Gierzwaluwen

De route van mijn krantenwijk voert dwars door een groenstrook tussen twee flats. Door de plaatselijke overheid wordt het stug een ‘park’ genoemd. Goed, er staan wat bomen, er zijn speelveldjes en hier en daar zijn bankjes neergezet met in de directe omgeving een wipkip. Jammer voor de overheid, de voetballende jeugd en de moeders met kinderen: het park wordt voornamelijk als uitlaatplaats gebruikt door de vele hondenbezitters die massaal het losloopverbod negeren.

Het is vroeg. Net na zessen en nog donker. Op een bankje langs het pad zit iemand. In het voorbijgaan zie ik dat het een jonge vrouw is. Ik schat haar eind twintig, rank gebouwd en donker gekleurd. Er klopt iets niet. Wie gaat er nu zo vroeg in het donker, helemaal alleen, op een bankje zitten? Ik fiets terug. “Jij dacht dat er iets niet klopte,” zegt ze zodra ik stil sta en voor ik één vraag kan stellen. Ik kan in het donker haar gezicht niet goed zien maar volgens mij zei ze het met glimlach. “Ja, je verwacht toch niet dat er nu iemand hier op een bankje zit? Gaat het wel goed?” “O ja hoor. Ik hoef alleen maar te wachten.” De gedachte dat ik getuige kan zijn van een geheime ontmoeting schiet door mijn hoofd. “Het is niet wat je denkt,” zegt ze, “ik wacht op de vogels.” “Vogels? Wat voor vogels?” vraag ik met een stem waarin het onbegrip duidelijk te horen moet zijn. “De vogels die hier wonen,” antwoordt ze. Het is duidelijk: die spoort niet. Ik draai mijn fiets weer om en zeg: “Die komen vast wel. Gewoon nog even wachten. Dag hoor!” Als ik weg wil rijden zegt ze snel: “Ik ben niet gek!” Ja, dat zegt elke gek en ik weet wel beter.

Als mijn kranten bezorgd zijn fiets ik via het park terug. Het is omrijden maar ik wil weten of ze er nog is. Ze is er niet. Misschien loopt ze hier in het donker ergens rond. Ik maak me een beetje zorgen maar de tijd ontbreekt om er nu iets mee te doen. Het lukt me niet om het van me af te zetten maar gedurende de dag raakt het hele voorval toch op de achtergrond.

Op het moment dat ik de kranten in mijn fietstas doe herinner ik mij de vrouw op het bankje. Ik hoop dat ze er weer is want dat kan betekenen dat ze hier in de buurt woont. Ze zit op hetzelfde bankje. “Dag,” zeg ik en blijf met één voet aan de grond staan. “Dag,” zegt ze, “je hebt gisteren gekeken of ik er nog was.” “Heb je mij dan gezien?” “Nee, maar ik weet het.” Ik voel me betrapt. “Waar was jij dan,” vraag ik. Ze zegt niets. “Woon je hier in de buurt?”wil ik weten. Ze knikt met haar hoofd in een richting die precies tussen de twee flats loopt maar daar staan helemaal geen huizen. Het is net bouwrijp gemaakt en er kan nog geen mens wonen. “De zanglijster is terug,” zegt ze, “hoor maar!” “Ik weet het. De lente is begonnen,” antwoord ik en wil wat meer weten over haar woonadres. Ze reageert niet op mijn vragen en bovendien is het tijd om te gaan. “Dag,” zeg ik. “Dag,” zegt zij.

Ook vandaag is ze er weer. Ik stap af en ga naast haar zitten. Ze kijkt even opzij. “Hoe heet je?” vraag ik. “Supa,” antwoordt ze. “Dat is geen Nederlandse naam,” concludeer ik, “waar komt die naam, nee, waar kom jij vandaan?” “Je moet weg. Je band is kapot.” Verbluft kijk ik naar haar gezicht en naar mijn fietsbanden. Zij kijkt met haar grote, bijna zwarte ogen een beetje schuin omhoog alsof zij ze ziet vliegen en aan mijn banden is niets bijzonders te zien. Zonder een woord te zeggen stap ik op en rij weg. Bij de flat fiets ik van de stoep en met een knal loopt alle lucht uit mijn achterband.

Als ik zeg dat zij mij mateloos boeit, druk ik mij zwak uit. Ik sta, figuurlijk gesproken, met haar op en ga met haar naar bed. Elke morgen zit zij op het bankje. Dat maakt mij blij en tegelijkertijd maakt ze mij onrustig. Ik krijg geen vat op haar en barst van de vragen. Ze weet altijd wat ik wil gaan zeggen of wat ik wil vragen. Het is heel raar om antwoorden te krijgen op vragen die je nog wilt stellen en waarom accepteer ik dat zij vaak geen antwoorden geeft? Hoe komt het dat ze zo veel van mij weet? Soms voel ik mij een nachtvlinder die om een lantaarnlamp fladdert: zo dicht bij het doel en toch onbereikbaar. Wie is zij? Wie of wat is Supa?

