Orde, rust en regelmaat -14-

Heftig

Het leven kan onverwachte wendingen geven. Het leven van mensen maar ook het leven van huisdieren. De wendingen in het leven van een huisdier worden meestal veroorzaakt door mensen. In zijn geval was het door omstandigheden onvermijdelijk. Een hond die voor onbepaalde tijd alleen in huis verblijft en door goedwillende buren uitgelaten gaat worden, kan gewoon niet. Dat is voor de hond absoluut niet goed. Voor het huis overigens ook niet.
Toen ziekenhuisopname tot een mogelijke realiteit ging behoren hadden zijn kinderen de hond meegenomen.  Een verstandige beslissing met een vooruitziende blik. Tijdelijke opvang in een heus pension was, om verschillende redenen, de beste keuze.

Zijn gewaardeerde lezers en lezeressen die, wanneer zij in het bezit zijn van een huisdier, zichzelf tot bevoorrechten mogen rekenen, zullen het met hem eens zijn als hij beweert dat je een huisdier mateloos kan missen. Voor hem was dat niet anders. Goed vier maanden deelt hij zijn leven 24 uur per dag met zijn trut en plotseling van elkaar verstoken zijn geeft, op de meest ongelegen momenten, emoties die met wat vocht zichtbaar worden. Natuurlijk, ze zullen best goed voor haar zorgen. Ze zal het vast wel leuk vinden om met andere honden te spelen maar hij weet donders goed dat ze hem mist. Hij zou zo graag weer even zijn hoofd in die warme nek leggen, haar kriebelen achter die enorme oren, het gewicht van haar kop voelen als ze deze in zijn hand legt of haar warme lijf voelen als ze tegen hem aan komt leunen.

Het is gebleken dat mensen met een huisdier eerder uit een ziekenhuis ontslagen worden dan huisdierloze patiënten. Ze helen gewoon sneller. Helaas voor hem werd deze stelling ondergraven door een vervelende ontsteking. Zonder veel misbaar werd deze hindernis geaccepteerd. Het is gewoon niet anders. Je voelt zelf wel of je lijf iets aan kan of niet en voor hem was het zonneklaar: nog niet.

Eigenlijk is het best verontrustend om te bemerken hoe snel een lijf af kan takelen. Twee dagen voor de opname liep hij nog fluitend twee uur door het veld te banjeren. Bij thuiskomst uit het ziekenhuis was het beklimmen van de trap naar de slaapkamer een adembenemende opgave. Gelukkig werd dat redelijk snel wat beter en hij besloot dat over een paar dagen zijn trutje haar vakantie in het pension maar moest beëindigen.

Ze was blij hem te zien. Piepen, janken en draaien. Vanuit het pension rechtstreeks naar de Anser dennen gereden om haar even lekker te laten rennen. Dat deed ze niet. Ze snuffelde welwillende rond, deed een poep en een plas maar rondrennen was er niet bij. Ze ging er werkelijk bij zitten. In de auto op weg naar huis, viel ze als een blok in slaap. Af en toe kwam ze even overeind, keek hoe ver ze waren, legde een poot op zijn arm en plofte weer in een diepe slaap.
Thuis werd de kat besnuffelt, er werd een rondje door het huis gelopen, het voer werd verorbert en daarna nestelde ze zich op haar favoriete slaapplaats en was vertrokken.
Hij had al vaker gemerkt dat ze, wanneer ze alleen gelaten wordt, dit haar geen goed doet. Een kauwstaaf die ze krijgt op het moment dat hij vertrekt, blijft onaangeroerd. Als hij weer thuiskomt begroet ze hem enthousiast en pas dan is de kauwstaaf aan de beurt. Hoe zal zij zich gedragen en gevoeld hebben in dat pension?

Vandaag de fiets in de auto geladen en naar het kanaal bij Ootmarsum gereden. Daar is een mooi fietspad, geen verkeer en kan zij naar hartenlust rennen. Zijn lijf kan een lange wandeling nog niet aan maar op de fiets kom je met minder moeite verder en kan de loslopende hond zich uitleven. Ze vond het prachtig. De baas op een fiets is nieuw voor haar maar er werd niet moeilijk over gedaan. Hij heeft zich wel verbaasd over hoe hard zij kan lopen. Op de terugweg bij de Welkoop een nieuwe zak varkensoren gehaald en de hond daar op de weegschaal gezet. Bijna 24 kilo weegt ze nu. Een trut van formaat.

 

© peter gortworst / maart 2018

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in Orde, rust en regelmaat | Tags: , , , , , , , | 2 reacties

Orde, rust en regelmaat -13-

Losse woorden

Frustratie.
Als hij na een diepte-investering in een tweetonig hondenfluitje, en in zijn linker zak zoveel lekkere stukjes worst dat hij een hele meeuwenkolonie zou kunnen trakteren, en in de andere zak het favoriete speeltje van de trut, ze het toch vertikt om te komen omdat het uittrekken van een graspol veel leuker blijkt te zijn.

Onrust.
Hij was voor de zondagmorgen uitgenodigd om deel te nemen in een groepje wat elkaar kent van de hondenschool. Gewoon, een stel honden bij elkaar op een omheind stuk land. Goed voor de socialisatie van de viervoeters en de tweebeners. Of hij ook in de WhatsApp-groep wilde. Voor het maken van afspraken en mocht iemand verlegen zitten om een wandelmaatje, dan kan er zo makkelijk in worden voorzien. Sinds dat moment krijgt hij om de haverklap de meest onzinnige meldingen en dat maakt hem knap onrustig. Even bij WhatsApp-geschoolden vragen hoe je zo’n groep weer verlaat.

Gezellig.
Als hij, zittend op de bank, een kruiswoordpuzzel maakt en de kat snorrend in zijn nek gaat liggen terwijl de trut lekker tegen hem aan komt leunen.

Zorgelijk.
Vroeger, toen de kinderen klein waren en er één of meerdere besloten dat het zaterdagmorgen om zes uur tijd was om wakker te worden, kon hij, als ouder, nog zeggen: ‘Ga maar naar beneden om wat te spelen maar maak geen lawaai. Wij willen nog een klein beetje slapen.’
Maar wat moet hij tegen een hond zeggen die ontwaakt zodra het licht wordt en dat ontwaken ook nog eens middels een regelmatige kef en/of piepend gemurmel wereldkundig maakt? Hoe welkom het lengen der dagen ook is, het baart hem toch zorgen.

Onsmakelijk.
Als hij ’s morgens, in het kwartiertje van wakker worden en slapen, onheilspellende kotsende geluiden van beneden hoort komen die onmiskenbaar duiden op het terugsturen van de maaginhoud richting uitgang. En als hij dan met frisse tegenzin naar beneden gaat, goed kijkend waar hij zijn voeten zet, niets kan vinden…..

Groei.
Ze heeft zelf nog niet door hoe groot ze aan het worden is. Wanneer de keukenprins zijn scepter zwaait en zij waagt het om in de deuropening te gaan staan, kan ze er op wachten dat ze wordt weggestuurd. Bij het ‘Ja, wieberen jij!’ draait ze zich met een hoorbare diepe zucht om en klapt met haar kop tegen de deurpost. Verdorie! Weer gegroeid!

Trots.
In het verleden moest een bal, die in een greppel met een miniem laagje water terecht gekomen was, definitief als verloren worden beschouwd. Een hond met een beetje verstand waagt zich niet in die onpeilbare diepte. Tegenwoordig wordt de bal er wel uitgevist. Met de nodige voorzichtigheid maar toch, ze doet het. Dat vervult hem met plaatsvervangende trots.

Enthousiasme.
Het doet hem terugdenken aan zijn jonge jaren. Een onverwacht dagje aan het strand kon hem zo in vervoering brengen dat hij van gekkigheid de meest dolle dingen deed. Zijn hond heeft dat ook. Naast haar bijna gebruikelijke spurtjes met abrupte wendingen in bij voorkeur hoog gras, kan ze zo af en toe in volle vaart naar hem toe komen rennen en zonder enige snelheidsreductie tegen hem opspringen. Een snoeihard ‘NEE!’ wil soms helpen maar vaker redt hij het vege lijf door op het juiste moment een stapje opzij te doen om het enthousiaste huisdier doelloos aan hem voorbij te zien zweven.

Verbazing.
Tijdens de Hundetreff viel het hem plotseling op. Zijn lompe, onbesuisde en enthousiaste dragonder gedraagt zich bij kleine honden anders dan bij haar grotere soortgenoten. Ze doet echt haar best om voorzichtig te zijn. Dat had hij van haar niet verwacht en ze verbaasd hem wederom.

 

In de o.t.t is hond werkwoord als verveling in de o.v.t staat maar dat kan ook v.v.t zijn. Hoe dan ook, met een jonge hond heb je never meer een dull moment.

 

©peter gortworst / mrt 2018  

Geplaatst in Orde, rust en regelmaat | Tags: , , , , , , | 2 reacties

Orde, rust en regelmaat -12-

School

Hij is een trouwe bezoeker van de hondenschool. Niet om het zit, af, poot, en mooi zit te leren maar om de hond te socialiseren. Hij wil voorkomen dat de dame, wanneer ze eenmaal volwassen is, een beetje wereldvreemd blijkt te zijn. Omdat de groep van de zaterdagmorgen wat te groot werd en er een duidelijk verschil zat tussen de ontwikkeling van de honden, heeft men besloten de groep te splitsen. Ook hier kent men manen, sterren, zonnen en raketten. Nu heeft hij vrijdagavond les in een groep van vier honden. Dat is leuk. De tijden dat je stil staat zijn beduidend korter.

