Orde, rust en regelmaat -9-

112

 

Zaken gaan soms anders dan je verwacht. Er zijn beren op de weg, er is iets waar je geen rekening mee gehouden hebt, veranderende omstandigheden, kinken in de kabel, noodlot wat toeslaat of gewoon wanorde, onrust en onregelmatigheid.

Zo ook deze morgen. Om twee uur gaat hij op bezoek bij een oud-collega. Dat is ongeveer 5 kwartier rijden dus om kwart voor één moet hij weg. Met lege handen aankomen is geen optie. Een bezoekje aan de bakker is daarom ingecalculeerd en als hij dan om twaalf uur eerst de hond nog even goed uitlaat, loopt de planning als een zonnetje.

De plek in het hoogveengebied waar hij de hond vrij kan laten lopen heeft twee ingangen. Bij de ingang die hij normaal neemt is de grond vrij drassig en daar hij de goede broek en schoenen niet gelijk vies wil hebben neemt hij de andere ingang. Die is beter begaanbaar. De hond gaat onmiddellijk haar neus achterna en hij loopt via een ‘pad’ wat gevormd is door de rupsband van een of ander zwaar voertuig, het gebied in. Het pad houdt op. Blijkbaar is het voertuig niet verder gereden. Dat geeft niks. De ervaring heeft hem geleerd dat de dijkjes prima begaanbaar zijn en waarom deze dan niet?

Tot op heden weet hij geen antwoord op deze vraag. Feit is dat hij na twee stappen wegzakt in het veen.

Zo weinig als mogelijk is bewegen. Gewicht verdelen en desnoods, voor zover als dat kan, plat gaan liggen. Telefoon redden uit de broekzak en 112 bellen. Brandweerwagens aan de rand van het gebied en stoere brandweermannen die, via haastig aangelegde loopplanken, het steeds verder in de diepte verdwijnende slachtoffer benaderen. Een ambulance met een wolk van een verpleegster staat al klaar. De meegevoerde goudkleurige isolatiedeken wappert krakend in de wind. Er hangt een ADAC helikopter in de lucht die met een lier de onfortuinlijke wandelaar uit het zuigende veen probeert te trekken.

Niets van dat al. Hij zakt tot zijn knieën in het veen en daar blijft het bij. Hij weet dat één pas terug er nog niets aan de hand was dus met de nodige moeite en met schoenen die nog net niet vast blijven zitten, kan hij zich omdraaien en de vaste grond bereiken. Al die tijd springt de 17 kg hond uitgelaten om hem heen: Jottum!! De baas doet gek!

Hij bekijkt de schade. Schoenen, sokken en broek vol met modder. Terug naar de auto en naar huis om wat anders aan te trekken. De hond volgt hem met zichtbare tegenzin. Die was nog lang niet klaar en deze terugtocht bevalt haar niets. Als hij de achterklep van de auto opent, weigert ze om naar binnen te springen. Wanneer zelfs de stukjes kaas haar niet kunnen verlokken, tilt hij haar zelf de auto in. Zelden heeft hij een hond zo verwijtend zien kijken.

 

Met hond naar de dierenarts geweest. Er is iets met haar darmen. Wat er in vaste vorm uit moet komen is niet vast. Ingenieus buisje met schepje meegekregen om een paar keer wat van dat spul te verzamelen. Het enige wat ze nu te eten krijgt is gekookte rijst en kip. Vindt ze heerlijk.
Benieuwd wat er met mijn trutje aan de hand is.

 

©peter gortworst / feb.2018

Geplaatst in Orde, rust en regelmaat | Tags: , , , , | 2 reacties

Orde, rust en regelmaat -8-

Kentekenplaat

Een helder moment: Hadden ze hier nu hondenbelasting of niet? Zijn laatste hond is al een aantal jaren dood en hij weet werkelijk niet meer of daar ooit belasting voor is betaald. Een gang naar het gemeentehuis is onvermijdelijk.

Hij loopt het bureau in. Twee vriendelijke dames kijken op van hun belangrijke werkzaamheden.
‘Wat kunnen we voor u doen?’ vraagt de dichtstbijzijnde.
‘Ik heb sinds kort een hond en….’
‘Trap op, eerste verdieping, rechtsaf en tweede deur rechts.’
‘O….Danke.’

Het zou zijn broer kunnen zijn. Bolle kop, baardje, haartjes grijs en kort en een welvaartsgezwel boven de broekriem. Bereidwillig en omstandig legt hij uit wat er allemaal gebeuren moet.
‘Je moet de hond aanmelden bij de Grafschaft. Doe dat via internet want dat is € 10,- goedkoper. Ze vragen een chipnummer, foto van de hond, verzekeringsgegevens, jouw gegevens en als de hond door de dierenarts is aangemerkt als ‘risicovol’ een kopie meesturen van de aantekening in het Europese dierenpaspoort van de hond. Heb je zo’n paspoort?’
Hij heeft hem zelfs bij zich en goedkeurend bekijkt deze ambtenaar de plakplaatjes van de entingen.
‘Koeri heet de hond?’
‘Nee, Kuri maar omdat het een Nederlandse hond is staan er geen puntjes op de u en in Nederland is dat dan een uuu en geen oe.’
‘Ja, ja. Maar geen risicohond dus. Goed, als uw hond is aangemeld bij de Grafschaft komt u terug met dit paspoort, gegevens van uw bankrekening en een bewijs dat er een verzekering voor de hond is afgesloten. Heeft u eerder een hond gehad?’
Als hij instemmend knikt wordt zijn naam ingevoerd op de computer. Het klopt blijkbaar.
‘Goed, dan is een bewijs dat u een cursus op een hondenschool volgt, niet nodig.’

