Schoonheid

“Alles heeft zijn schoonheid alleen wordt dat niet altijd door iedereen gezien”

Dat schijnt een spreuk van Confucius te zijn en wie ben ik om het niet met hem eens te zijn. Ik weet wel dat schoonheid vele gedaanten heeft. Een tegelzetter kan genieten van de tegels in een badkamer, een stratenmaker van een kunstig gelegd straatje, een schilder van het strakke schilderwerk, de brandweerman van een grote brand, de chirurg van de 21 hechtingen of de verzekeringsman van de uitgebreide polis.

In velen van ons schuilt de kunstenaar maar inderdaad en helaas, niet iedereen ziet dat. Deze ontkenning van het kunstwerk bestaat, mag ik hopen, niet omdat men dat wilt. Het is vaak de onwetendheid die verhinderd dat men iets als een kunstwerk ziet. Gebrek aan kennis, desinteresse, een zich verheven voelen of een te veel naar binnen gerichte blik beletten ons vaak deze schoonheid te zien en te waarderen. Bovendien, en niet geheel onbelangrijk, is schoonheid ook iets persoonlijks. Waar de ene lyrisch van wordt zegt het de ander niets. ‘Ik heb daar niets mee’ is dan de meest gebruikelijke opmerking en alle enthousiaste uitleg te spijt blijft het daarbij. In het beste geval begrijpt de ander waarom je iets mooi vindt maar dat impliceert niet dat hij of zij dat dan ook mooi moet gaan vinden.

Schoonheid kent niet alleen vele gedaanten. Het is ook betrekkelijk. ‘Niets is hier blijvend. Alles, hoe schoon ook, zal eenmaal vergaan’ schreef ene Johannes de Heer in zijn lied 166.
Schoonheid van nu kan door vadertje Tijd en moedertje Natuur veranderen is iets onooglijks waar weinig schoonheid aan te ontdekken valt. Het kan lang of kort duren maar uiteindelijk heeft niets eeuwigheidswaarde. Dat wat nu ons hart sneller laat slaan, ons de ogen niet laat geloven, onze geest verbijsterd of ons tot tranen toe beroerd zal er eenmaal niet meer zijn. Het kan vele eeuwen duren maar uiteindelijk zal het, net als de mens overigens, tot het verleden gaan behoren.

Schoonheid wordt mooier als het gedeeld wordt. Het uitzicht vanaf een moeizaam beklommen hoogte wordt mooier als je samen boven zit. Niet alleen is samen de top bereiken hoogstaand maar om je heen kijkend maak je elkaar attent op dingen die je misschien gemist zou hebben als je alleen was. Dat geldt ook wanneer je een schilderij bekijkt of door een oud stadje sjokt.
Schoonheid wordt meestelijker als je meer van het onderwerp weet. Een banaal groen vaasje, ergens in de hoek van het schilderij, krijgt betekenis als je vertelt wordt waarom dat vaasje daar geschilderd is. Uitleg over een gevelsteen zegt je meer over het huis en over het oude stadje en kan je waardering vermeerderen.

Schoonheid van dingen die je kan zien en/of aanraken. Ik laat, ter wille van de hoeveelheid tekst, de schoonheid van een zonsondergang, wolkenluchten, weiden vol met klaprozen, een dansende wolk van spreeuwen, ochtendnevel boven de heide of een enkel bosanemoontje maar even buiten beschouwing maar er is schoonheid die je niet kan zien of aanraken: Muziek.

Er zijn weinig zaken waar iedereen een mening over heeft maar muziek hoort daar niet bij. Ik durf de stelling wel aan dat iedereen weet welk soort muziek hij of zij graag hoort. De oorzaak zou best kunnen liggen in de mogelijkheid dat muziek dieper het lijf in gaat dan het oor alleen en dat maakt muziek zo persoonlijk als het maar zijn kan. Uit eigen ervaring weet ik dat muziek, vallend onder de categorie ‘hause’, mij knap onrustig maakt, de blues mij melancholisch, popmuziek uit de 60 en 70er jaren mij een ‘ach ja gevoel’ oplevert, rap en Nederland Zingt mijn wijsvinger laat bewegen naar het uitknopje en wat men in het algemeen onder ‘klassieke muziek’ verstaat, mij veelal voedt met weldadigheid en warme gevoelens.

Ook hier komt er kennis van de schoonheid om de hoek kijken. Ik ben bepaalde popsongs mooi gaan vinden. Je bent het verhaal wat erachter ligt te weten gekomen, je linkt het nummer aan een bepaalde gebeurtenis of je wordt attent gemaakt op bijvoorbeeld de muzikale opbouw van het nummer. Het banale groene vaasje krijgt soms ook hier betekenis.

Ik heb anderhalf uur met open oren en ogen geluisterd en gekeken naar een film met de jonge Franse pianist David Fray. Het is een film van hem met het Deutsche Kammerphilharmonie Bremen. Ze zijn bezig met het opnemen van pianoconcerten van the good old Bach en het is zo fascinerend om te zien en te horen hoe dat gedaan wordt. David Fray heeft een duidelijke visie over hoe het gespeeld moet worden en maakt dat op een heerlijk ontwapenende manier aan de orkestleden duidelijk. Nu heeft iedere muzikant een mening over hoe een stuk dient te klinken. Een bepaalde eigenwijzerigheid kan de meeste niet ontzegt worden maar begrijp mij niet verkeerd, het is hun goed recht. Hoewel…. Ik heb eens een organist het koraal Subdue us by Thy goodness (uit BVW 22) zo langzaam, zo traag horen spelen dat het orgel onder zijn handen in slaap viel. Zo niet bij deze jonge virtuoos. Ik heb er, ondanks de gekke bekken die hij trekt, mateloos van genoten. De muziek die ik al mooi vond, is nog mooier en meer zeggender geworden en deze vermeerdering van schoonheid wil ik daarom graag delen.

Het programma heet ‘Swing, Sing & Think: David Fray – Bach’s Keyboard Concertos’.
Dit is de link. Ik hoop dat jullie er in die anderhalf uur net zo van kunnen genieten.

https://www.youtube.com/watch?v=xV_L7kh08cE

 

© peter gortworst / april 2018
foto: nl.freepik.com

 

 

 

Geplaatst in oprispingen | Tags: , , , , , , , | 2 reacties

Orde, rust en regelmaat -16-

Door schade en schande

Opvoeden is best wel lastig. Niet als het er om gaat een kind te leren met mes en vork te eten, beleefd te zijn, op tijd naar bed te gaan of rechts te houden als het met de fiets naar school gaat. Dat zijn de makkelijke dingen die overigens niet altijd makkelijk blijken te zijn. Het lastige zit in jouw ervaringen en het gebrek daaraan bij het kind. Het moet zichzelf nog ontwikkelen, de ervaringen opdoen. En al je waarschuwingen, al je geduldige uitleg waarom het kind beter iets niet of wel kan doen ten spijt, blijft dit al sinds mensenheugenis een ‘door schade en schande verhaal’. Je kan honderd keer zeggen dat de pap te heet is maar op het moment dat het kind zich de tong verbrand, wordt de opvoedkundige waarschuwing gelinkt aan de pijn. In zo’n geval is de levensles overduidelijk waarneembaar. Je ziet het voor je ogen gebeuren maar veel vaker zie je niet. Kinderen die veel buiten spelen, leren misschien nog wel het meest via dit ‘schade en schande verhaal’. Een sloot die iets breder is dan jij kan springen, ijs in de vijver wat nog niet dik genoeg blijkt te zijn, een tak die afbreekt omdat deze jouw gewicht niet dragen kan, ruzie maken met een jongetje uit de buurt die veel harder kan slaan dan je vooraf ingeschat had, doodziek je eerste sigaret uittrappen of hondsberoerd je eerste kater ontdekken.  Als opvoeder heb je hier vaak geen weet van en net zo vaak is dat maar goed ook.

