Pepernoten

 

Toevallig kwam ik deze week,
na een lange werkdag,
door het dorp Schoonebeek.
En ziet wat toeval vermag.

Geen avondeten in de koelkast
en op de route geen afhaaltent.
Maar hier, bij de COOP, hebben ze vast
iets eetbaars en gezonds voor deze vent

Speurend naar melk en kaas,
Brinta, boter, groente en fruit,
speklap en biefstuk van de haas,
kwam ik bij de aanbiedingen uit.

Terwijl velen nog vakantie vieren
er een hittegolf wordt verwacht,
ministers het land nog niet bestieren,
werd ik behoorlijk van mijn stuk gebracht.

Was ik die dag het werken moe?
Het zomers gevoel al naar de kloten?
Hier was ik echter nog lang niet aan toe:
Daar lagen zakken met pepernoten!

Ik stuiterde van verontwaardiging
en nee, ik ben niet gezwicht.
Wel ontstond er, als iets van zelfbevrediging,
een oprisping in de vorm van dit armetierige sinterklaasgedicht.

 

 

 

©peter gortworst / aug !!! 2016

foto: http://www.skyradio.nl

 

 

 

 

 

Geplaatst in oprispingen | Tags: , , , , , | 1 reactie

Snor

Straatmeubilair in de vorm van bankjes is altijd goed. Zeker in een drukke winkelstraat op een zonnige, warme dag. Mijn ijsje was lekker en nu doe ik mij tegoed aan één van mijn favoriete bezigheden: mensen kijken.

Naast mij ploft een man op het bankje. Ongeschoren, sjofel, afgetrapte schoenen, piekhaar en een grote boodschappentas die hij pontificaal naast zich op het bankje zet.

“Moi,” zegt hij en ik moi terug.

Hij laat de tas los en deze valt scheef richting achterkant van het bankje. Er rolt een leeg bierflesje uit wat onder de rugleuning verdwijnt. Geluid van brekend glas. Hij vloekt zachtjes en terwijl hij achter de bank de scherven opraapt en in de prullenbak gooit moppert hij: “Daar gaan weer vijftien centen.” Als hij weer zit kijkt hij om zich heen en wrijft in zijn handen. Zwarte handen die minstens twee dagen in de soda moeten weken willen ze weer een beetje schoon worden.

 

“Verdient het flesjes verzamelen een beetje?” vraag ik hem.

Hij kijkt mij verbaasd aan. “Waarom wil jij dat weten?”

“Gewoon, uit belangstelling,” zeg ik hem.

Het antwoord laat even op zich wachten. Hij kijkt handenwrijvend weer rond. “Soms wel. Soms heb ik wel 10 flesjes op een dag en ook wel dat ik zo’n grote fles vind, weet je wel?”

Met zijn handen geeft hij een onwaarschijnlijk formaat fles aan.

“Maar mijn zus mag dat niet weten hoor!” zegt hij plotseling angstig.

“O, ik ken jouw zus niet dus ik kan ook niks verklappen.”

Pas als hij vraagt of ik hier, in deze stad woon, kan ik hem gerust stellen.

“Ik woon in Duitsland, net over de grens.”

Hij grijnst een paar bruine tanden bloot en zegt dan: “Mofrika!”

 

“Woon je bij je zus?” vraag ik hem.

Hij knikt, wacht even en zegt dan besmuikt “Da’s een kwaaie hoor maar ik kan niet anders hé? Ik kan niet alleen wonen dus het moet wel bij haar. Eigenlijk wil ze mij niet omdat ze een man zoekt die bij haar wil wonen.”

“En zij weet niets van jouw statiegeldflesjes? Wat doe je eigenlijk met dat geld?” “Sparen!” zegt hij spontaan. “En als ik weer genoeg heb, koop ik krasloten en als ik dan win, koop ik een boot en ga daar op wonen. En varen natuurlijk.”

“Heb je wel eens wat gewonnen?”

“Ja, maar dat was niet genoeg. Heb toen allemaal loten gekocht en daar was weer niks bij. Had ik nog niks. Heb jij een vrouw?”

“Nee.”

Handen wrijvend kijkt hij weer om zich heen. Twee keer probeert hij iets te zeggen en de derde keer lukt het.

“Zal ik je aan mijn zuster voorstellen?”

Voorzichtig laat ik hem weten dat mij dat geen goed idee lijkt. Ik sta op en neem met wat vriendelijke woorden afscheid van hem. Behendig ontwijk ik een handdruk en in een laatste poging mij te koppelen zegt hij:

“Mijn zuster is een knap ding hoor. Ze lijkt op mij. Ze heeft alleen een snor.”

 

 

©peter gortworst / aug. 2016

Foto’s: http://www.twitter.com / http://www.thailandgek.com

 

 

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Dopje

 

Zonder ons onder Zijne Majesteit’s Wapenen te scharen verblijven wij de laatste tijd met zeer grote regelmaat in de intieme beslotenheid van diverse kazernes. Wij houden ons als brave burgers (anders kom er niet in tenzij je natuurlijk Stegeman heet) uitsluitend bezig met apparaten die zich in de keukens bevinden. Uiterst belangwekkend werk daar met een slecht gevoede soldaat, de strijd tegen de Vijand een moeizaam verhaal wordt zo niet reeds bij voorbaat verloren is. Alles wat er in die keukens aan kookketels, ovens, braadpannen, frituren, magnetrons en niet in de laatste plaats koffiezetmachines staat, moet in optimale conditie zijn teneinde de strijdkrachten in een zelfde, zo niet betere, gesteldheid te houden.

