Whimpy

Ze zitten samen aan de keukentafel als het grijze hoofd van de buurvrouw langs het raam komt. Hij loopt naar de achterdeur om haar binnen te laten maar ze blijft buiten staan en met een ernstig gezicht zegt ze: “Kom, kom, o, het is heel erg!”

Midden op de straat staat nog een overbuurvrouw en een vrouw die hij niet kent. Aan hun voeten ligt Whimpy, hun kat. “Hij stak zo maar over! Ik kon er helemaal niets aan doen!” zegt de vreemde vrouw met tranen in haar ogen. De kat ligt op zijn rechterzij. Het bloed wat uit zijn bek en oren stroomde vormt een onregelmatige vlek op het asfalt. Over zijn welzijn bestaat geen enkele twijfel: hij is dood.

Hij vloekt zachtjes. Geen weldenkend mens rijdt bewust een kat dood en hij verwijt deze vrouw niets. Het is niet de eerste kat die door een auto wordt doodgereden maar dit is verdomme wel hun Whimpy.

Er komt een auto aan. Hij tilt Whimpy op en leg hem op de stoep bij het tuinmuurtje. De vrouwen zijn aan de overkant gaan staan. Net als hij wil vertellen dat zij er altijd al rekening mee hebben gehouden dat het een keer zou kunnen gebeuren, dat zij er echt niets aan kon doen en dat ze snappen dat zij geschrokken is komt zijn vrouw langs het huis naar voren gelopen. Het eerste wat zij ziet is de dode Whimpy. Ze schreeuwt een onduidelijke vloek en loopt met opgeheven armen weg. “O, wat is dit erg!” snikt de vreemde vrouw. Hij staat in tweestrijd. Moet hij naar zijn vrouw om haar te troosten of moet hij deze vrouw verder gerust stellen? Het probleem lost zich vanzelf op. Zijn vrouw komt weer naar voren en voegt zich bij hen. Ze zegt hetzelfde als hij had willen zeggen en in goed vertrouwen dat het wel goed komt neemt hij Whimpy alvast mee naar de achtertuin.

Hij legt zijn nog warme lijf voorzichtig op het gras en gaat op zijn knieën bij hem zitten. Hij was nog geen jaar toen hij hem bij zich in huis nam. Een vriendin had hem in een opwelling in huis gehaald en was zijn aanwezigheid na een paar dagen al beu. Zijn hond was gewend aan katten dus dat zou geen enkel probleem zijn. Tot zo ver klopte dat. De kat liet zich gelden tegenover de hond en dus was de kat de baas in huis. Zonder protest verliet de hond zijn mand als deze heerser die plek had uitgekozen voor zijn noodzakelijke rust. Dat is altijd zo gebleven. Whimpy was de baas en dat wist hij.

013

Ze waren echter ook broeders in het kwaad. De kat wist hoe de koelkast open gemaakt kon worden en beiden hebben zich een aantal keren tegoed gedaan aan de inhoud. Een flinke baksteen voor de deur loste dat probleem op. Eten is altijd heel belangrijk voor hem geweest. Als jonge kat kroop hij langs zijn broekspijpen omhoog op het moment dat hij de voerbakjes vulde. Heel grappig en aandoenlijk totdat hij een keer, hondsberoerd met een dikke griepkop en slechts gekleed in een onderbroek en T-shirt, bij het aanrecht staat.

Whimpy was, zeker in zijn jonge jaren, geen kat die hele dagen binnen wilde zijn. Daar kwam hij achter doordat mijnheer duidelijk liet merken het niet eens te zijn met zijn vrijheidsbeperking. Als hij aan het einde van de werkdag thuiskomt en er een complete kast met Cd’s van de muur geduwd is, planten van de vensterbank geschoven zijn, spullen die op het aanrecht stonden terug te vinden zijn op de keukenvloer en er een vaas met bloemen die op de tafel stond, omgekieperd is zodat de nog te betalen rekeningen eerst moeten drogen, dan is het zonneklaar dat deze heerser de mensheid iets duidelijk wil maken. Hij is hem, vanwege deze terroristische aanslagen op zijn bezittingen ‘Osama’ gaan noemen.

Zijn gedrag verbeterde toen hij, ten einde raad, besloot hem mee te nemen naar buiten. Dat beviel Osama wel. Hij struinde de hele buurt af, maakte ruzie met andere katten en als hij hem tegenkwam wanneer er met de honden een rondje gemaakt werd, liep hij mee. Als het heerschap weer naar binnen wilde, wachtte hij bij de buitendeur tot er iemand in of uit ging. Het bereiken van de vijfde verdieping was geen probleem: meestal nam hij de trap en een enkele keer nam hij, samen met andere bewoners, de lift. Als hij het niet meer wist of wanneer alles te lang duurde zette hij het op een miauwen. Dit was zo ongelooflijk hard dat je het wel moest horen. Het duurde niet lang voordat iedereen in de flat wist waar deze schreeuwlelijk thuis hoorde en met regelmaat werd hij, meestal met een knipoog, bij de deur afgeleverd.

