Profiteur

Het heerlijke zonnetje, een riant uitzicht op het kruispunt en gewoon even lekker niets te doen hebben, maakt van het stenen muurtje voor het winkelcentrum een prima zitplaats om de tijd te verdrijven. Ik zit een paar minuten naar de zebra te kijken en verbaas mij over het verkeersgedrag van fietsers, automobilisten en voetgangers. Volgens mij heb je, als voetganger voorrang op een zebra maar hier blijkt het net zo makkelijk een opstapje naar het hiernamaals te zijn. Een meter van mij vandaan is een man komen staan die argwanend het muurtje in ogenschouw neemt. Veegt even met zijn hand over de stenen en gaat dan zitten. Ik kan hem geen ongelijk geven. Met een lichte zomerbroek moet je oppassen. Ik knik hem toe en hij knikt terug. “Zo is het wel vol te houden toch?” vraag ik hem. Dat is hij met mij eens. Het blijkt dat zijn vrouw ergens in het winkelcentrum iets moet kopen en hij heeft geen zin om mee te gaan. Hier zullen ze elkaar weer treffen. Hij steekt een filtersigaret op en kijkt om zich heen.

We kijken op als er een auto twee keer kort toetert. Een mooie rode cabriolet staat stil voor de zebra en de zeer donker gekleurde automobilist wuift met zijn hand naar een jonge vrouw met twee kleine kinderen die over wil steken. Ze steekt als bedankje haar hand op.

Rode Ferrari cabrio

“Weer zo’n buitenlander die met ons geld de blits maakt,” zegt de man naast mij. Ik kijk hem vragend aan. “Ja, dat is toch zo?” gaat hij verder, “Verdien jij genoeg om zo’n dure wagen te kunnen kopen? Dat komt hier naartoe en het enige wat ze kunnen is hun hand ophouden. En wij die profiteurs maar betalen!” Van pure boosheid wipt hij op en neer en slaat met zijn hand op zijn dijbeen. Dat gedrag ken ik. Mensen die hun hekel aan alles wat van buiten komt laten blijken, zijn altijd boos. Een genuanceerde verhandeling over waarom ze zo denken, is uiterst zeldzaam. Deze schuifelende, wippende man is daar geen uitzondering op.

“Ik ken die vent,” zeg ik, “Hij heeft mij handenvol met geld gekost en kon niet met z’n handen van mijn vrouw afblijven. En weet je? Iedereen vindt dat doodnormaal. Je kan er niets tegen doen.” “Hè?” zegt mijn buurman, “Dat kan toch niet? O, laat mij raden! Hij had natuurlijk een prima advocaat die zelfs zo’n flut taakstrafje wist weg te lullen!?”

“Nee, zo was het niet. Hij werkt hier in het ziekenhuis als gynaecoloog en mijn vrouw moest voor een onderzoek bij hem zijn. Niks bijzonders dus maar wel mijn eigen bijdrage in één keer weg.”

Ik kijk naar mijn buurman die mij, met de mond half open, strak aankijkt. Als hij gaat vragen of ik zit te liegen weet ik nog niet wat ik zal zeggen. “Ik ga eens even kijken waar mijn vrouw blijft,” zegt hij dan afgemeten. Hij gaat staan en loopt het winkelcentrum in. Jammer dat hij niet stil kon zitten. Zwart is vast niet zijn kleur en zo’n vlekkerige zwarte kont is geen gezicht.

© peter gortworst / aug.2015

Dit bericht werd geplaatst in korte verhalen en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s