O.M.G!!!

 

O, ik weet best dat het niet handig is om laat in de avond nog even een vakantie te boeken maar hoe moeilijk kan het zijn? Het is per slot van rekening niet de eerste keer. De goedkeuring voor het opnemen van de vrije dagen was binnen en ik had al afgezien van mijn plan richting het oosten te gaan. Kiev, Odessa of St Petersburg moesten maar even wachten. De site van Buitenlandse Zaken geeft aan dat een bezoek aldaar met de nodige voorzichtigheid gedaan dient te worden en omdat ik geen zin had een week lang voorzichtig te doen, heb ik mijn blik gericht op het zuiden.

Zon wil ik, heel veel zon dus bekijk ik via Google welke mogelijkheden er zijn. Palma? Ziet er prima uit. Gran Canaria, Lanzarote, helemaal goed. De prijzen van appartementen en hotels vallen mee en de vraag is nu wie er goedkoop èn vanuit Nederland èn op een beetje normale tijd die kant op vliegt.

Ryanair! Kijk aan! Vanuit Eindhoven naar Palma voor een prijs die alleszins acceptabel is. Ik boek de vlucht, reserveer een stoel en ontvang de bevestiging. Dat is mooi snel en o, wat handig, ik kan gelijk inchecken. Klaar. Nu het hotel nog.

Aanbiedingen van de verschillende organisaties die bemiddelen in hotelkamers, zijn er genoeg en uiteindelijk vind ik wat ik zoek. Een appartement in een klein plaatsje met een zeer aantrekkelijk aanbod. Natuurlijk weet ik best dat die rode lettertjes met de waarschuwing dat er nog één kamer beschikbaar is, voor zoete koek moeten worden geslikt maar onwillekeurig heeft het wel invloed op je. Dat dit een niet-annuleerbaar aanbod is zal mij (gort)worst zijn. Ik ga toch en heb niet voor niets een doorlopende reiserücktrittsversiecherung. Hier wil ik heen, ik boek en ontvang via mail per omgaande de bevestiging. Ook weer klaar! Laat de vakantie maar beginnen.

Ik lees de ontvangstbevestiging van de verhuurder nog even door en hoe attent: als hij weet hoe laat ik op Tenerife Zuid aankom, kan hij mij ophalen. Hè? Tenerife Zuid?? Palma toch?? Hè!? O.M.G!!!! Hier gaat iets niet goed!

De hoeveelheid adrenaline is vermeerderd tot de zesde macht en begint zich met verhoogde spoed door mijn goddelijke lijf te jagen, letters zijn gaan wiebelen en het dingetje van de muis op het scherm maakt kleine bewegingen die corresponderen met mijn verhoogde hartslag. Wat en waar is het fout gegaan? Waar vlieg ik heen en waar verblijf ik?

Het duurt even maar dan ontdek ik de fout. Ik vlieg naar Palma de Mallorca en heb een appartement gehuurd in Palma Mar op Tenerife. Twee uur vliegen of heel lang zwemmen verder. Dat krijg je als je denk het ‘even’ te regelen, veel pagina’s bezoekt die je open laat staan en je eigenlijk naar bed had gemoeten. Ik ontdek nu dat er kweetniethoeveel Palma’s zijn. Goede raad is duur. Ik zal één van de twee moeten annuleren en na ampel beraad met mijzelf laat ik de vlucht vallen. Dat is de goedkoopste van de twee. Maar vliegt er wel iets naar Tenerife? Ja, gelukkig, Ryanair vliegt vanaf Düsseldorf Weeze naar dat eiland. Probleem is dat ze op woensdag vliegen en ik heb geboekt van maandag tot maandag. Dat hoeft geen probleem te zijn als ik mijn boeking om kan zetten naar woensdag op woensdag. Met de nodige schroom bel ik de verhuurder. Ja, sorry, ik weet dat het laat is maar ik heb net geboekt en een fout gemaakt. Kan het omgezet worden? Ik moet het maar mailen dan kan hij de andere morgen kijken.

En nu? Moet ik nu de vlucht daarheen al boeken? En weer zijn daar die kleine rode lettertjes die mij blijmoedig waarschuwen dat er nog maar 5 plaatsen over zijn. Ik kan het risico niet nemen. Ik boek de vlucht en wordt om 04.15 op het vliegveld verwacht. Dat betekend dat ik om 02.00 uur moet gaan rijden!
Dat wordt een korte nacht en ook deze nacht slaap ik slecht. Adrenaline is niet echt een slaapmiddel.

De volgende morgen is er een mailtje van de verhuurorganisatie. Omboeken naar woensdag op woensdag is geen probleem en gaat zelfs zonder extra kosten. Fijn! Nu alleen nog die andere vlucht proberen te annuleren.

‘Nee mijnheer, dat gaat niet. Leest u de voorwaarden er maar op na en bovendien, u heeft al ingecheckt.’
‘Ja, maar nu heeft u een lege stoel!?’
‘Die is toch al betaald? Dag mijnheer!’
Die Reiserücktrittsversiecherung keert overigens bij gebleken stommiteit ook niet uit.

Hier vlakbij is een kruising met stoplichten. Het is daar ’s avonds stil, er staan geen camera’s en hier is sowieso weinig politie. Als ik daar voorzichtig door rood rijd, heb ik de vlucht naar Palma de Mallorca weer verdiend.