De dame die ons les geeft, is beslist een hele lieve meid. Dat vond, en dat staat bewust in de verleden tijd, zijn trut ook. Tot afgelopen vrijdag. Ze moesten in een kleine kring gaan staan en de aandacht van hun hond vragen. Plotseling een doffe knal en de juf staat daar met een net uitgeklapte paraplu in het midden. En eerlijk, niet alleen de honden schrokken. Oorverdovend geblaf en hangen in de riemen. Was het daar nu bij gebleven dan was de relatie tussen zijn trut en de juf misschien nog te herstellen geweest maar nee, met die paraplu loopt ze ook nog rondjes om de diverse deelnemers. Hij had alle aandacht voor de hond maar zij beslist niet meer voor hem en juf werd de rest van de les met de grootst mogelijke argwaan bekeken.

De onkundige of niet beter wetende toeschouwer zou dat voorzichtige, argwanende van een hond met haar postuur, eigenlijk niet verwachten. Maar ook hier geldt dat  het uiterlijk niets zegt over het innerlijk. Wanneer zij met de kat speelt en hij meent, aan het geluid van de kat te horen dat het er weer eens te onstuimig aan toe gaat, valt er een houten lepel uit de hemel. Die landt steevast in de buurt van het span. Grote schrik, weg is het stoere gedoe en het spel is over. Die lepel stelt qua omvang en onguur uiterlijk niets voor maar het is een levensgevaarlijk ding. Het is niet voor niets dat de baas dat ding snel opraapt, uitscheldt en er flink tegen moppert. Het is maar goed dat hij weet hoe je met zo iets gevaarlijks om moet gaan.

Wat leuk is: met vier poten op het ijs en een tak apporteren. Ze probeert snelheid te maken met die grote poten en heeft ze dat eenmaal, dan remt ze steevast te laat.

Eén van de deelnemers op de hondenschool heeft een hond waarmee hij ook een jachtcursus wil gaan volgen. Het is zijn eerste hond maar de verhalen zijn net zo groot als zijn ervaring klein is. Hij kan wel vierhonderd meter weglopen en dan blijft de hond zitten waar hij zit. Zegt’ie. De andere deelnemers begrijpen dat wel. Die hond is blij dat de baas een stuk uit de buurt is want hoewel men de honden traint op een positieve manier, klinkt er uit zijn richting zeer regelmatig een snoeihard ‘foei!’ en niemand zal er verbaast van opkijken wanneer het niet alleen bij woorden blijft. Nu is het beslist een waarheid als een koe dat je hond op de hondenschool anders reageert dan wanneer je thuis met hem of haar traint. Maar een zo’n groot verschil tussen wat hij zegt en wat de hond laat zien, maakt hem toch wat minder geloofwaardig.

Ze hebben huiswerk mee: verzin een woord, geluid of een kreet waardoor je hond altijd naar je toekomt. Als hij/zij dàt hoort weet hij/zij dat het feest is. Niets, echt helemaal niets is op dat moment leuker dan bij de baas komen. Hij heeft het een paar keer geprobeerd met een fluitje wat hij, eigenlippig, zelf produceert maar tijdens een wandeling in de vrieskou wilde dat fluiten niet echt meer lukken. Misschien moet er maar een diepte-investering gedaan worden in de vorm van een scheidsrechtersfluit. Kan mooi naast haar kentekenplaat en poepzakjeshouder aan de riem. Rest de vraag waarmee je het voor de trut een feest maakt. Elke keer dat hij haar roept en ze komt, krijgt ze al een beloning in de vorm van een stukje Fleischwurst, jong belegen kaas of hondenworst met de daarmee gepaard gaande mededelingen dat ze braaf is of een grote meid. Waarmee beloon je deze trut ten volle? Stukjes moorkop, abrikozenvlaai, biefstuk van de haas? Deze intelligente vraag komende vrijdag maar eens in de groep gooien.

 

© peter gortworst / feb. 2018     

Geplaatst in Orde, rust en regelmaat | Tags: , , , , , | 3 reacties

Bachplein

‘Ach ja, het Bachpleintje, Componistenbuurtje. Kwam daar vroeger vaak. Ik had een schoolvriendinnetje wat daar woonde. Vivaldistraat 12. Ik zie het nog zo voor me. Kleine huisjes hoor. Tuintjes van niks voor de deur en achter een plaatsje met een fietsenschuurtje en als ik er eens goed over nadenk: het was toen al een rommelig zooitje. Maar ja, dat zie je niet als kind zijnde, toch? Ik weet nog dat haar vader gek was op modelspoortreinen. Haar broertje ook trouwens. Ze hadden een hele tafel vol met rails en zo. Die hele tafel kon je opklappen tegen de muur en de onderkant was wit geschilderd maar het bleef toch een rommeltje. Er liepen allemaal elektrische draadjes onder die tafel en die bleef je natuurlijk zien. Toen ik dat thuis vertelde van die treintjes en zo, was mijn vader best wel geïnteresseerd maar ik geloof dat mijn moeder het niet zo’n goed idee vond dat hij daar eens wilde kijken. Ons deden die treintjes niks. Wij deden meisjesdingen, speelden met poppen en met een klein poppenhuisje. Ik weet nog dat zij een negerpop had. Goh, nu ik er over nadenk was dat eigenlijk wel bijzonder. Ik kan mij niet herinneren dat andere vriendinnen zo’n zwartje als pop hadden. Ja, ik had meer vriendinnetjes toen. Raar eigenlijk dat ik ook haar als vriendinnetje had. Die anderen waren meer, zeg maar van onze stand. Misschien was ik wel met haar bevriend uit een soort van sociale bewogenheid. Hoe je het went of keert: de omgeving waar je opgroeit is wel degelijk bepalend voor je latere leven. Mijn moeder zei altijd dat er geen artsen worden geboren in arbeidersbuurten. Ik zou eigenlijk niet weten hoe het dat vriendinnetje is vergaan. Je verliest elkaar uit het oog als je van de lagere school afkomt. Ik ging naar de HBS en zij zal wel naar de huishoudschool zijn gegaan. Ja, ik ben al jaren niet meer in die buurt geweest. Het is altijd een beetje een wat onontwikkeld buurtje gebleven. Jammer eigenlijk dat ze die straatjes zulke beroemde namen hebben gegeven. Beethovenstraat. Daar stel je je toch heel wat bij voor niet? Ik geloof dat er zelfs een Mozartsteeg is. Zeg nou zelf, iemand die zulke goddelijke muziek geschreven heeft, wordt geëerd met een steeg!? Maar ja, misschien wisten degenen die de namen verzonnen hebben ook niet dat het zo’n soort buurt zou worden. Ik denk dat er nu allemaal buitenlanders wonen. Die hebben natuurlijk helemaal geen benul wie die mensen waren waar hun straatje naar is vernoemd. O, en dat Bachplein. Vroeger zat daar een kruidenier. VIVO? Kan dat? Ging ik wel eens heen met Elly om…. Verdomd! Dat mij dat nu zo maar te binnen schiet. Ze heette Elly…… maar goed, die kruidenier zal er wel niet meer zijn. Het zal wel volgeplempt zijn met van die Turkse eethuizen. Goh, ik klets wat af. Laten we het er maar op houden dat het de leeftijd is. Hoe kwamen we hier nu op?’

‘Ik vroeg of u wist hoe ik moet lopen om op het Bachplein te komen.’
‘Is dat zo? Nou, dat is eenvoudig. Je gaat rechtdoor en bij de kruising met stoplichten en de kapper, mijn kapper overigens die daar op de hoek zit, ga je rechtsaf. Dan loop je door tot de kerk en daar ga linksaf. Dat is de Wagnerstraat en aan het einde daarvan is het Bachplein.’
‘En de Vivaldistraat komt daar ook op uit?’
‘Ja..?’
‘Eigenlijk moet ik daar zijn. Heette uw vriendin toevallig Elly Versteeg?’
‘Nou je het zegt! Ja zeg. Elly Versteeg. Hoe weet jij dat?
‘Hoe heet uw kapper daar op de hoek?’
‘Versteeg……… Zeg……., ga je mij nu vertellen dat het haar kapsalon is? Ik kom daar al jaren en ik zal nu pas weten dat het de kapsalon van Elly is? Dat is toch niet te geloven!? Maar dan moet ik haar daar toch gezien hebben? Is ze familie van je of zo?’
‘Elly Versteeg is mijn moeder en ze is de eigenaar van 28 kapsalons is deze regio. Ze knipt zelf al lang niet meer maar houdt vanuit haar kantoor de touwtjes in handen. En nu ga ik haar geboortehuis bekijken en een wandelingetje maken door de buurt waar ze is opgegroeid. Het is per slot van rekening bepalend geweest voor de rest van haar leven, toch?
Fijne dag verder.’

