Weemoed

 

Ze leest, voor de zoveelste keer, het briefje wat op tafel ligt. Ik kom morgen, woensdag, om 10 uur en neem iemand mee. Liefs Ans staat er. Dat is vandaag en sterker nog, dat is straks. Ze weet precies wie haar dochter meeneemt. Het is niet de eerste keer dat Ans zich zorgen over haar maakt en nu komt ze met iemand die moet beoordelen hoe ver ze heen is. Dat is natuurlijk onzin. Als je tegen de honderd loopt is het toch niet zo vreemd dat je af en toe wat vergeet? Goed, soms is het vervelend maar meestal is het helemaal niet zo erg. Dat haar gasfornuis het niet meer doet was ze bijvoorbeeld vergeten. Ze had zich verheugd op spruitjes, kruimelige aardappelen en een mooie gehaktbal. De maaltijden die haar worden gebracht en die ze alleen maar op hoeft op te warmen in de magnetron, smaken haar niet meer. Alles smaakt hetzelfde. Er zit geen kraak of smaak aan en daarom wilde ze zelf weer koken. Ze was naar de winkel gegaan. Thuis maakte ze alles klaar maar toen ze de braadpan met een flinke klont boter op het fornuis zette, ging het vuur niet aan. De buurman die ze om hulp vroeg, had gemeen gelachen. Het was maar goed dat ze het fornuis afgekoppeld hadden. Wilde ze soms weer de boel in de fik steken? Was ze het melkpannetje op het fornuis vergeten? Dat was ze inderdaad maar toen wist ze het weer. Ze kon niet slapen en een beetje warme melk zou vast wel helpen. Terwijl de melk warm werd kon zij wel even wat anders doen maar ze werd in die bezigheden ruw gestoord. De buurman, die gelukkig laat thuis kwam, zag donkere wolken uit het keukenraampje komen en bonkte op de ramen. Alles was zwart in de keuken en het pannetje gesmolten. Jammer want het was een fijn pannetje.

Ze hoort de voordeur van het slot gaan en haar dochter komt binnen. Achter haar aan komt een vreemde vrouw. Ze geeft haar een hand en ze vertelt dat ze even komt praten. Ze kijkt wat bevreemd naar die vrouw en heeft geen idee waarom ze met haar zou moeten praten. Ans had wel eens kunnen zeggen dat ze iemand mee neemt. Ze gaat in haar stoel bij het raam zitten. Haar dochter vist een thermoskan uit haar tas en haalt drie kopjes uit de keuken.

‘Ik kan ook wel even koffie zetten hoor,’ zegt ze.
‘Nee mam, dat hoeft niet. Ik heb thuis al koffie gemaakt.’

De koffie is heet en sterk. Precies zoals ze hem graag heeft.
Ondertussen heeft de vreemde vrouw papieren uit haar tas gepakt en legt die op haar schoot.
‘Zo,’ zegt ze dan na haar eerste slokje, ‘kunt u mij vertellen wat voor dag het vandaag is?’
‘Ach, dat is toch niet zo belangrijk? De dagen komen en gaan en voor mij maakt het niet uit welke dag het is. Als je zo oud bent als ik heb je weinig om handen en glijden de dagen als los zand door de vingers. Wat een rare vraag overigens. Waarom wilt u dat weten?’
Dan herinnert zij zich plotseling het briefje.
‘Maar vandaag is het woensdag. Toch?’
‘Ja hoor, de hele dag,’ en ze schrijft iets op haar papier.

Ze bladert even door de papieren en zegt dan:
‘Ik zie dat u nog een jonge meid was in de oorlog?’
‘De oorlog?’
‘Ja toen de nazi’s hier waren. De bezetting.’
Er gaat haar een licht op en een blos trekt over haar witte wangen.
‘Maar dat weet niemand hoor!’
‘Wat weet niemand?’
En ze vertelt. Van der Stephan, die lieve jongen die helemaal geen soldaat wilde zijn. Die vele malen liever bij zijn ouders op de boerderij gebleven was. Die met haar droomde over de tijd dat de oorlog voorbij zou zijn. Met wie ze in het diepste geheim verkering had en hem lief had zoals alleen een tiener dat kan. Die plotseling verdwenen was en van wie ze nooit meer iets had gehoord. Ze vertelt van de verduistering, de honger, de razzia’s en de angst. Alles weet ze nog en hoe meer ze vertelt hoe meer ze zich herinnert.
‘Wie was toen koningin?’ vraagt de vreemde vrouw.
‘Wilhelmina natuurlijk. En daarna kwam Juliana. Dat was een hele lieve vrouw. Ze was zo gewoon. Niet zo star als Wilhelmina. Gewoon een lief mens. Mijn Dirkje heeft haar nog een brief geschreven toen ze ging emigreren en ze kreeg een hele lieve brief terug.’