 

Afgelopen vrijdag open ik mijn mail. Bericht van de verhuurder. Of ik nog kom.
‘Ja, ik kom. Arriveer woensdag de zoveelste, blijf 1 week en nee, ik hoef niet opgehaald te worden.’
‘Dan is er een probleem. Er is gereserveerd tot en met maandag. Maar ik heb nog wel een ander appartement waar u tot en met woensdag kan blijven.’
‘Pffff. Doe dat dan maar en hoezo is er gereserveerd tot maandag? Ik heb een mail van de verhuurorganisatie dat de boeking is omgezet van maandag op woensdag’
Die avond geen antwoord meer.

Zaterdagmorgen vroeg. Een WhatsApp van de verhuurder. Of ik even €100 kan overmaken voor de annulering van het eerste appartement.
Ik schrijf een mail naar de verhuurorganisatie en laat de verhuurder weten dat ik niets betaal voor ik duidelijkheid heb. Wat is hier aan de hand? Kan dit zo maar?
Twee uur later bericht van de verhuurder. Hij constateert dat ik blijkbaar geen interesse meer heb en bovendien heeft hij niets meer beschikbaar.
Wat!!??
Weer een mail naar de verhuurorganisatie. Dit keer vol met zorgen, verontwaardiging, vraagtekens en de pertinente weigering om ook maar iets te betalen aan een annulering waar ik niets aan kan doen.
Maandag een mail terug met sorry, sorry, sorry. Nee, ik hoef niets te betalen en ze zouden het prijs stellen als ik in de toekomst toch via hen iets zou boeken.
Dat heb ik maandagavond gedaan. Een ander hotel in een mooie omgeving, uitzicht op zee en nog goedkoper ook.

Goh, ik ben zo langzamerhand wel aan vakantie toe……

 

©peter gortworst / sept 2017
foto: http://www.europcar.com

  

 

 

 

Geplaatst in van alles... | Tags: , , , , , , , , , , , , | 5 reacties

Ontheemden

 

Hij kiest zijn plekje niet doelbewust uit. Op alle bankjes die de boulevard rijk is, zitten al mensen en hier maar één vrouw. Er is dus nog plaats en met een diepe zucht laat hij zich zakken. Zijn stok parkeert hij tussen de benen. De vrouw naast hem kijkt even opzij. Beide zwijgen. Ze hebben geen oog voor alle toeristen en badgasten op het strand. Gezamenlijk staren ze naar de horizon en naar het schip wat met een kleine rookpluim uit de schoorsteen, op weg is naar wie zal het zeggen.

‘Mooi hè?’ zegt hij.
‘Ver,’ antwoordt zij.

‘Ja, ver,’ zegt hij na een poosje en terwijl hij naar de horizon blijft kijken zegt hij:
‘Ik heb dit nodig. Dat ver kunnen kijken. Hier in de stad kan je dat niet en soms hou ik het niet meer uit. Dan pak ik de tram en moet ik hier naar toe om de horizon weer te kunnen zien.’

Ze kijkt weer even opzij.
‘Waarom?’ vraagt zij.
‘Om te kunnen ademen, de ruimte zien en voelen. Net als vroeger.’
‘Vroeger?’
‘Ja vroeger, toen ik nog op het Groningse platteland woonde en je de horizon kon zien, de wolkenluchten kon bewonderen, de stilte hoorde ruisen, de eeuwige wind kon voelen en je een klein manneke wist op die hele grote wereld.’

Ze zwijgt omdat je weet dat soms, zonder te vragen, het verhaal verder gaat.

‘Je gaat leren en daarna wil je geld gaan verdienen, trouwen, kinderen krijgen….. En waar was er genoeg werk? Hier in de randstad. En je hoort mij niet klagen hoor. Ik heb altijd werk gehad, genoeg geld om goed van te kunnen leven, de kinderen konden allemaal studeren maar ja, dan wordt je ouder. Mijn vrouw is gestorven, de kinderen zijn goed terecht gekomen en dan zit je in je huisje met niks. Ik zou wel terug naar Groningen willen maar ik weet best dat het gewoon niet kan. Wat moet ik daar in mijn eentje? Denk trouwens ook niet dat de kinderen het een goed idee zouden vinden.’

Hij zwijgt even en zegt dan:

‘En daarom kom ik hier. Toch nog even de horizon zien. Niet over het groene land maar over een grauwe zee. Wolken die ik kan volgen en wind die ik kan voelen.’

Zonder het van elkaar te weten genieten ze van het moment. Een zeldzaam gesprek wat geen tijd kent, waar alle gelegenheid is om te overdenken wat de ander gezegd heeft, waar meer hardop gedacht wordt en antwoorden komen als ze gewogen zijn.

Met haar blik nog steeds gericht op de oneindigheid van de horizon, zegt ze:
‘Hier heb je geen verleden en in het verleden wat je had, zit geen toekomst.’
Prevelend proeft hij de zin.
‘Ja, zo is het. Dat zeg je mooi.’
‘Zo is het met mij ook…..’

Het is zijn beurt om te zwijgen en haar even aan te kijken.