Om de resultaten van onze noeste arbeid te zien, voegen wij ons tijdens de lunch onder deze krijgsmannen en vrouwen. Het is amper mogelijk om een objectiever beeld te krijgen van dat wat wij beogen. Natuurlijk weten wij best dat ook de koks een figuurlijke duit in het eveneens figuurlijke zakje doen maar wij zien deze mannen (echt waar, nog geen vrouw als kok gezien!!) als een schakel in de ketting die ligt tussen ons werk en de gevulde borden op de tafels. Zonder werkend gasfornuis geen erwtensoep en zonder frituur geen frikandel.

Tijdens de lunch doen wij dapper mee. Het wekt natuurlijk argwaan als wij met scherpe blik de kauwbewegingen, het mogelijke kokhalzen, het in paniek de handen klauwen rond de maagstreek of zelfs het ter aarde storten observeren en niet manmoedig zelf ook de beker tot de laatste slok leegdrinken. Uiteraard zal men, in voorkomend geval, direct de vinger wijzen naar de spijsbereiders maar daar ook hen niets menselijks vreemd is, wijzen hun vingers prompt naar ons. Terecht. Een frituur die niet warm wordt, een koeling die niet koelt of een oven die niet bakt zijn ons aan te rekenen. Gelukkig is het tot nu toe goed gegaan. We zijn niet alleen brave burgers. We zijn, net als de koks, vakmensen die hun vak verstaan.

Nu wordt niet alles meer in de kazernes zelf bereidt. De slager die er vroeger was en uit karkassen de karbonades, doorregen runderlappen of speklapjes sneed, is er al lang niet meer. Toen stond er ook een kolossale tank met melk op de uitgiftebalie. Middels een bedienbare handel die een vermoeden gaf van een achterliggend ingenieus systeem, kon je de metalen drinkbak, wat een onderdeel was van je persoonlijk uitrusting, vullen met net zo veel of weinig melk als je wilde. Nu wordt dit koeiensap in halfvolle samenstelling door de groothandel aangeleverd in verpakkingen van een achtste en halve liter. Deze verpakkingen met wervende teksten en suggestieve afbeeldingen zijn afgesloten met een wit, draaibaar dopje.

 

Met dat dopje is iets aan de hand. Na de lunch wordt je vriendelijk verzocht het dopje in een bak te doen en zodoende een bijdrage te leveren aan de leefbaarheid van de blinde medemens. Je steunt met deze simpele handeling de opleiding van de geleidehond. Wij zetten daar onze vraagtekens bij. Wij kunnen ons nog herinneren dat je vroeger zilverpapier moest inzamelen voor de arme mensen in Afrika. Ook de aluminium afsluiting van de glazen melkfles was voor dat doel uitermate geschikt. Het is mij nooit duidelijk geworden hoe de inzameling van dat zilverpapier en dat aluminium een bijdrage konden leveren aan het welbevinden van die arme negertjes in Afrika. Nu dreigt hetzelfde te gebeuren.

Het spijt mij te moeten vertellen dat wij een volledige lunch lang, geen enkele aandacht aan onze disgenoten geven omdat het vraagstuk van de dopjes en de geleidehonden ons te zeer beroert. Welke onvermoede potenties bezitten die dopjes? De mogelijkheid dat er een soort statiegeld op zou zitten wordt al snel van tafel geveegd. Elk dopje één eurocent of één euro per kilo? Wie van de vele leveranciers betaalt dat dan uit en wat moeten zij beginnen met al die dopjes? Hergebruiken kan niet want er blijft een niet onbelangrijk onderdeel van de sluiting in de verpakking zitten.

De suggestie dat wij het in de slimheid van de hond zouden kunnen zoeken brengt ons verder. Stel dat zo’n hond een duidelijk signaal krijgt dat de te geleiden man of vrouw blind is, dan zou het beest ook weten dat er van hem geleidende activiteiten verwacht worden. Dus een montuur waarin twee dopjes als witte of gekleurde glazen verwerkt zijn en die gedragen wordt door de visueel gehandicapte, kan de hond dat signaal geven. Een andere mogelijkheid die ook bijzonder aantrekkelijk lijkt, is de hond te leren waarheen hij geleiden moet. De slimheid van zo’n beest moet je ook niet overschatten. Met een ‘Kazan, naar de Kerkstraat nummer 5’ kom je er als blinde niet. Maar wel als je de hond de weg wijst. Als er iemand vooruit loopt die op regelmatige afstand een dopje op straat legt, de hond traint in het volgen van de dopjes en hem zo de weg naar de Kerkstaat wijst, kom je er zeker. Dat zou ook mooi kloppen met de foto naast de wervende tekst. Aan het eind van de wandeling heeft de hond alle dopjes voor hergebruik opgeraapt.

Zwijgend starend over de houten tafel en met onze gedachten bij de dopjes en de hond, nemen wij de laatste happen van onze lunch. Wij voelen, nee, wij weten dat ook deze mogelijkheden onmogelijkheden zijn. Met spijt concluderen wij dat we het niet weten en dat een vraag die er sinds het zilverpapier is, nog steeds onbeantwoord blijft. Wijn uit water, goud uit lood, zilverpapier en gelukkige negertjes of dopjes en slimme geleidehonden….. is er iemand die de steen der wijzen heeft? Wij hebben die in ieder geval niet en gezagsgetrouw laten we ons dopje in de bak vallen. Goed zo! Braaf!

 

© peter gortworst / aug.2016

Foto in het midden: Dorus Aarts, Kok in de Pr. Bernhardkazerne te Amersfoort.