 

 

© peter gortworst / feb. 2018
afbeelding: modeltreinWinkel.nl

 

 

 

 

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , , | 4 reacties

Orde, rust en regelmaat -11-

ADHD

 

Als hij een taart volgens recept bakt, lijkt deze niet, of slechts in zeer beperkte mate, op de taart die het volgens het plaatje had moeten worden.
Als hij een houtskooltekening van een stilleven maakt, geeft dit een enorm verschil met de werkelijkheid. Ongeveer het verschil wat opvalt bij een vrouwenportret wat gemaakt is door Picasso of Rembrandt.
Als een hondenfluisteraar binnen vijf minuten een altijd aan de riem trekkende hond, gedwee naast hem kan laten lopen, laat hij, nog regelmatig achterover hangend met een riem die snaarstrak staat, een in ademnood verkerende en daardoor amechtig hijgende, enorme trut uit.

Kom op! Zo moeilijk kan dit verdorie toch niet zijn? Het gaat om overdraagbare energie, erkenning van de ranghoogste, rust en onderdanigheid. Daar zit toch geen woord chinees bij?

Meditatie klinkt hem iets te zweverig maar hij heeft zich, als voorbereiding op de wandeling, even terug getrokken op zijn bed. De bestudering van talloze filmpjes op YouTube hebben hem overtuigt dat zelfs hij met een niet-trekkende hond kan wandelen. Het is een kwestie van jezelf volgieten met de goede energie en heel goed in de gaten houden wanneer je de spanning van de riem moet halen en wanneer niet. Nu heeft zijn levenservaring hem geleerd dat jezelf toespreken vaak helpt. Mantra’s uit het verleden zoals: ‘je bent best wel slim’ ‘doen want je kunt het’ en ‘je bent niet gek’, soms vervangen door woorden als ‘dom’, ‘lelijk’, ‘ouderwets’ of ‘slecht’ hebben hun diensten bewezen. Nu ligt hij een beetje hardop voortdurend ‘jij bent de baas’ te mompelen.

Na een uur gaat hij naar beneden, doet zijn jas aan, sjaal om en pet op. De trut staat al klaar. Hij klikt de riem vast en loopt naar de deur. De trut gaat zitten omdat ze weet dat hij eerst naar buiten wil en zij moet wachten. Dat doet ze al geruime tijd goed.
Hij stapt naar buiten en zegt: ‘Kom maar.’
Het volgende moment hangt ze al in de riem en trekt hem met grof geweld de twee treden van het stoepje af.
Hij trekt haar weer naar binnen, klikt de riem los en doet zijn jas uit. Na vijf minuten waagt hij een nieuwe poging. Hetzelfde resultaat en na weer vijf minuten de vermoorde onschuld spelen, flikt ze het weer.

Fleischwurst per kilo is goedkoper en de trut is er gek op. Riem in de linkerhand, stukje wurst in de rechter en de dame loopt keurig aan de voet mee. Na zo’n twintig meter vindt ze het welletjes. Ze loopt niet meer mooi aan de voet dus de wurst verdwijnt in één slok. Voor hij een nieuw stukje tevoorschijn kan toveren, hangt ze al weer in de riem. Nieuw stukje en ziet, het gaat weer twintig meter goed.

Op het parkeerterrein waar ze loslopend haar avondronde maakt en de tijd vult met  geplas, gepoep en gesnuffel, overdenkt hij de gang van zaken. Hij kan zich heel goed voorstellen dat er in dit stadium gedacht wordt aan slipkettingen, halsbanden met stekels naar binnen en halsbanden die een elektrische optater kunnen geven. Volgens die hondenfluisteraar moet de hond in een kalme en onderdanige toestand gebracht worden door roedelbaas. Deze hond kalm? Nooit niet! Met haar is het hollen of stilstaan. Hij heeft haar nog nooit tijdens bijvoorbeeld een wandeling, moe zien zijn.

Na zo’n lange wandeling valt ze wel als een blok in slaap maar zodra ze haar ogen open doet, is het gelijk weer spelen, kluiven, kat pesten of baas verleiden tot een spelletje. Het enige moment van kalme rust is ’s avonds. Dan slaapt mevrouw en wenst niet gestoord worden door mededelingen als ‘nog even pinkelen’. Als ze dan toch moet van die vreselijke baas is het, onder het mom van ‘we zijn nu toch wakker’, ook het moment om weer te gaan spelen. Gelukkig vindt ze een kamer zonder verlichting niet leuk en verdwijnt ze met een diepe zucht in dromenland.

 

Hij weet het nu zeker. Zijn hond is een supermodern beest met een actuele kwaal. Ze heeft een rugzak boordevol met ADHD. Zou de dierenarts dat vast moeten stellen en bestaat er dan iets als een Hond Gebonden Budget?

 

 

© peter gortworst / feb 2018
foto: Veilingen-Catawiki   

 

 

 

Geplaatst in Orde, rust en regelmaat | Tags: , , , , , , , , | 4 reacties

De wensWrat

een kinderverhaaltje op verzoek
Voor Alisha

 

Ze is nu bijna twaalf jaar. Over twee maanden is ze het echt. Dan is ze jarig en ze weet nu al welk cadeau ze gaat vragen: een bezoekje aan de huisarts.

Klinkt dat gek? Ja, voor jou misschien wel maar voor haar niet. Als ze twaalf is mag de dokter haar lelijke Wrat, die precies op de knokkel van haar linker duim zit, weghalen. Voor zover ze weet zit dat ding daar altijd al en ze heeft er een vreselijke hekel aan. Het is een raar ding. Niet mooi rond maar een beetje bubbelig aan alle kanten en ook nog een beetje hoog. Vroeger droomde ze wel eens van die Wrat. In haar dromen werd dat ding steeds groter en lelijker en soms droomde ze dat het ding zo groot en lang werd dat het wel een extra vinger leek. Dan schrok ze wakker en bang deed ze dan het licht aan om naar haar duim te kijken. Gelukkig. Het valt nog mee.

Raar eigenlijk dat je door zo iets kleins, zo van streek kan raken. Dat je zelfs kan gaan denken dat je niet mooi bent, dat iedereen niet een leuk meisje van 11 jaar ziet maar een lelijk kind met een Wrat. O, ze wil best iedereen wel geloven die zegt dat je er niets van ziet en dat je een hartstikke leuk meisje bent maar zij hebben geen Wrat. Dan heb je makkelijk praten.

De dokter heeft gezegd dat een wrat soms vanzelf weg gaat en als dat niet zo is, en zij echt van die Wrat af wil, ze twaalf jaar moet zijn. Het ding is er nog steeds en over twee maanden is ze twaalf en dan is de Wrat weg.

 

De kat zit in de vensterbank en kijkt naar buiten. Zij ligt op haar buik op bed en probeert zich voor te stellen hoe het zal zijn om geen Wrat meer te hebben. Ze duwt er met haar wijsvinger van haar andere hand op maar dat heeft ze al zo vaak gedaan. Dat helpt niks. Gedachteloos duwt, pulkt, rolt en trekt ze aan het ding. Ze kijkt naar de kat die zachtjes begint te miauwen. Dat doet ze vaker als er buiten een vogeltje zit.
‘Hé!’ zegt ze. ‘Er staat in de keuken voer je klaar hoor.’
‘Dat haalt het niet bij vers vogelvlees,’ zegt de kat.
Van schrik kan ze even geen adem halen. Wat was dat! Hoorde ze nu echt de kat praten? Dat kan toch niet? Nee, natuurlijk niet. Katten kunnen niet praten, toch?
‘Kan jij echt praten?’ probeert ze toch maar even.
De kat kijkt haar aan maar ze hoort niets. Zie je wel. Het zou ook heel gek zijn als het wel zo was.

Ze pakt een boek uit haar kast. Een boek wat ze geleend heeft van een vriendin. Het gaat over twee meiden die allemaal spannende dingen beleven als ze met een roeiboot aan het varen zijn. Al lezend speelt ze weer met de Wrat. Dat is al lang geleden een gewoonte geworden.
‘Kan je mij niet even naar buiten laten?’ vraagt de kat.
Met een bons valt het boek op de grond. Ze heeft het echt gehoord. De kat praatte weer! Ze rent haar kamer uit en stommelt  de trap af.
‘Mamma! Mamma! De kat! De kat kan praten!’
Mamma die aan de keukentafel de krant zit te lezen, kijkt haar verbaasd aan.
‘Hoe kom je daar nu bij?’
‘Nou, eerst zei ze dat vogelvlees lekkerder is dan brokjes en toen vroeg ze of ze niet naar buiten mocht. Echt waar hoor! Ik heb het zelf gehoord!’

Mamma kijkt haar nadenkend aan. Een pratende kat kan natuurlijk helemaal niet dus moet er iets met haar meisje aan de hand zijn. Wanneer zeggen meisjes van die rare dingen?
‘Heb jij vannacht wel goed geslapen?’
‘Ja.’
‘Was je niet een beetje aan het dagdromen?’
‘Nee, ik was een boek aan het lezen.’
‘Zou je niet graag willen dat de kat kan praten?’
‘Dat zou wel leuk zijn hè, mamma. Dat we met de kat en de honden en de paarden en de kippen en de vogels zouden kunnen praten. Dan kunnen we vragen waarom de hond soms zo diep zucht of waar de kippen weer eens een keer van geschrokken zijn en of de schapen het niet koud hebben als ze geschoren zijn en het paard vragen of zij het wel leuk vindt om een kar te trekken en de zwaluwen vragen hoe hun reis naar het zuiden is geweest.’
Mamma denkt daar iets anders over. Als de dieren zouden kunnen praten krijgt ze het alleen maar drukker. Haar meisje vraagt haar soms al de oren van haar hoofd en als alle dieren dat ook nog gaan doen….. ze moet er niet aan denken.