‘Ik ben geboren en opgegroeid op de Filipijnen. Mijn oudste zus is naar Nederland gegaan en hier getrouwd. Toen ik bij haar op bezoek ging heb ik mijn man leren kennen en ben dus hier gebleven. We waren achttien jaar getrouwd. Hij werkte altijd voor zichzelf en soms was er genoeg geld en soms niet. Ik dacht altijd dat we een goed huwelijk hadden maar nu weet ik dat hij mij wel makkelijk vond. Ik deed alleen het huishouden, zorgde er voor dat niet alleen het huis er piekfijn bij stond maar ik ook. Ik deed alles voor hem. Ik wist niet beter dan dat zo hoorde. We kregen een dochter en ook die moest er uit zien als door een ringetje te halen. Ze moest gaan studeren maar mijn eigen taal mocht ik haar niet leren. Perfect Nederlands, Duits en Engels moest ze kennen. Toen hij aan een hartaanval stierf bleek dat er niets geregeld was. Er was amper geld en ik heb moeten knokken om mijn dochter te kunnen opvoeden. Vorige week is ze op kamers gaan wonen en dat is goed. Ze moet leren haar vleugels uit te slaan.’
‘Je woont nu dus alleen?’
‘Ja, ik woon in een land zonder verleden en ook in mijn verleden zit geen toekomst. Ik kan niet terug. Er is daar niets meer wat mij bindt en wat heb ik hier voor toekomst?’

Ze zwijgen. Hoe makkelijk is het nu om zich te laten overwelmen door de schijnbare uitzichtloosheid van hun bestaan.

‘Ik ben dus niet de enige,’ zegt hij.
‘Nee…..’
‘Toch mooi.’
Dan, in een poging tot troost, zorgzaamheid en het ook niet zo goed weten, legt hij zijn hand op haar arm.
‘Je bent een lief wichtje,’ klinkt het onbeholpen.
Ze legt haar hand op de zijne en glimlacht naar hem.
‘Dank je.’

Hij zet zijn stok recht en drukt zich omhoog.
Zonder iets te zeggen loopt hij weg.
Zij blijft nog even zitten en kijkt het schip na wat steeds verder naar de horizon vaart. Ver gaat het. Alleen. En steeds verder.

 

©peter gortworst / aug. 2017
foto: pixabay.com   

 

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , , , | 5 reacties

IETS

 

Voor Rozemarijn

 

Ze zijn met z’n vieren. S is altijd de laatste. Daar kan hij niets aan doen. Hij is gewoon te verlegen om vooraan te gaan staan en als hij dat al een keertje moet, doet hij dat vaak met T. Dan durft hij wel en een heel enkele keer, één keertje per jaar misschien, als hij heel moedig en flink is, zegt hij sssss. Dat vindt T prachtig en van puur plezier helpt hij S een beetje. Dan klinkt het sssst. Als ze dat gedaan hebben kijken ze elkaar met grote ogen aan. Het klonk wondermooi en ze deden het toch maar. Ze spreken af, omdat het zo leuk is, het vaker te doen maar net zo vaak blijven dat goede voornemens. Dat zie je wel meer.

E is dikke maatjes met I. Het zijn een beetje de belhamels van het stel. E is soms kortaf en een andere keer heel lang. I is, wanneer hij alleen staat, vaak pinnig maar met E naast hem, is hij in zijn element. Oke, een enkele keer is hij zijn punt een beetje kwijt maar daar heeft hij genoeg van in de kast liggen. Ze kunnen best zonder elkaar maar als je vriendjes bent wil ook graag naast elkaar staan. Wie vooraan staat maakt ze niets uit. Ze buitelen over elkaar heen en de ene keer gaat E voor I en de andere keer I voor E.

Samen zijn ze IETS en ze hebben geen idee wat zich daar bij voor moeten stellen. IETS is wat maar wat? Lang geleden hebben ze diep nagedacht over wat ze misschien zijn maar ze kwamen er niet achter. In een heel dik boek waarin wel duizend woorden staan, hebben ze het opgezocht. Er stond dat ze ‘wat onbepaalds’ zijn en toen begrepen ze nog minder van zichzelf. Dat is niet goed. Het is handig als je weet wie of wat je bent en van woorden als ‘wat onbepaalds’ wordt je niet veel wijzer. Ze besloten toen dat ze IETS waren en dat voelde goed.

Toen, op een mooie dag in augustus, is daar plotseling een nieuwe. Als je met z’n allen vriendjes bent en er komt een nieuwe bij, moet je even aan elkaar wennen. Ze hebben het echt geprobeerd. Ze lieten hem meespelen, als er wat besloten moest worden vroegen ze ook hem om zijn mening maar die nieuwe was helemaal niet aardig. Hij wilde alleen maar vooraan staan. ‘Ik ben de eerste!’ schreeuwde hij en dat klonk gewoon lelijk. Ze stelden de nieuwe voor om tussen E en T te gaan staan maar dat wilde hij niet. Misschien achteraan? Maar nee, dat was helemaal niet goed. Er was maar één plaats waar hij wilde staan en dat was helemaal vooraan. De vier hebben de koppen bij elkaar gestoken en uiteindelijk, ter wille van de lieve vrede, besloten ze die nieuwe, die N, maar zijn zin te geven. Alles beter dan ruzie.

Trots, voldaan en overtuigd van zijn eigen gelijk gaat N vooraan staan en zie, nu zijn ze NIETS.