Overige afbeeldingen zijn eigen opnamen  

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , , , , , , , , , , | 2 reacties

2020

 

 

Gezien de omstandigheden heeft hij nog geluk gehad. De krant die hij nu bezorgt is kort na de komst van het nieuwe kabinet, de officiële regeringskrant geworden. De Volkskrant en Trouw zijn door minister Bosma verboden en de overige landelijke kranten zijn gemarginaliseerd. Men zegt dat Trouw weer ondergronds is gegaan. Hij kent de betekenis daarvan maar vindt het moeilijk om dat te geloven. Het is iets wat te maken heeft met het verleden, met de geschiedenis, maar het is toch niet iets wat nu weer gebeurt? Zijn collega-krantenbezorgers werden één voor één bedankt voor hun goede diensten maar hij mocht blijven. Jammer dat de verdiensten er niet op vooruit zijn gegaan. Er zitten steeds minder harde guldens in het zakje dat hij elke week krijgt. Zijn baas zegt dat het moeilijke tijden zijn. Hij sprak van ‘overleven’. Alsof hij hoopt op betere tijden. Voorlopig zijn er elke week minder kranten te bezorgen. Toen hij dat thuis vertelde lachte zijn vader schamper. ‘Wakker Nederland is wakker geworden en ze zijn terecht gekomen in een nachtmerrie,’ heeft hij gezegd om er aan toe te voegen dat je dat krijgt als je naar het domste deel van het volk luistert.

Zijn vader is niet dom. Toen hij bij de rechtbank ontslagen werd en geen recht meer mocht spreken, hebben ze direct het huis verkocht. Nu wonen ze elf hoog in een flat en hij mist de tuin met de kleine vijver. ‘Hier kunnen we het wel even uitzingen,’ had zijn vader gezegd maar alle noten kan hij niet meer halen. Daarom maakt hij nu ’s nachts de perrons van het station schoon. Sinds de echte schoonmakers bijna allemaal weg zijn is daar altijd wel werk te krijgen. Zwaar en vies werk maar samen met wat oud-collega’s en vrienden maken ze er het beste van.

Hij wil net zo slim worden als zijn vader maar of dat gaat lukken weet hij nog niet. Er zijn op school veel leraren verdwenen. Mevrouw Timmer mist hij nog het meest. Zij weet zo veel van de geschiedenis en kan daar zo boeiend over vertellen. Zelf nalezen in de boeken van school kan ook niet meer. Minister Beertema heeft alle boeken in beslag genomen en er nieuwe boeken voor in de plaats gegeven. Toen zijn vader het boek ging lezen werd hij er stil van. ‘Vergeet wat je hieruit leert,’ heeft hij gezegd en sinds die tijd leert zijn vader hem geschiedenis.

 

Nog twee kranten. Hij draait de Rembrandtlaan in en plotseling staat er een agent op de straat. ‘Stop, politie,’ zegt de man, ‘Je ID-kaart.’  Een andere agent haalt de twee kranten uit zijn fietstas en onderzoekt nauwgezet de tas. Hij weet wel waarom. Andere jongens verdienden wat bij door in het geheim halalvlees te bezorgen. In de tas hadden ze een dubbele bodem. Hij durfde dat niet. Het was hem te gevaarlijk. ‘Hé Jaap, wist je dit?’ vraagt de tasonderzoeker aan de andere agent. Wijzend op de voorpagina van de krant zegt hij: ‘Die de Roon heeft politiek asiel aangevraagd in Duitsland! Wat een verrader!’

‘Hoe komt hij daar dan terecht?’ vraagt de ander. ‘Wacht, ik zal het even lezen.’ In sneltreinvaart leest hij het artikel en het blijkt dat minister de Roon in Duitsland heeft gevraagd of er toch niet een handelsakkoord met Nederland gesloten kan worden. Ze zijn het smokkelen meer dan zat en ondanks soldaten die bij de grens alles controleren lukt het niet om deze potdicht te houden. Toen Duitsland het verzoek van de Roon afwees, heeft hij asiel aangevraagd en zijn verzoek is in behandeling. De krant vindt zijn handelswijze zeer laakbaar. Wat minister-president Wilders daarvan vindt weet men nog niet. Er is nog geen reactie gekomen. Met een handbeweging als teken dat hij mag doorrijden gaan de twee gezagsdragers weer op de stoep staan en bespreken deze nieuwe ontwikkeling.

 

Thuis vindt hij zijn vader en moeder aan de kleine keukentafel. Het laatste nieuws is hen al ter ore gekomen. Het valt zijn vader mee dat het in de krant staat. De boycot die over Nederland is uitgeroepen en dat daardoor de Rotterdamse haven stil ligt, Schiphol bijna een oase van rust en stilte is geworden en de varkens- en kippenboeren moeten stoppen wegens gebrek aan voer en afzetmogelijkheden staat niet in de krant. ‘Hoe slechter het gaat hoe beter het is. Die verdomde gulden is geen cent meer waard. Raak een Nederlander in zijn portemonnee en ziet, hij wordt zo rechts of links als de pest. Nog even en het is dag Geert, dag Madlener, dag Fritsma of hoe die hele belachelijke kliek ook mag heten!’

‘Moet jij niet naar school?’ vraagt zijn moeder. Hij knikt en staat op om zijn tas te halen. ‘Wat heb je vandaag?’ vraagt zijn vader en als hij zegt dat er alleen voor wiskunde een leraar is en hij dus zo weer thuis zal zijn, zegt zijn vader: ‘Wiskunde…. Daar kunnen ze weinig aan verklooien. Hoewel…? Nee, zo erg zal het toch niet zijn? Doe je best jongen’.

 

© peter gortworst / aug 2016

foto:  www.trouw.nl

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , , | 3 reacties

Tafel

Hij staat tegen de muur en wordt voor een groot deel aan het zicht onttrokken door een bruin, kunstleren driezitsbank. Op het blad staan twee stapels stoelen van diverse pluimage maar hij herkent hem aan zijn, net zichtbare, poot: vierkant van boven, wat draaiwerk, een verdikking als een urn, weer wat draaiwerk en weer een vierkant: dit was hun keukentafel.