‘Weet je’, zegt ze, ‘Soms is er iets wat je heel graag wilt. En soms ga je dan zelfs denken dat het dan ook echt gebeurt. Maar het gebeurt niet. Je denkt het alleen maar en misschien is dat nu ook zo geweest. Je zou graag willen dat de kat tegen je kan praten maar dat kan natuurlijk niet. Je hebt het alleen maar gedacht.’

Ze kijkt haar moeder aan en ze weet dat het niet waar is. De kat heeft echt gepraat. Ze is toch niet gek?
‘Hm,’ zegt ze en ze draait zich om en gaat weer naar haar kamer.

 

Ze zit op de rand van haar bed en denkt heel diep na. Als ze dat doet komt er altijd een diepe rimpel tussen haar neus en voorhoofd. Wat deed ze of wat gebeurde er toen de kat ging praten? Eerst lag ze op bed en de tweede keer zat ze in de stoel. Eerst lag ze een beetje na te denken en de tweede keer zat ze te lezen. Dat heeft niets met elkaar te maken. Deed de kat iets bijzonders misschien? Nee, volgens haar niet. Die zat alleen maar in de vensterbank. Terwijl ze zo diep nadenkt frummelt ze weer aan haar Wrat.
‘Kijk niet zo boos,’ zegt de kat.
En weer houdt ze haar adem in. Dát is het dus! Het is die Wrat! Ze duwt er met haar vinger op.
‘Hoor je mij?’ vraagt ze.
De kat zegt niets. Ze duwt zachtjes tegen de zijkant.
‘En nu?’
Weer niets.
Ze draait met haar wijsvinger een rondje om de Wrat.
‘Nu?’
Niets.
Dan knijpt ze een beetje met haar duim en pink.
‘Nu dan?’
‘Mens, zeur niet zo.’
Het is gelukt! Als ze zachtjes met die twee vingers knijpt, kan ze de kat verstaan. Als ze los laat, niet meer. Dat ze dit nu pas moet ontdekken.

Ze praat met de kat. Die blijkt het hier best naar zijn zin te hebben maar het zou prettig zijn als de kattenbak wat vaker schoon gemaakt wordt. Het is natuurlijk niet fris als je geen goed plekje kan vinden om heerlijk te poepen. En of ze wel weet hoe veel muizen er in en om het huis leven. Het is niet voor niets dat er overdag zo veel geslapen wordt. In de nacht is dit roofdier heel druk met het vangen van muizen en of zij wel weet wat er gebeurt als er geen muizen meer gevangen worden. Dan komt er een muizenplaag en dat is verre van leuk. De kat weet ook te vertellen dat ze kleine wensen kan doen door in de Wrat te knijpen. Hoe hij aan die wijsheid komt? Kom op zeg, denkt zij nu werkelijk dat zij de eerste is met een wensWrat? Ze moet het maar uitproberen en nu zou ze graag naar buiten willen want daar schijnt de zon.

Wat moet ze nu doen? Is het verstandig om dit aan iemand te gaan vertellen? Na lang nadenken weet ze het: voorlopig vertelt ze het aan niemand. Eerst maar een kijken of dat wensen wel werkt en of ze met alle dieren kan praten.

Ze gaat naar beneden. In de keuken is mamma spruitjes aan het schoonmaken. Jasses! Die vindt ze helemaal niet lekker maar misschien kan de wensWrat iets doen. Ze knijpt zachtjes met haar duim en pink in de wrat en denkt ‘pannenkoeken’.
‘Heb jij eigenlijk wel zin in spruitjes?’ vraagt mamma.
‘Nee, niet echt.’
‘Ik eigenlijk ook niet,’ zegt mamma, ‘Pannenkoeken lijkt mij veel lekkerder. Doen?’
Oei! Ze had zich bijna verraden. Ze had bijna gezegd: ‘Ik wist het wel!’ maar ze kon de woorden nog net inslikken.

Als ze aan tafel zitten en lekker smullen van de pannenkoeken zegt pappa:
‘Ik heb vandaag zo hard gewerkt. Ik ga straks even lekker op de bank liggen. Even helemaal niks.’
Voorzichtig knijpt ze in haar wensWrat en denkt: ‘Verhaaltje.’
Dan kijkt haar pappa haar aan en zegt:
‘Of zal ik jou een verhaaltje voorlezen als je naar bed gaat?’
Ze glimlacht heel lief.
‘Ja, gezellig,’ zegt ze.

 

Het valt nog niet mee om een wensWrat te hebben. Ze moet leren wat ze wel en niet kan wensen. Grote dingen wensen lukt niet. Als het regent en koud is en ze wenst een lekker warm zonnetje gebeurt er niks. Veel geld willen hebben lukt ook niet maar de lekke fietsband van haar vriendin stiekem weer in orde maken, wel. Wat ook niet lukt is Siem, die leuke, knappe en grappige jongen uit haar klas verliefd op haar laten worden. Best wel jammer. Met huiswerk heb je ook niets aan een wensWrat. De goede antwoorden moet ze toch echt zelf bedenken en alle hoofdsteden van de landen in Europa noemen en aanwijzen gaat ook niet vanzelf. Bovendien moet ze goed oppassen dat ze zichzelf niet verklikt. Met de dieren praten kan alleen als er niemand in de buurt is. Het is natuurlijk een raar gezicht als zij, zittend op het gras, met de kippen kletst die in een kringetje om haar heen zitten. De dieren vinden het prachtig dat ze eindelijk met iemand kunnen praten en kunnen vertellen hoe ze het vinden bij haar thuis. De kattenbak wordt nu twee keer in de week schoongemaakt, de hond elke week geborsteld, de kieren in het leghok van de kippen waardoor het zo lelijk kan tochten, stopt ze dicht met oude kranten en het paard brengt ze in de stal zodra het gaat regenen.

 

En toen gebeurt er iets ergs. Ze zit in de klas en de meester vraagt of er iemand in de klas even de klok gelijk wil zetten. Dat moet wel vaker gebeuren want het is een oude klok die elke dag een klein beetje te langzaam draait. Stef wil dat wel doen. Hij pakt zijn stoel en zet deze bij de muur. Als hij daarop staat kan hij precies bij de klok. Ze heeft een hekel aan Stef. Als ze op school geplaagd wordt is Stef degene die er mee begint en als hij dat niet doet is hij er wel altijd bij. Stef staat op de stoel en zij knijpt zachtjes met haar duim en pink in de wensWrat.
‘Heel hard vallen,’ denkt ze.

Stef valt niet maar door een stekende pijn in haar duim geeft ze een gil. Verschrikt kijk ze naar haar duim. De wensWrat is weg! Op de plaats waar de Wrat zat is een klein rood vlekje te zien maar niets meer om zachtjes in te knijpen. De meester komt kijken wat er aan de hand is. Ze laat haar duim zien.
‘Ik zie niets,’ zegt de meester.
‘Mijn Wrat is weg,’ zegt ze en voelt de tranen in haar ogen branden.
‘Had jij daar een wrat?’ zegt meester, ‘Nooit geweten. Maar wees blij dat je er vanaf bent.’
Moet ze nu vertellen dat er net nog een Wrat was die plotseling helemaal weg is? Dat het een wensWrat was waar ze heel veel plezier van had? Dat kan natuurlijk niet.

Ze vraagt of ze even naar de wc mag en huilt daar haar ogen rood. Wat is ze dom geweest. Nog nooit had ze lelijke dingen gewenst en nu? Nu deed ze het zomaar. Ze had het gewenst voordat ze er erg in had. Iemand iets lelijks toewensen is natuurlijk niet goed. Voor straf kan ze nu helemaal niets meer wensen. Dat komt er blijkbaar van. Dom, dom, dom en dom!

Als ze thuis komt ziet mamma dat ze gehuild heeft. Als ze vraagt waarom vertelt ze dat haar Wrat weg is en dat het heel erg pijn deed.
‘Is hij er af gevallen?’ vraagt mamma.
‘Nee, hij was plotseling weg. Zomaar. Maar het deed heel erg zeer.’
‘En waar is hij nu dan?’
‘Weg. Gewoon weg.’
‘Nou, dan moet je ander cadeau voor je verjaardag verzinnen. Naar de dokter gaan is niet meer nodig, toch?’

Als ze de volgende morgen wakker wordt is het eerste waar ze aan denkt de Wrat. Ze streelt even over het plekje waar haar Wrat zat. Tot haar verbazing voelt ze een heel klein bultje. Als ze kijkt, en heel goed kijkt, lijkt het wel of er een akelig klein wratje langzaam aan het groeien is. Zou haar wensWrat weer terug komen? Ze hoopt het echt en ze weet nu al heel zeker dat ze nooit meer iets lelijks zal wensen. Zelfs een lelijke Wrat kan best een mooi ding zijn.

 

©peter gortworst / feb 2018 

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , | 2 reacties

Orde, rust en regelmaat -10-

Baby

 

Het trutje is nu bijna 5 maanden en in bijna alles nog een kind. Ja, hij weet het: het is een hond, een beest. Er is niets menselijks aan, een goed gesprek kan je er niet mee voeren, overleg over de te wandelen route is zinloos en hij is alleen maar leuk omdat ze samen met hem kan spelen, aandacht en voer krijgt en hij een huis heeft waar zij in kan wonen. Dat hij soms aan haar vraagt wat ze die dag zullen eten, mededelingen doet over inkopen die gedaan moeten worden, haar betrekt in de overweging om de was buiten of binnen op te hangen, moppert omdat hij door haar vieze poten de vloer weer moet dweilen of gewoon een paar lieve dingen zegt, heeft natuurlijk niets te maken met de vermenselijking van een beest. Toch?