Een week later is hij terug. Blijkbaar heeft deze man veel aan zijn hoofd gehad want hij moet hem vertellen waarvoor hij komt. Als het kwartje gevallen is begint het grote invullen op de computer. Al typend fluistert de man zachtjes de gevraagde gegevens. Er wordt veel gevraagd maar ook hier komt een einde aan. De bankgegevens graag. Hij overhandigt hem zijn kaart en fluisterend vallen de nummers van zijn conto in het goede vakje van het scherm. Met een blij gezicht klikt hij op iets van ‘voltooien’ maar de blijdschap is van korte duur. Waarschijnlijk is er iets niet goed of vergeten. Fluisterend loopt hij alle gegevens nog een keer na en na enig speuren vindt hij blijkbaar toch de fout. Het blijde gezicht is er weer.
Hij opent een kast en haalt daar een penning, een minitasje met plastic zakjes en een vel papier uit. Het vel papier blijkt een checklist te zijn. Eén voor één streept hij de uitgevoerde actiepunten door en als er geen blanco punt is overgebleven, verdwijnt de checklist in de prullenbak.

‘Waarom kost een hond in Neuenhaus dertig euro en in Georgsdorf twintig?’ vraagt hij de ambtenaar.
‘Omdat ze in Neuenhaus minder honden willen hebben.’
‘En denken ze dat met die tien euro extra te bereiken? Je koopt er nog geen zak hondenvoer voor! Als mensen echt een hond willen maakt die dertig euro niets uit.’
‘Dat denk ik ook niet maar ja, de gemeente bepaald. Wij voeren het beleid alleen maar uit.’
‘En in Georgsdorf hebben ze nog geen overschot aan honden?’
‘Dat is een andere gemeenteraad die hun eigen beleid bepalen.’
‘Oke, dan heb ik mazzel. Heeft u nog een houdertje voor die penning of hoeft dat niet als een kentekenplaat op de achterkant van de hond te zitten?’
‘Die moet aan de halsband,’ zegt hij afgemeten.
Jammer, het is toch zijn broer niet. Die had er wel om kunnen lachen.

Een doorbraak! Zijn trutje is iets minder truttig geworden. Tot nu toe was een plasje water iets waar je omheen loopt en de waterkant niets minder dan de grens tussen leven en dood. Was de gang door een plas onvermijdelijk dan werden de broekspijpen hoog opgetrokken en de doortocht door de dode zee met grote angst genomen. Afgelopen maandag, tijdens een wandeling over de dijkjes van het afgegraven hoogveengebied, lag er iets in het water wat zo interessant was dat het de angst te boven ging. Heel, heel voorzichtig werden de eerste stapjes in het water gezet. Niet te ver want het moet natuurlijk wel leuk blijven. Gisteren was hij daar weer en nu durfde ze tot haar buik. Dat voelt zeker koud en dus eng. Verder ging ze niet. Ze was net zo uitgelaten als hij toen ze er uit kwam. Zag je wat ik al durf!?
Kom op, meid. Je bent een Nederlandse hond dus dat zwemmen zal je ook nog wel leren. De volgende keer gewoon even iets minder truttig doen.

 

©petergortworst / jan.2018

 

Geplaatst in Orde, rust en regelmaat | Tags: , , , , , | 2 reacties

Orde, rust en regelmaat -7-

Onderuit

Hij kijkt enigszins zorgelijk naar de inhoud van de maatbeker: 280 gram per dag. Het lijkt hem zo weinig. Nogmaals leest hij de tekst op de nieuwe zak voer. Leeftijd, gewicht en ja, de hoeveelheid klopt en het is niet per keer maar per dag. Toch twijfelt hij. Niet aan wat er op de zak staat maar aan het gewicht van zijn trutje. De laatste keer woog ze precies 10 kg en hij neemt aan dat er inmiddels wel wat bijgekomen is. Stel ze is nu 14 kilo. Veranderd er dan veel aan de hoeveelheid? Volgens het schema op de zak niet maar is ze wel 14 kilo? Zelf met de hond op de weegschaal gaan staan lukt niet meer. Met de hond in zijn armen valt er daar beneden met geen mogelijkheid iets af te lezen. Er zit niets anders op dan naar Nederland te rijden. Bij de Welkoop in Ootmarsum hebben ze een echte hondenweegschaal.

De trut weegt 17 kilo!! Dat had hij niet verwacht en met verbazing en enig ontzag bekijkt hij zijn huisgenoot. Vier maanden en nu al 17 kilo! Wat moet dat worden? Hij wist dat het een forse hond zou worden maar dit getal is toch wel even confronterend. Hij zal nog harder moeten trainen aan wandelen zonder trekken. Straks laat ze hem uit en dat wil hij graag voorkomen.
Het verbaasd hem nu ook niet meer dat ze op de hondenschool, met een plotselinge spurt naar andere honden, zijn arm bijna uit de kom trekt. Zo zit ze braaf aan de voet en als hij even niet kijkt hangt ze met haar volle gewicht in één keer aan de lijn. Raar beest. In haar eigen omgeving doet ze het best goed maar daar is het een heel andere hond. De zo verlangde orde, rust en regelmaat laten nog op zich wachten.

 

Vandaag weer naar het afgegraven hoogveengebied geweest. Toen hij toch bij de Welkoop was, gelijk maar hoge gummi laarzen gekocht en deze konden vandaag mooi getest worden. De trut is helemaal in haar element. De neus op maximale inzet en de bek druk met van alles en nog wat vastpakken en weer loslaten. Op een stuk dijk waar je tussen pollen met hoog, uitgebloeid gras door moet lopen, krijgt ze haar dagelijkse gekte. Ze spurt tussen de pollen door, rent rondjes, slaat haakse hoeken, bijt grasstengels af, rent om hem heen, staat plotseling stil en begint dan weer van voor af aan. Hij houdt haar goed in de gaten. Een voorval als gisteravond wil hij niet nog een keer.

Het late blokje om. Aan het eind van de straat is een voetbalveld en daar hoort een parkeerterrein bij. Redelijk verlicht en in de hoek licht een hoop zand. Hier mag ze los en haar de gekte van deze dag krijgt ze daar. Ze rent de hoop op, dondert er blaffend weer van af en zet het op een wenden, keren en rondjes rennen. Hij wil niet dat ze in deze toestand het terrein afloopt dus hij loopt terug. Zij ook en wat er nu precies gebeurt is hem niet duidelijk. Plotseling ligt hij met een klap op de grond. Ontreddering, ongeloof en pijn aan zijn elleboog. Alle You-Tubefilmpjes ten spijt: benen die letterlijk onder je vandaan worden gelopen is niet leuk.
De hond vindt een liggende en van pijn steunende baas blijkbaar prachtig en danst kwispelend om hem heen. Met een knetterende vloek jaagt hij de 17 kilo Vietnamees hondenvlees weg. Langzaam komt hij overeind en met een gevoel van ‘we hebben geluk gehad’ constateert hij dat alles het nog doet.
Thuis blijkt er een beste schaafwond op zijn arm te zitten en zo goed en kwaad als het gaat, probeert hij zichzelf te verzorgen. De hond zit een beetje bedeesd zijn handelingen gade te slaan. Een boze baas is niet leuk en als hij haar mopperend uitmaakt voor ‘stomme trut’ kwispelt alleen het allerlaatste stukje van haar staart een beetje.

 

©peter gortworst / jan. 2018  

 

 

Geplaatst in Orde, rust en regelmaat | Tags: , , , , , , , | 2 reacties

Orde, rust en regelmaat -6-

Kampioen

Honden mogen op meer plaatsen niet dan wel los lopen. Op zich een goede zaak. De momenten dat de hond los loopt en het fout gaat, zelfs als je meent je hond onder controle te hebben, zijn legio.

Nu zijn er in Nederland speciale gebieden waar het wel mag en ook kan. Bij hem, net (nou ja…) over de grens, zijn er twee van die mogelijkheden en hij besluit, zeker na de confrontatie met de boswachter, één van die gebieden te bezoeken. Het klopt. Met duidelijke borden staat aangegeven dat het mag maar verstandig lijkt het hem niet. Het is druk. Niet met honden maar met mensen. Nu vindt zijn trutje heel veel dingen leuk maar ze weet net zo veel dingen nog niet. Loslopende mensen zijn voor haar per definitie vreselijke aardige wezens die allemaal leuke woordjes tegen je zeggen, je aaien en vriendelijke klopjes geven en uiteraard beloon je dat door tegen ze op te springen, speels in handen te bijten, aan mouwen en broekspijpen te hangen en schoenveters los te trekken. Hij is het niet met haar eens en zolang er over dit verschil van inzicht geen eenstemmig besluit is gevallen, houdt hij haar aan de lijn.

Gelukkig lopen alle mensen op een kruising rechtdoor en daarom slaat hij rechtsaf. Na een paar honderd meter bereikt hij de bosrand en zie daar: een omheinde speelweide met drie mensen en vier honden. Een golden, een duitse herder, een mechelaar en een onbekende mix van zeker 22 verschillende voorouders. Hij doet het hek open en laat zijn hond los. De anderen hebben haar al gespot en het duurt maar even voordat de vijf honden met elkaar spelen. Hij gaat naar de mensen toe. Een wat ouder echtpaar en een jonge vent. De laatste blijkt de eigenaar van de mechelaar en de mix. Het echtpaar bezit de herder en de golden. Als het mannelijke deel daarvan vraagt hoe oud zijn hond is en wat voor merk, vertelt hij vol trots dat ze drie-en-een-halve maand oud is en een mix van een onbekende dog als vader met een hollandse herder als liefhebbend moeke.

‘Niet raszuiver dus,’ merkt de man op.
‘Nee, maar dat hoeft van mij ook niet. Ik wilde gewoon een leuke hond.’
‘Mijn herder is raszuiver. De vader én de moeder waren kampioen!’
‘In wat?’ wil hij weten.
Blijkbaar is het een stomme vraag. Een beetje bevreemd kijkt de man hem aan en draait zich dan om.
De vrouw probeert het ongemak te herstellen.
‘U heeft toch wel een leuk hondje,’ zegt ze.
Dat is hij natuurlijk met haar eens en met enkele zinnen vertelt hij wat voor dondersteen het af en toe is en hoe blij zij hem maakt. De man loopt een stukje bij hen vandaan en nu vallen hem zijn laarzen op. Dubarry’s. Gemiddelde prijs 380 euri.

Hij kan het niet helpen. Het zit er bij hem van jongs af aan ingebakken en ondanks alle opgedane relativiteitstheorieën en de wetenschap, gelardeerd met enige wijsheid, om niet op voorhand te oordelen, trekt hij toch de conclusie: Snob.

Met een klap valt het hek dicht en doet een nieuwe hond met bijbehorend echtpaar, haar intrede. De herder gaat er als een speer op af en zonder veel plichtplegingen bespringt hij de nieuw aangekomene. Geschreeuw, getrek, hollende Dubarry’s en de herder zit, gelijk het verse ‘me too slachtoffer’ weer aan de riem. Het gezin vertrekt meteen en de man met de herder loopt naar zijn vrouw. En weer kan hij het niet helpen.
‘Dat mijn pup van een paar maanden oud dit nu moet zien! Daar is ze nog lang niet aan toe! Wat moet ze hier nu wel niet van denken?’
Gelukkig. De vrouw lacht. Hij niet.
‘Roep je hond,’ commandeert hij haar, ‘We gaan.’

Zijn hond speelt met de mechelaar. Ze rennen naast elkaar over het veld en de mix hobbelt daar achteraan. Plotseling staan de voorste stil en de achterop komende hond heeft dat niet op tijd door. Ze loopt zijn hond gewoon tegen de vlakte en samen met de mechelaar rent ze een rondje verder. Blijkbaar is zijn hond danig onder de indruk want als ze opgekrabbeld is, rent ze wel achter de andere twee aan maar houdt toch wat meer afstand.
‘Goh,’ meent de jonge vent, ‘Het is nog wel een trutje hoor.’

Een man naar zijn hart.

 

©peter gortworst / jan 2018
foto: Dubarry

 

 

Geplaatst in Orde, rust en regelmaat | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Orde, rust en regelmaat -5-

Opvoeden

Even voorstellen: van links naar rechts: Kuri !!

 

De ervaren hondenbezitter zal het verschijnsel zonder twijfel herkennen: er zit een wereld van verschil tussen theorie en praktijk. Hoe ondernemender je hond, hoe groter het verschil.

Aan de grootte van het verschil te meten is zijn hond dan ook zééér ondernemend. Als illustratie het ‘Wandelen zonder trekken’. De theorie is dat, zodra de hond aan de riem trekt, je zonder iets te zeggen de andere kant op loopt. Wil de hond links dan ga jij naar rechts. Wil de hond naar rechts, dan ga jij links. Je kan dit combineren met stil gaan staan. Trekt de hond niet meer aan de lijn dan doe je een stap naar voren en wanneer nodig, stop je weer. Deze methode moet, gezien alle YouTube-filmpjes, ervaringen en boekenwijsheden, gewoon werken. De praktijk, althans de praktijk van deze sukkelaar, is heel anders. Zodra hij de deur uitstapt hangt de hond al in de riem. Stilstaan dus. Riem hangt slap, stap naar voren en ziet, soms gaat het zomaar goed. Nooit voor lang. Elke wandeling is het raak en het is maar goed dat men hier niet van die doorzonkamers heeft met grote ramen en geen vitrage want het moet beslist komisch zijn om een vent met stalen smoel heen en weer te zien lopen voor je deur. Toch, en dat moet gezegd worden zit er een langzame verbetering in zolang het wandelen in de hier omliggende straten betreft.
Afgelopen maandag stond er een boswandeling bij Ootmarsum op het programma. Het was koud en er stond een straffe wind maar dat was niet erg. Hoe minder wandelaars in het bos, hoe liever hij het heeft. De hond mag los en elk blaadje wat meegenomen wordt door de wind is spannend, elk takje wordt in de bek genomen en een meter of vijf verder weer losgelaten. De hond houdt hem nauwlettend in de gaten. Je achter een boom verstoppen lukt maar één keer. Wanneer er mensen aankomen roept hij de hond bij zich, lijnt haar aan en plaatst zich, aan de zijkant van het pad, tussen de hond en de voorbijgangers. Brokjes voerend wordt de hond de hemel in geprezen en negen van de tien keer gaat dat goed. De oorzaak dat het die ene keer niet goed gaat ligt niet bij hem of de hond maar bij de voorbijgangers. ‘Ach, wat een lieve hond! Hoe oud istie? Wel een spring in het veld zeker? Daar heb je heel wat mee te stellen. Nou succes er mee hoor!’

Maar afgelopen maandag was die één van de tien keer de boswachter. De opmerking ‘Ook als ik er niet ben moet hij aangelijnd zijn’ liet niets aan duidelijkheid over. En bedankt! Wel eens geprobeerd met een hond die niet aan de lijn mag trekken en het toch doet, twee kilometer door een bos te lopen met verrukkelijke geurtjes, dwarrelende blaadjes en genoeg sprokkelhoutjes om een jaar te kunnen stoken? Het was twee kilometer stoppen, omkeren, terug lopen en brokjes geven als het tien meter goed ging. Toch zal ze het moeten leren wil hij straks, als ze groter geworden is, niet door haar uitgelaten worden.

Zaterdag voor het eerst naar de hondenschool geweest. Spannend! Het trainingsveld was te nat en dus werd er getraind in een grote hal. Daar moesten eerst een paar trekkers uitgereden worden maar daar was de dame niet van onder de indruk. Er waren namelijk veel meer honden en die hadden al haar aandacht. In een helder moment had hij vooraf de beloningsbrokjes (gewoon voer) vervangen door stukjes kaas en worst. Slimme zet want ze lette nu net even meer op hem dan normaal. Benieuwd wat deze scholing op gaat leveren.

Je hond geestelijk vermoeien? Drie blikjes mandarijnen gekocht (heerlijke muesli geeft dat) en gaten in de bodems geprikt. Onder 1 blikje leg je wat lekkers en de hond moet het goede blikje opzoeken met haar neus. Dat ging drie keer goed maar waarom moeilijk doen als het makkelijk kan. De trut maait met haar lompe poot drie blikjes weg en ziet: daar is het lekkers!

Hij is trouwens, in het kader van de socialisatie, op geregelde tijden te vinden bij de ingang van de Marktkauf in Nordhorn. Daar is een bankje waar hij gaat zitten met de hond tussen de benen. Iedereen die langs loopt en waar ze niet op reageert is een brokje. Meestal gaat dat goed maar kinderwagens, kleine kinderen en andere honden zijn nog een te grote verleiding. En dan is er natuurlijk nog die vermaledijde één op de tien die voor haar op de hurken gaat, beslist wilt aaien en het prachtig vindt als ze tegen hen opspringt. En geloof het of niet, het zijn altijd vrouwen! En wat moet je dan? Het hele verhaal gaan vertellen waarom je daar zit? Het leed is toch al geschied. Misschien is de vertaling opzoeken van ‘trut’ een goed idee en het dan maar aan mijn slechte Duits over laten of ik het over mijn trut heb of over die goedbedoelende andere.

 

©peter gortworst / jan. 2018

 

Geplaatst in Orde, rust en regelmaat | Tags: , , , , , , , , | 3 reacties

Orde, rust en regelmaat -4-

Behang

 

Wat hij op nog geen enkele hondenschool heeft gehoord, in geen enkel filmpje heeft gezien en het iemand ooit heeft horen zeggen, is hoe om te gaan met spijt.

De voorlaatste dag van het gedenkwaardige jaar 2017 ging alles fout. Tijdens de ochtendwandeling had de dame netjes geplast. De grotere boodschap bleef echter achterwege maar hij had daar geen aandacht aan gegeven. De natuurlijke gang van zaken loopt immers zoals het loopt en komt het nu niet dan komt het maar later. Dat klopt. Net thuis en als hij zijn boterhammetje staat te smeren, loopt de trut de keuken in. Draait en draalt een beetje om hem heen en hij begint een vermoeden te krijgen. Hij loopt richting kamer en ja, wat onderweg niet kwam is er nu wel. Met een houding van ‘zo erg is het niet’ ruimt hij het op en gaat in keuken verder met waar hij mee bezig was. Als hij bij zijn bureau zit en al mail checkend zijn ontbijtje nuttigt, komt trutje weer aanlopen. Het staartje kwispelt maar een klein beetje en hij weet het al. In de kamer ligt het vloeibare deel van wat blijkbaar nog komen moest.

Wat voor nut heeft een ochtendwandeling? Is het de spieren en de spijsvertering los maken voor de productie elders? Een beetje narrig gaat hij weer aan zijn bureau zitten. In de kamer is de hond druk met een bot. Ineens valt het hem op dat het verdacht stil geworden is. Als hij gaat kijken kwispelt de dame er lustig op los met in haar bek een stuk grijs papier. Waar heeft ze dat nu weer vandaan? Hij bekijkt het en constateert dat het behang is. Ja hoor! Van een baan die kort geleden tegen de muur is geplakt en waar, wegens stopcontacten, rolluikkatrol, uitsparingen en over de hele lengte op maat maken, veel pas en knipwerk aan zat, heeft ze een hele lap losgetrokken. Hij houdt zich even niet in. Met knetterende bewoordingen die beter niet opgeschreven kunnen worden, jaagt hij haar uit zijn buurt.

En daar heeft hij nu spijt van. Gedane zaken nemen geen keer maar hoe maak je het goed bij je hond? Is dit nu een trauma geworden bij haar of valt dit onder haar hoofdstukje ‘ik maak mij daar niet druk over want ik doe het gewoon weer’?

 

Op oudejaarsdag een lange wandeling gemaakt op de Itterbecker heide. Langer dan officieel mag voor een pup maar de bedoeling was haar moe te maken voor het vuurwerk van later die dag. De heide was stil. Dat hoort, volgens een oud Nederlands liedje, de grote stille heide ook te zijn. Er was alleen op de achtergrond een constant rommelend gedreun te horen. In de omliggende dorpen is carbidschieten traditie en het klonk alsof hij in een oorlogsgebied liep met naderend artillerie. Zij trok zich er niets van aan. Ze had alleen maar oog en neus voor alle spannende takjes en losse bladeren.

De bedoeling ging de mist in. Het is net alsof een wandeling de hond meer energie geeft en weer thuis was de kat het haasje. Regelmatig moest hij, als roedelleider, tussenbeide komen. Tot nu toe heeft de kat één keer vol in haar oor gebeten. Ze jankte het uit maar veel heeft ze er niet van geleerd.

 

Het vuurwerk was wel spannend maar ook niet meer dan dat. Met haar oortjes recht omhoog keken we samen naar alle vuurpijlen die de lucht in gingen. Echt spannend was het pas vanmorgen. De wind gierde om het huis en de deur van de kamer stond een beetje te klapperen. Dat was pas eng en natuurlijk aanleiding genoeg om er flink naar te blaffen. Hij heeft de deur helemaal open gezet en met de staart tussen de poten, de oren recht omhoog durfde de dame de kamer te betreden om vervolgens van een andere baan behang een vers stuk van de muur te trekken.

Wel G$#@#$ver^&%#!!!. Trut!!!

 

©peter gortworst / jan. 2018

Geplaatst in Orde, rust en regelmaat | Tags: , , , , , , , | 4 reacties

Orde, rust en regelmaat -3-

Socialisatie

Ze zijn een week verder en de dingen gaan zoals ze gaan. De hond ontwikkelt zich zoals het hoort en het is de mooiste, liefste en slimste hond van het hele dorp. Natuurlijk is zijn mening enigszins gekleurd als het over de kwaliteiten van zijn beest gaat maar ook uit onverwachte hoek komen er bevestigingen: een dame die als gedragsdeskundige naam heeft gemaakt, noemt het een ‘open’ hond.  Het gastgezin waar dit wonder op vier poten verbleef, heeft volgens haar, goed werk gedaan.

Toch zijn er momenten die hem tot nadenken stemmen. Om een voorbeeld te geven: Het deponeren van vaste en/of vloeibare bestanddelen de dikke darm betreffende, worden nog met een zekere onregelmatigheid, in de woonkamer gedeponeerd. Verschil is nu dat het trutje dit achteraf komt melden. Met een gepaste trots meldt zij zich en neemt hem mee naar de bewuste plaats delict. Moet hij dit nu belonen en hoe krijgt hij haar zo ver dat zij zich meldt voordat deze geurige boodschap haar goddelijke lijf verlaat?

Ter wille van de socialisatie neemt hij haar overal mee naar toe en hoewel hij zelden of nooit met de trein gaat, leek een bezoekje aan het station een verantwoorde onderneming. Toen hij toch in Zwolle moest zijn was een bezoek aan het station aldaar een logische stap. Mis. Je komt er niet meer in zonder een geldige pas of kaartje. Zo gaat dat tegenwoordig. Wist hij veel. Maar goed, er zullen vast nog wel stationnetjes zijn waar je wel gewoon op het perron kan komen dus deze oefening staat nog op de rol.

Nog iets wat hem zorgen baart. Het is lang geleden dat er zo veel vrouwen voor hem bijna op de knieën gaan. (Soms jammer dat die hond er dan tussen zit.) Maar hoe dieper die dames zichzelf of hun knieën buigen, hoe enthousiaster de hond wordt. Ze stuitert werkelijk op en neer en dit gedrag kan en mag niet blijven. Het heeft hem nu al één vergoeding voor een paar panty’s gekost en als dit niet afgeleerd wordt kan het nog een behoorlijke aanslag op zijn kleine vermogen worden. De lijn kort houden is geen optie. De dames komen gewoon dichterbij. Ook ‘nee’ verliest aan kracht. Zo langzamerhand denkt hij werkelijk dat honden mensen zien als wezens die ‘nee’ bezigen zoals wij dat met een koe en ‘boe’ doen. Net als vroeger met de kleine kinderen.

‘Wat doet het hondje?’
‘Waf waf!’
‘En wat doet het schaapje?’
‘Bèèè!’
‘En wat doet pappa?’
‘Blablablabla!’
‘Goed zo! Grote meid!’

Eén lezer had het er al over. De PUPPYSPURT!! Het begint meestal met het lastigvallen van Keizer Kat. Die trekt zich dan terug op zijn troon en uit pure frustratie en waarschijnlijk met een mix van hormonale dingetjes begint de dame rondjes door de woonkamer te rennen. De hele woonkamer wel te verstaan. Rond de eettafel, tussen de fauteuils en via de leuning van de bank en weer terug naar de eettafel. Het enige wat dan een snelle oplossing geeft is het openen van de schuifpui. In de tuin gaat het dan verder en na een paar rondjes is het hele gedoe weer voorbij. Ze ploft op haar plek, kijkt nog even heel alert rond, legt dan haar kop tussen de voorpoten en is voor zeker een uur vertrokken naar dromenland. Als de ontstane chaos in de woonkamer weer op orde is en Keizer Kat het zich behaagt af te dalen, bekijken ze samen even de slapende bruine wervelwind. Het is een trut. Wel een lieve maar toch een trut.

 

©peter gortworst / dec 2017

Geplaatst in Orde, rust en regelmaat | Tags: , , , , , , | 1 reactie

Orde, rust en regelmaat -2-

Logica

 

‘Logica.’ Het woord valt hem binnen als hij onder de douche staat. Zojuist heeft het huidige doel van zijn bestaan hem volkomen verrast. Ze durft de trap niet op en hij vindt dat prima. Een hond heeft in slaapkamers niets te zoeken dus toen de hond drie treden de trap omhoog geklommen was en geen stap meer voor- of achterwaarts durfde te zetten, heeft hij haar, met een kleine preek, weer op vaste grond gezet. Dat doet ze vast geen tweede keer. Mis. Terwijl hij wat kleren opruimt en nieuwe uitzoekt om zo aan te trekken, is de dame toch de trap opgeklommen. Hij loopt de badkamer in en ziet nog net dat de trut daar in een houding en vooral met een blik van ‘ik laat het lekker lopen’ op de badmat zit.

Zucht.

Zo stoer als ze omhoog geklommen moet zijn zo angstig, nee schijterig, gaat ze naar beneden. Natuurlijk helpen de mopperende woorden ook niet echt maar wie A zegt en P doet, moet ook maar leren dat B een logisch vervolg is.

Die logica is er overigens niet. De eerste keer dat ze de stofzuiger in werking zag, zat ze, met de oortjes gespitst, vanuit haar bench het ding te bekijken. Ze zei verder geen boe of bah. De volgende dag kwam ze dat ding weer tegen. Het stond geparkeerd in de woonkamer en ze was er al tientallen keren langs gelopen. Plotseling leek zij zich iets te herinneren en durfde ze er tegen te schelden. Vanaf gepaste afstand maar toch, ze durfde het. Logisch? Voor haar misschien wel. Voor hem niet.
Nog een voorbeeld?

Oud en nieuw nadert en uit ervaring weet hij dat deze happening ook hier met wat knalwerk gevierd gaat worden. Ter voorbereiding op dit feit leek het hem een goed idee om een filmpje op YouTube te zoeken met vuurwerkherrie. Die zijn er! Zelfs speciaal voor honden. Hij draait het filmpje af en zet het geluid vol aan. De buren komen de straat op, bellen aan en vragen of het niet wat vroeg is voor dit gedoe. De hond geeft geen krimp. Later die avond neemt hij haar mee naar buiten en weigert ze nog één stap te zetten. De veldkei die de hoek van de straat markeert en daar waarschijnlijk al ligt vanaf het moment dat dit dorp uit het veen getrokken is, blijkt een levensgevaarlijk object te zijn geworden. Waar is hier de logica?

Hij hoort haar piepen. Als hij gaat kijken wat er aan de hand is blijkt de drinkbak onbereikbaar geworden. Die staat in de keuken en o lieve deugd, daar staat ook de stofzuiger.
Zijn hond is gewoon een trutje. Gelukkig wel een lief trutje.

 

©peter gortworst / dec 2017  

 

Geplaatst in Orde, rust en regelmaat | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Maria

 

Het voorjaar loopt ten einde en het is een zonnige, warme morgen als de vrachtwagens het dorpje inrijden. Vrachtwagens met een huif. Twee vrachtwagens met een kanon en één met een kleine bulldozer en andere grote dingen. Mannen, sommigen in uniform, springen uit de wagens met een huif. Ze dragen wapens. Gewone geweren maar ook andere. Een grote man met een grijze baard roept iets en al die mannen gaan in keurige rijtjes staan.

Een paar mensen uit het dorp zijn blijven staan en anderen komen hun armetierige huisjes uit om te kijken. Dan vraagt de grote man iets aan zo’n dorpeling. Die wijst naar de overkant, naar de winkel van de kapper die ook medicijnen, zalfjes en zeep verkoopt en die ook nog de burgemeester van het dorp is. De grote man loopt er heen en het duurt niet lang voordat er een koortsachtig gedoe in het hele dorp uitbreekt. Het zijn soldaten die ons komen verdedigen. Ze hebben voor ons gevochten en nu hebben ze honger, zegt men. Ze willen nu eten.

Het hele dorp is er druk mee maar het gaat de soldaten niet vlug genoeg. Ze gaan zelf de woningen in en nemen alles mee wat ze aan eten en drinken kunnen vinden. Ook het huisje waar Maria met haar vader en moeder woont wordt door twee soldaten doorzocht. Als haar vader protesteert slaat één van de soldaten met zijn geweer tegen het hoofd van haar vader. Die zakt op de grond en gillend en krijsend gaat haar moeder de soldaat te lijf. Ook zij wordt geslagen. De twee soldaten praten even met elkaar en dan grijpt de ene haar bij de arm en trekt haar met zich mee. Als ze buiten zijn klinken er in haar huisje twee geweerschoten. Het geluid herkent ze direct. Ze is vaak met opa mee geweest als hij in de heuvels op hazen en fazanten ging jagen. De realiteit van nu dringt niet tot haar door. Wat valt er te jagen in haar huis?

De soldaat neemt haar mee naar het huis van de burgemeester. Die ligt voor zijn winkel op de grond en een donkere vlek rond zijn hoofd kleurt de straat. Ze begrijpt het niet. Ze begrijpt ook niet waarom de kleren van haar lijf getrokken worden, waarom ze op de toonbank van de winkel wordt gedrukt, waarom de mannen lachen, waarom er even later stekende pijnen door haar onderlijf schieten die zo hevig zijn dat ze het bewustzijn verliest.

 

Waarom hebben ze haar laten leven? Dachten ze dat, toen ze met haar klaar waren, de dood haar wel genadig zou zijn? De herder die vanaf de hoge heuvel alles had zien gebeuren, heeft haar gevonden. Samen met de buurvrouw en haar vriendin die, toen het vreselijke gebeurde, ook niet in het dorp waren, hebben ze haar zo goed en zo kwaad als het ging, verzorgt. In de winkel van de burgemeester was nog genoeg wat ze voor haar konden gebruiken. Het heeft even geduurd voordat ze haar durfden vertellen dat zij nog de enige bewoners van het dorp zijn. De soldaten hebben iedereen vermoord. Met de bulldozer hebben ze in één van de akkertjes een diepe gleuf gegraven en daar iedereen ingegooid. Iedereen dood? Haar vader en moeder? Opa en oma? De oude mannetjes die altijd op het pleintje zaten? De leuke jongen van de bakker? Allemaal?

Het is geen leven wat ze doen. Het is overleven. Het is het verzamelen van wat nog rest en het is proberen na te denken over wat nog kan. Het verdriet is zo massief, zo groot, zo onvoorstelbaar dat het zelfs nu, na een paar maanden nog onbesproken is. Zelfs de naweeën hebben zich nog niet aangediend omdat er van enige verwerking nog geen sprake is. Moeten ze hier blijven? De herder wil niet weg. Zijn vrouw en twee kinderen liggen in die dichtgegooide gleuf en hij wil ze niet alleen laten. De vriendin van de buurvrouw kan ook niet weg. Alles wat zij aan familie had, woonde in dit dorp.  De buurvrouw kan nog ergens anders heen. In een dorp ver weg, woont een zuster van haar en daar zou ze naar toe kunnen maar ook zij gaat niet. Nog niet want ze wil eerst voor haar buurmeisje zorgen. Ze blijkt zwanger te zijn en het is haar taak om voor dit kind te zorgen.

Ze maakt zich zorgen over haar. Het vrolijke kind in haar, is vermoord. Praten doet ze met een enkel woord. Haar bewegingen lijken wel mechanisch en van haar gezicht valt bijna geen emotie af te lezen. Ze is te jong en nog zwak. De buurvrouw weet wat een kind in de buik vraagt van de moeder en ze merkt bijna dagelijks dat het eigenlijk niet gaat. Wat kan ze anders doen dan goed voor haar zorgen en haar vertellen wat er straks, in het nieuwe jaar met haar gaat gebeuren? Maar ze voelt ook de onmacht omdat vertellen niet hetzelfde is als  het echt meemaken. En wat als dat kind geboren is? Ooit zal vertelt moeten worden dat de vader misschien wel die grote man met die grijze baard is of één van die andere onmensen. Het is niet uit liefde verwekt maar uit minachting, misbruik, machtswellust en onmenselijkheid. Ze heeft uitgerekend dat het de vroege lente is als het kind geboren wordt. Misschien dat dit lentekind de moeder wat vreugde gaat bezorgen. Je weet nooit want mensen zitten raar in elkaar.

Het is nacht en in het oude huisje van haar ouders ligt Maria in bed. Buiten is het koud en een stevige wind veroorzaakt geluiden die de troosteloosheid van dit dorpje bevestigen. Ondanks de vele oude dekens waar ze onder ligt, kan ze niet warm worden. Als ze door het kleine raampje kijkt ziet ze de donkere wolken voorbij de volle maan jagen. Sinds de middag heeft ze pijn in haar buik en dat wordt alleen maar erger. Aan het eind van de middag merkte ze dat haar broek nat geworden was. De buurvrouw heeft niets aan haar kunnen merken omdat ze niets laat merken. Als je opgesloten zit in jezelf kan je dat niet meer. Ze weet heel goed dat er met haar iets aan de hand is. Natuurlijk, dat kind in haar buik maar dat andere, dat onbenoembare….. De wetenschap zal er vast een naam voor hebben en misschien zelfs een behandelmethode maar wat heb je daaraan als je in een, door ieder verlaten gehucht van niks woont in de uithoek van een land?

De pijn wordt steeds erger. Het komt met golvende bewegingen en ze weet niets anders te doen dan haar benen te spreiden en toe te geven aan de drang om te persen. Met haar hoofd achterover perst ze en terwijl de maan vervormt tot het gezicht van haar moeder duwt ze met haar laatste krachten het onvolmaakte kind naar buiten. Ze tilt de dekens op en kijkt naar dat wat ze niet wilde. Dan valt ze terug. De maan komt net achter een wolk vandaan en is nu oma geworden. Oma lispelt met haar tandeloze mondje dat ze met haar mee mag. Weer komt ze overeind en als ze de dekens even optilt ruikt ze de zoete geur van haar bloed. Ze valt terug en nu is haar moeder weer de maan. Vlak voor een voortjagende wolk haar bedekt, zegt ook zij dat ze mee mag. ‘Kom,’ zegt ze, ‘Kom bij ons.’ Ze probeert te wachten tot de wolk de maan weer vrijgeeft maar dat lukt niet. Met wijd open ogen zakt ze weg en gaat mee in de genadevolle dood.

 

Ergens in dit land op deze wereld zit een grote man met een grijze baard op de rand van een kinderbed. Hij leest zijn kleindochter een kerstverhaaltje voor. Als het uit is stopt hij haar lekker onder de dekens en geeft een kriebelig kusje op haar voorhoofd. Lieve opa’s doen dat.

 

©peter gortworst / dec. 2017
foto: nl.123rf.com   

 

 

 

 

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , , , , , | 3 reacties

Orde, rust en regelmaat -1-

Introductie

 

Hij zit op het randje van de bank. Met moeite kan hij zijn ogen open houden. Bovenin zijn hoofd heeft zich een ambachtelijke steenhouwerij gevestigd met een fors aantal medewerkers en die zijn druk doende. Het zou hem niet verbazen als ze alvast zijn naam in mooie witte steen aan het hakken zijn. Zijn lijf protesteert nu al. En dan zit hij alleen nog maar rechtop. De onregelmatige nachten en de ongemakkelijke slaapplaats eisen hun tol. Hij kijkt naar rechts. Op de bank, in een pose die je beslist bevallig kan noemen, ligt de bron van zijn ellende: de pup.

‘Nee hoor,’ had de mevrouw van het gastgezin gezegd, ‘Ze is zo goed als zindelijk. Een enkele keer vergeet ze het omdat ze druk aan het spelen is met de andere honden maar dat is zeldzaam.’

Het klopte niet. Ze zakte spontaan op haar hurken en produceerde met volle overgave de nodige vloeibare en vaste bestanddelen. Zelfs haar bench was niet heilig en dat verbaasde hem nog het meest. Logisch natuurlijk want dit is niet haar huis. Dit had net zo goed het volkspark kunnen zijn. Hier is nog niets ‘eigen’.
Met enige trots constateert hij dat dit probleem nu aardig onder controle is. De bench is nu de plek waar ze haar eten en lekkere dingen krijgt en meer tijd dan drie uur zit er niet tussen in huis en buitenshuis zijn. Hij prijst haar de hemel in wanneer ze buiten haar behoefte doet hoewel dat ’s nachts om drie uur, wel een opgave is. Maar alles beter dan met een zo neutraal mogelijke houding de rotzooi opruimen.

Aan het oorspronkelijke idee was niets mis. Een hond heeft regelmaat nodig in de vorm van drie maal per dag een wandeling, ’s avonds slapen, ’s morgens wakker worden en twee maal per dag een maaltijd. Tussendoor is er ruimte om te spelen, te trainen op gehoorzaamheid, zoekspelletjes en een lekkere knuffelbeurt met de baas. Precies wat de baas ook nodig heeft: orde, rust en regelmaat.

Al geruime tijd voor zijn pensioendatum keek hij op de sites van de verschillende asiels. Genoeg honden naar zijn smaak maar bijna geen enkele hond zonder gebruiksaanwijzing. Ze konden niet bij kleine kinderen, niet bij katten, niet in de auto of niet bij andere honden. Van een aantal was het verleden onbekend omdat ze of uit Spanje of uit Roemenië kwamen en anderen waren te oud. Al snel kwam hij tot de conclusie dat de aanschaf van een pup de beste optie was. Een pup kan je alles nog leren en met het romantische idee dat hij en de pup naar elkaar konden toegroeien, werd aldus besloten.

Met de staart omhoog loopt de kat de kamer in. Het beest was honden gewend maar met zo’n spring in het veld had ook hij niet gerekend. De laatste hond die hij kende was een bedaagde grijsaard die in opperste dienstbaarheid zijn plaats in de mand opgaf als Keizer Kat meende dat de hondenmand zijn rechtmatige plaats was voor de broodnodige rust. Nu probeert hij zich in dit overmatige gedoe van belachelijk enthousiasme staande te houden met opgeven poot en veel geblaas. Toch is het geen haat en nijd tussen die twee. De powernapjes neem je bij voorkeur door heerlijk tegen elkaar aan te liggen.

Het is tijd. Met moeite hijst hij zich omhoog. Trekt zijn jas en schoenen aan en loopt met de hondenriem de kamer in.
‘Kom, we gaan naar buiten. Ga je mee?’
Ze kijkt hem wat lodderig aan en hij ziet haar denken:
‘Ben je wel goed bij je hoofd? Buiten is het een vieze bedoening met papperige natte sneeuw en het regent ook nog!’
Hij schiet in de lach en knuffelt even dat warme, gladde jongehondenlijf.
‘Je bent een trut,’ zegt hij en met het elan van een wilskrachtige baas klikt hij de riem om haar nek.

 

©peter gortworst / dec 2017

Geplaatst in Orde, rust en regelmaat | Tags: , , , , , , , | 5 reacties