Een beetje opgewonden zoekt hij naar beschadigingen op de lange zijkanten. Precies in het midden zouden krassen moeten zitten van het tafeltennisnetje. Dat netje werd met schroefklemmen vastgezet en tot verdriet van zijn moeder beschadigde dat het blad.  Deze tafel zit echter zo vol met krassen, kale plekken en andere beschadigingen dat het onmogelijk is om dit meubelstuk als het zijne te beschouwen. Hij doet dat, de twijfel rechts passerend, wel en als blijkt dat ook de twee uitschuifbare delen aan de kopkanten er nog in zitten, koopt hij het meubelstuk voor een zacht prijsje.

“Wat moeten we daar nu mee?” vraagt zijn vrouw als hij de tafel apetrots bij de achterdeur zet. In een, naar hij hoopt, gloedvol betoog vertelt hij over zijn tafel. Dat ze, als gezin, aan deze tafel de grote en kleine verdrietjes, de zorgen, de blijdschap en de dagelijkse dingen met elkaar hebben gedeeld. Dat ze alle dagen, drie keer per dag, aan deze tafel hebben gegeten en de bijbel is gelezen. Zijn vader altijd aan het hoofd zat en elke zondag hun oma aan de andere kant. Dat met kerst deze tafel uit elkaar werd gehaald om weer in de woonkamer te worden opgebouwd zodat hij, volledig uitgeschoven en versierd, meer dan waardig was om een kerstdiner aan te houden. Dat, tijdens het eten, de hond altijd onder deze tafel lag en zijn oudste broer dat beest, zeker de eerste tijd, niet vertrouwde. Hij zat dan schuin aan tafel en voor geen goud gingen zijn benen richting hond. Dat de krant op deze tafel helemaal opengeslagen kon worden en dat je, leunend op je ellebogen, zo lekker kon lezen. Dat ze er vele gereformeerde zondagmiddagen tafeltennis op speelden in een keuken die te klein was en het tennis een loterij bleek omdat je, door alle oneffenheden, nooit wist waar het balletje heen zou gaan. Als deze tafel toch eens zou kunnen spreken….!

“Hm” zegt zijn praktisch ingestelde vrouw, “Waar woonde je toen?

“Heemskerk…..?”

“En in welke kringloopwinkel heb je deze gekocht?”

Hij zwijgt. Voor een tafel met vier poten moet 180 kilometer toch best te doen zijn? Zonder iets te zeggen gaat ze naar binnen.

Hij is er weken zoet mee geweest maar nu kan men hem een autodidactisch restaurateur noemen. Niet alle beschadigingen zijn weg. Dat hoeft ook niet. Iemand die zo oud is mag getekend zijn. Hij staat nu te pronken in de logeerkamer en zijn enige taak is het dragen van de oude koperen kruik, de foto van zijn ouders, een oude glazen vaas en een stoof die nog van oma was.

Toen zijn ouders deze tafel kochten was er nog geen wegwerpmaatschappij. Zij kochten hun spullen voor de eeuwigheid en hij vindt het een mooie gedachte dat de eeuwigheid van deze tafel een stukje is verlengd.

 

© Peter Gortworst

Foto: marktplaats

Geplaatst in eerder | Tags: , , , , , , , , | 1 reactie

Stelletje

 

Het echtpaar van middelbare leeftijd zit schuin tegenover mij in de lunchroom. Samen gezellig op de bank en twee kleine, tegen elkaar aangeschoven tafeltjes op ellebooghoogte voor hen. Op het rechter tafeltje een vaasje met een zomers bloemetje en op het andere de menukaart in een houten standaard en een peper en zoutstelletje in een roestvrijstalen houder.

Zij praat zonder onderbrekingen. Hij luistert of doet alsof hij luistert. Zijn handen spelen met het peper en zoutstelletje en als hij gaat verzitten zet zij, zonder met praten te stoppen, het stelletje weer keurig recht. De koffie met gebak zorgt voor een adempauze in de waterval van woorden. Zwijgend drinken ze de koffie en eten het gebak.

Zij is eerder klaar en het praten begint weer. Hij knikt, luistert en antwoord met enkele woorden. Zijn armen heeft hij op het tafeltje gelegd en zijn handen bewegen de menukaart. Als een bootje gaat deze heen en weer. Als hij daarmee stopt zet zij de kaart daar waar hij hoort: evenwijdig met de tafelrand en in het midden.

Hij gaat rechtop zitten en zoekt met zijn voeten de tafelpoot. Dan schuift hij, heel langzaam, de tafelpoot een centimeter naar voren. Het duurt even maar dan heeft zij door dat de tafels niet meer precies naast elkaar staan. Ze schuift haar tafel ook naar voren en voelt met haar duim of ze weer gelijk staan. Hij wacht even en duwt dan zijn tafeltje weer iets naar voren. Al pratend heeft zij niets door en schuift even later haar tafeltje weer naast het andere.

Ik kan mijn lachen bijna niet meer houden. De man kijkt even naar mij en geeft een vette knipoog. Weer schuift hij het tafeltje op en weer schuift zij haar tafeltje bij. Ze bestellen een tweede kop koffie en als deze genuttigd is leunt hij naar voren en speelt weer met het peper en zoutstel. Zodra hij weer rechtop zit, zet zij het weer recht en daar waar het hoort. Even later schuift de tafel met succes weer naar voren. De volgende poging mislukt. Ze heeft het door. Verbijsterd kijkt ze naar haar man. Die schiet in de lach en prompt probeert ze hem te slaan. Lachend weert hij haar af.