 

Eén van mijn kinderen kreeg als baby plotseling hoge koorts. Het liep werkelijk tegen de 40 graden aan. Wat te doen? Het is natuurlijk weer weekend en dan een dokter bellen? Even afwachten? Twijfel, twijfel….nee. Toch maar bellen. Binnen een half uur was de arts aanwezig. Temperatuur baby: een keurige 36,8.

Waarom deze anekdote? Nou, hier om:

Het ingenieuze buisje wat hij van de dierenarts kreeg, heeft hij met groot beleid en voorzichtigheid, gevuld met shit van vier verschillende ontladingen. Er mag natuurlijk geen zand of gras bijzitten en hij wil het ook niet aan zijn vingers hebben. Vrijdagmorgen afgegeven en zie, vanaf de volgende morgen produceert ze volmaakte ontladingen. Daar is helemaal niets meer mis mee. De baby! Toch wel nieuwsgierig wat woensdag de uitslag bij de dierenarts zal zijn.

Nog een anekdote:

Hij had een kennis die vader is van toen nog een klein manneke. Deze vader hoort bij het soort mannen die men kordaat noemt: niet zeuren en wat niet kan heeft nog nooit gekund. Een mentaliteit die blijkbaar erfelijk is. Eén maal per maand mag pappa op zaterdag uitslapen en uitgerekend op deze dag sleep zoonlief zijn kapotte fietsje naar de slaapkamer en dondert deze naast zijn bed. ‘Maken!’ is de mondelinge opdracht.

Eén maal per dag en soms twee maal, krijgt de hond haar kong. Hij vult deze met stukjes kouwstaaf, kaas of leverworst. Ze vindt dit prachtig en is daar geruime tijd mee zoet. Toen hij afgelopen week aan zijn bureau zat te werken kwam ze, met haar kong in de bek, de kamer in. Ze dondert het ding voor zijn voeten, gaat zitten en geeft één blaf. Als hij de kong bekijkt zit er een stukje kouwstaaf vast en haar mededeling was overduidelijk: ‘Regel dit!’

 

Op de hondenschool heeft zij hem vervuld met grote trots. De voorgaande keren was de opwinding en afleiding te groot om gehoor te kunnen/willen geven aan al de dringende verzoeken. Slechts een constante stroom van stukjes worst en kaas konden een minimale dosis van gewenst gedrag oproepen. Blijkbaar is ze wat meer gewend aan de omgeving en de aanwezigheid van andere honden want ze deed het dit keer perfect. Zitten, liggen, aan de voet, volgen, hier komen en wachten: allemaal goed.
Baas blij – hond blij.

De vorst heeft ook toegeslagen in het hoogveengebied. Bevroren plassen met schaatsende kinderen en een vaste ondergrond waar je, zonder kans om er in weg te zakken, gewoon kan lopen. Voor de hond een nieuwe ervaring. Het ging niet zonder slag of stoot. Enige overredingskracht en een stuk weggeworpen hout trokken haar uiteindelijk over de streep die tussen land en bevroren water ligt.
Het blijft vooralsnog natuurlijk best wel een trutje.

 

©peter gortworst / feb. 2018 

Geplaatst in Orde, rust en regelmaat | Tags: , , , , , , , , | 2 reacties

Orde, rust en regelmaat -9-

112

 

Zaken gaan soms anders dan je verwacht. Er zijn beren op de weg, er is iets waar je geen rekening mee gehouden hebt, veranderende omstandigheden, kinken in de kabel, noodlot wat toeslaat of gewoon wanorde, onrust en onregelmatigheid.

Zo ook deze morgen. Om twee uur gaat hij op bezoek bij een oud-collega. Dat is ongeveer 5 kwartier rijden dus om kwart voor één moet hij weg. Met lege handen aankomen is geen optie. Een bezoekje aan de bakker is daarom ingecalculeerd en als hij dan om twaalf uur eerst de hond nog even goed uitlaat, loopt de planning als een zonnetje.

De plek in het hoogveengebied waar hij de hond vrij kan laten lopen heeft twee ingangen. Bij de ingang die hij normaal neemt is de grond vrij drassig en daar hij de goede broek en schoenen niet gelijk vies wil hebben neemt hij de andere ingang. Die is beter begaanbaar. De hond gaat onmiddellijk haar neus achterna en hij loopt via een ‘pad’ wat gevormd is door de rupsband van een of ander zwaar voertuig, het gebied in. Het pad houdt op. Blijkbaar is het voertuig niet verder gereden. Dat geeft niks. De ervaring heeft hem geleerd dat de dijkjes prima begaanbaar zijn en waarom deze dan niet?

Tot op heden weet hij geen antwoord op deze vraag. Feit is dat hij na twee stappen wegzakt in het veen.

Zo weinig als mogelijk is bewegen. Gewicht verdelen en desnoods, voor zover als dat kan, plat gaan liggen. Telefoon redden uit de broekzak en 112 bellen. Brandweerwagens aan de rand van het gebied en stoere brandweermannen die, via haastig aangelegde loopplanken, het steeds verder in de diepte verdwijnende slachtoffer benaderen. Een ambulance met een wolk van een verpleegster staat al klaar. De meegevoerde goudkleurige isolatiedeken wappert krakend in de wind. Er hangt een ADAC helikopter in de lucht die met een lier de onfortuinlijke wandelaar uit het zuigende veen probeert te trekken.

Niets van dat al. Hij zakt tot zijn knieën in het veen en daar blijft het bij. Hij weet dat één pas terug er nog niets aan de hand was dus met de nodige moeite en met schoenen die nog net niet vast blijven zitten, kan hij zich omdraaien en de vaste grond bereiken. Al die tijd springt de 17 kg hond uitgelaten om hem heen: Jottum!! De baas doet gek!

Hij bekijkt de schade. Schoenen, sokken en broek vol met modder. Terug naar de auto en naar huis om wat anders aan te trekken. De hond volgt hem met zichtbare tegenzin. Die was nog lang niet klaar en deze terugtocht bevalt haar niets. Als hij de achterklep van de auto opent, weigert ze om naar binnen te springen. Wanneer zelfs de stukjes kaas haar niet kunnen verlokken, tilt hij haar zelf de auto in. Zelden heeft hij een hond zo verwijtend zien kijken.

 

Met hond naar de dierenarts geweest. Er is iets met haar darmen. Wat er in vaste vorm uit moet komen is niet vast. Ingenieus buisje met schepje meegekregen om een paar keer wat van dat spul te verzamelen. Het enige wat ze nu te eten krijgt is gekookte rijst en kip. Vindt ze heerlijk.
Benieuwd wat er met mijn trutje aan de hand is.

 

©peter gortworst / feb.2018

Geplaatst in Orde, rust en regelmaat | Tags: , , , , | 2 reacties

Orde, rust en regelmaat -8-

Kentekenplaat

Een helder moment: Hadden ze hier nu hondenbelasting of niet? Zijn laatste hond is al een aantal jaren dood en hij weet werkelijk niet meer of daar ooit belasting voor is betaald. Een gang naar het gemeentehuis is onvermijdelijk.

Hij loopt het bureau in. Twee vriendelijke dames kijken op van hun belangrijke werkzaamheden.
‘Wat kunnen we voor u doen?’ vraagt de dichtstbijzijnde.
‘Ik heb sinds kort een hond en….’
‘Trap op, eerste verdieping, rechtsaf en tweede deur rechts.’
‘O….Danke.’

Het zou zijn broer kunnen zijn. Bolle kop, baardje, haartjes grijs en kort en een welvaartsgezwel boven de broekriem. Bereidwillig en omstandig legt hij uit wat er allemaal gebeuren moet.
‘Je moet de hond aanmelden bij de Grafschaft. Doe dat via internet want dat is € 10,- goedkoper. Ze vragen een chipnummer, foto van de hond, verzekeringsgegevens, jouw gegevens en als de hond door de dierenarts is aangemerkt als ‘risicovol’ een kopie meesturen van de aantekening in het Europese dierenpaspoort van de hond. Heb je zo’n paspoort?’
Hij heeft hem zelfs bij zich en goedkeurend bekijkt deze ambtenaar de plakplaatjes van de entingen.
‘Koeri heet de hond?’
‘Nee, Kuri maar omdat het een Nederlandse hond is staan er geen puntjes op de u en in Nederland is dat dan een uuu en geen oe.’
‘Ja, ja. Maar geen risicohond dus. Goed, als uw hond is aangemeld bij de Grafschaft komt u terug met dit paspoort, gegevens van uw bankrekening en een bewijs dat er een verzekering voor de hond is afgesloten. Heeft u eerder een hond gehad?’
Als hij instemmend knikt wordt zijn naam ingevoerd op de computer. Het klopt blijkbaar.
‘Goed, dan is een bewijs dat u een cursus op een hondenschool volgt, niet nodig.’

