Roos

Raar als je van een afstand naar jezelf kan kijken. Er staan mensen in groene jassen om mij heen. Vlak bij mijn hoofd, waar dikke en dunne slangen in verdwijnen, is een groenjas druk aan het gebaren en kijkt gespannen naar metertjes en beeldschermen. Een zeer rondborstige zuster staat zwijgend met een glimmend ding in haar handen achter een tafeltje en naast haar staat een gezellig dik mannetje in zwart kostuum en wit overhemd. Zijn zilverkleurige stropdas kleurt met zijn zilverwitte haar. Hij staat daar met zijn handen in zijn zakken en kijkt om zich heen. Als hij ziet waar ik ben, glimlacht hij even. Ik voel mij betrapt.

Ik heb het koud. Ik lig op mijn rug en mijn tanden klapperen. Mijn keel doet pijn. Een onbekende stem roept mijn naam. Ik open mijn ogen zie ik een gezicht wat grotendeels schuil gaat achter een groen masker en een groene muts. “Bent u weer wakker?” vraagt het gezicht. Ik probeer iets te zeggen maar dat lukt niet. Iets knijpt de hele tijd in mijn vinger. Dan wordt mijn arm afgekneld en net voordat het pijn gaat doen voel ik dat de druk minder wordt.

Ik zak weg. Voel mij ellendig en koud.

“Kees? Kees? Ben je wakker?” Dat is de stem van mijn vrouw! Ik doe mijn ogen open en zie haar gezicht. Dat gezicht kijkt blij maar haar ogen niet. “Hoe is het?” vraagt ze. Dat weet ik nog niet dus ik zeg niets. “De dokter zei dat de operatie goed is gegaan,” vertelt ze.

Ik til mijn hand op en kijk naar mijn vingers. De knijper is weg. Ik voel met mijn hand langs mijn arm maar kan niets vinden wat af zou kunnen knellen. Ik doe mijn hoofd een beetje omhoog. Geen groenjassen en het dikke mannetje is er ook niet meer.

Mijn vrouw vertelt van alles: mijn dochter en schoonzoon komen vanavond en misschien nemen ze de kleine wel mee. De hond is van slag omdat hij mij mist en de buurvrouw laat zich groeten en wenst mij beterschap. Ik hoor het allemaal aan. Zelf praten is moeilijk. Er zit een slangetje in mijn keel en het doet zeer.

Alleen in een kamer. Er is net een zuster geweest die mijn temperatuur heeft opgenomen, een fles gecontroleerd die naast mijn bed blijkt te hangen en naar het verband op mijn buik heeft gekeken. Ze was wel vriendelijk.

Een ziekenhuiskamer van dertien in een dozijn. Buiten komt de zon net achter een wolk vandaan en schijnt direct uitbundig op mijn voeteneind. Het licht maakt ook een stralenkrans van de zilverwitte haren op het hoofd van het dikke mannetje. Hij zit op een stoel voor het raam. Het lijkt of hij naar mij lacht maar doordat ik tegen het licht inkijk, kan ik dat niet goed zien.

“Ken ik u?” vraag ik. “Nee, jij kent mij niet” “Bent u de dominee van het ziekenhuis of zo…?” Het mannetje schiet in de lach. “Zie ik eruit als een dominee? Nee, ik kom van wat jullie noemen ‘de andere kant’ en wij moeten eens met elkaar praten. Weet je de uitslag van test al?” Met ‘de andere kant’ zal hij de andere vleugel van dit ziekenhuis bedoelen. Daar zit, naast een verpleeg- en een kinderafdeling, de PAAZ. Hij zal daar toch niet weggelopen zijn? Nee, hij had het over de test. Het is een arts maar over welke test gaat dit? Ik weet van geen test.

“Toen ze een stuk van je darm weghaalden hebben ze gelijk even naar je lever gekeken en daar een klein stukje vanaf gehaald. Voor onderzoek. Ze gaan ontdekken dat je lever ook is aangetast. Dit keer red je het niet.”

Ik schrik. Hoezo ‘dit keer red ik het niet’? De vorige keer was ik na de chemo hartstikke schoon! En hoe lang is dat al niet geleden? Waarom zou dat niet weer kunnen? Wat denkt dit mannetje wel. Met welke autoriteit denkt hij dit zomaar te kunnen zeggen?

“Luister goed. Je hebt drie keuzes. De eerste is een chemokuur. Je bent de jongste niet meer en dit keer wordt het een serieuze aanslag op je lichaam. Je verzwakt, je wordt doodziek, wat jullie ‘kwaliteit van leven’ noemen is ver te zoeken en dan ga je dood. Twee: je volgt een speciaal dieet. Dat kost heel veel discipline, geld, aandacht en tijd. Het bepaald voor een groot deel je leven. Misschien leef je iets langer. Uiteindelijk verzwak je en wordt je afhankelijk van steeds meer mensen om je heen en dan ga je dood. Je moet je afvragen of je die extra tijd wel nodig hebt. En als laatste heb je de keus om nu met mij mee te gaan en al dood te zijn. Wat je ook kiest; Ik neem je hoe dan ook mee naar, wat jullie noemen, ‘gene zijde’.”