Overpeinzingen die bij hem opkomen als hij naar zijn hond kijkt. Gedurende deze warme zomerdag in april zijn er talloze insecten ontwaakt en dat maakt het leven van zijn hond heel spannend. De citroenvlinder die dartelend door de tuin vliegt, ontkomt nog aan de snappende bek maar wat als ze haar eerste hommel of wesp vangt? Je kan honderd keer zeggen dat zo’n beest lelijk kan steken maar de waarschuwingen hebben, als ze al begrepen worden, pas effect als ze inderdaad gestoken wordt. Het ‘met schade en schande verhaal’ geldt onverkort ook voor jonge dieren.

 

’s Morgens na haar ontbijt vlijt zijn trutje zich meestal op haar plaats om de gevulde maag haar werk te laten doen. Zo ook gisteren. Plotseling schiet ze overeind en spoed zich naar de andere kant van de kamer waar ook een ligplekje is. ’s Middags krijgt hij door waarom ze dit doet. Ze zit lekker tegen hem aangeleund en ook nu schiet ze plotseling weg. Als hij zich afvraagt wat er aan de hand is, vertelt zijn neus de waarheid. De trut laat scheten en blijkbaar vindt zij ook dat ze stinken.

 

Naar alle waarschijnlijkheid zal de eerste echte zwembeurt spoedig  plaats gaan vinden. Ze had al ontdekt dat het water in het hoogveengebied nergens dieper is dan haar poten lang zijn dus daar rent ze onbevreesd in rond. Gisteren kwam ze er achter dat de overgang van land in water bij het kanaal ook niet zo abrupt is van niet naar wel diep. Haar wil om een takje uit het water te vissen zorgt er voor dat, voor het eerst in haar leven, er water over haar rug spoelt.  Twee grote sprongen richting veilige oever zijn het resultaat maar even later probeert ze het toch weer.

Nog even geduld. Ze komt er wel.

 

©peter gortworst / april 2018

Geplaatst in Orde, rust en regelmaat | Tags: , , , , , | 5 reacties

Orde, rust en regelmaat -15-

Capitulatie

Oke, hij is om. Vier maanden heeft hij het geprobeerd en het is niet gelukt. Vier maanden van stug volhouden, geduld, beloningen in alle vormen en maten, hoop en ergernis. Maar nu, gedwongen door tijdelijk lichamelijk ongemak, heeft de gentle leader zijn intrede gedaan.

Ze is het er nog niet helemaal mee eens. Gewillig laat zij zich dat ding aanpassen maar zodra ze door krijgt dat het bandje over haar snuit een blijvertje is, moet dat natuurlijk zo snel mogelijk weg. Helaas voor haar. Dat gaat niet en met een houding en blik van ‘als ik er niet op let, is het er ook niet’ worden de pogingen tot verwijdering even gestaakt.

Als na enige tijd van gewenning de riem wordt aangehaakt, is het weer mis. Schudden met de kop, poten die ingezet worden en de kop vegen in het gras, niets helpt en het vervelendste is nog dat je gedwongen wordt naar links te kijken als je maar even sneller wil lopen dan de baas. Dat is niet leuk! Hij kan je dan wel belonen met stukken tekst als ‘Goed zo. Brave meid’ als de riem even slap hangt maar dit kan nooit de bedoeling van een wandeling zijn. Weg is de lol van hijgend in de riem hangen als er aan de overkant van de straat een andere hond loopt. Weg zijn de pogingen om met een ruk zijn arm uit de kom te trekken als er een musje weg vliegt. Gedwee naast hem lopen en af en toe een stukje kaas krijgen als beloning voor dat saaie gedoe is het enige wat rest.

 

Hij geniet. Losjes houdt hij de riem vast en prijst zijn trut de hemel in. Hij durft het zelfs aan om op zaterdagmiddag in de winkelstaat van Nordhorn met haar te gaan lopen. Ze doet het voorbeeldig. Andere honden worden wel bekeken maar elke poging tot toenadering wordt belemmerd door de gentle leader. Wat wel opvalt zijn de reacties van de overige wandelaars. Loslopende kinderen worden aan de arm op veilige afstand getrokken, arm in arm lopende stelletjes verleggen hun koers en mensen die reeds ver genoeg verwijderd zijn kijken bedenkelijk naar dit monster met die muilkorf. Dat iemand met zo’n bijtgraag mormel tussen al deze mensen durft te lopen? Mag dit zomaar?
Hij en zij zijn zich van geen kwaad bewust. Ze loopt keurig naast hem en als ze zich vergist of het even vergeet, doet de snuitband zijn werk.

Bankjes zijn er om op te zitten. Dat doet hij dan ook. Normaal blijft ze dan heel alert naar iedereen die langs loopt kijken maar zelfs dat is verleden tijd. Ze gaat liggen en taalt helemaal nergens naar. Het valt hem nu ook op dat niemand vraagt of ze haar even mogen aaien. Dat bandje over haar snuit heeft onverwachte bijverschijnselen.

 

Hij heeft op korte afstand van zijn huis een zandpad langs een kanaal ontdekt waar ze naar hartenlust vrij kan rondrennen. Lang lopen is er voor hem nog even niet bij dus als hij zijn fiets uit de auto haalt weet ze dat het feest is. Ze springt uitgelaten om hem heen. Hij fiets langzaam en zij spurt voor hem uit, sjouwt met enorme takken, verjaagt eenden en meerkoeten van de kant en komt af en toe een stukje kaas halen met een knuffel. Ze is, sinds haar verblijf in het pension, rustiger geworden maar hier is ze weer de oude, lompe en super-enthousiaste trut. Hij vindt het prima. Energie is er om gebruikt te worden. Thuis krijgt ze wat lekkers en ploft dan in een slaap waarin ze alle emoties weer verwerkt. Ze trekt met haar poten en piept en als hij haar dan even aait kijkt ze hem, zo lodderig als ze maar kan, aan. Nu niet baas. Je trut slaapt.

