenadig toegeslagen. Het boek wordt het verhaal van twee mensen die beiden een verleden hebben waarin iets is gebeurd dat hun leven van nu inkleurt. De ene is behoorlijk ouder dan de ander en dus verschilt hun kijken naar dat verleden. Door toeval komen ze bij elkaar. De ene wordt daartoe door omstandigheden gedwongen. De ander kiest er vrijwillig voor. Het blijkt dat ze elkaar nu nodig hebben om later uit elkaar te kunnen gaan. Waar het toe leidt, weet ik nog niet. Geen idee hoe de toekomst er voor hen uit gaat zien. Ik heb goede hoop dat het al schrijvend komt. Zo is het ook met de vorige boeken gegaan.

Er zijn ondertussen bijna 100 pagina’s geschreven maar nu stokt het. Ik ben afhankelijk van bureaus, organisaties en particulieren die hun kennis met mij willen delen. Dat dit soms lang kan duren, weet ik inmiddels. Dat is niet erg. Ik heb geen tijdslot. Het geeft mij de tijd om na te denken over het verloop van het verhaal. Een bijkomend voordeel is dat ik dit verhaaltje voor mijn blog kan maken. Dan weet u dat ik er nog ben.

‘Voor alles is een tijd’ constateerde Prediker in al zijn wijsheid. Voor nadenken over de toekomst van het verhaal, voor het uitdistilleren van het verleden en het in de tegenwoordige tijd opschrijven. Als hij niet uit de tijd was geraakt, zou hij het nu vast met mij eens zijn.

©Peter Gortworst / nov. 2023

Mocht je meer van mij willen lezen of mijn boeken cadeau doen?
Loop de plaatselijke boekwinkel binnen of bestel ze via
:

http://www.boekenbestellen.nl/boek/Wraak-kent-geen-winnaars
http://www.boekenbestellen.nl/boek/De-glimlachende-dode

Geplaatst in oprispingen | Tags: , , , , , , , , , , , , | 3 reacties