Een week later is hij terug. Blijkbaar heeft deze man veel aan zijn hoofd gehad want hij moet hem vertellen waarvoor hij komt. Als het kwartje gevallen is begint het grote invullen op de computer. Al typend fluistert de man zachtjes de gevraagde gegevens. Er wordt veel gevraagd maar ook hier komt een einde aan. De bankgegevens graag. Hij overhandigt hem zijn kaart en fluisterend vallen de nummers van zijn conto in het goede vakje van het scherm. Met een blij gezicht klikt hij op iets van ‘voltooien’ maar de blijdschap is van korte duur. Waarschijnlijk is er iets niet goed of vergeten. Fluisterend loopt hij alle gegevens nog een keer na en na enig speuren vindt hij blijkbaar toch de fout. Het blijde gezicht is er weer.
Hij opent een kast en haalt daar een penning, een minitasje met plastic zakjes en een vel papier uit. Het vel papier blijkt een checklist te zijn. Eén voor één streept hij de uitgevoerde actiepunten door en als er geen blanco punt is overgebleven, verdwijnt de checklist in de prullenbak.

‘Waarom kost een hond in Neuenhaus dertig euro en in Georgsdorf twintig?’ vraagt hij de ambtenaar.
‘Omdat ze in Neuenhaus minder honden willen hebben.’
‘En denken ze dat met die tien euro extra te bereiken? Je koopt er nog geen zak hondenvoer voor! Als mensen echt een hond willen maakt die dertig euro niets uit.’
‘Dat denk ik ook niet maar ja, de gemeente bepaald. Wij voeren het beleid alleen maar uit.’
‘En in Georgsdorf hebben ze nog geen overschot aan honden?’
‘Dat is een andere gemeenteraad die hun eigen beleid bepalen.’
‘Oke, dan heb ik mazzel. Heeft u nog een houdertje voor die penning of hoeft dat niet als een kentekenplaat op de achterkant van de hond te zitten?’
‘Die moet aan de halsband,’ zegt hij afgemeten.
Jammer, het is toch zijn broer niet. Die had er wel om kunnen lachen.

Een doorbraak! Zijn trutje is iets minder truttig geworden. Tot nu toe was een plasje water iets waar je omheen loopt en de waterkant niets minder dan de grens tussen leven en dood. Was de gang door een plas onvermijdelijk dan werden de broekspijpen hoog opgetrokken en de doortocht door de dode zee met grote angst genomen. Afgelopen maandag, tijdens een wandeling over de dijkjes van het afgegraven hoogveengebied, lag er iets in het water wat zo interessant was dat het de angst te boven ging. Heel, heel voorzichtig werden de eerste stapjes in het water gezet. Niet te ver want het moet natuurlijk wel leuk blijven. Gisteren was hij daar weer en nu durfde ze tot haar buik. Dat voelt zeker koud en dus eng. Verder ging ze niet. Ze was net zo uitgelaten als hij toen ze er uit kwam. Zag je wat ik al durf!?
Kom op, meid. Je bent een Nederlandse hond dus dat zwemmen zal je ook nog wel leren. De volgende keer gewoon even iets minder truttig doen.

 

©petergortworst / jan.2018

 

Geplaatst in Orde, rust en regelmaat | Tags: , , , , , | 2 reacties

Orde, rust en regelmaat -7-

Onderuit

Hij kijkt enigszins zorgelijk naar de inhoud van de maatbeker: 280 gram per dag. Het lijkt hem zo weinig. Nogmaals leest hij de tekst op de nieuwe zak voer. Leeftijd, gewicht en ja, de hoeveelheid klopt en het is niet per keer maar per dag. Toch twijfelt hij. Niet aan wat er op de zak staat maar aan het gewicht van zijn trutje. De laatste keer woog ze precies 10 kg en hij neemt aan dat er inmiddels wel wat bijgekomen is. Stel ze is nu 14 kilo. Veranderd er dan veel aan de hoeveelheid? Volgens het schema op de zak niet maar is ze wel 14 kilo? Zelf met de hond op de weegschaal gaan staan lukt niet meer. Met de hond in zijn armen valt er daar beneden met geen mogelijkheid iets af te lezen. Er zit niets anders op dan naar Nederland te rijden. Bij de Welkoop in Ootmarsum hebben ze een echte hondenweegschaal.

De trut weegt 17 kilo!! Dat had hij niet verwacht en met verbazing en enig ontzag bekijkt hij zijn huisgenoot. Vier maanden en nu al 17 kilo! Wat moet dat worden? Hij wist dat het een forse hond zou worden maar dit getal is toch wel even confronterend. Hij zal nog harder moeten trainen aan wandelen zonder trekken. Straks laat ze hem uit en dat wil hij graag voorkomen.
Het verbaasd hem nu ook niet meer dat ze op de hondenschool, met een plotselinge spurt naar andere honden, zijn arm bijna uit de kom trekt. Zo zit ze braaf aan de voet en als hij even niet kijkt hangt ze met haar volle gewicht in één keer aan de lijn. Raar beest. In haar eigen omgeving doet ze het best goed maar daar is het een heel andere hond. De zo verlangde orde, rust en regelmaat laten nog op zich wachten.

 

Vandaag weer naar het afgegraven hoogveengebied geweest. Toen hij toch bij de Welkoop was, gelijk maar hoge gummi laarzen gekocht en deze konden vandaag mooi getest worden. De trut is helemaal in haar element. De neus op maximale inzet en de bek druk met van alles en nog wat vastpakken en weer loslaten. Op een stuk dijk waar je tussen pollen met hoog, uitgebloeid gras door moet lopen, krijgt ze haar dagelijkse gekte. Ze spurt tussen de pollen door, rent rondjes, slaat haakse hoeken, bijt grasstengels af, rent om hem heen, staat plotseling stil en begint dan weer van voor af aan. Hij houdt haar goed in de gaten. Een voorval als gisteravond wil hij niet nog een keer.

Het late blokje om. Aan het eind van de straat is een voetbalveld en daar hoort een parkeerterrein bij. Redelijk verlicht en in de hoek licht een hoop zand. Hier mag ze los en haar de gekte van deze dag krijgt ze daar. Ze rent de hoop op, dondert er blaffend weer van af en zet het op een wenden, keren en rondjes rennen. Hij wil niet dat ze in deze toestand het terrein afloopt dus hij loopt terug. Zij ook en wat er nu precies gebeurt is hem niet duidelijk. Plotseling ligt hij met een klap op de grond. Ontreddering, ongeloof en pijn aan zijn elleboog. Alle You-Tubefilmpjes ten spijt: benen die letterlijk onder je vandaan worden gelopen is niet leuk.
De hond vindt een liggende en van pijn steunende baas blijkbaar prachtig en danst kwispelend om hem heen. Met een knetterende vloek jaagt hij de 17 kilo Vietnamees hondenvlees weg. Langzaam komt hij overeind en met een gevoel van ‘we hebben geluk gehad’ constateert hij dat alles het nog doet.
Thuis blijkt er een beste schaafwond op zijn arm te zitten en zo goed en kwaad als het gaat, probeert hij zichzelf te verzorgen. De hond zit een beetje bedeesd zijn handelingen gade te slaan. Een boze baas is niet leuk en als hij haar mopperend uitmaakt voor ‘stomme trut’ kwispelt alleen het allerlaatste stukje van haar staart een beetje.

 

©peter gortworst / jan. 2018  

 

 

Geplaatst in Orde, rust en regelmaat | Tags: , , , , , , , | 2 reacties

Orde, rust en regelmaat -6-

Kampioen

Honden mogen op meer plaatsen niet dan wel los lopen. Op zich een goede zaak. De momenten dat de hond los loopt en het fout gaat, zelfs als je meent je hond onder controle te hebben, zijn legio.

Nu zijn er in Nederland speciale gebieden waar het wel mag en ook kan. Bij hem, net (nou ja…) over de grens, zijn er twee van die mogelijkheden en hij besluit, zeker na de confrontatie met de boswachter, één van die gebieden te bezoeken. Het klopt. Met duidelijke borden staat aangegeven dat het mag maar verstandig lijkt het hem niet. Het is druk. Niet met honden maar met mensen. Nu vindt zijn trutje heel veel dingen leuk maar ze weet net zo veel dingen nog niet. Loslopende mensen zijn voor haar per definitie vreselijke aardige wezens die allemaal leuke woordjes tegen je zeggen, je aaien en vriendelijke klopjes geven en uiteraard beloon je dat door tegen ze op te springen, speels in handen te bijten, aan mouwen en broekspijpen te hangen en schoenveters los te trekken. Hij is het niet met haar eens en zolang er over dit verschil van inzicht geen eenstemmig besluit is gevallen, houdt hij haar aan de lijn.

Gelukkig lopen alle mensen op een kruising rechtdoor en daarom slaat hij rechtsaf. Na een paar honderd meter bereikt hij de bosrand en zie daar: een omheinde speelweide met drie mensen en vier honden. Een golden, een duitse herder, een mechelaar en een onbekende mix van zeker 22 verschillende voorouders. Hij doet het hek open en laat zijn hond los. De anderen hebben haar al gespot en het duurt maar even voordat de vijf honden met elkaar spelen. Hij gaat naar de mensen toe. Een wat ouder echtpaar en een jonge vent. De laatste blijkt de eigenaar van de mechelaar en de mix. Het echtpaar bezit de herder en de golden. Als het mannelijke deel daarvan vraagt hoe oud zijn hond is en wat voor merk, vertelt hij vol trots dat ze drie-en-een-halve maand oud is en een mix van een onbekende dog als vader met een hollandse herder als liefhebbend moeke.