 

© peter gortworst / april 2018

Geplaatst in Orde, rust en regelmaat | Tags: , , , , | 3 reacties

Orde, rust en regelmaat -14-

Heftig

Het leven kan onverwachte wendingen geven. Het leven van mensen maar ook het leven van huisdieren. De wendingen in het leven van een huisdier worden meestal veroorzaakt door mensen. In zijn geval was het door omstandigheden onvermijdelijk. Een hond die voor onbepaalde tijd alleen in huis verblijft en door goedwillende buren uitgelaten gaat worden, kan gewoon niet. Dat is voor de hond absoluut niet goed. Voor het huis overigens ook niet.
Toen ziekenhuisopname tot een mogelijke realiteit ging behoren hadden zijn kinderen de hond meegenomen.  Een verstandige beslissing met een vooruitziende blik. Tijdelijke opvang in een heus pension was, om verschillende redenen, de beste keuze.

Zijn gewaardeerde lezers en lezeressen die, wanneer zij in het bezit zijn van een huisdier, zichzelf tot bevoorrechten mogen rekenen, zullen het met hem eens zijn als hij beweert dat je een huisdier mateloos kan missen. Voor hem was dat niet anders. Goed vier maanden deelt hij zijn leven 24 uur per dag met zijn trut en plotseling van elkaar verstoken zijn geeft, op de meest ongelegen momenten, emoties die met wat vocht zichtbaar worden. Natuurlijk, ze zullen best goed voor haar zorgen. Ze zal het vast wel leuk vinden om met andere honden te spelen maar hij weet donders goed dat ze hem mist. Hij zou zo graag weer even zijn hoofd in die warme nek leggen, haar kriebelen achter die enorme oren, het gewicht van haar kop voelen als ze deze in zijn hand legt of haar warme lijf voelen als ze tegen hem aan komt leunen.

Het is gebleken dat mensen met een huisdier eerder uit een ziekenhuis ontslagen worden dan huisdierloze patiënten. Ze helen gewoon sneller. Helaas voor hem werd deze stelling ondergraven door een vervelende ontsteking. Zonder veel misbaar werd deze hindernis geaccepteerd. Het is gewoon niet anders. Je voelt zelf wel of je lijf iets aan kan of niet en voor hem was het zonneklaar: nog niet.

Eigenlijk is het best verontrustend om te bemerken hoe snel een lijf af kan takelen. Twee dagen voor de opname liep hij nog fluitend twee uur door het veld te banjeren. Bij thuiskomst uit het ziekenhuis was het beklimmen van de trap naar de slaapkamer een adembenemende opgave. Gelukkig werd dat redelijk snel wat beter en hij besloot dat over een paar dagen zijn trutje haar vakantie in het pension maar moest beëindigen.

Ze was blij hem te zien. Piepen, janken en draaien. Vanuit het pension rechtstreeks naar de Anser dennen gereden om haar even lekker te laten rennen. Dat deed ze niet. Ze snuffelde welwillende rond, deed een poep en een plas maar rondrennen was er niet bij. Ze ging er werkelijk bij zitten. In de auto op weg naar huis, viel ze als een blok in slaap. Af en toe kwam ze even overeind, keek hoe ver ze waren, legde een poot op zijn arm en plofte weer in een diepe slaap.
Thuis werd de kat besnuffelt, er werd een rondje door het huis gelopen, het voer werd verorbert en daarna nestelde ze zich op haar favoriete slaapplaats en was vertrokken.
Hij had al vaker gemerkt dat ze, wanneer ze alleen gelaten wordt, dit haar geen goed doet. Een kauwstaaf die ze krijgt op het moment dat hij vertrekt, blijft onaangeroerd. Als hij weer thuiskomt begroet ze hem enthousiast en pas dan is de kauwstaaf aan de beurt. Hoe zal zij zich gedragen en gevoeld hebben in dat pension?

Vandaag de fiets in de auto geladen en naar het kanaal bij Ootmarsum gereden. Daar is een mooi fietspad, geen verkeer en kan zij naar hartenlust rennen. Zijn lijf kan een lange wandeling nog niet aan maar op de fiets kom je met minder moeite verder en kan de loslopende hond zich uitleven. Ze vond het prachtig. De baas op een fiets is nieuw voor haar maar er werd niet moeilijk over gedaan. Hij heeft zich wel verbaasd over hoe hard zij kan lopen. Op de terugweg bij de Welkoop een nieuwe zak varkensoren gehaald en de hond daar op de weegschaal gezet. Bijna 24 kilo weegt ze nu. Een trut van formaat.

 

© peter gortworst / maart 2018

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in Orde, rust en regelmaat | Tags: , , , , , , , | 2 reacties

Orde, rust en regelmaat -13-

Losse woorden

Frustratie.
Als hij na een diepte-investering in een tweetonig hondenfluitje, en in zijn linker zak zoveel lekkere stukjes worst dat hij een hele meeuwenkolonie zou kunnen trakteren, en in de andere zak het favoriete speeltje van de trut, ze het toch vertikt om te komen omdat het uittrekken van een graspol veel leuker blijkt te zijn.

Onrust.
Hij was voor de zondagmorgen uitgenodigd om deel te nemen in een groepje wat elkaar kent van de hondenschool. Gewoon, een stel honden bij elkaar op een omheind stuk land. Goed voor de socialisatie van de viervoeters en de tweebeners. Of hij ook in de WhatsApp-groep wilde. Voor het maken van afspraken en mocht iemand verlegen zitten om een wandelmaatje, dan kan er zo makkelijk in worden voorzien. Sinds dat moment krijgt hij om de haverklap de meest onzinnige meldingen en dat maakt hem knap onrustig. Even bij WhatsApp-geschoolden vragen hoe je zo’n groep weer verlaat.

Gezellig.
Als hij, zittend op de bank, een kruiswoordpuzzel maakt en de kat snorrend in zijn nek gaat liggen terwijl de trut lekker tegen hem aan komt leunen.

Zorgelijk.
Vroeger, toen de kinderen klein waren en er één of meerdere besloten dat het zaterdagmorgen om zes uur tijd was om wakker te worden, kon hij, als ouder, nog zeggen: ‘Ga maar naar beneden om wat te spelen maar maak geen lawaai. Wij willen nog een klein beetje slapen.’
Maar wat moet hij tegen een hond zeggen die ontwaakt zodra het licht wordt en dat ontwaken ook nog eens middels een regelmatige kef en/of piepend gemurmel wereldkundig maakt? Hoe welkom het lengen der dagen ook is, het baart hem toch zorgen.

Onsmakelijk.
Als hij ’s morgens, in het kwartiertje van wakker worden en slapen, onheilspellende kotsende geluiden van beneden hoort komen die onmiskenbaar duiden op het terugsturen van de maaginhoud richting uitgang. En als hij dan met frisse tegenzin naar beneden gaat, goed kijkend waar hij zijn voeten zet, niets kan vinden…..