 

©peter gortworst / aug. 2017
afb: http://www.kuleuven.be

 

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , | 2 reacties

to do list

Nog te doen en/of uit te zoeken en/of te regelen voor pensioendatum:

 

  • Eénkennige rode kater zoeken voor op schoot. Dierenasiel vragen / kijken op           internet. Moet gratis!!
  • Oude rookstoel zoeken met grote oren aan de rugleuning. Voorkeur verschoten rood en slijtageplekken. Kringloopwinkels / marktplaats / speurders o.i.d. Busje regelen voor ophalen.
  • Alvast rode port gaan drinken. Om te wennen. Boerenjongens? Haar laten groeien in pieken.
  • Mijn oude pijpen opzoeken. Oriënteren waar ze nog pijptabak verkopen en raggertjes. Oude groene glazen asbak proberen te vinden: zolder? Wanneer onvindbaar: kringloop.
  • Misschien bolknaks?
  • Wankel tafeltje voor naast de stoel. Oud bruin en kringen op het blad.
  • Abonnement nemen op dommig, makkelijk leesbare krant met sensatieverhalen. Bild of Telegraaf. Beide?
  • Pyjama met strepen en zomen onderaan de pijpen.
  • Lange oude kamerjas met touwsluiting. Donkerrood
  • Pantoffels. Ook donkerrood en met ruitjes.
  • Drogist voor spuitbus met muf ouwemannenluchtje
  • Ramen veel open laten staan om spinnen binnen te krijgen. Internet afzoeken welk soort spin een mooi web maakt in een hoek van het plafond.
  • Muizenholletje in de plint zagen en daarachter in de muur een ‘muizenhuisje’ hakken. Dierenwinkel voor een nog af te richten muis.
  • Verschoten Perzisch tapijt zien te vinden. Weer kringloop? Ikea?
  • Zware donkerrode gordijnen. Rails nog monteren.
  • Sanseveria’s en geraniums kopen.
  • Dierenwinkel voor extra muizen. Voorraad i.v.m kat!!! Zelf fokken?
  • Open haard maken.
  • Kettingzaag, bijl, hakblok, houtopslag, mand, tangen en poken, aanmaakblokjes, lucifers enz.
  • Internet kijken voor elektrische open haard.
  • Oude pendule voor op schoorsteen. Kapot of niet opwinden. Irritant getik!
  • Donkergroen streepbehang vinden. Met bloemen? Franse lelie?
  • Oud leesbrilletje zien te vinden.
  • Schouw maken voor (elektrische) open haard.
  • Stoof opzoeken. Zolder!
  • Kostenplaatje maken.
  • Een vrouwmens die mij kan verzorgen, waar ik tegen kan mopperen, die het voor zoete koek slikt als ik zeg dat vroeger alles beter was en die toch van mij houdt. Zo eentje waarmee ik niet met maar ook niet zonder kan leven. Bejaardenhuis? Internet? Datingsite?
  • …………?

 

© peter gortworst / aug. 2017
afbeelding kater: nl.123rf.com
afbeelding bril: veiling.catawiki.nl

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , , , , | 7 reacties

Opa en oma

Hij zit op de rand van het logeerbed en kijkt naar zijn kleinzoon. De zwarte krulletjes fris gewassen, rozig en moe maar nog klaar wakker. De eerste nacht bij opa en oma, een vreemd bed en andere geluiden van die van buiten komen en rond dansen in een kamer die je niet kent.
‘Moet opa een verhaaltje vertellen?’
Hij knikt gelukzalig van ja en nestelt zich bijna helemaal onder het dekbed.

Toen ze, kort geleden, even bij hun dochter en schoonzoon koffie hadden gedronken, vertelde zij dat er een personeelsfeest aan zat te komen wat twee dagen ging duren. Ze wilden daar graag heen en of het een bezwaar was dat Shankar één nachtje bij hun zou slapen. Het was natuurlijk absoluut geen bezwaar. Integendeel zelfs. Ze vonden het leuk en al snel waren de afspraken gemaakt.

Met een enorme weekendtas, vol met kleren, knuffels en een cadeautje voor opa en oma wordt de kleinzoon thuis afgeleverd. Zijn fietsje, wat nog net in de kofferbak past, zet pa in het voortuintje, kussen smakken, vermanende en aanmoedigende woorden klinken als afscheid en het feest kan beginnen.

Oma heeft zich zorgen gemaakt over de invulling van die twee dagen. Gaat het kind zich niet vervelen? Er wonen geen andere kinderen in de buurt waarmee hij kan spelen en een speeltuintje is er ook niet. Wat moet je dan de hele dag met een kind doen? Als ze haar zorgen met opa deelt lacht hij haar nog net niet uit.
‘Maak je geen zorgen,’ zegt hij, ‘Ik regel wel dat die jongen zich geen moment verveelt. Maak jij het logeerbed in orde, doe de boodschappen en vergeet niet om meel, eieren en melk mee te nemen. Het lijkt mij leuk om ’s avonds, samen met hem, pannenkoeken te bakken.’
‘Wat ga je dan met hem doen?’
‘Weet ik nog niet maar ik heb nog twee weken om daarover na te denken.’