“Er is niks aan de hand,” zei ze op een keer. Wist zij dat ik mij ‘s morgens zorgen had gemaakt over een knobbeltje dat ik meende te voelen? Mijn grootste angst is de terugkomst van de ziekte en die angst vreet energie en belemmert mijn ‘normale’ functioneren. Ik ben nooit meer geworden die ik was en aan accepteren ben ik nog niet toe.

Voordat mijn oude vader met spoed in het ziekenhuis werd opgenomen wegens hartritmestoornissen had ze die morgen gezegd: “Je moet niet bang zijn. Het komt goed.” Het heeft geholpen. Ik was niet bang maar begon wel een beetje bang van haar te worden.

“De tjiftjaf is terug.” Deze mededeling verbaast mij niet. De afgelopen weken ben ik regelmatig van de terugkomst van allerhande vogels op de hoogte gehouden. Als ik zelf niet had ontdekt dat ze weer terug waren, vertelde zij het mij wel. “Wanneer houdt dit op? Wanneer is de laatste vogel terug?” vraag ik. “Als de gierzwaluwen er zijn.” “En dan Supa? Wat gebeurt er dan?” Ze geeft weer geen antwoordt. Ik had het kunnen weten.

Pasen valt laat dit jaar. Volgens alle meteorologen wordt het fantastisch mooi weer. Het is Goede Vrijdag, net na zessen en het is inderdaad al behaaglijk warm. Supa zit op het bankje en gedraagt zich duidelijk anders dan normaal. Ze is opgewonden en druk. “Misschien vandaag en anders morgen!” zegt ze. “Wat vandaag of morgen?” vraag ik. “De gierzwaluwen, de gierzwaluwen!” en voor het eerst zie ik haar gaan staan. Ze kijkt zoekend in de lucht en draait rondjes om haar as. Plotseling stopt ze met draaien. Ze gaat naast mij zitten, kijkt mij met die grote, bijna zwarte ogen aan en legt voor het eerst een hand op mijn knie. “Duik niet weg als je bang bent. Wat is één moment van angst in de eeuwigdurende cadans van de seizoenen?” Ze gaat weer staan en tuurt de hemel af. “Elke gevangene wil alleen maar vrij zijn,” zegt ze. Het voelt alsof ze dit niet alleen tegen mij zegt. Denkt ze hardop of is het de bedoeling dat ik het ook hoor?

Stille Zaterdag. Prachtig voorjaarsweer maar Supa is er niet. Boven mijn hoofd cirkelt een groepje gierzwaluwen. Terwijl ik naar ze kijk duikt één vogel naar beneden en schiet met een schreeuw langs mij over het pad. Een vlugge draai en met snelle vleugelslag vliegt het beestje op ooghoogte naar mij toe. Ik duik in elkaar en als ik weer rechtop sta zie ik de vogel opnieuw op mij af komen. Nogmaals duik ik naar beneden. Dan schieten mij de woorden van Supa door het hoofd. Als de vogel weer naar mij toe vliegt blijf ik staan en op het moment dat het beestje vlak over mijn hoofd schiet voel ik een windvlaag door mijn haren gaan. Het is alsof een nieuwe geest in mij wakker is geworden en met mijn handen in de lucht schreeuw ik “Supa! Supa! Apus Apus!” Weer komt zij op mij af. Veel sneller vliegend maar ruimschoots voor mij schiet het als een raket omhoog en schreeuwend voegt het zich bij de anderen. Ik schreeuw mee. Loze kreten maar ze komen uit het diepste van mijn ontketend lijf. Het is mij gelukt! Ik ben niet weggedoken en ik merk dat een diep gevoel van geluk mij heeft gevuld. Het is lang geleden dat ik mij zo voelde. Het voelt als een zomerse warmte. Er is ruimte in mij gemaakt, kan dieper ademhalen en voel mij kilo’s lichter.

gierzwa

Ik ga op ons bankje zitten en kijk ik omhoog. Het groepje zwaluwen cirkelt nog rond. Eén van deze vogels kent mij beter dan ik mijzelf ken. Ik wil en zoek geen verklaring voor deze gebeurtenis. Wonderen gebeuren blijkbaar zomaar en mijn wonderdoener vliegt daar.

Mijn Supa…..mijn gierzwaluw met haar ranke gestalte, haar grote donkere ogen, haar naam…. Was zij ook een gevangene die de vrijheid zocht of heeft ze het voor mij gedaan? Is zij gestuurd en door wie dan wel? Waarom naar mij?

Ik schud mijn kop. Het zijn moeilijke en lastige vragen die ik niet zou mogen stellen. Accepteren dat er iemand is die het beste met je voor heeft en je gelukkig wilt zien, is soms al moeilijk genoeg.

Dit bericht werd geplaatst in eerder en getagged met , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

4 reacties op Gierzwaluwen

  1. Mies Huibers zegt:

    Schitterend. Met groot plezier tot mij genomen.

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s