Groei.
Ze heeft zelf nog niet door hoe groot ze aan het worden is. Wanneer de keukenprins zijn scepter zwaait en zij waagt het om in de deuropening te gaan staan, kan ze er op wachten dat ze wordt weggestuurd. Bij het ‘Ja, wieberen jij!’ draait ze zich met een hoorbare diepe zucht om en klapt met haar kop tegen de deurpost. Verdorie! Weer gegroeid!

Trots.
In het verleden moest een bal, die in een greppel met een miniem laagje water terecht gekomen was, definitief als verloren worden beschouwd. Een hond met een beetje verstand waagt zich niet in die onpeilbare diepte. Tegenwoordig wordt de bal er wel uitgevist. Met de nodige voorzichtigheid maar toch, ze doet het. Dat vervult hem met plaatsvervangende trots.

Enthousiasme.
Het doet hem terugdenken aan zijn jonge jaren. Een onverwacht dagje aan het strand kon hem zo in vervoering brengen dat hij van gekkigheid de meest dolle dingen deed. Zijn hond heeft dat ook. Naast haar bijna gebruikelijke spurtjes met abrupte wendingen in bij voorkeur hoog gras, kan ze zo af en toe in volle vaart naar hem toe komen rennen en zonder enige snelheidsreductie tegen hem opspringen. Een snoeihard ‘NEE!’ wil soms helpen maar vaker redt hij het vege lijf door op het juiste moment een stapje opzij te doen om het enthousiaste huisdier doelloos aan hem voorbij te zien zweven.

Verbazing.
Tijdens de Hundetreff viel het hem plotseling op. Zijn lompe, onbesuisde en enthousiaste dragonder gedraagt zich bij kleine honden anders dan bij haar grotere soortgenoten. Ze doet echt haar best om voorzichtig te zijn. Dat had hij van haar niet verwacht en ze verbaasd hem wederom.

 

In de o.t.t is hond werkwoord als verveling in de o.v.t staat maar dat kan ook v.v.t zijn. Hoe dan ook, met een jonge hond heb je never meer een dull moment.

 

©peter gortworst / mrt 2018  

Geplaatst in Orde, rust en regelmaat | Tags: , , , , , , | 2 reacties

Orde, rust en regelmaat -12-

School

Hij is een trouwe bezoeker van de hondenschool. Niet om het zit, af, poot, en mooi zit te leren maar om de hond te socialiseren. Hij wil voorkomen dat de dame, wanneer ze eenmaal volwassen is, een beetje wereldvreemd blijkt te zijn. Omdat de groep van de zaterdagmorgen wat te groot werd en er een duidelijk verschil zat tussen de ontwikkeling van de honden, heeft men besloten de groep te splitsen. Ook hier kent men manen, sterren, zonnen en raketten. Nu heeft hij vrijdagavond les in een groep van vier honden. Dat is leuk. De tijden dat je stil staat zijn beduidend korter.

De dame die ons les geeft, is beslist een hele lieve meid. Dat vond, en dat staat bewust in de verleden tijd, zijn trut ook. Tot afgelopen vrijdag. Ze moesten in een kleine kring gaan staan en de aandacht van hun hond vragen. Plotseling een doffe knal en de juf staat daar met een net uitgeklapte paraplu in het midden. En eerlijk, niet alleen de honden schrokken. Oorverdovend geblaf en hangen in de riemen. Was het daar nu bij gebleven dan was de relatie tussen zijn trut en de juf misschien nog te herstellen geweest maar nee, met die paraplu loopt ze ook nog rondjes om de diverse deelnemers. Hij had alle aandacht voor de hond maar zij beslist niet meer voor hem en juf werd de rest van de les met de grootst mogelijke argwaan bekeken.

De onkundige of niet beter wetende toeschouwer zou dat voorzichtige, argwanende van een hond met haar postuur, eigenlijk niet verwachten. Maar ook hier geldt dat  het uiterlijk niets zegt over het innerlijk. Wanneer zij met de kat speelt en hij meent, aan het geluid van de kat te horen dat het er weer eens te onstuimig aan toe gaat, valt er een houten lepel uit de hemel. Die landt steevast in de buurt van het span. Grote schrik, weg is het stoere gedoe en het spel is over. Die lepel stelt qua omvang en onguur uiterlijk niets voor maar het is een levensgevaarlijk ding. Het is niet voor niets dat de baas dat ding snel opraapt, uitscheldt en er flink tegen moppert. Het is maar goed dat hij weet hoe je met zo iets gevaarlijks om moet gaan.

Wat leuk is: met vier poten op het ijs en een tak apporteren. Ze probeert snelheid te maken met die grote poten en heeft ze dat eenmaal, dan remt ze steevast te laat.

Eén van de deelnemers op de hondenschool heeft een hond waarmee hij ook een jachtcursus wil gaan volgen. Het is zijn eerste hond maar de verhalen zijn net zo groot als zijn ervaring klein is. Hij kan wel vierhonderd meter weglopen en dan blijft de hond zitten waar hij zit. Zegt’ie. De andere deelnemers begrijpen dat wel. Die hond is blij dat de baas een stuk uit de buurt is want hoewel men de honden traint op een positieve manier, klinkt er uit zijn richting zeer regelmatig een snoeihard ‘foei!’ en niemand zal er verbaast van opkijken wanneer het niet alleen bij woorden blijft. Nu is het beslist een waarheid als een koe dat je hond op de hondenschool anders reageert dan wanneer je thuis met hem of haar traint. Maar een zo’n groot verschil tussen wat hij zegt en wat de hond laat zien, maakt hem toch wat minder geloofwaardig.

Ze hebben huiswerk mee: verzin een woord, geluid of een kreet waardoor je hond altijd naar je toekomt. Als hij/zij dàt hoort weet hij/zij dat het feest is. Niets, echt helemaal niets is op dat moment leuker dan bij de baas komen. Hij heeft het een paar keer geprobeerd met een fluitje wat hij, eigenlippig, zelf produceert maar tijdens een wandeling in de vrieskou wilde dat fluiten niet echt meer lukken. Misschien moet er maar een diepte-investering gedaan worden in de vorm van een scheidsrechtersfluit. Kan mooi naast haar kentekenplaat en poepzakjeshouder aan de riem. Rest de vraag waarmee je het voor de trut een feest maakt. Elke keer dat hij haar roept en ze komt, krijgt ze al een beloning in de vorm van een stukje Fleischwurst, jong belegen kaas of hondenworst met de daarmee gepaard gaande mededelingen dat ze braaf is of een grote meid. Waarmee beloon je deze trut ten volle? Stukjes moorkop, abrikozenvlaai, biefstuk van de haas? Deze intelligente vraag komende vrijdag maar eens in de groep gooien.