Opa heeft het druk gehad met alles te verzamelen. Op de werkbank in de schuur ligt een bonte verzameling van materialen te wachten. Als Shankar zijn logeerkamertje en zijn bed heeft gezien en een glaasje ranja heeft gedronken vraagt opa of hij ook oude kleren heeft meegekregen. Dat weet hij niet en als oma in de tas gaat kijken of daar iets bij zit is het antwoord negatief.
‘Wat ben je dan van plan?’
‘Ja, van alles en er zal vast wel iets gebeuren waardoor hij vies wordt.’
‘Nou ja, dat wassen we dan wel weer.’

Huppelend loopt Shankar achter opa aan naar de schuur.
‘Heb jij wel eens een katapult gemaakt?’ vraagt opa.
‘Nee….’ klinkt het aarzelend. ‘Wat is een katapult?’
‘Een ding om steentjes heel ver weg te kunnen schieten. Ik ga je laten zien hoe je dat maakt en hoe dat werkt. Let op.’
Opa knipt uit de oude binnenband van een fiets reepjes en laat zien hoe je die rondjes aan elkaar knoopt.
‘Ik knip en jij knoopt ze aan elkaar. Goed strak aantrekken.’
Met het puntje van zijn tong uit zijn mond knoopt de jongen de rondjes aan elkaar.
‘Ga eens staan en steek één arm uit,’ zegt opa.
Kritisch bekijkt hij de lengte van de arm en de geknoopte stukjes binnenband. Er moeten nog drie rondjes aan. Het laatste rondje is een speciale. Die knoopt opa er zelf aan.
‘Klaar!’
‘En nu?’
‘Nu gaan we steentjes schieten op de parkvijver. Wacht even.’
Shankar ziet opa over het hekje, wat zijn tuin begrenst met die van de buren, stappen. Daar graait hij een handvol kleine kiezels van het net aangelegde tuinpad. Hij stopt ze in zijn zak en klimt weer terug.
‘Mag dat wel opa?’
‘Ze zijn niet thuis dus ik kan het ze ook niet vragen. Kom mee.’

In het park legt opa de beginselen van het katapult schieten uit en al snel heeft de jongen het door. De steentjes plonsen steeds verder in het water. De eenden moeten niets hebben van die gekke plonsjes en zijn verderop gaan zitten. Plotseling pakt opa de katapult af, stopt die in zijn zak en gaat snel op een bankje zitten.
‘Kom hier zitten en denk er om: niks zeggen.’
Over het fietspad, tussen een paar struiken door, komen twee mannen op de fiets langzaam voorbij. Op hun uniform staat ‘handhaving’. Een stukje verder draaien ze om en stoppen bij opa.
‘Hebt u iets bijzonders gezien?’ vragen ze.
‘Wat zou ik hebben moeten zien?’
‘We krijgen klachten dat er op de eenden geschoten wordt. Dus misschien hebt u iemand gezien die dat zou kunnen doen.’
‘Nee, en om eerlijk te zijn: ik heb er ook niet zo op gelet. Ik zit hier gezellig met mijn kleinzoon en dat zijn momenten die je moet koesteren.’
Vertwijfelt kijken de mannen om zich heen en met een ‘Nou, dan kijken we wel verder’ stappen ze weer op de fiets.
‘We gaan naar huis,’ zegt opa, ‘Oma heeft het brood al klaar staan en vanmiddag gaan we vliegeren. De vlieger is bijna klaar. Er moet alleen nog een staart aan. Dat kan jij mooi doen.’
‘Steentjes schieten mag niet hè opa?’
‘Nee,’ bromt deze.

Als ze aan tafel zitten en gezellig een broodje eten, vertelt Shankar in geuren en kleuren aan oma hoe goed hij al steentjes kan schieten. Oma vindt het leuk tot de twee mannen van handhaving ten tonele verschijnen.
‘Mag je niet met een katapult schieten?’ vraagt ze aan opa.
Die haalt zijn schouders op en met een ‘je mag zo veel niet’ probeert hij de gebeurtenis te bagatelliseren.
‘Denk er om dat je je gedraagt!’ sist ze opa toe. ‘Ik wil niet dat je hem verkeerde dingen leert!’
‘Straks gaan we vliegeren. Dat mag gewoon hoor.’
‘Misschien vindt Shankar het wel veel leuker om met oma boodschappen te gaan doen?’ fleemt ze maar deze is zich niet bewust van de klaarblijkelijke strijd om de qualitytime.
‘Ik wil met opa vliegeren.’
Wanneer oma naar opa kijkt, doet deze geen enkele poging zijn brede grijns te onderdrukken.

Het vliegeren ging goed maar was van korte duur. Toen eindelijk de staart genoeg gewicht aan plukken gras had om mooi stil in de lucht te staan, bleek het 250 meter lange touw door opa niet vastgemaakt te zijn aan het eigenhandig gefabriceerde blok. Gewoon vergeten. Ze konden de vlieger nog lang nakijken. Hij stond best wel hoog en dan duurt het lang voordat deze uit het zicht is verdwenen. Met de belofte dat opa een nieuwe maakt gaan ze huiswaarts.

