De toneelschrijver

Precies op de afgesproken tijd, ja, zelfs op de seconde nauwkeurig, belt de man aan. Ik open de deur en voor mij staat de voorzitter van de dorpsvereniging ‘Ons genoegen’. Zijn komst had hij drie dagen geleden aangekondigd met de geheimzinnige mededeling dat hij, in opdracht van de toneelgroep, iets met mij bespreken moest. Verdere mededelingen kon hij niet doen maar alles zou duidelijk worden in een persoonlijk gesprek. Toen ik vroeg of wij elkaar dan op een geheime locatie zouden moeten treffen, viel hij even stil maar na enig nadenken was mijn woning blijkbaar goed genoeg.

Ik krijg een formele handdruk en leidt mijn bezoeker naar binnen. In de keuken schenk ik twee kopjes koffie in en zet deze met de suiker, melk en koekjes op tafel. Zwijgend roert hij de ingrediënten door de koffie, bijt een stukje van een koekje en neemt dan voorzichtig een slokje. Het is geen gezellige prater. Van mijn inleidende koetjes en kalfjes wil hij niets weten. Hij komt direct ter zake:

‘Ik ben al geruime tijd volger van uw verhaaltjes op uw blog en nu….’
‘Ah! Bent u dat!?’ onderbreek ik hem in een zwakke poging tot enige luchtigheid.
Het helpt niet. Verstoord kijkt hij mij even aan en gaat dan verder:
‘Nu heeft de toneelafdeling van onze vereniging mij gevraagd om u te polsen teneinde een toneelstuk te schrijven. De uitvoering daarvan vindt volgend jaar plaats. We denken aan kort na Pasen. Daar het instuderen, maken van de kostuums en decorbouw nogal wat tijd vragen, zou het wenselijk zijn als het stuk in september klaar is.’

Ik ben mij er van bewust dat ik hem, met een nogal stomme uitdrukking op mijn gezicht, aan zit te staren. Ik een toneelstuk schrijven? Hoe verzint iemand dat? Het aantal keren dat ik een stuk heb gezien in een dorpshuis zijn op twee vingers van een hand te tellen. Blijkbaar is mijn stomme blik voor hem geen beletsel. Onverdroten gaat hij voort:

‘Het moet natuurlijk een stuk worden waar enige diepgang in zit maar waar ook de grap en de grol niet mogen ontbreken. De dorpsgemeenschap is een avondje uit en wil vooral vermaakt worden. Dat zult u wel begrijpen toch?’
Verwachtingsvol kijkt hij mij aan maar ik ben omgeven door vraagtekens.
‘Hoe lang moet het duren? Hoeveel spelers zijn er? Moet het ergens specifiek wel of niet over gaan?’ zijn de eerste vragen die in mij opkomen en deze dus ook maar aan hem stel.
‘Voor de pauze duurt het meestal een uur en na de pauze nog drie kwartier maar daar kan wel wat in geschoven worden. Er zijn 25 spelers die wel allemaal een rol willen en we hebben het liefst een stuk waar geen homo’s, politiek, vluchtelingen of asielzoekers in voorkomen. Godslasterlijke krachttermen horen we liever ook niet. De mensen zijn per slot van rekening een avondje uit.’

De weerstand die al voelde stijgt met de minuut. Een godslasterlijke krachtterm kan ik nog net binnen houden.
‘Helpt u mij even op weg?’ vraag ik hem. ‘Zomaar een wild idee. Ik zit te denken aan een handelaar in runderen. We zetten drie koeien op het toneel dus dan hebben 6 mensen al een rol. Die man heeft natuurlijk een vrouw en kinderen. Dat zijn minimaal 4 personen.’
Er wordt instemmend geknikt en hij begint zowaar mee te denken:

‘Er zijn natuurlijk buren en stel nu dat er vier vrienden op bezoek komen of vier onbekende jongens die in de hooiberg blijven slapen. We laten één van die jongens verliefd worden op de dochter van de handelaar…’
‘Of twee die het van elkaar niet weten.’
‘Oh ja,’ zegt hij en begint zowaar te glimlachen. ‘Dat geeft dolkomische situaties. Ik zie nu de ene al door een deur vertrekken en de ander binnen komen.’
‘Vast. En zeker als blijkt dat ze van één van de twee zwanger is.’
‘Nee,’ zegt hij en zijn formele gezicht is weer terug. ‘dat is natuurlijk niet leuk.’
‘Maar wel vaak de waarheid toch? Goed, ze wordt niet zwanger, de derde vriend kan niet op de zoon van de handelaar vallen en de vierde mag de moeder van het spul niet het hof maken. Hoe gaat het dan verder?’

Hij is in zijn hoofd druk met al die mogelijke relatievormen dus het duurt even voordat hij wat zegt.
‘Misschien leert ze dat de stadse gewoontes van die jongens uiteindelijk niets voor haar zijn. Die weten natuurlijk niet wat het is om met laarzen in de stront te staan. We laten haar verliefd worden op de knecht. Die heeft al jaren een oogje op haar.’
‘Prima. Nog een karakter er bij wat door deuren kan komen en gaan. Een romantische liefdesscène op het toneel wil iedereen wel zien. We komen er wel.’

Hij knikt instemmend en vraagt dan:
‘Begrijp ik dat u het stuk gaat schrijven?’
‘Dat hangt er van af of jullie het kunnen betalen.’
Het gezicht wordt zakelijk. Hij gaat wat rechter in zijn stoel zitten en zegt dan:
‘Wat denkt u te vragen?’
‘Voor het schrijven vijfhonderd, per woord drie cent en per scene vijftig euro. Je hebt, voor je er erg in hebt zo drie tot vierduizend woorden en zeker tien scenes dus reken maar uit.’
Hij doet zijn best.
‘Duizend tot twaalfhonderd euro,’ help ik hem.
‘Dat is een hoop geld,’ zegt hij zachtjes.
‘Ik zal je helpen,’ zeg ik. ‘Ik reken voor het idee van het verhaal honderd euro maar als u het schrijft, en dat gaat u vast wel lukken, kost het maar de helft. Uw naam komt op het programmaboekje te staan en er is een heleboel geld mee uitgespaard. Hoe lijkt u dat?’
‘Denkt u dat echt? Ik bedoel, denkt u… kan ik dat echt wel schrijven?’
‘Ja hoor. U heeft al zo veel van dit soort voorstellingen gezien dat het voor u een fluitje van een cent is. Ik wed dat u er veel bedrevener in bent dan ik en vergeet niet dat dit maar vijftig euro heeft gekost. Een prachtige kans om de kas eens flink te spekken. De penningmeester zal u eeuwig dankbaar zijn.’

Hij zit stil in zijn stoel en pakt nog een koekje. In diepe gedachten verzonken bijt hij daar een stukje af.
‘Ik kan die koeien op het toneel ook laten poepen,’ mijmert hij. ‘Dat doet het altijd goed.’
‘Wat een geweldig idee. Moet je doen. Zie je wel. Het gaat helemaal goed komen. Zal ik u een rekening sturen voor die vijftig euro of rekent u dat liever even contant af?’
Hij vist in zijn kontzak naar zijn portemonnee en met een  ‘Laten we dat maar gelijk afhandelen’ gaat hij staan. Ik help hem in zijn jas en leidt hem vriendelijk naar buiten.
‘Ik blijf u volgen hoor!’ roept hij als afscheid. Het klinkt bijna vrolijk.

Morgenochtend in de stad maar even een lekker ontbijtje halen. Dik verdiend.

©peter gortworst / mei 2017
foto: http://www.youtube.com

Dit bericht werd geplaatst in korte verhalen en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

3 reacties op De toneelschrijver

  1. Rob Alberts zegt:

    Geweldig verhaal.

    Je begrijpt dat ik graag naar de uitvoering wil komen kijken.
    Geef je hier op jouw blog de plaats, datum en tijd aan?

    Vrolijke groet,

    Liked by 2 people

  2. Geweldig, wat een verhaal!

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s