Kerktorens

Oude foto’s roepen nostalgische herinneringen op. Zo ook de foto van de Oostzijderkerk in Zaandam. Een hoge, slanke toren die ver uitsteeg boven het al of niet gelovige grondpersoneel. De toren behoorde bij de kerk van de Hervormde Gemeente. Als kinderen kregen we de boodschap mee dat ze daar een ander geloof hadden. Het waren dan wel geen heidenen die voor hun goddeloosheid gestraft zouden worden, maar ze waren niet zo ‘recht in de leer’ als ons soort: godvruchtige gereformeerden. Natuurlijk, wij hadden ook kerken, nou ja, preekschuren. Geen opsmuk, geen kroonluchters en geen wandschilderingen. Dat soort franje leidt alleen maar af van waar het om moet gaan: de verkondiging van het Woord. Onze Noorderkerk had een toren die net zo goed een schoorsteen kon zijn, de Stationsstraatkerk een torentje dat meer op een armetierig kerstboompiekje leek en bij de Zuiderkerk hing een bel aan de gevel boven de ingang. Geen massief bim-bam maar klingelingeling. Het was het allemaal net niet.

Nee, dan de hervormden. Die hadden tenminste kerken met een hoofdletter K. Deze andersgelovigen konden naar de eerder genoemde Oostzijderkerk en de Bullekerk. In de Oostzijderkerk, die gebouwd werd in 1567, lagen dooie mensen onder de vloer en ik weet nog dat ik met een zekere schroom met mijn leren sandaaltjes daar overheen gelopen heb. Tegen de westgevel hing een groot schilderij uitbeeldend een bonte verzameling van paarden, koeien en ander vee, rondlopend of gestald in deze kerk. Daar ondergebracht tijdens de stormvloed van 1825. Gebrandschilderde ramen en een orgel uit 1863 in zijn oorspronkelijke staat. Kijk, dan praat je tenminste over een kerk.
De hervormden hadden nog een kerk. Eigenlijk heette het de Westzijderkerk, maar sinds een boer en zijn vrouw door een dolle stier op de horens waren genomen en om het leven kwamen, werd het in de volksmond de Bullekerk genoemd. Opmerkelijk in dit verhaal is dat de vrouw zwanger was en het kind levend werd geboren. De boer en zijn vrouw liggen, samen met vele anderen, in de kerk begraven. De kerk dateert uit 1640. De preekstoel wordt ondersteund door een witte pelikaan die zich in borst prikt en met het bloed haar jongen voort. Een oud christelijk symbool. Ook deze kerk heeft een toren. Niet zo majestueus als de Oostzijder, maar toch een echte toren, geschilderd in Zaans groen.

Opvallend genoeg zijn het niet deze twee kerken die een gewicht op mijn jeugd hebben gelegd. Dat deed wel de Rooms-Katholieke kerk aan de overkant van de Zaan. Een prachtige, spitse toren met twee kleinere torens aan weerszijden ernaast. In die toren een luidklok. Iedere morgen om half acht: ding-ding-ding. Even stil en dan weer ding-ding-ding. Dat herhaalde zich nog een keer en dan met een aarzelend begin vijf minuten lang een krachtig ding-dong-ding-dong. We wisten hoe laat het was. Moeders onderaan de trap: ‘Opstaan!’. Kwam er geen reactie, dan volgde er: ‘Horen jullie mij?’. Vernam ze vervolgens iets als een zuchtend en steunend ‘Ja, mam’, dan was het goed.
De gereformeerde en hervormde kerken met hun torens waren voor de zondag. De toren van de katholieken voor elke dag.

Dat ik mij op latere leeftijd over liet schrijven van de gereformeerde kerk naar de hervormde gemeente, lag niet aan hun monumentale kerken. Bij de gereformeerden werd je aangesproken als ‘broeders en zusters’. Bij de hervormden als ‘vrienden’ en daar ik ervan uitga dat je een familie hebt, maar je vrienden zelf uitzoekt, leek mij de overstap logisch, en zeker als je genoeg familietragedies hebt gezien.

In 1980 verhuisde ik naar Meppel en zie: de Hervormde Gemeente kerkt in een monumentaal gebouw met dooien onder de vloer, een koorhek met kunstig houtsnijwerk, een prachtig oud orgel, kroonluchters met echte kaarsen, een dodenpoortje, majestueuze pilaren en natuurlijk een prachtige, beeldbepalende toren. Officieel is die van de burgerlijke gemeente, maar een kniesoor die daar op let. Ik ben van die mooie kerk en haar toren gaan houden. Wat daarbij geholpen heeft, zijn de vele uren die ik als vrijwilliger aan die kerk besteedde. Voor de geboren en getogen Meppelers is de toren hun toren en ik voelde het als een privilege om te kunnen zeggen dat het ook mijn toren werd.
En op een steenworp afstand een gereformeerde kerk met een saai, zakelijk interieur en een torentje dat het wederom net niet is. Het concept preekschuur bleek ook hier van toepassing.

Na 24 jaar Meppel verhuisde ik naar Neuenhaus in Duitsland. Een kleine stad met twee belangrijke torens. De ene behoort tot de Katholieke Kerk en dat is een echte toren. De andere staat op het dak van de Evangelisch-Reformierte Kirche. Niet echt een toren. Meer een klokkenstoel en daarmee wordt een oude, specifieke traditie in leven gehouden. Tussen kerst en nieuwjaar speelt men op de klokken. Men luidt de klokken niet, maar slaat ze met de hand aan. ‘Beijern zur Jahreswende’ noemt men dat. De klokken worden volgens vaste patronen aangeslagen, waardoor een soort ritmisch “gesprek” tussen de klokken ontstaat. Ik vond dat altijd een heel bijzonder geluid.

Na Neuenhaus kwam ik in Georgsdorf terecht. Een klein dorp met één bakker, één bloemist, één garage, één begraafplaats, één stoplicht, één kerk met toren en twee café-restaurants omdat er toch iets te kiezen over moet blijven. Met de toren en bijbehorende kerk had ik niets. Wat dat betreft zijn torens net mensen. Enkele blijven je bij en anderen doen je weinig. Ik kan mij niet heugen iets van klokgelui gehoord te hebben. Dat maakt de zaak er niet beter op.

Sinds een jaar terug in Meppel, terug naar mijn kerk en mijn toren om te ontdekken dat er dingen zijn veranderd. De toren is er nog en de kerk ook, maar die kan je nu huren voor evenementen. De fusie tussen hervormd en gereformeerd Meppel is gepaard gegaan met uiterst onfrisse praktijken. Het gevolg is dat de gelovigen nu kerken in de gerenoveerde preekschuur. Het financiële wanbeleid van de gereformeerden heeft ervoor gezorgd dat ze zakelijk gezien in zwaar weer zitten. Oplopende schulden en steeds minder kerkvolk. Daar kan je niet tegenaan bidden. Zich rijk rekenen aan de verkoop van de echte kerk is op een fiasco uitgelopen. Die is uiteindelijk verkocht voor één euro.

Vraag een Meppeler de weg naar de kerk en hij stuurt je naar de kerk met de toren. Natuurlijk doet hij dat. Gelovig of niet, dit is de kerk van de Meppelers en gelukkig ook voor alle inwoners die ‘van buiten’ komen. Mooi toch?

Onbekend's avatar

About petergortworst

Schrijver van boeken en verhalen.
Dit bericht werd geplaatst in van alles... en getagd met , , , , , , , , , , , , , , , . Maak de permalink favoriet.

Geef een reactie