Geen weg terug

“……en belooft u getrouw alle plichten te zullen vervullen, die door de wet aan de huwelijkse staat worden verbonden? Wat is daarop uw antwoord?”

De gedragen stem van de ambtenaar die voor hem staat, klinkt van ver. De bruidegom is vervuld door het moment. Meer dan een jaar heeft hij hier naar toe geleefd en niemand in deze trouwzaal weet van zijn plan dat nu tot een ontknoping komt. Hij kijkt om en ziet zijn ouders, zijn broers en zussen, de toekomstige schoonfamilie en een heleboel bekenden. Zij weten niet wat hij weet. Hij kijkt naar Klaasje. Glimlachend aansporende Klaasje in haar witte bruidsjurk.
“Het spijt mij meer dan ik zeggen kan,” zegt hij zacht tegen haar en voordat zij zich kan realiseren wat er gaat gebeuren kijkt hij bijna brutaal de ambtenaar aan.
“Nee,” zegt hij dan luid en duidelijk.

O, hij weet het best. Beslissingen nemen is nooit zijn sterkste punt geweest. Een beetje sturing krijgen, de zaken op zijn beloop laten of anderen de beslissingen laten nemen, zijn makkelijk en pakken vaak goed uit. Soms niet en dan is het maar zo. Of je zegt dat het de wil van God is. Dat klinkt vroom en je komt er hier, in dit van God vergeven dorp, makkelijk mee weg. Hier kijkt niemand er vreemd van op omdat iedereen schijnt te weten wat de wil van die God is.

Hij is gestuurd of beter gezegd, gedwongen. Klaasje, de vrome, gezagsgetrouwe Klaasje is, volgens zijn moeder, de beste vrouw die hij zich maar wensen kan. Een dochter uit een welgesteld en godvruchtig milieu. Precies de mensen die bij hen passen. Hun eigen handelsonderneming kan een dergelijk verbond met een gerenommeerd houtwarenbedrijf goed gebruiken. Hier wordt iedereen beter van.

Zijn vader is helder: het wordt Klaasje, luister naar je moeder en wee je gebeente als je het verprutst. Protesteren is zonneklaar zinloos maar de zaak op zijn beloop laten, gaat ook niet. Dat kan ook niet. Daar zorgt Klaasje wel voor. In het openbaar hebben vrouwen niet veel te vertellen. Achter de voordeur ligt het vaak anders en zo bepaalt en fantaseert Klaasje. Hoe het trouwfeest zal zijn, of ze in klederdracht zal trouwen of toch maar in het wit, hun huwelijkse leven, het huisje, de toekomstige kinderen. Hij doet niets om deze zogenaamde match in heaven te ontlopen omdat het past in zijn plan. Het plan wat eigenlijk pas ontstaan is toen Klaasje aan hem gekoppeld werd. Het moet een afrekening worden met tradities, de hoe-hoort-het-cultuur, de zelfingenomenheid en de christelijke dommigheden. Het moet ook een bevrijding voor hemzelf worden maar hoe dat gaat werken is nog niet geheel duidelijk.
Hij praat met haar mee over de kerk en het geloof maar zegt niets over zijn twijfels en zijn leven wat in de ogen van een ieder misschien zondiger is dan dat van alle anderen.
Zijn strijd heeft hij bijna tot het einde alleen gestreden. Zijn strijd met die God en met zichzelf. Toch is de oorlog nog niet gewonnen. Die God heeft inmiddels afgedaan en met zichzelf is hij in het reine gekomen maar de laatste slag moet nog komen. Hij zal, als hij deze confrontatie aangaat, uitgestoten worden. Geen thuis meer, geen vrienden meer, geen sociale contacten meer en een onzekere toekomst. Er zal voor hem geen plaats meer in dit dorp zijn.

Hij begrijpt maar niet dat Klaasje niets doorheeft. Nog niet één keer heeft hij gezegd dat hij van haar houdt en toch ziet zij in hem de ware. Misschien doordat ze elkaar al jaren kennen. Samen zijn ze opgegroeid. Samen naar dezelfde school en in dezelfde klas. Ze speelden als kinderen vaak met elkaar en ze kennen elkaar zo goed dat een half woord vaak genoeg is.

Maar als ze hem zo goed kent, had ze dit toch moeten weten? Was die ene keer dat hij haar aan het twijfelen bracht niet voldoende? Misschien had hij veel eerder moeten zeggen dat dit hele gedoe een heilloze weg is. Dat hij nooit kan zijn wat ze van hem verwacht. Hij had gehoopt dat ze zou merken dat hij niets voor haar voelt maar de liefde of de druk van thuis maakt blind. Ze heeft hem zelfs de hemel in geprezen toen de seks voor het huwelijk ter sprake kwam. Hij moet er niet aan denken terwijl zij meent een goede christelijke jongen aan de haak geslagen te hebben die weet dat hij wachten moet tot het mag. Goed, hij is een beetje bot, niet zo spraakzaam, loopt niet te koop met zijn emoties en is niet echt een knappert maar wel degelijk en uit een goede familie.