Oma heeft thee gezet en denkt eindelijk te kunnen genieten van haar kleinkind. Shankar kan echter maar één ding tegelijk. Hij heeft zijn tekenblok uit de grote tas gevist en is druk met het tekenen van vijvers met eenden, vliegers en handhavers op de fiets. Dat én praten met oma gaat niet goed samen dus veel meer dan een ‘ja’ of een ‘nee’ komt er niet uit.

Tegen zessen gaat opa pannenkoeken bakken en natuurlijk helpt Shankar mee. Dat het hele aanrecht langzaam een witte waas van bloem krijgt, de klodders beslag op het fornuis ruim voldoende is voor nog twee pannenkoeken en de gootsteen vol ligt met nog af te wassen gereedschap mag de pret niet drukken. De pannenkoeken zijn heerlijk en er wordt gesmuld.

Het is bedtijd. Opa brengt Shankar naar bed en als deze ligt, vraagt opa of hij nog een verhaaltje moet vertellen. Hij knikt gelukzalig van ja en nestelt zich bijna helemaal onder het dekbed.

Oma is druk met het opruimen van de keuken en ze verbaast zich erover hoe het toch mogelijk is dat iemand er zo’n troep van kan maken. Als de deur van de keuken open gaat wil ze beginnen aan haar preek maar tot haar schrik staat daar Shankar in zijn pyjama.
‘Waar is opa!?’
‘Opa snurkt in mijn bed.’
Ze gaat naar boven en vindt haar man half liggend op het logeerbed.
‘Wacht maar even,’ zegt ze zachtjes tegen Shankar, ‘Dit lossen we zo op.’
Ze tilt de benen van opa in het bed en dekt hem toe met een extra deken. Dan neemt ze Shankar mee naar hun eigen slaapkamer en stopt hem daar onder de dekens. Ze knuffelt haar kleinzoon en leest een lief verhaaltje voor. Als haar kleinzoon bijna in dromenland is, aait ze zachtjes de zwarte krulletjes en geeft ze voorzichtig een zoen op zijn voorhoofd. Ze kijkt naar hem en wanneer hij slaapt gaat ze zachtjes de kamer uit. Opa ligt er bij zoals hij is achtergelaten en met een glimlach van opperste voldoening doet ze het licht uit en gaat de deur dicht.

 

© peter gortworst / aug. 2017
afbeeldingen: www. groupon.nl http://www.rtvpurmerend.nl

 

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , , , , , | 3 reacties

Stempels

Ik tel noch de dagen, noch de uren of de weken tot mijn pensioen. Het gaat zo al snel genoeg en dat is aan de post te merken. Geen aanbiedingen van of voor een 65+ pas, geen Superangebot van een met zijde gevoerde kist maar papieren van pensioenfondsen en de SVB. Helaas, ik heb drie pensioenfondsen en gelukkig maar één AOW.

Een gek kan meer vragen dan tien wijzen kunnen beantwoorden dus stel je even voor hoe het is als drie gekken het moeten doen met één wijze. Nu valt er, met een beetje goede wil, best wel antwoord te geven op al hun vragen. Je gaat er een avond voor zitten en spit vervolgens door gegevens die je, omdat je slecht dingen weg kan gooien, toevallig nog hebt. Ze zitten weliswaar in dozen die na drie verhuizingen nog steeds in die eerste doos zitten en die je, na de derde avond dat je er voor bent gaan zitten eindelijk vindt maar dat geeft niet. Het geluksgevoel dat je een uitkerende instantie blij kan maken doet een hoop.

Eén fonds kwam erachter dat wanneer ik het tijdelijke voor het eeuwige of het grote niets verwissel, er geen rechthebbende nabestaanden zijn die aanspraak kunnen maken op pensioen. Dit betekent dat mijn uitkering 8 euries per maand hoger wordt. In plaats van dit gewoon mee te delen krijg ik een nieuw pak papieren in huis met precies dezelfde vragen. Over drie weken willen ze het ingevuld weer terug.

Nu willen ze allemaal één ding extra. Bij het in elkaar zetten van Het Europa is men vergeten dat het best wel handig zou kunnen zijn elkaar op de hoogte te houden van het wel en wee van de eigen landgenoten in den vreemde. Elke verjaardag doorgeven, het winnen van de loterij of de aankoop van een fiets is niet nodig maar wel of de bewuste landgenoot/genote nog in leven is. Blijkbaar is men dit vergeten, het is te ingewikkeld, praktisch niet uitvoerbaar, privacygevoelig of gewoon lastig.  Ik krijg als ‘in het buitenland wonende Nederlander’ dus elk jaar van elk van de drie fondsen en het SVB een formulier waarmee ik zelf naar het gemeentehuis moet om met een warme handdruk te bewijzen dat ik nog besta. Dit jaar dus 1 extra vanwege die 8 euries.

Gelukkig gaat het er hier gemoedelijk aan toe. Je loopt het kantoor binnen en daar zitten meestal drie en soms vier Staatsbeamten te werken aan hun bureau. Zonder twijfel zijn dat belangrijke werkzaamheden en toch, hoe klantvriendelijk kan je zijn, mag je zomaar op de stoel gaan zitten die bij elk bureau klaar staat. Het papierwerk wat nodig is voor een miljoeneninvestering teneinde de renovatie van de dorpskern te bekostigen, het becommentariëren van de vergunningaanvraag behorend bij ener casinobaas die droomt van een Las Vegas just across the border of het bezwaarschrift van de nonnen die last hebben van de flikkering op hun zorgvuldig gepoetste ramen veroorzaakt door de nieuwe goudglimmende haan op de protestantse kerktoren, wordt bereidwillig ter zijde geschoven en met een echte glimlach wordt gevraagd wat men voor jou kan doen.