Wat hij hoopte, gebeurde: de terrorist beterde zijn leven en kreeg een andere naam. De Osama werd een Whimpy.

005

“Hij is nog warm,” zegt hij en aait hem zachtjes over zijn rug. Zij gaat ook op het gras zitten. Er is bloed uit zijn oor en uit zijn bek gelopen maar verder ziet hij er onbeschadigd uit. “De andere katten zullen hem missen,” zeg hij. Ook over hen was hij de absolute baas. Na de verhuizing duurde het maar even of hij was de nieuwe heerser in een fors territorium. Slechts twee ander poezen werden gedoogd. Henry, een mooie rode kater en James, die wat uiterlijk betreft, als twee druppels water op hem leek. Twee jonge katten die door de buren waren geadopteerd. Hun aanwezigheid in onze tuin werd toegestaan maar regelmatig vond Whimpy het nodig zijn gezag te laten blijken en mepte Henry en/of James dan van zijn erf af.

Uit ervaring weten zij dat het goed is om dieren de kans te geven ‘afscheid’ te nemen van andere huisgenoten en daarom wordt de hond erbij gehaald. Die ruikt heel even maar toont verder geen belangstelling. Dat valt hen wat tegen. Ze kennen elkaar hun hele leven maar misschien is het te menselijk gedacht om wat meer reactie te verwachten.

“Zullen we hem maar gelijk begraven?” vraagt hij. Zij vindt dat goed en ze leggen Whimpy voorzichtig in een kartonnen doos. Ze weten een mooi plekje bij de hazelaar. Hij graaft een gat van een halve meter diep en legt met zorg de doos op de bodem van de kuil. “Wil jij hem verder begraven?” vraagt hij. Zij schept aarde op de doos en als ze het een beetje aan wil drukken ziet zij hem verschrikt reageren. “Het moet wel,” zeg ze, “we mogen niet de kans lopen dat hij vannacht door een of ander beest wordt opgegraven.” Als het klaar is staan ze even samen naast elkaar. Ieder met hun eigen gedachten en herinneringen.

“Ik ga even het bloed van de straat spoelen,” zegt hij. Ze lopen samen naar het huis. Hij vult een gieter en zij gaat naar binnen. Ze loopt de bureaukamer in. “Miauw,” zegt Whimpy en rekt zich uit op het kussen van de hond. Haar hart vergeet een slag en de adem stokt. Verbijstert kijkt ze naar Whimpy die zich op zijn rug draait en nogmaals mauwt. “Whimpy!” kan ze nog net zeggen. “Hoe…..?” Ze ploft op een stoel en langzaam dringt het besef door dat ze een andere kat hebben begraven. James! Ze hebben James van de buren begraven!

Het lukt hem niet om zonder emoties het bloed van de straat te spoelen. Dan hoort hij haar roepen en in de stem klinkt iets wat op een bijzonderheid duidt. Hij loopt naar haar toe en zij vertelt met gedempte stem wat er werkelijk gebeurt is. Ze kijken elkaar aan en weten niet of ze moeten lachen of huilen. Voor alle zekerheid gaan ze naar binnen om te kijken. De kat heeft zich alweer opgerold en ze weten het zeker: dit is Whimpy. “Wat doen we nu?” vraag zij. Daar hoeft hij niet lang over na te denken: “James opgraven en naar de buren brengen. Het is beter dat ze het weten.”

Met James in de doos en zo goed mogelijk ontdaan van aarde, komen ze bij de buren. Als het hele verhaal vertelt is zegt Frans dat hij het zich wel voor kan stellen. Zij hebben met regelmaat Whimpy binnengelaten en voer gegeven in de veronderstelling dat het James was. Je kon ze eigenlijk alleen uit elkaar houden als ze naast elkaar stonden. James was iets smaller, iets tengerder dan Whimpy.

Ze voelen zich ongemakkelijk. Ze hebben met de buren te doen. Uit een zeer recent verleden weten ze wat er in je om kan gaan als je met een dode kat in je handen staat. Aan de andere kant zijn ze blij dat het Whimpy niet is maar dat kan je niet laten merken. Ze wensen hen sterkte en gaan naar huis.

Met een kop sterke koffie zitten ze weer aan de keukentafel. “Dit verzin je toch niet?” zegt hij. “Nee,” zeg zij, “en het stomste is nog wel dat Whimpy één van zijn levens heeft verbruikt zonder het zelf te weten!”

P.S.

Op 24 juli 2015 heb ik Whimpy, wegens acuut nierfalen, moeten laten inslapen. Zie dit verhaaltje als een eerbetoon aan een bijzondere kat die 15 jaar deel van mijn leven was.

011

© peter gortworst

Dit bericht werd geplaatst in eerder en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Whimpy

  1. Mark Doornaert zegt:

    Erg, heel erg, ik ken het gevoel

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s