 

© peter gortworst / feb. 2018     

Geplaatst in Orde, rust en regelmaat | Tags: , , , , , | 3 reacties

Bachplein

‘Ach ja, het Bachpleintje, Componistenbuurtje. Kwam daar vroeger vaak. Ik had een schoolvriendinnetje wat daar woonde. Vivaldistraat 12. Ik zie het nog zo voor me. Kleine huisjes hoor. Tuintjes van niks voor de deur en achter een plaatsje met een fietsenschuurtje en als ik er eens goed over nadenk: het was toen al een rommelig zooitje. Maar ja, dat zie je niet als kind zijnde, toch? Ik weet nog dat haar vader gek was op modelspoortreinen. Haar broertje ook trouwens. Ze hadden een hele tafel vol met rails en zo. Die hele tafel kon je opklappen tegen de muur en de onderkant was wit geschilderd maar het bleef toch een rommeltje. Er liepen allemaal elektrische draadjes onder die tafel en die bleef je natuurlijk zien. Toen ik dat thuis vertelde van die treintjes en zo, was mijn vader best wel geïnteresseerd maar ik geloof dat mijn moeder het niet zo’n goed idee vond dat hij daar eens wilde kijken. Ons deden die treintjes niks. Wij deden meisjesdingen, speelden met poppen en met een klein poppenhuisje. Ik weet nog dat zij een negerpop had. Goh, nu ik er over nadenk was dat eigenlijk wel bijzonder. Ik kan mij niet herinneren dat andere vriendinnen zo’n zwartje als pop hadden. Ja, ik had meer vriendinnetjes toen. Raar eigenlijk dat ik ook haar als vriendinnetje had. Die anderen waren meer, zeg maar van onze stand. Misschien was ik wel met haar bevriend uit een soort van sociale bewogenheid. Hoe je het went of keert: de omgeving waar je opgroeit is wel degelijk bepalend voor je latere leven. Mijn moeder zei altijd dat er geen artsen worden geboren in arbeidersbuurten. Ik zou eigenlijk niet weten hoe het dat vriendinnetje is vergaan. Je verliest elkaar uit het oog als je van de lagere school afkomt. Ik ging naar de HBS en zij zal wel naar de huishoudschool zijn gegaan. Ja, ik ben al jaren niet meer in die buurt geweest. Het is altijd een beetje een wat onontwikkeld buurtje gebleven. Jammer eigenlijk dat ze die straatjes zulke beroemde namen hebben gegeven. Beethovenstraat. Daar stel je je toch heel wat bij voor niet? Ik geloof dat er zelfs een Mozartsteeg is. Zeg nou zelf, iemand die zulke goddelijke muziek geschreven heeft, wordt geëerd met een steeg!? Maar ja, misschien wisten degenen die de namen verzonnen hebben ook niet dat het zo’n soort buurt zou worden. Ik denk dat er nu allemaal buitenlanders wonen. Die hebben natuurlijk helemaal geen benul wie die mensen waren waar hun straatje naar is vernoemd. O, en dat Bachplein. Vroeger zat daar een kruidenier. VIVO? Kan dat? Ging ik wel eens heen met Elly om…. Verdomd! Dat mij dat nu zo maar te binnen schiet. Ze heette Elly…… maar goed, die kruidenier zal er wel niet meer zijn. Het zal wel volgeplempt zijn met van die Turkse eethuizen. Goh, ik klets wat af. Laten we het er maar op houden dat het de leeftijd is. Hoe kwamen we hier nu op?’

‘Ik vroeg of u wist hoe ik moet lopen om op het Bachplein te komen.’
‘Is dat zo? Nou, dat is eenvoudig. Je gaat rechtdoor en bij de kruising met stoplichten en de kapper, mijn kapper overigens die daar op de hoek zit, ga je rechtsaf. Dan loop je door tot de kerk en daar ga linksaf. Dat is de Wagnerstraat en aan het einde daarvan is het Bachplein.’
‘En de Vivaldistraat komt daar ook op uit?’
‘Ja..?’
‘Eigenlijk moet ik daar zijn. Heette uw vriendin toevallig Elly Versteeg?’
‘Nou je het zegt! Ja zeg. Elly Versteeg. Hoe weet jij dat?
‘Hoe heet uw kapper daar op de hoek?’
‘Versteeg……… Zeg……., ga je mij nu vertellen dat het haar kapsalon is? Ik kom daar al jaren en ik zal nu pas weten dat het de kapsalon van Elly is? Dat is toch niet te geloven!? Maar dan moet ik haar daar toch gezien hebben? Is ze familie van je of zo?’
‘Elly Versteeg is mijn moeder en ze is de eigenaar van 28 kapsalons is deze regio. Ze knipt zelf al lang niet meer maar houdt vanuit haar kantoor de touwtjes in handen. En nu ga ik haar geboortehuis bekijken en een wandelingetje maken door de buurt waar ze is opgegroeid. Het is per slot van rekening bepalend geweest voor de rest van haar leven, toch?
Fijne dag verder.’

 

 

© peter gortworst / feb. 2018
afbeelding: modeltreinWinkel.nl

 

 

 

 

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , , | 4 reacties

Orde, rust en regelmaat -11-

ADHD

 

Als hij een taart volgens recept bakt, lijkt deze niet, of slechts in zeer beperkte mate, op de taart die het volgens het plaatje had moeten worden.
Als hij een houtskooltekening van een stilleven maakt, geeft dit een enorm verschil met de werkelijkheid. Ongeveer het verschil wat opvalt bij een vrouwenportret wat gemaakt is door Picasso of Rembrandt.
Als een hondenfluisteraar binnen vijf minuten een altijd aan de riem trekkende hond, gedwee naast hem kan laten lopen, laat hij, nog regelmatig achterover hangend met een riem die snaarstrak staat, een in ademnood verkerende en daardoor amechtig hijgende, enorme trut uit.

Kom op! Zo moeilijk kan dit verdorie toch niet zijn? Het gaat om overdraagbare energie, erkenning van de ranghoogste, rust en onderdanigheid. Daar zit toch geen woord chinees bij?

Meditatie klinkt hem iets te zweverig maar hij heeft zich, als voorbereiding op de wandeling, even terug getrokken op zijn bed. De bestudering van talloze filmpjes op YouTube hebben hem overtuigt dat zelfs hij met een niet-trekkende hond kan wandelen. Het is een kwestie van jezelf volgieten met de goede energie en heel goed in de gaten houden wanneer je de spanning van de riem moet halen en wanneer niet. Nu heeft zijn levenservaring hem geleerd dat jezelf toespreken vaak helpt. Mantra’s uit het verleden zoals: ‘je bent best wel slim’ ‘doen want je kunt het’ en ‘je bent niet gek’, soms vervangen door woorden als ‘dom’, ‘lelijk’, ‘ouderwets’ of ‘slecht’ hebben hun diensten bewezen. Nu ligt hij een beetje hardop voortdurend ‘jij bent de baas’ te mompelen.

