’t Is altijd ik -5-

‘Ben je eigenlijk getrouwd?’
‘Nee, ik ben gelukkig gescheiden. Vrouwen kunnen het niet volhouden bij mannen die altijd fouten maken.’
‘Wat voor fouten dan?’
‘Oh, talloze. Als ik stof gezogen had, was het niet goed genoeg gedaan. Een streepje op de ramen als ik ze gelapt had. Ik kon de vaatwasser niet inruimen. Er kon altijd veel meer in als zij dat deed. Ik was te snel terug van een wandeling met de hond. Een blauwe broek staat niet met een groen T-shirt. Ik was niet flexibel of te wispelturig, te hitsig, saai, verdiende te weinig, niet romantisch, viel in slaap als zij ’s avonds in bed gezellig wilde kletsen, één keer per dag douchen was niet genoeg, wist niets van BN’ers terwijl dat toch bij je algemene ontwikkeling hoorde. Ik zou mij toch minstens schuldig moeten voelen bij zoveel tekortkomingen. Een lang verhaal kort: ik deugde niet.’
‘Dat klinkt niet goed.’
‘Was het ook niet en ik was zielsgelukkig toen ze op haar bezem stapte en vertrok. Als er nu wat fout gaat, heb ik dat zelf gedaan en kan ik mijzelf de schuld geven. En weet je wat nu zo gek is? Er gaat niets fout!’
‘Vast wel, maar jij ziet ze niet als fout en dus niet schuldig en dat is prima.’
‘……..Heb jij nog iets aan 4 en 5 mei gedaan?’
‘Het gebruikelijke. Op tv naar de nationale herdenking gekeken en bij de twee minuten stilte ontdekt dat ik meer zat te wachten op wat er zou kunnen gebeuren dan dat ik aan het herdenken was. Dinsdag even de stad in om van het feestgewoel te genieten. Waarom wil je dat weten?’
‘Omdat ….. ik …..uh ….. Als ik ergens schuldig aan ben, heeft dat daarmee te maken. Ik heb gezwegen en dat had ik niet moeten doen.’
‘…….?’
‘Mijn ex is een raciste van het zuiverste soort geworden. Eerst niet hoor. Toen we net getrouwd waren, was er niets aan de hand. Ze kon het goed vinden met de Turkse buren. Een collega op haar werk was getrouwd met een Surinamer en daar kwamen we regelmatig over de vloer. Het is misgegaan toen ze meende dat die Wilders de dingen goed kon benoemen en gaandeweg ontdekte ik dat zijn onkruidzaad bij haar wortel schoot. Woorden als roetmoppen, profiteurs, gelukzoekers, kinderverkrachters, zwartjes of tuig lagen binnen de kortste tijd op haar lippen bestorven. Zij stemde uiterst rechts op één van die fascistische partijen en ik stemde als compensatie zo links mogelijk. Dat was mijn enige daad van verzet en het was te weinig. Veels te weinig. Helaas ontbrak het mij aan moed om haar van weerwoord te voorzien. Ik heb het wel een keer geprobeerd en het was gelijk hommeles. Geen goed gesprek, maar verwijten en scheldpartijen. Ter wille van de lieve vrede zweeg ik en dat had ik niet moeten doen. Met haar racistische gif heeft ze onze dochter besmet en ik moet haar nageven dat de besmetting succesvol is geweest. Vorige week zag ik mijn dochter op een foto in de krant. Ze was met andere vrouwen aan het demonstreren in Loosdrecht.’
‘Dat deed vast pijn.’
‘Ja, behoorlijk. Ken je de stelling: Het goede fluistert en het kwade schreeuwt?’
‘Ja….?’
‘Dat kunnen we niet meer volhouden. De maatschappij is dooraderd met fascisme en racisme en we zijn het gewoon gaan vinden. Vroeger hadden we Janmaat en zijn ideeën vonden we verwerpelijk. Wat hij toen zei, is een slap aftreksel van wat er nu wordt gezegd. De VVD haalde toen de neus voor hem op en verdedigd nu standpunten die vele malen erger zijn. Het feit dat er maandag ook fascisten op de Dam stonden, is een schande en we laten het gebeuren. Het wordt tijd dat het goede niet meer fluistert, maar schreeuwt. Ik ben niet de enige die schuld heeft omdat ik gezwegen heb. Toen ik maandagavond naar het monument op de Dam zat te kijken, realiseerde ik mij dat het niet alleen gaat om oorlogsslachtoffers. Herdenken is doen alsof. Het is opnieuw denken, doen alsof je er zelf bij was. Het gaat dus ook over nu. Door nu geen weerstand te bieden tegen alle onverdraagzaamheid, tegen alle haat, tegen alle vervolgingen, liefdeloosheid of verdachtmakingen, trappen we die oorlogsslachtoffers dieper in de grond. Als we zo doorgaan, zijn ze voor niets gestorven. We kunnen niet meer zwijgen!’
‘En dus?’
‘Ik ga straks naar Ter Apel. Daar is een tegendemonstratie. Ik ga die bruinhemden laten zien dat ik niet langer mijn mond houd.’
‘Hoor ik volgende week hoe het is afgelopen?’
‘Nee. Mij hoor je niet meer. Je weet genoeg over mijn altijd ergens schuld aan hebben. Ik ga mij nu ergens anders aan schuldig maken: opkomen voor mensen die dat nodig hebben, schreeuwen voor de woordeloze, niet meer zwijgen als er leugens worden verteld en het onrecht benoemen. Het is nooit te laat om het goede te doen en waarschijnlijk zal ik daar de handen vol aan hebben.’

Onbekend's avatar

About petergortworst

Schrijver van boeken en verhalen.
Dit bericht werd geplaatst in korte verhalen en getagd met , , , , , , , , , , . Maak de permalink favoriet.

Plaats een reactie