De vreemde vrouw bladert weer in haar papieren.
‘Weet u hoe het met Dirkje gaat?’
‘Nee. Ze schrijft niet zo vaak maar ik denk dat het wel goed gaat.’
‘Mam,’ zegt Ans, ‘Dirkje is toch overleden?’
Ze schrikt zichtbaar en slaat haar hand voor haar mond.
‘Nee toch! Is Dirkje dood? Wat vreselijk! Hoe kan dat nu?’
De tranen beginnen over haar wangen te lopen en zacht snikkend huilt ze.
‘Dirkje is nu 8 jaar geleden overleden. Ze had kanker,’ zegt Ans.
Door de tranen heen kijkt ze naar Ans.
‘Dat wist ik helemaal niet. Waarom vertel je mij dat nu pas? Mijn Dirkje dood?’

Ze zwijgt en lijdt. De vreemde vrouw en Ans wachten tot ze haar ogen heeft gedroogd met het zakdoekje dat ze aangereikt krijgt. Dan, bijna fluisterend, vertelt ze van de tijd dat haar kinderen nog jong waren. De tijd van het gelukkige gezin, papa die nog leefde en de tijd zonder armoe. Van Dirkje die altijd alles alleen wilde doen en net zo goed kon timmeren als haar vader. Die Nederland te klein vond en de wijde wereld in wilde en dat ook gedaan heeft. Hoe meer ze vertelt hoe weemoediger ze wordt. Alles is verandert, er gaan steeds meer mensen om haar heen dood, ze kan niet alles meer wat ze vroeger wel kon en het enige wat ze nog heeft zijn haar herinneringen en ook die vervagen. Langzaam zinkt ze weg in de tijd.

De vreemde vrouw staat op en verdwijnt met Ans in het halletje.
‘Mij is het wel duidelijk,’ zegt de vreemde vrouw, ‘Blijft u nog maar even bij uw moeder. Ik kom er wel uit.’
Als Ans de kamer in komt, zit haar moeder met gesloten ogen en de kin op de borst, in haar stoel. Ze gaat tegenover haar zitten en kijkt naar haar. De sterke, vrolijke vrouw van toen is er niet meer. De moeder die altijd wel een oplossing wist voor elk probleem, die van veel de humor in zag, die immer klaar stond voor iedereen is een oud en breekbaar mensje geworden. Nog geen schim van het verleden. Ans blijft naar haar kijken en realiseert zich dat ook zij wordt overvallen door weemoed. Mooie, pijnlijke en warme herinneringen dringen zich aan haar op. Met een lach en een: ‘Kom op meid, achter de wolken schijnt de zon.’ wist mams haar vaak het verdrietige te laten vergeten. Ze heeft er een lief ding voor over als haar moeder nu op zou kijken om met de lach van toen, het haar nog één maal te zeggen.

 

 

© peter gortworst / aug 2019
afbeelding: shsel.nl

 

 

 

 

 

Dit bericht werd geplaatst in korte verhalen en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

5 reacties op Weemoed

  1. Rob Alberts zegt:

    Ingrijpend beschreven.

    Ja, oud worden is niet altijd even gemakkelijk en/of eenvoudig te accepteren.

    Wanneer het dan opeens is afgelopen blijven de jongeren in weemoed achter.

    Stille groet,

    Liked by 1 persoon

  2. Even een traantje weggepinkt.

    Liked by 1 persoon

  3. Wat prachtig geschreven. Ouder worden gaat niet zonder slag of stoot.

    Liked by 1 persoon

  4. Maan zegt:

    Ontroerend verhaal en herkenbaar.

    Liked by 1 persoon

  5. Anuscka zegt:

    Wat mooi geschreven! Kippenvel…

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s