Na een uur gaat hij naar beneden, doet zijn jas aan, sjaal om en pet op. De trut staat al klaar. Hij klikt de riem vast en loopt naar de deur. De trut gaat zitten omdat ze weet dat hij eerst naar buiten wil en zij moet wachten. Dat doet ze al geruime tijd goed.
Hij stapt naar buiten en zegt: ‘Kom maar.’
Het volgende moment hangt ze al in de riem en trekt hem met grof geweld de twee treden van het stoepje af.
Hij trekt haar weer naar binnen, klikt de riem los en doet zijn jas uit. Na vijf minuten waagt hij een nieuwe poging. Hetzelfde resultaat en na weer vijf minuten de vermoorde onschuld spelen, flikt ze het weer.

Fleischwurst per kilo is goedkoper en de trut is er gek op. Riem in de linkerhand, stukje wurst in de rechter en de dame loopt keurig aan de voet mee. Na zo’n twintig meter vindt ze het welletjes. Ze loopt niet meer mooi aan de voet dus de wurst verdwijnt in één slok. Voor hij een nieuw stukje tevoorschijn kan toveren, hangt ze al weer in de riem. Nieuw stukje en ziet, het gaat weer twintig meter goed.

Op het parkeerterrein waar ze loslopend haar avondronde maakt en de tijd vult met  geplas, gepoep en gesnuffel, overdenkt hij de gang van zaken. Hij kan zich heel goed voorstellen dat er in dit stadium gedacht wordt aan slipkettingen, halsbanden met stekels naar binnen en halsbanden die een elektrische optater kunnen geven. Volgens die hondenfluisteraar moet de hond in een kalme en onderdanige toestand gebracht worden door roedelbaas. Deze hond kalm? Nooit niet! Met haar is het hollen of stilstaan. Hij heeft haar nog nooit tijdens bijvoorbeeld een wandeling, moe zien zijn.

Na zo’n lange wandeling valt ze wel als een blok in slaap maar zodra ze haar ogen open doet, is het gelijk weer spelen, kluiven, kat pesten of baas verleiden tot een spelletje. Het enige moment van kalme rust is ’s avonds. Dan slaapt mevrouw en wenst niet gestoord worden door mededelingen als ‘nog even pinkelen’. Als ze dan toch moet van die vreselijke baas is het, onder het mom van ‘we zijn nu toch wakker’, ook het moment om weer te gaan spelen. Gelukkig vindt ze een kamer zonder verlichting niet leuk en verdwijnt ze met een diepe zucht in dromenland.

 

Hij weet het nu zeker. Zijn hond is een supermodern beest met een actuele kwaal. Ze heeft een rugzak boordevol met ADHD. Zou de dierenarts dat vast moeten stellen en bestaat er dan iets als een Hond Gebonden Budget?

 

 

© peter gortworst / feb 2018
foto: Veilingen-Catawiki   

 

 

 

Geplaatst in Orde, rust en regelmaat | Tags: , , , , , , , , | 4 reacties

De wensWrat

een kinderverhaaltje op verzoek
Voor Alisha

 

Ze is nu bijna twaalf jaar. Over twee maanden is ze het echt. Dan is ze jarig en ze weet nu al welk cadeau ze gaat vragen: een bezoekje aan de huisarts.

Klinkt dat gek? Ja, voor jou misschien wel maar voor haar niet. Als ze twaalf is mag de dokter haar lelijke Wrat, die precies op de knokkel van haar linker duim zit, weghalen. Voor zover ze weet zit dat ding daar altijd al en ze heeft er een vreselijke hekel aan. Het is een raar ding. Niet mooi rond maar een beetje bubbelig aan alle kanten en ook nog een beetje hoog. Vroeger droomde ze wel eens van die Wrat. In haar dromen werd dat ding steeds groter en lelijker en soms droomde ze dat het ding zo groot en lang werd dat het wel een extra vinger leek. Dan schrok ze wakker en bang deed ze dan het licht aan om naar haar duim te kijken. Gelukkig. Het valt nog mee.

Raar eigenlijk dat je door zo iets kleins, zo van streek kan raken. Dat je zelfs kan gaan denken dat je niet mooi bent, dat iedereen niet een leuk meisje van 11 jaar ziet maar een lelijk kind met een Wrat. O, ze wil best iedereen wel geloven die zegt dat je er niets van ziet en dat je een hartstikke leuk meisje bent maar zij hebben geen Wrat. Dan heb je makkelijk praten.

De dokter heeft gezegd dat een wrat soms vanzelf weg gaat en als dat niet zo is, en zij echt van die Wrat af wil, ze twaalf jaar moet zijn. Het ding is er nog steeds en over twee maanden is ze twaalf en dan is de Wrat weg.

 

De kat zit in de vensterbank en kijkt naar buiten. Zij ligt op haar buik op bed en probeert zich voor te stellen hoe het zal zijn om geen Wrat meer te hebben. Ze duwt er met haar wijsvinger van haar andere hand op maar dat heeft ze al zo vaak gedaan. Dat helpt niks. Gedachteloos duwt, pulkt, rolt en trekt ze aan het ding. Ze kijkt naar de kat die zachtjes begint te miauwen. Dat doet ze vaker als er buiten een vogeltje zit.
‘Hé!’ zegt ze. ‘Er staat in de keuken voer je klaar hoor.’
‘Dat haalt het niet bij vers vogelvlees,’ zegt de kat.
Van schrik kan ze even geen adem halen. Wat was dat! Hoorde ze nu echt de kat praten? Dat kan toch niet? Nee, natuurlijk niet. Katten kunnen niet praten, toch?
‘Kan jij echt praten?’ probeert ze toch maar even.
De kat kijkt haar aan maar ze hoort niets. Zie je wel. Het zou ook heel gek zijn als het wel zo was.

Ze pakt een boek uit haar kast. Een boek wat ze geleend heeft van een vriendin. Het gaat over twee meiden die allemaal spannende dingen beleven als ze met een roeiboot aan het varen zijn. Al lezend speelt ze weer met de Wrat. Dat is al lang geleden een gewoonte geworden.
‘Kan je mij niet even naar buiten laten?’ vraagt de kat.
Met een bons valt het boek op de grond. Ze heeft het echt gehoord. De kat praatte weer! Ze rent haar kamer uit en stommelt  de trap af.
‘Mamma! Mamma! De kat! De kat kan praten!’
Mamma die aan de keukentafel de krant zit te lezen, kijkt haar verbaasd aan.
‘Hoe kom je daar nu bij?’
‘Nou, eerst zei ze dat vogelvlees lekkerder is dan brokjes en toen vroeg ze of ze niet naar buiten mocht. Echt waar hoor! Ik heb het zelf gehoord!’