Lang heeft hij getwijfeld of hij haar dit aan moet doen. Ze is meer dan een pion die opgeofferd wordt in zijn schaakspel maar zonder haar zal zijn statement niet die grootte krijgen die hem voor ogen staat. Het zal nooit meer goed kunnen komen tussen hen. Zijn ouders zullen hun aanzien zeker verliezen en over de financiële gevolgen wil hij helemaal niet nadenken. Hun beoogde woning is door beide ouders gekocht en ingericht en wat hem betreft mag Klaasje, de straks verlaten en bedrogen Klaasje, daar alleen gaan wonen. Nog even moet hij ‘normaal’ blijven doen.

Misschien is zijn ‘nee’ voor een enkeling in de zaal de bevestiging van wat diegene terloops vermoede maar voor de meesten komt het als een klapband. Voor hem is dit het einde van een weg die van meet af aan geen terugweg kent. Als jonge jongen had hij al door dat hij anders was en hij wist intuïtief dat daar over gezwegen moest worden. Alles heeft hij er aan gedaan om dat ‘anders zijn’ te laten verdwijnen. ‘Zo’ zijn is niet goed. Het is God die je straft maar wat heeft hij misdaan? Talloze boeken heeft hij nageslagen om te ontdekken wat de oorzaak en de bedoeling van deze straf is. Hij heeft vurig gebeden tot zijn ineengestrengelde vingers pijn deden en zijn knieën brandend rood waren. En naarmate een antwoord onvindbaar en uit bleef, veranderde ook zijn mening over die God. Als er al een God zou zijn had die hier niets mee te maken. Het zat in hemzelf en hij begon zich te haten. Als het dorp ontdekt wie hij werkelijk is wordt zijn leven een hel en waarom zou je nu nog langer in een hel leven als er na je dood ook een hel wacht? Uiteindelijk wordt het spoor, dat dwars door het dorp voert, verraderlijk aantrekkelijk en als hij op een zonnige middag bij het talud zit om zijn leven te overdenken en moed verzamelt om het toch een keer te gaan doen, wordt hij gevonden door Dorus. Hij is van staatswege op pad gestuurd om de vegetatie in diverse spoorwegbermen in kaart te brengen. Een dolende ziel die de weg kwijt is komt in zijn vegetatielijstje niet voor. Hij herkent de situatie uit eigen ervaring en deze dolende ziel vindt in hem zijn bestemming. Liefde is nu eenmaal een raar ding.

 

‘Nee,’ zegt hij luid en duidelijk. Dan draait hij zich om en met een onbevangen blik kijkt hij alle familieleden en gasten aan. ‘Ik ben, wat jullie zo geringschattend en afkeurend noemen, van de verkeerde kant. Nee, het is niet te genezen, het is niet met bidden weg te krijgen en het valt niet te ontkennen. Ik weet dat jullie mij gaan veroordelen maar ik zal er geen last van hebben. Ik vertrek en het enige wat ik hoop is dat jullie na gaan denken. Van jongs af aan weet ik van mijn homoseksuele aard en heb gewoon in jullie midden gewoond. Aan niets hebben jullie kunnen zien of merken dat ik een homo ben. Ik was één van jullie. Geaccepteerd en gewaardeerd. Mijn geheim is nu geen geheim meer. Voor mij is dit het einde van een lange weg. Een terugweg bestaat niet meer. Ik ben mijzelf geworden, kan mij in de spiegel aankijken en tevreden zijn en bovenal: ik weet dat ik geliefd ben. Niet meer door jullie want jullie liefde is een voorwaardelijke liefde en niet door jullie zelf gecreëerde God. Ik ben geliefd door hem die mij gevonden heeft.’

Hij loopt tussen alle gasten door naar buiten. Terwijl achter hem de hel losbreekt, huppelt hij de stenen trap af en springt bij Dorus in de auto.

 

©peter gortworst / apr. 2017
foto: http://www.rtvoost.nl 

 

 

 

 

Dit bericht werd geplaatst in korte verhalen en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

4 reacties op Geen weg terug

  1. Ik sluit me aan bij Mies Huibers.
    Ik zou niet graag in de schoenen staan van iemand “van de verkeerde kant”. Het is niet iets waar je zelf voor kiest het kan je niet worden aangepraat, zoals sommige mensen beweren. Het geeft een hoop innerlijke strijd. Dat lees ik ook in jouw verhaal, je hebt het zo mooi verwoord.

    Liked by 1 persoon

  2. Ellie Schmitz zegt:

    Wat een prachtig verhaal…heb er even niet meer woorden voor, Peter. Echt mooi!!

    Liked by 1 persoon

  3. Triest dat het in sommige gemeenschappen nog altijd “van de verkeerde kant” heet. Hoezo verkeerd?

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s