Met enige schroom overhandig ik het formulier ‘Bewijs van in leven zijn’. Weer één want ze sturen ze nooit allemaal tegelijk op en sparen gaat ook niet want er zit een deadline (!) op die dingen. Een soort THT-datum. Mijn paspoort wordt bekeken en dan gaat men, al vinkjes zettend, vliegensvlug door alle vragen heen. Wat ze niet weet staat in de computer en als dat gedaan is komt het leukste van het bezoek: de stempelmolen wordt naar voren gehaald!

 

Een stempel met de datum. Boem. Een stempel van het gemeentehuis. Boem. Een stempel van de burgemeester. Boem. Een stempel met het wapen van de Samtgemeinde. Boem. Een stempel met de handtekening van de Staatsbeamte. Boem.

 

Met een vriendelijke glimlach krijg ik alles weer terug en elkaar een schönen Tag wensend vertrek ik. Thuis alles in de goede enveloppe doen en niet vergeten de brief klaar te leggen om, zodra ik de grens weer eens passeer, langs de brievenbus te gaan.

Ik heb mij verheugd over het feit dat ik straks niets meer moet. Dat gaat dus niet gebeuren. Nou ja, vier keer per jaar bij de gemeente langs is nog wel te doen maar als AOW-er kan je het daar nog razend druk mee hebben. Dat weet ik nou al!

 

© peter gortworst / juli 2017
afbeelding: http://www.decofrills.nl

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , | 9 reacties

Gedoe

Ze zijn bewust niet zo heel vroeg vertrokken. De route naar het zuiden bevat niet heel veel knooppunten waar ze in een file terecht zouden kunnen komen, maar zekerheid voor alles. Het is altijd een heel gedoe om met een caravan achter de auto uit de lange rij vrachtwagens te komen en doe je dat niet dan zie je met leedwezen de linker rij met de nodige snelheid aan je voorbij komen. Dat geeft erger en dat wil je in de vakantie natuurlijk voorkomen. Rustig aan maar wel doorrijden is het devies.

De camping voor de overnachting in Luxemburg is, dank zij het bejaarde navigatiesysteem, snel gevonden. Hij had zich laten vertellen dat het navigatiesysteem op hun nieuwe telefoon beslist beter was maar de angst om met een giga telefoonrekening opgescheept te zitten na hun vakantie, had hen doen besluiten dit nieuwe speeltje met lader, snoer en koptelefoon in het speciaal aangeschafte etui te laten zitten. De telefoon staat op de vliegtuigstand dus daar kan niets mee gebeuren.

 

Na het eten zitten ze onder de luifel van hun caravan. Zij heeft het nieuwe puzzelboekje ter hand genomen en hij kijkt de folder door die ze bij het inschrijven hebben gekregen.
‘Ze hebben hier wifi,’ zegt hij.
‘Ja?’
‘Dan kan je gratis op internet. Nieuws en de buienradar kijken en zo.’
‘Nou, dan doe je dat toch….’

Voorzichtig haalt hij het apparaat uit het etui, voert de toegangscode in en met de folder van de camping als leidraad schakelt hij de wifi in.
‘Hij wil een beveiligingsupdate uitvoeren,’ merkt hij op.
Ze kijkt op van haar kantoor met zes letters en zegt: ‘Dat zal wel nodig zijn na die virusaanval van de laatste dagen. Hoe doe je dat?’
‘Gewoon, op nu uitvoeren drukken, denk ik.’
‘Oke,’ en als een zangstem een bas is, begint kantoor met een b en zou dat best eens bureau kunnen zijn.

Het duurt lang voordat de telefoon klaar is zodat hij besluit een rondje over de camping te maken. Bij terugkomst is de koffie en de telefoon klaar. Hij start het apparaat op en als er een code wordt gevraagd type hij deze in. Het duurt even maar dan ziet hij dat de telefoon een andere code vraagt dan hij dacht en dat hij nog twee pogingen over heeft.
‘Hij vraagt een code voor de simkaart,’ zegt hij.
‘Die weet je toch? Dat is toch 5154?’
‘Nee, dat is de gewone code. Dit moet een andere zijn.’
‘O, dat is dan vier keer nul. Is op mijn werk ook altijd zo.’
Gehoorzaam typt hij vier keer de nul en heeft nog één poging over.
‘Wat nu?’ vraagt hij.
‘Hebben we niet de code van de Visa gebruikt bij het in gebruik stellen?’ vraagt zij.
Ze weten het niet en als na rijp beraad besloten wordt dat het de pincode van haar betaalpas is, vraagt de telefoon om een pukcode.
‘Die ligt thuis,’ weet zij.