Mamma kijkt haar nadenkend aan. Een pratende kat kan natuurlijk helemaal niet dus moet er iets met haar meisje aan de hand zijn. Wanneer zeggen meisjes van die rare dingen?
‘Heb jij vannacht wel goed geslapen?’
‘Ja.’
‘Was je niet een beetje aan het dagdromen?’
‘Nee, ik was een boek aan het lezen.’
‘Zou je niet graag willen dat de kat kan praten?’
‘Dat zou wel leuk zijn hè, mamma. Dat we met de kat en de honden en de paarden en de kippen en de vogels zouden kunnen praten. Dan kunnen we vragen waarom de hond soms zo diep zucht of waar de kippen weer eens een keer van geschrokken zijn en of de schapen het niet koud hebben als ze geschoren zijn en het paard vragen of zij het wel leuk vindt om een kar te trekken en de zwaluwen vragen hoe hun reis naar het zuiden is geweest.’
Mamma denkt daar iets anders over. Als de dieren zouden kunnen praten krijgt ze het alleen maar drukker. Haar meisje vraagt haar soms al de oren van haar hoofd en als alle dieren dat ook nog gaan doen….. ze moet er niet aan denken.

‘Weet je’, zegt ze, ‘Soms is er iets wat je heel graag wilt. En soms ga je dan zelfs denken dat het dan ook echt gebeurt. Maar het gebeurt niet. Je denkt het alleen maar en misschien is dat nu ook zo geweest. Je zou graag willen dat de kat tegen je kan praten maar dat kan natuurlijk niet. Je hebt het alleen maar gedacht.’

Ze kijkt haar moeder aan en ze weet dat het niet waar is. De kat heeft echt gepraat. Ze is toch niet gek?
‘Hm,’ zegt ze en ze draait zich om en gaat weer naar haar kamer.

 

Ze zit op de rand van haar bed en denkt heel diep na. Als ze dat doet komt er altijd een diepe rimpel tussen haar neus en voorhoofd. Wat deed ze of wat gebeurde er toen de kat ging praten? Eerst lag ze op bed en de tweede keer zat ze in de stoel. Eerst lag ze een beetje na te denken en de tweede keer zat ze te lezen. Dat heeft niets met elkaar te maken. Deed de kat iets bijzonders misschien? Nee, volgens haar niet. Die zat alleen maar in de vensterbank. Terwijl ze zo diep nadenkt frummelt ze weer aan haar Wrat.
‘Kijk niet zo boos,’ zegt de kat.
En weer houdt ze haar adem in. Dát is het dus! Het is die Wrat! Ze duwt er met haar vinger op.
‘Hoor je mij?’ vraagt ze.
De kat zegt niets. Ze duwt zachtjes tegen de zijkant.
‘En nu?’
Weer niets.
Ze draait met haar wijsvinger een rondje om de Wrat.
‘Nu?’
Niets.
Dan knijpt ze een beetje met haar duim en pink.
‘Nu dan?’
‘Mens, zeur niet zo.’
Het is gelukt! Als ze zachtjes met die twee vingers knijpt, kan ze de kat verstaan. Als ze los laat, niet meer. Dat ze dit nu pas moet ontdekken.

Ze praat met de kat. Die blijkt het hier best naar zijn zin te hebben maar het zou prettig zijn als de kattenbak wat vaker schoon gemaakt wordt. Het is natuurlijk niet fris als je geen goed plekje kan vinden om heerlijk te poepen. En of ze wel weet hoe veel muizen er in en om het huis leven. Het is niet voor niets dat er overdag zo veel geslapen wordt. In de nacht is dit roofdier heel druk met het vangen van muizen en of zij wel weet wat er gebeurt als er geen muizen meer gevangen worden. Dan komt er een muizenplaag en dat is verre van leuk. De kat weet ook te vertellen dat ze kleine wensen kan doen door in de Wrat te knijpen. Hoe hij aan die wijsheid komt? Kom op zeg, denkt zij nu werkelijk dat zij de eerste is met een wensWrat? Ze moet het maar uitproberen en nu zou ze graag naar buiten willen want daar schijnt de zon.

Wat moet ze nu doen? Is het verstandig om dit aan iemand te gaan vertellen? Na lang nadenken weet ze het: voorlopig vertelt ze het aan niemand. Eerst maar een kijken of dat wensen wel werkt en of ze met alle dieren kan praten.

Ze gaat naar beneden. In de keuken is mamma spruitjes aan het schoonmaken. Jasses! Die vindt ze helemaal niet lekker maar misschien kan de wensWrat iets doen. Ze knijpt zachtjes met haar duim en pink in de wrat en denkt ‘pannenkoeken’.
‘Heb jij eigenlijk wel zin in spruitjes?’ vraagt mamma.
‘Nee, niet echt.’
‘Ik eigenlijk ook niet,’ zegt mamma, ‘Pannenkoeken lijkt mij veel lekkerder. Doen?’
Oei! Ze had zich bijna verraden. Ze had bijna gezegd: ‘Ik wist het wel!’ maar ze kon de woorden nog net inslikken.

Als ze aan tafel zitten en lekker smullen van de pannenkoeken zegt pappa:
‘Ik heb vandaag zo hard gewerkt. Ik ga straks even lekker op de bank liggen. Even helemaal niks.’
Voorzichtig knijpt ze in haar wensWrat en denkt: ‘Verhaaltje.’
Dan kijkt haar pappa haar aan en zegt:
‘Of zal ik jou een verhaaltje voorlezen als je naar bed gaat?’
Ze glimlacht heel lief.
‘Ja, gezellig,’ zegt ze.

 

Het valt nog niet mee om een wensWrat te hebben. Ze moet leren wat ze wel en niet kan wensen. Grote dingen wensen lukt niet. Als het regent en koud is en ze wenst een lekker warm zonnetje gebeurt er niks. Veel geld willen hebben lukt ook niet maar de lekke fietsband van haar vriendin stiekem weer in orde maken, wel. Wat ook niet lukt is Siem, die leuke, knappe en grappige jongen uit haar klas verliefd op haar laten worden. Best wel jammer. Met huiswerk heb je ook niets aan een wensWrat. De goede antwoorden moet ze toch echt zelf bedenken en alle hoofdsteden van de landen in Europa noemen en aanwijzen gaat ook niet vanzelf. Bovendien moet ze goed oppassen dat ze zichzelf niet verklikt. Met de dieren praten kan alleen als er niemand in de buurt is. Het is natuurlijk een raar gezicht als zij, zittend op het gras, met de kippen kletst die in een kringetje om haar heen zitten. De dieren vinden het prachtig dat ze eindelijk met iemand kunnen praten en kunnen vertellen hoe ze het vinden bij haar thuis. De kattenbak wordt nu twee keer in de week schoongemaakt, de hond elke week geborsteld, de kieren in het leghok van de kippen waardoor het zo lelijk kan tochten, stopt ze dicht met oude kranten en het paard brengt ze in de stal zodra het gaat regenen.

