Maartje

Hij heeft het informatieblad met haar verhaal net gelezen. Een Noorse vrouw die verliefd werd op een Oostenrijker die als dienstplichtige in het Duitse leger diende. Haar relatie duurde maar even. Hij moest met zijn eenheid naar het oostfront en sneuvelde daar. Ze is naar Oostenrijk gegaan om zijn moeder bij te staan. Werd daar weer verliefd op een soldaat die in 1944 met zijn eenheid naar Normandië marcheerde en daar sneuvelde. Ze werd gevangen genomen door de russen en omdat ze geen papieren had zagen ze haar als spion. De Goelag werd haar reisdoel en kort na aankomst bleek ze zwanger te zijn. Ze had het kind niets te bieden. Geen warmte, geen kleding, geen voedsel en het stierf na acht maanden. Waar het begraven, of het begraven is weet ze niet. In 1953 komt ze terug in Noorwegen en er is niemand die haar welkom heet. Ze is nog steeds de spion en de moffenhoer.

En nu hangt hier haar foto. Het gezicht van een oude vrouw, met strijklicht mooi uitgelicht op een zwarte achtergrond, rechts op een lange horizontale foto. Hij is er bij gaan zitten en kan niets anders dan staren naar dat gezicht.

noorwegen 2014 323 (2)

Hij kan nog steeds de sfeer in het dorp niet beschrijven. Het was een mengeling van uitgelaten vreugde, verdriet, bezorgdheid en onzekerheid. Iedereen liep op straat en elke Canadees werd toegejuicht, op de schouders geklopt en de hand gedrukt. En plots was daar Maartje. Omringd door een grote groep mensen en hij zag haar zitten. In elkaar gedoken, huilend, bang en zo goed als kaal. “Moffenhoer!” riepen de mensen en hij begreep het niet. Maartje was de dochter van de oude bakker en ze was altijd een vrolijke en aardige vrouw. Ze vond hem een klein lief manneke en aaide vaak even over zijn steile haar. Hij vond haar lief zoals alleen een jongetje van acht een volwassene lief kan hebben.

Zijn moeder viste hem bij de groep mensen vandaan. “Dat is niets voor jou,” had ze gezegd en er is nooit meer over Maartje gesproken.

Hij staart naar de foto van een vrouw die net als Maartje was. Toen hij, wat ouder geworden, begreep wat een moffenhoer was, had hij zijn oordeel over haar geveld. Ze deugde niet. Als je met de vijand heult, is er geen plaats meer voor je. Wegwezen en je nooit meer laten zien. Maar nu, nu hij het verhaal gelezen heeft, is hij niet meer zo zeker van zijn standpunt. Deze vrouw heeft blijkbaar echt van die jongen gehouden. Zonder papieren onderneem je in oorlogstijd geen reis van Noorwegen naar Oostenrijk om de moeder van je gesneuvelde vriend te bezoeken en zelfs bij te staan. Maar hij leeft ook lang genoeg om te weten dat liefde rare dingen met mensen kan doen.

Langzaam dringt het besef bij hem door dat deze vrouw niet voor een systeem koos, niet voor een bezettende macht. Ze koos voor die ene jongen die er ook niet om gevraagd had om deel te worden van een regime. Die ver van huis, ver van zijn moeder iets moest doen wat plicht heet. Hier, in dat verre Noorwegen treft hij iemand die hem neemt zoals hij is. Geen wrede, bloeddorstige bezetter maar een gewone jongen. Zou ook Maartje dat gezien hebben in die Duitse soldaat? Natuurlijk wist zij hoe men dacht over relaties van Nederlandse meiden met Duitse soldaten maar blijkbaar was haar liefde voor hem zo groot dat zij de consequenties voor lief nam. Later hoorde hij dat de oude bakker wel wist dat zijn dochter verkering had met een Duitse soldaat maar hij wilde die jongen niet in zijn huis hebben. Wat zal hij als vader een strijd gevoerd hebben. Het geluk van je dochter en je weerzin tegen alles wat nazi is.

‘Pars pro toto !’ De term schiet hem door zijn hoofd. Zijn leven lang heeft hij elke Duitse soldaat gezien als vertegenwoordiger van die nazistaat. Nooit heeft hij zich gerealiseerd dat er talloze bij waren die gedwongen werden. Gedwongen door het systeem, de sociale druk of een heersende en opgelegde overtuiging.

Die gedachte is verwarrend. Aan de ene kant is hij blij dat een nieuwe zienswijze hem aangereikt wordt maar aan de andere kant voelt hij spijt. Bijna 80 en blijkbaar niet te oud om te leren maar wel te oud om met dit nieuwe inzicht veel te kunnen doen. Hij kan het zijn kinderen en kleinkinderen vertellen maar voor hen zal het niet dat effect hebben wat hij voelt. Zij hebben geen oorlog meegemaakt die je voor het leven tekent.  Ze zullen hem aanhoren en lief zeggen dat ze het fijn voor hem vinden. “Ik zal nog eens wijs sterven”, mompelt hij.

Hij gaat staan en loopt naar de foto. Hij buigt zich voorover en kijkt lang in de ogen van die onbekende vrouw. Dan kijkt hij even om zich heen en als hij ziet dat er niemand is, aait hij even met de rug van zijn vingers over haar wang en geeft er een kus op. “Het spijt mij en als je daar boven Maartje ziet, moet je haar van mij groeten”, zegt hij zachtjes en zonder om te kijken loopt hij naar buiten.

Daar schijnt de zon en een weldadig briesje aait, als ooit de hand van Maartje, zijn kale kop.

© peter gortworst

Dit bericht werd geplaatst in eerder en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s