Het kwartje valt. “Jij bent dus een engel? Of ben je de dood? Of beide: een engel des doods?” Het mannetje haalt zijn schouders een beetje op. Ja, wat doet dat er ook toe.

Ik denk diep na. Ik ga dus dood. Een gelatenheid en een opstandigheid vechten om voorrang in mijn kop. Natuurlijk had ik rekening gehouden met het feit dat ik wel eens aan die verdomde kanker dood zou kunnen gaan. Zo reëel ben ik wel. Alleen het scenario dat dit gezellige mannetje mij schetst had ik niet voorzien. Ik had zelfs geen rekening gehouden met het mannetje zelf.

“Hoe lang heb ik nog?” Weer haalt hij zijn schouders een beetje op. “We hebben nu alles voor je klaar maar dat zegt niets. Als jij het een paar maanden wil rekken wachten we gewoon. Zo langzamerhand zijn we dat wel gewend. Er zijn altijd mensen die op het laatste moment dingen willen doen die ze al veel eerder hadden kunnen doen: piano leren spelen, een verre reis maken of een vreemde taal leren. Bij ons is uitstel geen afstel. Je lot ligt vast maar als jij, ten koste van jezelf, tijd wil rekken is dat met de medische wetenschap best te doen. Ik vind dat niet verstandig. Accepteren dat je dood gaat geeft misschien wel de meeste kans op een menswaardig einde. Je wilt toch niet onherkenbaar uitgemergeld in de kist liggen om dan te horen dat je een moedige strijder was die helaas de strijd verloren heeft?”

‘Gezond gestorven’ is een uitdrukking die ik niet zo lang geleden hoorde. Doodgaan terwijl je ogenschijnlijk niets mankeert. Hoe vaak komt dat nog voor? Hoe vaak wordt er niet, tegen beter weten in, tijd gerekt? En waarom? Wat kunnen die laatste maanden je nog brengen? Wat is er, behalve levend zijn, zo belangrijk dat je de tijd die je nog hebt, een milliseconde van de eeuwigheid, ten koste van bijna alles, wil verlengen? Wat is er mis met een menswaardige dood? Het enige voordeel is de mogelijkheid om goed afscheid te kunnen nemen en zelf nog zaken te regelen die voor jou of voor je nabestaanden belangrijk zijn.

“Mag ik vanavond nog afscheid nemen?” Dat mag. Natuurlijk mag dat.

Ze staan met z’n vieren rond mijn bed. Ze vragen hoe het met mij is en ik zeg dat het goed gaat. Ik vertel niets over mijn dikke mannetje. Als het moment daar is zal het vroeg genoeg zijn. Ik vertel mijn vrouw hoe goed we het samen hebben gehad, zeg tegen mijn dochter hoe trots ik op haar ben en mijn schoonzoon druk ik op het hart om goed voor haar te zorgen. Als ik vraag om een ware zoon voor mijn vrouw te zijn zegt deze: “Hé, schei eens uit! Je gaat toch niet dood?” Ik zwijg. Dan kijk ik naar Roos, mijn eerste en tot nu toe enige kleindochter. Mijn gezellige dikke mannetje is gekomen en staat achter haar. Hij heeft zijn handen op haar schouders gelegd. Zij weet het. Roos en ik, wij weten wat er zo gaat gebeuren. Haar ogen lopen vol en zwijgend kust zij mij. “Dag lieve opa,” fluistert zij dan in mijn oor. “Dag mijn lieve Roos. Als het kan, ga ik over je waken,” fluister ik zachtjes in haar poezelige oortje. Ik houd haar handje vast en kijk naar mijn mannetje. Hij wacht op mij. Ik geef een kort knikje.

“Ik mis de lange tunnel met het licht aan het einde,” zeg ik tegen mijn mannetje. “O ja, dat denken jullie. Dat is waar ook. Vind je het hier niet licht genoeg?” Het is inderdaad licht. Een fel licht en toch warm. Ik kijk naar mijn bed. Daar is wat aan de hand. Er rent een zuster de kamer in. Mijn vrouw staat met haar handen voor haar mond. Mijn dochter huilt en mijn schoonzoon houdt haar vast. Alleen Roos kijkt naar mij. Een kleine glimlach speelt om haar lippen en voorzichtig, want niemand mag het zien, zwaait ze even naar mij.

“Kom,” zegt mijn mannetje, “daar heb je straks, in de eeuwigheid, alle tijd voor.”

Dit bericht werd geplaatst in eerder en getagged met , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Roos

  1. Marianne zegt:

    Goeie 🙂

    Like

  2. mark doornaert zegt:

    Wat is er, behalve levend zijn, zo belangrijk dat je de tijd die je nog hebt, een milliseconde van de eeuwigheid, ten koste van bijna alles, wil verlengen? Knap!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s