Ze is boos en verdwijnt naar het toilet. Hij gaat staan en rekent af. Dan wacht hij, met haar jas in zijn armen, haar komst af. Met een gezicht wat boekdelen spreekt komt ze terug, laat zich in haar jas helpen en loopt in één lijn door naar buiten. Hij zet nog even snel het vaasje, het peper en zoutstelletje en de menukaart kriskras op het tafeltje.

Soms is het heerlijk om het laatste woord te hebben.

 

© peter gortworst / juli 2016

foto: http://www.merqplaza.nl

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , , | 4 reacties

Zo doe je dat.

“Zeg, handige Harry van mij, zocht jij laatst niet een houtdraaibankje?”

“Ja…?”

“Er staat er eentje te koop op Marktplaats. Diameter 30 cm en 1 meter tussen de centers. Geen idee wat dat is maar jij waarschijnlijk wel?”

“Ja, dat weet ik wel. Wat moet hij kosten?”

“ 175 eurie.”

“Is het in de buurt en staat er een telefoonnummer bij?”

“Het is hier in de stad. Wacht, ik schrijf het nummer wel even op…”

 

 

“Met Tromp. Klopt het dat u een houtdraaibankje te koop heeft?”

“……”

“Technisch nog in orde?”

“……”

“Dus u vraagt voor een draaibankje wat hopeloos in de weg staat, verrotte lagers en een kapotte v-snaar heeft, 175 euro?”

“……”

“Maar dat ga ik er niet voor betalen. Ik wil hem best bij u ophalen maar meer dan 45 euro betaal ik niet. Voor een kapot draaibankje wat in de weg staat vind ik dat een mooi bedrag. Ik wil hem alleen maar hebben voor wat onderdelen en dan is het met 45 euro dik betaalt”

“&*%$## !!!”

“Oke, oke, dan niet. Succes er mee.”

 

 

Drie dagen later:

 

“Geef mij jouw telefoon eens.”

“Wat ga je doen?”

“Bellen voor dat draaibankje.”

 

“Met de Ruiter. U verkoopt op Markplaats een houtdraaibankje?”

“……”

“Werkt hij nog goed?”

“……”

“O, dat is niet best. Zo’n v-snaar is al lastig maar die lagers…… Heeft u er al een bod op gehad?”

“……”

“Iemand heeft 45 euro geboden? Had het maar gedaan want dat ga ik er echt niet voor betalen. Luister, het ding staat u in de weg en is, om het maar eens netje te zeggen, naar de Filistijnen.  Nee, ik bied u 30 euro. Dan haal ik hem vanavond op. U bent dat ding eindelijk kwijt en ik kan er wel een paar onderdelen afhalen.”

“……”

“Prima, geef mij even het adres. Om 7 uur ben ik bij u.”

 

“Nou?”

“Gekocht voor 30 euro. Hij was bang dat de volgende beller nog minder zou bieden. Deze handige Harry kan dat ding wel reviseren en als hij klaar is maak ik mijn eerste draaiwerkje voor mijn meisje. Vind je een kaarsenstandaard mooi?”

“O ja, mmm, Harry, wat lief…..”

 

© peter gortworst / juli 2016

Foto’s http://www.2dehands.nl / http://www.pluckboutique.nl

 

 

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , | 4 reacties

Kafka

Morgen het huis aan kant, vrijdag een kleine koffer inpakken en zaterdagmorgen rustig beginnen en op tijd naar Schiphol gaan. Vandaag was het prachtig weer en daarom neemt hij nu zijn fiets om, in de naderende avondkoelte, een klein stukje te gaan rijden. Het smalle fietspad voert door het bos.  Met diepe teugen en de ogen even gesloten, ademt hij de geurende lucht in.

“Waf!” klinkt het naast hem en van schrikt stuurt hij de varens in en dondert bijna van zijn fiets. Op het pad staat een jonge hond. Zwart-wit, hangoren, kwispelende staart, kop een beetje scheef houdend en aan de halsband een opgerolde riem die met een elastiek bij elkaar wordt gehouden en een briefje in een plastic zakje. Hij steekt zijn hand uit en kronkelend komt de hond naar hem toe. Hij aait haar en zij laat zich op haar rug vallen, springt weer overeind, wil in hem klimmen, likt zijn hand, staat tegen hem op, laat zich weer vallen en kwispelt en kwispelt en kwispelt. Hij trekt het zakje los en leest het briefje: ‘Wie mij vindt mag mij houden’.

Dat is dus duidelijk. “Ga eens zitten,” zegt hij. De hond doet het prompt. Hij bromt tevreden en met wat peuterwerk maakt hij het elastiek los. Zodra hij de riem in zijn handen heeft komt de hond weer in de benen en springt om hem heen. “Dus jij was te veel? Of te duur?” Nou, laten we eerst maar naar huis gaan en doe alsjeblieft een beetje rustig. Kom maar”.Langzaam fietsend gaat hij via de kortste weg naar huis. Het beest loopt keurig mee.

“Moi!” roept hij tegen de overbuurman en wiebelend stuurt hij met één hand door de poort van zijn tuin. Daar legt hij de fiets op het gras en neemt de verstotene mee naar binnen. Ze snuffelt, terwijl ze hem in de gaten houdt, de hele kamer door en als ze daarmee klaar is staat ze voor hem.“Je mazzelt,” zegt hij, “Het is te laat om nu nog te bellen dus vannacht slaap je hier. Blijf maar even wachten. Ik haal even wat op.”In de schuur staat de mand met het kussen en de etensbakken. In de kelder staan nog twee blikken voer en met gemengde gevoelens zet hij de mand in de kamer en de etensbakken in de keuken. Wie had kunnen denken dat hij, na ruim een maand, alles weer tevoorschijn zou halen?

