De goede daad,

Even een voorafje:
Eén van mijn gewaarde lezers maakte mij er op attent dat het er in verpleeghuizen niet aan toe gaat zoals in dit verhaal beschreven.. Gelukkig, zou ik zeggen. Mijn verhaal is gebaseerd op een bestaande gebeurtenis die meer dan 40 jaar geleden heeft plaats gevonden. Bij lange na dus niet actueel, niet berustend op de hedendaagse werkelijkheid maar wel te mooi om het niet te verhalen.

Een goede daad doen, is ook een egoïstische daad’ zei een vrouw ooit tegen hem. Hij had haar nadenkend aangekeken en was het niet met haar eens. Het is afhankelijk van de intentie, meende hij. Als je het alleen doet om er zelf een goed gevoel aan over te houden, klopt het. Als je primaire doel is de ander te helpen, is het goede gevoel voor jezelf een leuke bijkomstigheid. Ze was het niet met hem eens. Het egoïstische deel is per definitie aanwezig en hij concludeerde dat ze daarmee meer van zichzelf bloot gaf dan goed voor haar was.

Helaas is zijn mening aan verandering onderhevig. Zonder het zijn broers en zussen te vertellen regelt hij een nieuw gebit voor zijn moeder. Het is een hele opgave om de zwaar demente vrouw bij de tandtechnicus op de stoel te krijgen. Haar meenemen uit de gesloten afdeling van het verpleeghuis is al een dingetje. De voormalige zakenvrouw die het altijd voor het zeggen had, luistert niet naar alle verzoeken van de technicus. Het kost veel praatwerk en geduld maar uiteindelijk is de hele operatie succesvol verlopen. Zijn moeder zit er weer mooi bij en dat vervult hem met trots. Daar had hij bij moeten laten. Een goede daad hang je niet aan de grote klok maar het egoïsme waar ooit die vrouw over gesproken had, speelt hem parten. Hij hunkert naar iets van erkenning, een schouderklopje, een ‘goed gedaan Martin’. Die hang naar erkenning wordt ook nog eens versterkt door de hoogte van de rekening. Als hij vooraf met de broers en zussen hierover gesproken had, waren de kosten verdeeld. Nu kan hij daar niet meer mee aankomen. Daarvoor kent hij zijn familie te goed.

Marijke, zijn jongste zus, woont in dezelfde stad en hij besluit om haar te bezoeken. Als zij het weet is het binnen de kortste keren ook bij de anderen bekend.
Ik heb geregeld dat moeder een nieuw gebit heeft,’ zegt hij als het goede moment daar is.
‘Waarom?’ vraagt Marijke.
‘Omdat het nodig was. Dat oude gebit rammelde in haar mond. Daarmee een beetje normaal eten ging niet meer.’
‘Vonden de zusters dat?’
‘Nee, dat vond ik zelf.’
‘Nou, dat zal je een lieve duit gekost hebben.’
‘Ja…’
Meer komt er niet. Het voelt als één cijfertje mis hebben op je staatslot, net te laat zijn voor een uniek aanbod, ontdekken dat de antieke ets een vervalsing is of voor je neus zien dat het laatste pak wc-papier niet in jouw maar in een andere winkelwagen komt te liggen. Zonder iets te laten merken verlaat hij het huis van Marijke.

Twee weken later, als zijn frustratie enigszins gezakt is, gaat hij opnieuw bij zijn moeder op bezoek. Hij vindt haar in een stoel naast een andere dame en beiden zijn druk bezig met hun monologen. Hij pakt er een stoel bij en gaat tegenover zijn moeder zitten.
‘Dag mijnheer,’ zegt ze, ‘Kan ik iets voor u doen?’
Hij ziet het direct. In haar mond huist een oud, versleten gebitje wat voor geen meter past.
‘Mama! Waar zijn je tanden?’
Met een vlot gebaar haalt ze de complete prothese uit haar mond en bekijkt het aandachtig. Ze keurt het blijkbaar goed want met dezelfde snelheid verdwijnt het weer in haar mond. Martin schiet uit zijn stoel en gaat op zoek naar een zuster.
‘Waar is het gebit van mijn moeder,’ vraagt hij iets luider dan zijn bedoeling was.
‘Hoe bedoelt u?’
‘Ik heb twee weken geleden een nagelnieuw gebit voor mijn moeder gekocht en nu zit ze daar met een gebitje wat beslist niet van haar is. Waar is haar eigen gebit?’
‘Tja, ik zou het niet weten. Waarschijnlijk in de mond van een andere bewoner.’
Even staat hij met zijn mond vol tanden.
‘Huh?’ stamelt hij, ’Dat kan toch niet? Iedereen heeft toch een eigen gebit?
‘In principe wel maar zo werkt dat hier niet. Als een prothese irriteert halen ze het eruit en als ze na verloop van tijd merken dat er geen tanden in hun mond zitten, gaan ze op zoek. Vinden ze ergens een gebitje dan wordt dat gewoon ingedaan. Met brillen gaat dat net zo.’
Hij kijkt haar verbluft aan.
‘Dat hoort toch niet zo?’
‘Nee, maar er valt weinig aan te doen. Wij gaan er in ieder geval niet op letten. Er is meer te doen dan tandjes passen.’

Drie maanden later is moeder zachtjes heengegaan. Hij heeft de zusters dringend verzocht er voor te zorgen dat het nieuwe gebitje in haar mond zit en nu staat hij met Marijke naast de kist. Ze kijken naar hun moeder.
‘Heeft ze de nieuwe tanden in?’ vraagt Marijke.
‘Ja.’ zegt hij glashard maar honderd procent zeker is hij niet.
‘Jammer dat je er niets van ziet,’ grinnikt ze.
Hij kijkt haar een beetje verbolgen aan. Ze slaat haar arm om hem heen en zegt dan:
‘Kom op joh. Iedereen doet wel eens gek maar het was wel lief dat je het hebt gedaan. Ze is er vast heel blij mee geweest.’

© peter gortworst / mrt 2021

Dit bericht werd geplaatst in korte verhalen en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op De goede daad,

  1. Mijn jongste zus werkt in de ouderenzorg. Gebitten worden tegenwoordig dan misschien niet meer verwisseld, er zijn nog altijd wel hele komische verhalen te vertellen. Waar mensen wonen, gebeuren bijzondere dingen. En jouw verhaal doet niks af aan de liefde van die mensen voor hun werk.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s