IJspret

Er moet wat gebeuren. Zo gaat het niet langer. Allemaal leden die trouw hun contributie betalen maar ze krijgen er niets voor terug. Al drie winters geen ijs van betekenis op hun ondergelopen land. Gelukkig treft het bestuur geen blaam. Zonder temperaturen onder nul kan een ijsvereniging niets beginnen en daarom zijn ze nu in vergadering bijeen. Wat doen wij? Gaan we geld teruggeven of organiseren wij iets.

De penningmeester ligt direct voluit gestrekt, dwars. De kas plunderen door leden geld terug te geven?! Over zijn lijk! De overige leden van het bestuur zouden juist blij moeten zijn met dit overschot. Stel dat het komende winter wel vriest en er zit te weinig geld in kas? Wie betaalt dan alle kosten voor het onder water zetten van de baan en het optuigen van het terrein? Dit is een onzalig idee en men moet maar wat anders verzinnen. Hier werkt hij niet aan mee.
Men vergaderd stug door tot de oplossing is gevonden. Een feestavond in de feestzaal van de Harmonie. Live music, de eerste twee drankjes gratis en minisnacks tegen betaling. De toegang is gratis op vertoon van de lidmaatschapskaart.

Klaas en Netty hebben er zin in. Zo eind februari zijn de dagen nog kort, de feestdagen liggen al ver achter hen en voorlopig is er ook niets in het verschiet. Eindelijk organiseert hun ijsclub iets leuks. Schaatsen kunnen beiden wel vergeten. Netty heeft een kunstheup maar loopt daardoor een beetje mank en Klaas kan helemaal niet schaatsen. Feesten kunnen ze wel. Als de besten.

Het is druk, warm en gezellig. Al snel verliezen ze elkaar uit het oog. Netty zit aan de witte wijn met zes vriendinnen en Klaas zit aan de tafel met de sterke verhalen aan het bier. Dan is het tijd voor de polonaise. Hossend hobbelt men achter elkaar aan en Klaas komt Netty tegen. Zij ziet het direct.
‘Gossie Klaas, heb je gedronken?’
Ai. Daar hebben ze niet aan gedacht. Normaal maken ze een afspraak wie drinkt en wie niet. Vanavond zijn ze dat vergeten.
‘Ik ben aan het zuipen,’ deelt Klaas met ontroerende eerlijkheid mee.
Goede raad is duur. Ook Netty is niet meer broodnuchter.
‘Ik drink niet meer,’ zegt ze, ‘dan rijd ik wel terug.’
‘Je bent lief,’ meent Klaas.

In de kleine uurtjes is het feest afgelopen. Een dun laagje sneeuw maakt het Klaas en Netty lastig als ze naar hun auto lopen. De ramen zijn bevroren. Klaas offert zich op om zonder handschoenen het ijs van de ramen te krabben. Het lukt hem niet. Zijn bewegingen missen enige coördinatie en als hij languit op de motorkap ligt maakt Netty het karwei af. Ze zet Klaas in zijn stoel en gespt hem vast. Voorzichtig rijdt ze huiswaarts.

Ook zonder één drup alcohol was het haar niet gelukt de slip te voorkomen. De rotonde is een ijsbaan en voor ze het in de gaten heeft staat ze verkeerd om.
‘Wat doe je nou?’ vraagt Klaas.
‘Weet ik niet. Hij glee weg.’
‘Je moet omdraaien,’ zegt Klaas in een helder moment, ‘Zo ga je de verkeerde kant op.’
‘Ja, dat weet ik ook wel,’ snauwt Netty. Die heeft de politiewagen al gezien en ze weet wat er komen gaat.
Netty draait de auto terwijl de politiewagen, als beveiliging, het zwaailicht heeft aangezet. Nauwlettend houden beide agenten de auto in de gaten en zodra ze van de rotonde af is, krijgt ze een stopteken. Schuivend en met kleine pasjes komt de agent op haar af. Ze draait het raampje een klein stukje open.
‘Wat was dat nou voor spannende actie?’ vraagt de agent.
Voor Netty iets kan zeggen meent Klaas er zich op dat moment  mee te moeten bemoeien.
‘He agent! Moet jij nog laat werken met dit kloteweer?’ lalt hij.
De agent bukt zich om te zien wie er zo tegen hem praat. Dat had hij beter niet kunnen doen. Zijn voeten glijden naar achteren en zijn enige houvast is de buitenspiegel.
‘Wel verdorie!’ moppert Klaas. ‘Die zit met zijn handen aan mijn spiegel!’
Voor Netty hem kan tegenhouden staat hij naast de auto en glibbert naar de agent.
Omstandig probeert hij de spiegel weer in de goede stand te zetten terwijl hij flink tegen de agent tekeer gaat. Als hij dan ook nog probeert de pet van de agent te pakken, vindt deze het welletjes. Hij dirigeert Klaas naar zijn plaats en Netty doet net zo hard mee.

Klaas zit weer en Netty krijgt op haar hart gedrukt dat ze voorzichtig moet rijden.
‘Het is maar goed dat u rijdt,’ meent de agent, ‘Uw man is in kennelijke staat. De hele auto stinkt naar drank.’
‘Ja,’ zegt Netty met een klein stemmetje, ‘Vies hè? Dank u wel hoor.’
‘Ze vervolgt haar weg nog langzamer rijdend dan ze al deed.
‘Zo,’ zegt Klaas met een schaterende lach, ‘Daar zijn we toch goed weggekomen.’
‘Dronkenlap,’ zegt Netty vertederend.
‘Koude lucht werkt verhelderend, lief meisje van mij.’
‘Dat zullen we thuis nog wel eens zien,’ en ze probeert zo verleidelijk als mogelijk is, te kijken.
Klaas is gelukkig. Het feest is nog niet voorbij.

 

© peter gortworst / juli 2020
afbeelding: schaatsers onderzetters zazzle.nl

 

 

Dit bericht werd geplaatst in korte verhalen en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

3 reacties op IJspret

  1. Rob Alberts zegt:

    De mussen vallen dood van het dak vanwege de hitte.
    En jij bedenkt en schrijft verhaaltjes over ijspret?

    Het brengt mij geen afkoeling.
    Zeker met zo’n verwarmend slot in je verhaal.

    Vredelievende groet,

    Geliked door 1 persoon

  2. Mies Huibers zegt:

    Op zo’n vrouw moet ie zuinig zijn.

    Geliked door 1 persoon

Laat een reactie achter op Mies Huibers Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s