Ze begint met het water, slobbert dan de voerbak leeg en als toetje nog wat water. Ze snuffelt nog wat rond, kijkt hem verwachtingsvol aan maar als er niets meer komt draait ze een paar rondjes in de mand en met een diepe zucht gaat ze liggen. Ze slaapt bijna onmiddellijk. Hij staat er bij en kijkt ernaar. Als je na 14 jaar je maatje in moet laten slapen en nog niet gewend bent om geen wandelingen meer te maken, het huis leeg voelt en de eenzaamheid zo af en toe genadeloos toeslaat is het raar om plotseling weer een hond in de mand te zien liggen. Ook zwart-wit en ongeveer even groot. Maar het is niet Knul. Niet de hond waar hij lief en leed mee deelde. Hoe zou Knul het vinden dat er nu een andere hond, een teefje notabene, in zijn mand ligt? 

Hij maakt een kop koffie klaar en gaat op de bank zitten. Het beest komt overeind en neemt naast zijn benen plaats. Ze legt haar kop op zijn knie en hij kriebelt haar zachtjes onder de oren. Van puur genot sluit ze de ogen. “Nou, kom maar,” zegt hij en tikt met zijn vlakke hand op de bank. Ze springt omhoog en nestelt zich tegen hem aan. Met haar kop op zijn dijbeen valt ze weer in slaap. “Sorry Knul,” zegt hij zachtjes.

 

Om 6 uur is hij met haar gaan lopen, daarna heeft ze eten gehad en is hij begonnen met het schoonmaken van het huis. Ze volgt hem, met die kwispelende staart, waar hij ook maar gaat of staat. “Ga nou eens in je mand en laat mij even met rust, wil je?” en ze is warempel werkelijk in haar mand gaan liggen.

De informatiesite van de gemeente vertelt hem dat een gevonden dier bij hen aangemeld moet worden. Zij sturen dan de dierenambulance en dan is het klaar. Om 9 uur vertelt hij aan Ankie van de gemeente dat hij een hond heeft gevonden in het bos. Ze vraagt zijn adres en zegt alles in orde te maken. Een half uur later realiseert hij zich dat ze niet gezegd heeft wanneer ze komen dus belt hij weer. Ankie is in gesprek maar Ewald zal wel even doorgeven dat de ambulance vandaag al moet komen omdat mijnheer op vakantie gaat. Geen probleem, prettige vakantie.

Om 4 uur staat de ambulance bij de stoep en een potige dame in het uniform van de  dierenbescherming voor de deur.

“U heeft gebeld voor een hond en u gaat op vakantie?”

Dat klopt en gastvrij vraagt hij haar binnen te komen. Het beest heeft niet de minste behoefte deze dame aan een snuffelbeurt te onderwerpen. Ze is achter hem gaan staan en gluurt om zijn benen heen. De dame kijkt onderzoekend rond en vraagt dan: “Waarom wilt u van deze hond af?”

“Het is mijn hond niet. Ik heb haar gisteravond in het bos gevonden met een halsband, een riem en een briefje! Ik heb helemaal geen hond meer,” zegt hij in opperste verbazing.

De dame wijst naar de mand.

“Maar wel een mand en twee riemen aan de kapstok. U bent van plan om op vakantie te gaan toch? Ja, dan is een hond lastig.”

Op dat moment wordt er aangebeld. “Dat zal mijn collega zijn,” zegt de dame en ze loopt al naar de voordeur. Hij hoort ze fluisteren en even later komt ze weer binnen. In haar kielzog een slungel in uniform.

“Mijn collega heeft even bij de buren aan de overkant geïnformeerd. U heeft al jaren een zwart-witte hond. Hij heeft u er gisteren nog mee gezien. Ik heb het sterke vermoeden dat u zich op een makkelijke manier van deze hond wilt ontdoen.”

Het lukt hem niet haar te overtuigen. Nee, hij heeft geen rekening van de dierenarts want zijn hond in laten slapen was een vriendendienst. Ze kennen elkaar al jaren. Dat briefje heeft hij ook niet meer omdat het vanmorgen met het poepzakje in een prullenbak is gegooid. Die mensen aan de overkant zijn al oud en die krijgen niet alles meer mee. Dan speelt zij haar laatste troef uit. Ze tovert een apparaat uit één van haar zakken en scant beest. Niets. Geen enkele piep. Geen enkel leesbaar teken op het display.

“Weet u dat het strafbaar is om een hond zonder chip te hebben?” 

“Nee, dat weet ik niet en als het mijn eigen hond was zou die zeker een chip hebben maar dit. is. mijn. hond. niet!! U zet mij hier verdomme neer als een leugenaar!”

“Nou, nou, rustig maar. Dat zijn uw woorden. Probleem is dat ik u niet geloof. Ik heb het sterke vermoeden dat u gemakkelijk en goedkoop van de hond af wil en daarom neem ik hem niet mee. Breng de hond maar naar het asiel. Daar doet u afstand van het dier en zal u gevraagd worden om een bijdrage in de kosten. Die zijn niet gering maar dat wist u waarschijnlijk al.”