‘Niet raszuiver dus,’ merkt de man op.
‘Nee, maar dat hoeft van mij ook niet. Ik wilde gewoon een leuke hond.’
‘Mijn herder is raszuiver. De vader én de moeder waren kampioen!’
‘In wat?’ wil hij weten.
Blijkbaar is het een stomme vraag. Een beetje bevreemd kijkt de man hem aan en draait zich dan om.
De vrouw probeert het ongemak te herstellen.
‘U heeft toch wel een leuk hondje,’ zegt ze.
Dat is hij natuurlijk met haar eens en met enkele zinnen vertelt hij wat voor dondersteen het af en toe is en hoe blij zij hem maakt. De man loopt een stukje bij hen vandaan en nu vallen hem zijn laarzen op. Dubarry’s. Gemiddelde prijs 380 euri.

Hij kan het niet helpen. Het zit er bij hem van jongs af aan ingebakken en ondanks alle opgedane relativiteitstheorieën en de wetenschap, gelardeerd met enige wijsheid, om niet op voorhand te oordelen, trekt hij toch de conclusie: Snob.

Met een klap valt het hek dicht en doet een nieuwe hond met bijbehorend echtpaar, haar intrede. De herder gaat er als een speer op af en zonder veel plichtplegingen bespringt hij de nieuw aangekomene. Geschreeuw, getrek, hollende Dubarry’s en de herder zit, gelijk het verse ‘me too slachtoffer’ weer aan de riem. Het gezin vertrekt meteen en de man met de herder loopt naar zijn vrouw. En weer kan hij het niet helpen.
‘Dat mijn pup van een paar maanden oud dit nu moet zien! Daar is ze nog lang niet aan toe! Wat moet ze hier nu wel niet van denken?’
Gelukkig. De vrouw lacht. Hij niet.
‘Roep je hond,’ commandeert hij haar, ‘We gaan.’

Zijn hond speelt met de mechelaar. Ze rennen naast elkaar over het veld en de mix hobbelt daar achteraan. Plotseling staan de voorste stil en de achterop komende hond heeft dat niet op tijd door. Ze loopt zijn hond gewoon tegen de vlakte en samen met de mechelaar rent ze een rondje verder. Blijkbaar is zijn hond danig onder de indruk want als ze opgekrabbeld is, rent ze wel achter de andere twee aan maar houdt toch wat meer afstand.
‘Goh,’ meent de jonge vent, ‘Het is nog wel een trutje hoor.’

Een man naar zijn hart.

 

©peter gortworst / jan 2018
foto: Dubarry

 

 

Geplaatst in Orde, rust en regelmaat | Tags: , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Orde, rust en regelmaat -5-

Opvoeden

Even voorstellen: van links naar rechts: Kuri !!

 

De ervaren hondenbezitter zal het verschijnsel zonder twijfel herkennen: er zit een wereld van verschil tussen theorie en praktijk. Hoe ondernemender je hond, hoe groter het verschil.

Aan de grootte van het verschil te meten is zijn hond dan ook zééér ondernemend. Als illustratie het ‘Wandelen zonder trekken’. De theorie is dat, zodra de hond aan de riem trekt, je zonder iets te zeggen de andere kant op loopt. Wil de hond links dan ga jij naar rechts. Wil de hond naar rechts, dan ga jij links. Je kan dit combineren met stil gaan staan. Trekt de hond niet meer aan de lijn dan doe je een stap naar voren en wanneer nodig, stop je weer. Deze methode moet, gezien alle YouTube-filmpjes, ervaringen en boekenwijsheden, gewoon werken. De praktijk, althans de praktijk van deze sukkelaar, is heel anders. Zodra hij de deur uitstapt hangt de hond al in de riem. Stilstaan dus. Riem hangt slap, stap naar voren en ziet, soms gaat het zomaar goed. Nooit voor lang. Elke wandeling is het raak en het is maar goed dat men hier niet van die doorzonkamers heeft met grote ramen en geen vitrage want het moet beslist komisch zijn om een vent met stalen smoel heen en weer te zien lopen voor je deur. Toch, en dat moet gezegd worden zit er een langzame verbetering in zolang het wandelen in de hier omliggende straten betreft.
Afgelopen maandag stond er een boswandeling bij Ootmarsum op het programma. Het was koud en er stond een straffe wind maar dat was niet erg. Hoe minder wandelaars in het bos, hoe liever hij het heeft. De hond mag los en elk blaadje wat meegenomen wordt door de wind is spannend, elk takje wordt in de bek genomen en een meter of vijf verder weer losgelaten. De hond houdt hem nauwlettend in de gaten. Je achter een boom verstoppen lukt maar één keer. Wanneer er mensen aankomen roept hij de hond bij zich, lijnt haar aan en plaatst zich, aan de zijkant van het pad, tussen de hond en de voorbijgangers. Brokjes voerend wordt de hond de hemel in geprezen en negen van de tien keer gaat dat goed. De oorzaak dat het die ene keer niet goed gaat ligt niet bij hem of de hond maar bij de voorbijgangers. ‘Ach, wat een lieve hond! Hoe oud istie? Wel een spring in het veld zeker? Daar heb je heel wat mee te stellen. Nou succes er mee hoor!’

Maar afgelopen maandag was die één van de tien keer de boswachter. De opmerking ‘Ook als ik er niet ben moet hij aangelijnd zijn’ liet niets aan duidelijkheid over. En bedankt! Wel eens geprobeerd met een hond die niet aan de lijn mag trekken en het toch doet, twee kilometer door een bos te lopen met verrukkelijke geurtjes, dwarrelende blaadjes en genoeg sprokkelhoutjes om een jaar te kunnen stoken? Het was twee kilometer stoppen, omkeren, terug lopen en brokjes geven als het tien meter goed ging. Toch zal ze het moeten leren wil hij straks, als ze groter geworden is, niet door haar uitgelaten worden.

Zaterdag voor het eerst naar de hondenschool geweest. Spannend! Het trainingsveld was te nat en dus werd er getraind in een grote hal. Daar moesten eerst een paar trekkers uitgereden worden maar daar was de dame niet van onder de indruk. Er waren namelijk veel meer honden en die hadden al haar aandacht. In een helder moment had hij vooraf de beloningsbrokjes (gewoon voer) vervangen door stukjes kaas en worst. Slimme zet want ze lette nu net even meer op hem dan normaal. Benieuwd wat deze scholing op gaat leveren.

Je hond geestelijk vermoeien? Drie blikjes mandarijnen gekocht (heerlijke muesli geeft dat) en gaten in de bodems geprikt. Onder 1 blikje leg je wat lekkers en de hond moet het goede blikje opzoeken met haar neus. Dat ging drie keer goed maar waarom moeilijk doen als het makkelijk kan. De trut maait met haar lompe poot drie blikjes weg en ziet: daar is het lekkers!

Hij is trouwens, in het kader van de socialisatie, op geregelde tijden te vinden bij de ingang van de Marktkauf in Nordhorn. Daar is een bankje waar hij gaat zitten met de hond tussen de benen. Iedereen die langs loopt en waar ze niet op reageert is een brokje. Meestal gaat dat goed maar kinderwagens, kleine kinderen en andere honden zijn nog een te grote verleiding. En dan is er natuurlijk nog die vermaledijde één op de tien die voor haar op de hurken gaat, beslist wilt aaien en het prachtig vindt als ze tegen hen opspringt. En geloof het of niet, het zijn altijd vrouwen! En wat moet je dan? Het hele verhaal gaan vertellen waarom je daar zit? Het leed is toch al geschied. Misschien is de vertaling opzoeken van ‘trut’ een goed idee en het dan maar aan mijn slechte Duits over laten of ik het over mijn trut heb of over die goedbedoelende andere.

 

©peter gortworst / jan. 2018

 

Geplaatst in Orde, rust en regelmaat | Tags: , , , , , , , , | 3 reacties

Orde, rust en regelmaat -4-

Behang

 

Wat hij op nog geen enkele hondenschool heeft gehoord, in geen enkel filmpje heeft gezien en het iemand ooit heeft horen zeggen, is hoe om te gaan met spijt.

De voorlaatste dag van het gedenkwaardige jaar 2017 ging alles fout. Tijdens de ochtendwandeling had de dame netjes geplast. De grotere boodschap bleef echter achterwege maar hij had daar geen aandacht aan gegeven. De natuurlijke gang van zaken loopt immers zoals het loopt en komt het nu niet dan komt het maar later. Dat klopt. Net thuis en als hij zijn boterhammetje staat te smeren, loopt de trut de keuken in. Draait en draalt een beetje om hem heen en hij begint een vermoeden te krijgen. Hij loopt richting kamer en ja, wat onderweg niet kwam is er nu wel. Met een houding van ‘zo erg is het niet’ ruimt hij het op en gaat in keuken verder met waar hij mee bezig was. Als hij bij zijn bureau zit en al mail checkend zijn ontbijtje nuttigt, komt trutje weer aanlopen. Het staartje kwispelt maar een klein beetje en hij weet het al. In de kamer ligt het vloeibare deel van wat blijkbaar nog komen moest.

