Stoomdruk

‘Henk, ik heb een vraag.’
‘Uh ….. Goedemorgen Anneke.’
‘….. Oh, uh, ja. Ook goedemorgen.’
‘Wat is er zo dringend?’
‘Ik bedacht net, voor ik je ging bellen, een vraag en was bang dat ik hem zou vergeten.’
‘En de vraag is?’
‘Hoe doe jij dat met eten?’
“Hoe doe ik het met eten? Wat bedoel je? Vraag jij je af of ik wel genoeg en gezond eet?’
‘Nee, dat niet. Kook jij voor jezelf elke avond een warme maaltijd of eet je buiten de deur?’
‘Ah, bedoel je dat? Nou, meestal kook ik zelf, maar dan wel zo veel dat er twee of drie bakjes de vriezer ingaan. Soms eet ik bij de klant of krijg eten mee en ben ik laat thuis, dan gaat er een bakje uit de vriezer de magnetron in. En hoe doe jij dat?’
‘Mijn ouders wonen in hetzelfde flatgebouw als ik. ’s Avonds kookt mijn moeder of ik. We wisselen dat eerlijk af en elke dinsdagmiddag ga ik met mijn vader voor een week boodschappen doen.’
‘Jij zit dus niet alleen aan tafel.’
‘Ik niet, nee. Jij wel, hè?’
‘Ik zit alleen aan tafel als ik soep eet. Daar mors ik nog weleens mee.’
‘Hè? ….. nee, gekkie. Een andere alleen. Of je in je eentje eet. Dat bedoel ik.’
‘Oh ….. ja, ik eet in m’n uppie.’
‘Heb jij jezelf koken geleerd?’
‘Deels. Ik doe bij klanten vaak wat kennis op en ik heb een heel oud kookboek waarin bijvoorbeeld een recept staat van erwtensoep. Dat maak ik regelmatig en geloof mij, midden in de zomer is die soep ook lekker.’
‘Is dat met zo’n uitgekookt varkensbot met van dat rillende spek?’
‘Haha! Nee, dat laat ik weg. Ik gebruik speklapjes en natuurlijk rookworst. Ik hoorde dat de HEMA weer de oude originele rookworst gaat verkopen en die komt er dan in.’
‘Ja, die nieuwe worst …. dat was een stomme fout van hen. Heeft jouw moeder je niet geleerd te koken?’
‘Koken is meidenwerk, meende mijn moeder. Die bonjourde mij steevast de keuken uit.’
‘En hoe vindt ze dan nu hoe je het doet?’
‘Geen idee. Kort na mijn vaders dood heeft ze alle contact met ons verbroken.’
‘Hè? Waarom dat dan? En wie zijn “ons”?’
‘Mijn twee zussen en ik. Vrij snel na de begrafenis leerde ze een man kennen en is bij hem ingetrokken. Ze woont nu ergens in Brabant. We weten niet of het contact op zijn initiatief verbroken is of dat ze het zelf wilde. Als je belt, word je gewoon weggedrukt.’
‘En als je voor de deur gaat staan?’
‘We hebben geen idee waar ze wonen.’
‘Jasses, wat naar. Hoe staan je zussen erin?’
‘Voor hen is het erger. Hun kinderen hadden vrij plotseling een opa minder en nu is er ook geen oma meer.’
‘En jij geen ouders ….. Hoe is het contact met je zussen?’
‘Gewoon goed. We weten elkaar te vinden als het nodig is en natuurlijk zien elkaar op verjaardagen. …..Hm, zo natuurlijk is dat niet, bedenk ik mij net.
‘Hoe sta jij er zelf in?’
‘Tja ….. Een beetje leeg gevoel. Er is iets weg dat er altijd zou moeten zijn en ik begrijp het ook niet. Hoe kan je als ouder afstand nemen van je kinderen? Ik weet niet beter dan dat er een onlosmakelijke band is tussen ouders en kinderen, maar blijkbaar heb ik het mis.’
‘Er is altijd een bloedband, maar die is ondergeschikt als het in de bovenkamer niet goed zit.’
‘In dat geval komt het nooit meer goed.’
‘Dat kan je niet zeggen. Ik denk dat je altijd moet hopen op een verandering.’
…..
‘Wat een gesprek op de maandagmorgen, zeg.’
‘Jij begon met je vraag.’
‘Sorry maar niet sorry, Henk. Weet je dat ik mij vandaag ook in de voedselindustrie ga storten?’
‘Nee. Waarmee dan?’
‘Een bedrijf gaat een Indiase machine importeren. Dat ding schilt aardappelen en maakt er gelijk frietjes van. De technische gegevens en gebruiksaanwijzing staan in zo gebrekkig Nederlands dat niemand er iets van snapt. Nu moet het natuurlijk allemaal in no-time klaar zijn, dus er zit nogal wat druk op de ketel.’
‘Spannend. Het zijn overigens patatten en geen frietjes.’
‘Het is friet.’
‘Patat.’
‘Friet!’
‘Patat!’
‘Henk! Je gaat nu toch geen ruzie met mij maken? Ik ga je Frietenhenkie noemen hoor!’
‘En dat zegt Patanneke …..’
‘Goed, Aardappelstaafje, ik ben niet boos maar wel verdrietig. Nu ga ik aan de slag.’
‘Pardon? Reclame maken voor een regeerakkoord?’
‘….. Ah! Nee, doe mij een lol. Zullen we het daar volgende week over hebben?’
‘Nou, vooruit. Eventjes dan. Tot volgende week, Anneke.’
‘Dag Henkie.’

(word vervolgt)

Onbekend's avatar

About petergortworst

Schrijver van boeken en verhalen.
Dit bericht werd geplaatst in korte verhalen en getagd met , , , , , , , , , , , , , . Maak de permalink favoriet.

Plaats een reactie