Zonder hem nog een blik waardig te gunnen vertrekken ze. Als de deur in het slot valt springt beest uitgelaten om hem heen. Hij heeft er geen oog voor, ploft op de bank en is te verbijsterd om ook maar iets te doen. Vlak voor 5 uur belt hij naar het asiel. Als hij vertelt dat hij afstand van zijn hond wil doen vraagt de man aan de andere kant van de lijn nogmaals zijn naam. Dan is het even stil. “Ja, lastig, lastig……we zitten helemaal vol. Probeer het eens bij een ander asiel. Tja, het is vakantietijd en dan valt het niet mee……”

Vanaf 9 uur is hij vrijdagmorgen op zoek naar een asiel maar overal vangt hij bot. Uiteindelijk belt hij Bart de dierenarts en legt hem de hele toestand uit. Een onbedaarlijke lach is zijn deel en hij voelt zich miskend. Hij had iets van medeleven of begrip van verwacht. Bart concludeert dat er dus een nieuwe hond zijn opwachting heeft gemaakt. Dat is goed voor hem en de hond. De nieuwe toestand daalt langzaam bij hem in en als Bart vraagt of hij over 5 minuten terug kan bellen, heeft hij even de tijd om aan het idee van een nieuwe hond te wennen. Bart blijkt het asiel aan de lijn te hebben gehad. Hij kan zijn hond, op naam van de dierenarts, brengen voor logies en hij gaat, als de hond daar is, wel even een chip aanbrengen.

“Ik moet nog wel even de naam van dat mormel hebben.”

“Het is geen mormel,” zegt hij verongelijkt, “Het is een lieve hond en ik ga haar Kafka noemen.”

Dan valt hij even stil en weet niet goed of hij wel wil zeggen wat hij voelt.

“Weet je Bart, het voelt nu nog even als verraad naar Knul maar het is toch mooi dat er weer iemand is die op je wacht…. Die het fijn vindt als je thuis komt…. en zo…..”

“Het is goed knul. Ik snap je wel en ik snap ook waarom je haar Kafka noemt. Kom gezond weer terug. Het is niet alleen de hond die het fijn vindt dat je thuis weer thuis komt.”

 

© peter gortworst / juli 2016

foto’s: http://www.mapio.net / eigen foto / http://www.tvenschedefm.nl / http://www.dierenziekenhuis.nl

 

 

 

 

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , , , | 8 reacties

Z0? 1 jaar?

 

Enigszins gehinderd door een mij kenmerkende bescheidenheid doch met een zekere mate van trots, kan ik jullie meedelen dat mijn blog deze maand de leeftijd van 1 jaar heeft bereikt. Een gepast moment om een kleine terugblik en wat diepere gedachten over dit schrijfjaar op schrift te zetten. Elke schrijver wil gelezen worden en door een steeds grotere onvrede over de verhalensite waar ik voorheen actief was, besloot ik vorig jaar een eigen blog te beginnen. Spannend voor een digibeet als ondergetekende maar het is goed gekomen. Snap nog steeds niet alles van WordPress maar zelfs met die onvolkomenheid gaat het toch goed. Ik zal jullie niet vervelen met cijfers of statistieken. Mijn gemoedsrust wordt niet aangetast of gestreeld door kolommen die mij vertellen wat ik niet wil weten.

Zoals ik al schreef: elke schrijver wil gelezen worden. Dat is een aloud gegeven. Waarom zou je anders de moeite nemen om te schrijven? Het dagen kauwen op een verhaaltje, het soms radeloos raadplegen van je notitieboekje, het tegen beter weten in door blijven schrijven tot je de eerste vogels buiten hoort zingen, het wanhopig schrappen van hele stukken moeizaam ontstane tekst, het constateren dat het verhaaltje met je op de loop is gegaan of de twijfel trotseren over de kwaliteit van het verhaal, doe je niet voor niets. Je doet het omdat je er plezier aan beleeft. Aan het schrijven zelf maar uiteindelijk ook aan het eindproduct. Zoals een beeldhouwer om zijn beeld kan lopen, een schilder van een afstandje en vanuit verschillende hoeken naar zijn schilderij kan kijken, leest en herleest de schrijver zijn verhaal. Vaak hardop om te luisteren naar de woorden en de zinnen. Soms kwast hij er dan iets bij of boetseert hij er iets af maar tot slot is daar zijn verhaal. Klaar om gelezen te worden.

Hier komt de ambitie het toneel op. Schrijf ik om zo veel mogelijk lezers te trekken? Nee, dat doe ik niet. Veel lezers trekken is niet al te moeilijk getuige de titel van één mijn verhalen. De publicatie van ‘Stom wijf’ trok in no-time een ongekend aantal lezers. Meer van dat soort titels en teksten die je  populistisch of erotisch kan noemen, zullen het zeker goed doen. Toch kies ik er voor om mijn eigen verhalen te schrijven. Ik schrijf wie ik ben of misschien wil zijn. Ik wil geen 1000 lezers van een tekst waarbij ik mij heb moeten forceren tot iemand die ik niet ben. Ik schrijf niet om beroemd te worden of er geld aan te verdienen. Ik schrijf puur voor mijn plezier en elke lezer is mij dierbaar.

Ik ken een paar van mijn trouwe lezers. Dat zijn de mensen die regelmatig laten weten dat ze je verhaaltje waarderen en soms zelfs een reactie geven. Ik ben daar ontzettend blij mee. Niet omdat het mijn ego streelt maar omdat het een bevestiging is van mijn ontwikkeling. Soms lees ik, met enige verbazing, mijn eerste verhaaltjes nog eens over. Mijn schrijfseltjes van toen zijn zo anders geworden. Het was minder compact, vlot of snel maar de stijl en de onderwerpen zijn wel hetzelfde gebleven en dus hoort dat klaarblijkelijk bij mij.