Wat voor nut heeft een ochtendwandeling? Is het de spieren en de spijsvertering los maken voor de productie elders? Een beetje narrig gaat hij weer aan zijn bureau zitten. In de kamer is de hond druk met een bot. Ineens valt het hem op dat het verdacht stil geworden is. Als hij gaat kijken kwispelt de dame er lustig op los met in haar bek een stuk grijs papier. Waar heeft ze dat nu weer vandaan? Hij bekijkt het en constateert dat het behang is. Ja hoor! Van een baan die kort geleden tegen de muur is geplakt en waar, wegens stopcontacten, rolluikkatrol, uitsparingen en over de hele lengte op maat maken, veel pas en knipwerk aan zat, heeft ze een hele lap losgetrokken. Hij houdt zich even niet in. Met knetterende bewoordingen die beter niet opgeschreven kunnen worden, jaagt hij haar uit zijn buurt.

En daar heeft hij nu spijt van. Gedane zaken nemen geen keer maar hoe maak je het goed bij je hond? Is dit nu een trauma geworden bij haar of valt dit onder haar hoofdstukje ‘ik maak mij daar niet druk over want ik doe het gewoon weer’?

 

Op oudejaarsdag een lange wandeling gemaakt op de Itterbecker heide. Langer dan officieel mag voor een pup maar de bedoeling was haar moe te maken voor het vuurwerk van later die dag. De heide was stil. Dat hoort, volgens een oud Nederlands liedje, de grote stille heide ook te zijn. Er was alleen op de achtergrond een constant rommelend gedreun te horen. In de omliggende dorpen is carbidschieten traditie en het klonk alsof hij in een oorlogsgebied liep met naderend artillerie. Zij trok zich er niets van aan. Ze had alleen maar oog en neus voor alle spannende takjes en losse bladeren.

De bedoeling ging de mist in. Het is net alsof een wandeling de hond meer energie geeft en weer thuis was de kat het haasje. Regelmatig moest hij, als roedelleider, tussenbeide komen. Tot nu toe heeft de kat één keer vol in haar oor gebeten. Ze jankte het uit maar veel heeft ze er niet van geleerd.

 

Het vuurwerk was wel spannend maar ook niet meer dan dat. Met haar oortjes recht omhoog keken we samen naar alle vuurpijlen die de lucht in gingen. Echt spannend was het pas vanmorgen. De wind gierde om het huis en de deur van de kamer stond een beetje te klapperen. Dat was pas eng en natuurlijk aanleiding genoeg om er flink naar te blaffen. Hij heeft de deur helemaal open gezet en met de staart tussen de poten, de oren recht omhoog durfde de dame de kamer te betreden om vervolgens van een andere baan behang een vers stuk van de muur te trekken.

Wel G$#@#$ver^&%#!!!. Trut!!!

 

©peter gortworst / jan. 2018

Geplaatst in Orde, rust en regelmaat | Tags: , , , , , , , | 4 reacties

Orde, rust en regelmaat -3-

Socialisatie

Ze zijn een week verder en de dingen gaan zoals ze gaan. De hond ontwikkelt zich zoals het hoort en het is de mooiste, liefste en slimste hond van het hele dorp. Natuurlijk is zijn mening enigszins gekleurd als het over de kwaliteiten van zijn beest gaat maar ook uit onverwachte hoek komen er bevestigingen: een dame die als gedragsdeskundige naam heeft gemaakt, noemt het een ‘open’ hond.  Het gastgezin waar dit wonder op vier poten verbleef, heeft volgens haar, goed werk gedaan.

Toch zijn er momenten die hem tot nadenken stemmen. Om een voorbeeld te geven: Het deponeren van vaste en/of vloeibare bestanddelen de dikke darm betreffende, worden nog met een zekere onregelmatigheid, in de woonkamer gedeponeerd. Verschil is nu dat het trutje dit achteraf komt melden. Met een gepaste trots meldt zij zich en neemt hem mee naar de bewuste plaats delict. Moet hij dit nu belonen en hoe krijgt hij haar zo ver dat zij zich meldt voordat deze geurige boodschap haar goddelijke lijf verlaat?

Ter wille van de socialisatie neemt hij haar overal mee naar toe en hoewel hij zelden of nooit met de trein gaat, leek een bezoekje aan het station een verantwoorde onderneming. Toen hij toch in Zwolle moest zijn was een bezoek aan het station aldaar een logische stap. Mis. Je komt er niet meer in zonder een geldige pas of kaartje. Zo gaat dat tegenwoordig. Wist hij veel. Maar goed, er zullen vast nog wel stationnetjes zijn waar je wel gewoon op het perron kan komen dus deze oefening staat nog op de rol.

Nog iets wat hem zorgen baart. Het is lang geleden dat er zo veel vrouwen voor hem bijna op de knieën gaan. (Soms jammer dat die hond er dan tussen zit.) Maar hoe dieper die dames zichzelf of hun knieën buigen, hoe enthousiaster de hond wordt. Ze stuitert werkelijk op en neer en dit gedrag kan en mag niet blijven. Het heeft hem nu al één vergoeding voor een paar panty’s gekost en als dit niet afgeleerd wordt kan het nog een behoorlijke aanslag op zijn kleine vermogen worden. De lijn kort houden is geen optie. De dames komen gewoon dichterbij. Ook ‘nee’ verliest aan kracht. Zo langzamerhand denkt hij werkelijk dat honden mensen zien als wezens die ‘nee’ bezigen zoals wij dat met een koe en ‘boe’ doen. Net als vroeger met de kleine kinderen.

‘Wat doet het hondje?’
‘Waf waf!’
‘En wat doet het schaapje?’
‘Bèèè!’
‘En wat doet pappa?’
‘Blablablabla!’
‘Goed zo! Grote meid!’

Eén lezer had het er al over. De PUPPYSPURT!! Het begint meestal met het lastigvallen van Keizer Kat. Die trekt zich dan terug op zijn troon en uit pure frustratie en waarschijnlijk met een mix van hormonale dingetjes begint de dame rondjes door de woonkamer te rennen. De hele woonkamer wel te verstaan. Rond de eettafel, tussen de fauteuils en via de leuning van de bank en weer terug naar de eettafel. Het enige wat dan een snelle oplossing geeft is het openen van de schuifpui. In de tuin gaat het dan verder en na een paar rondjes is het hele gedoe weer voorbij. Ze ploft op haar plek, kijkt nog even heel alert rond, legt dan haar kop tussen de voorpoten en is voor zeker een uur vertrokken naar dromenland. Als de ontstane chaos in de woonkamer weer op orde is en Keizer Kat het zich behaagt af te dalen, bekijken ze samen even de slapende bruine wervelwind. Het is een trut. Wel een lieve maar toch een trut.

 

©peter gortworst / dec 2017

Geplaatst in Orde, rust en regelmaat | Tags: , , , , , , | 1 reactie

Orde, rust en regelmaat -2-

Logica

 

‘Logica.’ Het woord valt hem binnen als hij onder de douche staat. Zojuist heeft het huidige doel van zijn bestaan hem volkomen verrast. Ze durft de trap niet op en hij vindt dat prima. Een hond heeft in slaapkamers niets te zoeken dus toen de hond drie treden de trap omhoog geklommen was en geen stap meer voor- of achterwaarts durfde te zetten, heeft hij haar, met een kleine preek, weer op vaste grond gezet. Dat doet ze vast geen tweede keer. Mis. Terwijl hij wat kleren opruimt en nieuwe uitzoekt om zo aan te trekken, is de dame toch de trap opgeklommen. Hij loopt de badkamer in en ziet nog net dat de trut daar in een houding en vooral met een blik van ‘ik laat het lekker lopen’ op de badmat zit.

Zucht.

Zo stoer als ze omhoog geklommen moet zijn zo angstig, nee schijterig, gaat ze naar beneden. Natuurlijk helpen de mopperende woorden ook niet echt maar wie A zegt en P doet, moet ook maar leren dat B een logisch vervolg is.

Die logica is er overigens niet. De eerste keer dat ze de stofzuiger in werking zag, zat ze, met de oortjes gespitst, vanuit haar bench het ding te bekijken. Ze zei verder geen boe of bah. De volgende dag kwam ze dat ding weer tegen. Het stond geparkeerd in de woonkamer en ze was er al tientallen keren langs gelopen. Plotseling leek zij zich iets te herinneren en durfde ze er tegen te schelden. Vanaf gepaste afstand maar toch, ze durfde het. Logisch? Voor haar misschien wel. Voor hem niet.
Nog een voorbeeld?

Oud en nieuw nadert en uit ervaring weet hij dat deze happening ook hier met wat knalwerk gevierd gaat worden. Ter voorbereiding op dit feit leek het hem een goed idee om een filmpje op YouTube te zoeken met vuurwerkherrie. Die zijn er! Zelfs speciaal voor honden. Hij draait het filmpje af en zet het geluid vol aan. De buren komen de straat op, bellen aan en vragen of het niet wat vroeg is voor dit gedoe. De hond geeft geen krimp. Later die avond neemt hij haar mee naar buiten en weigert ze nog één stap te zetten. De veldkei die de hoek van de straat markeert en daar waarschijnlijk al ligt vanaf het moment dat dit dorp uit het veen getrokken is, blijkt een levensgevaarlijk object te zijn geworden. Waar is hier de logica?

Hij hoort haar piepen. Als hij gaat kijken wat er aan de hand is blijkt de drinkbak onbereikbaar geworden. Die staat in de keuken en o lieve deugd, daar staat ook de stofzuiger.
Zijn hond is gewoon een trutje. Gelukkig wel een lief trutje.

 

©peter gortworst / dec 2017  

 

Geplaatst in Orde, rust en regelmaat | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie