Wel en wee

‘Weet iemand hoe het met Liesbeth is?’ vraagt Ans.
Ze kijkt even rond en verwacht van minstens drie mensen een antwoord. Deze verwachting is niet ongegrond. Het wel en wee van de bewoners ligt dit koffiedrinkende groepje na aan het hart.
‘Die wordt verpleegd in de Anjelier,’ weet Sjoerd, ‘De wond in haar been wil niet dicht.’
‘Tja, problemen met haar aderen,’ merkt Anneke op, ‘Geen goede doorbloeding en als ze dan ook nog in je gaan snijden, kan je dat verwachten. Het wordt er vaak niet beter op. Zeker niet als je al op leeftijd bent.’
‘Hoe oud is zij dan?’ vraagt Els.
‘Ergens in de tachtig, denk ik,’
‘Vijfentachtig,’ zegt Jan, ‘Ik ben nog op haar verjaardag geweest. Het lopen ging toen al moeilijk en haar dochter maakte zich zorgen. Mama wordt broos, vertelde ze me.’
‘Broos? Wat is dat?’ vraagt Arnold.
‘Uh… Breekbaar. Er hoeft maar iets te gebeuren en je valt om. Een griepje kan al fataal zijn.’
‘Fijn,’ zegt Stientje, ‘Ik loop al vier weken te snotteren en jij denkt dat ik morgen dood in bed kan liggen?’
‘Nee, jij niet. Onkruid is hardnekkig. Dat vergaat niet.’
‘Pardon? Hoor die dove netel nou! Hoe is het met je hoorapparaat? Vreet dat ding nog steeds batterijen?’
‘Een stuk minder dan jouw massagestaaf.’
‘Jan!’ zegt Ans scherp, ‘Kunnen we het even netjes houden? We zitten niet te wachten op jouw gore praat.’
‘Gore praat? Wat heb ik dan verkeerd gezegd?’
‘Dat weet je zelf heel goed. Even wat anders: nummer 221 is weer verhuurd. Weet iemand wat voor mensen daar komen te wonen?’
‘Een echtpaar waarbij de man in een rolstoel zit,’ zegt Sjoerd.
‘Weer een kneus erbij,’ laat Jan zich ontvallen.
De anderen doen alsof ze het niet hebben gehoord. De opmerking over de batterijen hebben Sjoerd geholpen om een gedachtensprongetje te maken naar een voertuig dat hier zeer geliefd is.
‘Hoe bevalt jouw nieuwe scootmobiel?’ vraagt hij aan Els.
‘Ik vind het een doodeng ding,’ biecht ze op, ‘Ik durf er niet op te rijden.’
‘Hè? Waarom niet?’
‘Dat zeg ik toch? Ik vind het doodeng. Je moet sturen en gas geven tegelijk en als je wilt stoppen, moet je alles los laten terwijl mijn reflex is om, net als op de fiets, te knijpen om te remmen. En dan drie wielen! Ik durf geen bocht te nemen, omdat het ding met een beetje snelheid dan zomaar om kan vallen.’
‘D’r zitten toch een haas en een schildpad op?’
‘Bij mij staat’ie altijd op schildpad.’
‘Dat schiet niet op,’ constateert Arnold, ‘Dan kan je beter kruipen. Wist je trouwens dat de meeste verkeersslachtoffers scootmobielrijders zijn?’
‘Dat verbaast mij niets,’ meent Els, ‘Als je ziet met wat voor rotgang ze door de stad rijden! Allemaal oudjes met een reactievermogen dat omgekeerd evenredig is met hun snelheid. Een hele generatie die zich letterlijk te pletter rijdt!’
‘Of ze verzuipen in de gracht.’
‘O ja,’ herinnert Ans zich, ‘Dat was toch die man zonder benen die vorig jaar ’s avonds laat de gracht is ingereden? Na twee dagen kwam hij bovendrijven.’
‘Dat was best wel triest,’ weet Anneke nog, ‘Niemand had hem nog gemist.’
‘Krijgt iemand zonder benen korting bij een crematie?’ vraagt Jan, ‘Of moeten ze bij hem extra stoken, omdat de dierbare vol grachtenwater zat?’
Hij wordt opnieuw genegeerd. Het gesprek valt even stil. De kwetsbaarheid van het bestaan stemt bij mijn op leeftijd zijnde medebewoners tot nadenken en zorgen.  Ik staar naar het oortje van mijn koffiebeker en voel ineens dat er naar mij gekeken wordt. Logisch, ik heb nog geen woord gezegd en vermoed dat er van mij een bijdrage wordt verwacht. De spreekwoordelijke duit in het zakje van kwalen, ongemakken en psychisch leed.
‘Ik werd vanmorgen om kwart voor zes wakker en toen scheen de zon al,’ zeg ik monter, ‘Daar werd ik heel blij van.’

Onbekend's avatar

About petergortworst

Schrijver van boeken en verhalen.
Dit bericht werd geplaatst in korte verhalen en getagd met , , , , , , , , , , . Maak de permalink favoriet.

Plaats een reactie