Een jaar een blog hebben heeft ook contacten opgeleverd met andere schrijvers en schrijfsters. Dat is waardevol. Er is zelfs één lieverd bij die mij soms wijst op taalfouten. Door anderen te lezen, en dat doe ik zo veel als mogelijk is, leer je zelf ook. Hoe gaan zij met een onderwerp om, hoe bouwen zij een verhaal op, hoe beginnen ze en waarmee eindigen ze? Het leert je ook het kaf van het koren te scheiden. Er zijn nu eenmaal schrijvers waar ik geen feeling mee heb of waarvan hun teksten niet aan mijn normen voldoen. Een normale zaak, lijkt mij. Ook mijn teksten zullen niet iedereen bekoren. Schrijven is voor mij geen sociale hobby. Niet gestoord willen worden, af en toe even weglopen, muziek op de achtergrond die plotseling heel irritant is, zullen veel van mijn collega’s herkennen maar bovenal is schrijven fantastisch om te doen.

Dit is mijn 94e tekst die ik op mijn blog plaats. (oké, toch een cijfer). Ik kan niet zeggen hoeveel er het komende jaar bijkomen. Ik schrijf als ik kan, als ik zin heb en als er gelegenheid voor is. Bij mij moet niets maar de wil is er altijd.

Tot slot: mijn grote dank aan al mijn volgers, al mijn lezers waar ook ter wereld en al mijn collega’s. Jullie zijn mijn dagelijkse beloning en bevestigen dat ik, naast al het andere wat ik ook ben, mij een gelukkige hobbyschrijver mag noemen.

 

© peter gortworst / juli 2016 

Foto: Selfie maar geen idee hoe en waar ik kijken moet. 

Geplaatst in oprispingen | Tags: , , , , , , , , | 6 reacties

Geacht college,

 

Aan de Burgemeester en Wethouders,

 

Geacht college,

Wij, de bewoners van de Koninginnelaan, hebben, naar aanleiding van de brief die de bewoners van de Koningsstraat in Beuningen aan hun college stuurden, ook een verzoek.

Zoals u weet is onze laan een mooie laan. Het is alleen een beetje onoverzichtelijk door al die verschillende verkeersdeelnemers. Gelukkig is er geen AZC in de planning opgenomen dus bezwaar maken tegen het gebruik van het voetpad door die asielzoekers is niet nodig. Wij kunnen echter wel andere bezwaren noemen en suggesties geven voor een ordelijk gebruik van onze prachtige laan.

 

Ten eerste zouden wij graag zien dat het voetpad langs de achterkant van onze woningen uitsluitend gebruikt gaat worden door de kinderen van de basisschool. Kinderstemmen maken de mens vrolijk dus die horen we graag. Wel zouden wij er op willen wijzen dat de school de kinderen duidelijk maakt dat er auto’s van en naar onze erven kunnen rijden. Uiteraard hebben deze voorrang op de kinderen dus is het goed, ter voorkoming van ongelukken, hen dit duidelijk te maken. Voor de overige voetgangers kan er een voetpad aan de overkant van de straat gemaakt worden. Wij zitten niet te wachten op al of niet tot een bepaalde bevolkingsgroep behorende, opgeschoten jongeren die, als ze zouden willen, zo in onze tuinen kunnen kijken.

 

Ten tweede vragen wij ons af of het naastgelegen fietspad ook niet naar de overkant van de straat kan worden verplaatst. Als wij onze auto’s op ons eigen erf willen parkeren moeten wij dit fietspad kruisen. Omdat er tegenwoordig veel oude mensen met een elektrische fiets rijden, hun snelheid onverantwoord hoog is en hun reactiesnelheid bedenkelijk laag, geeft dit levensgevaarlijke situaties. Dit willen wij natuurlijk niet dus de oplossing om het fietspad naar de overkant te verplaatsen is de meest logische stap. Voor de bewoners aan de overkant is het zelfs een voordeel. Zij kunnen vanuit hun verblijf wat hen aangeboden is via de sociale woningbouw direct van het fietspad gebruik maken. Dat komt mooi uit want dat soort mensen maakt vaak gebruik van de fiets.

 

Ten derde vragen wij ons af of de eigenaren van de verschillende honden, waaronder overigens veel zwarte labradors, zwarte newfoundlanders en zwarte bouviers, niet verplicht kan worden op hun weg naar de hondenuitlaatplek bij de dijk, een andere route te nemen. Ze vormen, zeker als ze het voetpad aan de overkant van de straat gaan nemen, niet direct een gevaar maar een eventuele koper van één onzer huizen zal de aanwezigheid van deze hondenbezitters zeker als een minpunt zien.

 

Ten vierde zouden wij graag zien dat de rijbaan breder gemaakt wordt. Dit biedt een aantal voordelen. Het doorgaande verkeer zal sneller door de straat kunnen rijden wat de overlast dus beperkt. De draai die wij moeten maken om met onze auto’s op ons eigen erf te kunnen komen wordt groter zodat ook daar de overlast voor achteropkomend verkeer verminderd wordt. Wij stellen voor het verbreden niet ten koste te laten gaan van de aanwezige groenstrook. Met het smaller maken van het nieuw aan te leggen voet- en fietspad komt u al een heel eind.

 

Tot slot wijzen wij u er op dat de groenstrook wel een bonte verzameling is geworden van verschillende uitheemse plantensoorten. Kunt u daar niet de gewone witte klaver (Trifolium Repens) of de witte honingklaver (Melilotus Albus) planten? Wij wonen in Nederland en de gewone Hollandse plantensoorten hebben het al moeilijk genoeg.

 

Wij zijn altijd bereid om deze brief persoonlijk toe te lichten. Wij rekenen op uw bereidwilligheid om onze problemen op te lossen. Per slot van rekening zijn tevreden bewoners en een waardevast huizenbestand goed voor onze hele gemeente.

 

Met de meeste hoogachting,

Namens de bewoners van de Koninginnelaan,

Drs. Hans Hollander.

 

©peter gortworst / juli 2016

 

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen