Een vreemde taal leren kan soms best lastig zijn. Duits is daar een voorbeeld van. Het zijn meestal niet de woorden, maar het gebruik van de naamvallen. En natuurlijk de uitspraak: het is één Kartoffel en twee Kartoffeln. Hoe weet een Duitser nu dat je uit Nederland komt? Wel, wij zeggen Kartoffelun terwijl de Duitser geen klank laat horen tussen de l en de n.
In mijn ehrenamtliche werk als taalmaatje bij Taalpunt kom ik dit vaak tegen. Het woord ‘ding’ wordt meestal uitgesproken als ‘dingk’ en het kost mijn taalmaatje veel moeite en tijd om dat goed uit te spreken. De ui en de eu zijn moeilijk. Juichen in de keuken klinkt vaak heel anders.
Kortgeleden kregen we het over geluiden. Dat een vogel zingt, wist ze. Dat een ooievaar kleppert, een kraai krast, een wielewaal jodelt, zwaluwen kunnen gieren, een buizerd miauwt, een huismus tsjilpt, een gans gakt, leeuweriken kwinkeleren en een eend kwaakt, was nieuw.
Daarmee waren we er nog niet. Paarden hinniken, varkens knorren, koeien loeien, een ezel balkt, leeuwen brullen, schapen blaten, geiten mekkeren, beren brommen, honden blaffen, huilen of grommen, muizen piepen, katten miauwen of snorren, kikkers kwaken, en hyena’s janken.
Het begon haar te duizelen, maar ze probeerde manmoedig stand te houden. Ook toen ik begon over een wind die kan loeien of gieren, kerkklokken die luiden of kleppen, piepende autobanden, krassende vingers over het schoolbord of een kroontjespen op papier, klingelende fietsbellen, kabbelend water, snerpende trams, ruisende zee of regen, knallen, rollende donder, rinkelende glazen, loeiende sirenes, brullende of jankende motoren, holklinkende voetstappen, suizen, tikken, kloppen, galmen, dokkeren ….
En dan is er nog de menselijke stem. Die kan hard of zacht klinken, praten, voorlezen, zingen, fluisteren, lispelen, mompelen, brommen, huilen of ratelen. Zet mensen bij elkaar en je krijgt geroezemoes, spreekkoren, levendige gesprekken, scheldpartijen of koorzang.
‘Ik onthoud dat nooit,’ piepte ze.
‘Ik schrijf het voor je op,’ beloofde ik en besefte dat er nogal wat gevraagd wordt van onze nieuwe landgenoten.
Ze keek mij zwijgend aan en ook ik hield mijn mond.
Gelukkig is er maar één stilte.