 

En toen gebeurt er iets ergs. Ze zit in de klas en de meester vraagt of er iemand in de klas even de klok gelijk wil zetten. Dat moet wel vaker gebeuren want het is een oude klok die elke dag een klein beetje te langzaam draait. Stef wil dat wel doen. Hij pakt zijn stoel en zet deze bij de muur. Als hij daarop staat kan hij precies bij de klok. Ze heeft een hekel aan Stef. Als ze op school geplaagd wordt is Stef degene die er mee begint en als hij dat niet doet is hij er wel altijd bij. Stef staat op de stoel en zij knijpt zachtjes met haar duim en pink in de wensWrat.
‘Heel hard vallen,’ denkt ze.

Stef valt niet maar door een stekende pijn in haar duim geeft ze een gil. Verschrikt kijk ze naar haar duim. De wensWrat is weg! Op de plaats waar de Wrat zat is een klein rood vlekje te zien maar niets meer om zachtjes in te knijpen. De meester komt kijken wat er aan de hand is. Ze laat haar duim zien.
‘Ik zie niets,’ zegt de meester.
‘Mijn Wrat is weg,’ zegt ze en voelt de tranen in haar ogen branden.
‘Had jij daar een wrat?’ zegt meester, ‘Nooit geweten. Maar wees blij dat je er vanaf bent.’
Moet ze nu vertellen dat er net nog een Wrat was die plotseling helemaal weg is? Dat het een wensWrat was waar ze heel veel plezier van had? Dat kan natuurlijk niet.

Ze vraagt of ze even naar de wc mag en huilt daar haar ogen rood. Wat is ze dom geweest. Nog nooit had ze lelijke dingen gewenst en nu? Nu deed ze het zomaar. Ze had het gewenst voordat ze er erg in had. Iemand iets lelijks toewensen is natuurlijk niet goed. Voor straf kan ze nu helemaal niets meer wensen. Dat komt er blijkbaar van. Dom, dom, dom en dom!

Als ze thuis komt ziet mamma dat ze gehuild heeft. Als ze vraagt waarom vertelt ze dat haar Wrat weg is en dat het heel erg pijn deed.
‘Is hij er af gevallen?’ vraagt mamma.
‘Nee, hij was plotseling weg. Zomaar. Maar het deed heel erg zeer.’
‘En waar is hij nu dan?’
‘Weg. Gewoon weg.’
‘Nou, dan moet je ander cadeau voor je verjaardag verzinnen. Naar de dokter gaan is niet meer nodig, toch?’

Als ze de volgende morgen wakker wordt is het eerste waar ze aan denkt de Wrat. Ze streelt even over het plekje waar haar Wrat zat. Tot haar verbazing voelt ze een heel klein bultje. Als ze kijkt, en heel goed kijkt, lijkt het wel of er een akelig klein wratje langzaam aan het groeien is. Zou haar wensWrat weer terug komen? Ze hoopt het echt en ze weet nu al heel zeker dat ze nooit meer iets lelijks zal wensen. Zelfs een lelijke Wrat kan best een mooi ding zijn.

 

©peter gortworst / feb 2018 

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , | 2 reacties

Orde, rust en regelmaat -10-

Baby

 

Het trutje is nu bijna 5 maanden en in bijna alles nog een kind. Ja, hij weet het: het is een hond, een beest. Er is niets menselijks aan, een goed gesprek kan je er niet mee voeren, overleg over de te wandelen route is zinloos en hij is alleen maar leuk omdat ze samen met hem kan spelen, aandacht en voer krijgt en hij een huis heeft waar zij in kan wonen. Dat hij soms aan haar vraagt wat ze die dag zullen eten, mededelingen doet over inkopen die gedaan moeten worden, haar betrekt in de overweging om de was buiten of binnen op te hangen, moppert omdat hij door haar vieze poten de vloer weer moet dweilen of gewoon een paar lieve dingen zegt, heeft natuurlijk niets te maken met de vermenselijking van een beest. Toch?

 

Eén van mijn kinderen kreeg als baby plotseling hoge koorts. Het liep werkelijk tegen de 40 graden aan. Wat te doen? Het is natuurlijk weer weekend en dan een dokter bellen? Even afwachten? Twijfel, twijfel….nee. Toch maar bellen. Binnen een half uur was de arts aanwezig. Temperatuur baby: een keurige 36,8.

Waarom deze anekdote? Nou, hier om:

Het ingenieuze buisje wat hij van de dierenarts kreeg, heeft hij met groot beleid en voorzichtigheid, gevuld met shit van vier verschillende ontladingen. Er mag natuurlijk geen zand of gras bijzitten en hij wil het ook niet aan zijn vingers hebben. Vrijdagmorgen afgegeven en zie, vanaf de volgende morgen produceert ze volmaakte ontladingen. Daar is helemaal niets meer mis mee. De baby! Toch wel nieuwsgierig wat woensdag de uitslag bij de dierenarts zal zijn.

Nog een anekdote:

Hij had een kennis die vader is van toen nog een klein manneke. Deze vader hoort bij het soort mannen die men kordaat noemt: niet zeuren en wat niet kan heeft nog nooit gekund. Een mentaliteit die blijkbaar erfelijk is. Eén maal per maand mag pappa op zaterdag uitslapen en uitgerekend op deze dag sleep zoonlief zijn kapotte fietsje naar de slaapkamer en dondert deze naast zijn bed. ‘Maken!’ is de mondelinge opdracht.

Eén maal per dag en soms twee maal, krijgt de hond haar kong. Hij vult deze met stukjes kouwstaaf, kaas of leverworst. Ze vindt dit prachtig en is daar geruime tijd mee zoet. Toen hij afgelopen week aan zijn bureau zat te werken kwam ze, met haar kong in de bek, de kamer in. Ze dondert het ding voor zijn voeten, gaat zitten en geeft één blaf. Als hij de kong bekijkt zit er een stukje kouwstaaf vast en haar mededeling was overduidelijk: ‘Regel dit!’

 

Op de hondenschool heeft zij hem vervuld met grote trots. De voorgaande keren was de opwinding en afleiding te groot om gehoor te kunnen/willen geven aan al de dringende verzoeken. Slechts een constante stroom van stukjes worst en kaas konden een minimale dosis van gewenst gedrag oproepen. Blijkbaar is ze wat meer gewend aan de omgeving en de aanwezigheid van andere honden want ze deed het dit keer perfect. Zitten, liggen, aan de voet, volgen, hier komen en wachten: allemaal goed.
Baas blij – hond blij.

De vorst heeft ook toegeslagen in het hoogveengebied. Bevroren plassen met schaatsende kinderen en een vaste ondergrond waar je, zonder kans om er in weg te zakken, gewoon kan lopen. Voor de hond een nieuwe ervaring. Het ging niet zonder slag of stoot. Enige overredingskracht en een stuk weggeworpen hout trokken haar uiteindelijk over de streep die tussen land en bevroren water ligt.
Het blijft vooralsnog natuurlijk best wel een trutje.

 

©peter gortworst / feb. 2018 

Geplaatst in Orde, rust en regelmaat | Tags: , , , , , , , , | 2 reacties