De telefoon ligt op het campingtafeltje en nadenkend nipt hij van de koffie.
‘Ik ga je moeder even bellen. Die heeft een sleutel en kan even gaan kijken naar die code. Ze hebben hier vast wel een telefoon die ik even kan gebruiken.’
Ze schrikt op van haar steltloper met als tweede letter een u.
‘Dat doe je niet! Dat kan niet!’
Verbaast kijk hij haar aan. ‘Waarom niet?’
‘Ik heb die papieren in de doos gedaan die in de linnenkast op de slaapkamer ligt.’
Het duurt even maar dan gaat hem een lichtje op.
‘Waar dat boek van de vijftig tinten in zit met die spulletjes die daar bij horen?’
‘Ja,’ zegt ze en ze krijgt zowaar blosjes op haar wangen.
‘Hoe kom je er nu bij om het daar te verstoppen? Ha, je moeder krijgt een rolberoerte als ze dat ziet en de buren kunnen we dus ook niet bellen. Maar wat doen we nu? Geloof het of niet maar die telefoon hebben we wel nodig. Alle campingadressen staan er in, we kunnen geen foto’s maken, de kinderen niet bellen en God verhoede dat we pech krijgen. Dan zijn we helemaal in de aap gelogeerd!’

Er zit niets anders op. Hij stapt in de auto en vertrek naar Nederland. ’s Nachts om één uur zijn er niet veel mensen meer wakker maar hij parkeert zijn auto toch maar een straat verder. Hij sluipt zijn eigen huis in en gaat op de tast naar de slaapkamer. Als hij het gordijn gesloten heeft kan het licht aan en zoekt hij het papiertje met de pukcode. De telefoon leeft weer en hij zet hem met de lader in het stopcontact op het nachtkastje. Als hij om vier uur weg gaat is hij verdwenen voordat iemand in de straat wakker wordt, heeft hij geen last van files en weer bijtijds op de camping.

De wekker wekt hem om half vier. Hij rammelt van de honger maar het enige wat een beetje voedzaam zou kunnen zijn is een pak houdbare chocolademelk. Hij drinkt zo uit het pak want een vuil glas is natuurlijk verdacht als de buren de plantjes water komen geven. Hij sluipt het huis weer uit en rijdt tegen achten de camping weer op.

‘Is het gelukt?’ vraagt ze.
‘Ja,’ zegt hij trots en geeft haar het etui met de telefoon.
‘Ik heb onderweg al wat gegeten maar een kop koffie met een broodje zou er best in gaan.’
‘Goed,’ zegt ze terwijl ze in het etui kijkt. Dan vraagt ze aarzelend: ‘Waar is de lader?’

 

©peter gortworst / juli 2017
afbeelding: de.freepik.com

 

 

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , , , , , , | 6 reacties

Jeugd van toen

Het station is er al lang niet meer. Van de treinen waarvan de deuren tijdens het rijden gewoon open konden, staat er nog één in het spoorwegmuseum. De slimmigheden wetende forens van toen is een man op leeftijd geworden. Het is nu technisch onmogelijk maar los daarvan zal hij het nu niet meer in zijn hoofd halen om bij aankomst van de trein, er uit te springen voordat de trein stil staat. Richting stad moest je altijd voorin gaan zitten en op de terugweg helemaal achterin. Je was dan het snelst bij de uitgang. De controleur die altijd bij de uitgang zat kon gelukkig nooit zien wat voor capriolen je uithaalde en dat was maar goed ook. Het was levensgevaarlijk weet hij nu. Je zal maar struikelen of tegen iemand opbotsen.

Het begin van de straat herkent hij niet meer. De brug, even verder op, nog wel. Het beeld van Jan Wolkers staat nog steeds op zijn ronde sokkel. Aan de andere kant van de brug was de melkcentrale. Daar tilden in de vroege morgen de melkmannen hun melkbussen op hun karren en later in hun VW-busjes. Een paar kratten yoghurt, rotatormelk en vla. Niks geen gedoe met halfvol of mager. Melk was melk en yoghurt was yoghurt. Met een maatbeker van een halve liter werd het bij de huizen in de melkkokers gedaan. Altijd een scheutje toe want iets te veel mocht wel maar iets te weinig absoluut niet. Alleen in de zomermaanden moesten de huisvrouwen naar de kar komen. Met een bel ging de melkboer door de straat. Een paar zomers mocht hij helpen. De bel luiden en de klanten bedienen. Aan het eind van de dag mee naar de centrale om de melkbussen schoon te maken met een onverantwoorde hoeveelheid chlooroplossing. Na elke week werd hij beloont met een paar klinkende rijksdaalders.

De drukkerij is er ook niet meer en ineens mist hij de hoge populieren. Er staan wel bomen maar die halen het niet bij die machtige bomen van toen. Hij passeert het huis waar de dominee woonde. Nog steeds een imposante woning. Hij herinnert zich de keer dat hij, kort na nieuwjaarsdag, daar aan de deur stond. Wat hij daar moest weet hij niet meer maar hij werd gevraagd naar binnen te komen. De domineesvrouw wilde weten of hij wel een oliebol lustte. De oliebol was koud en de binnenkant niet gaar. Het beslag liep er in een dikke druppel uit. Daar kon je natuurlijk niets van zeggen. Het waren per slot van rekening oliebollen van de dominee.

Naast de dominee woonde de huisarts. Toen al een oude man die zelden uit zijn stoel kwam. Hij bekeek je over zijn leesbrilletje, hoorde je verhaal aan, schreef een onleesbaar recept uit en met de vermelding dat, wanneer het over een week niet over was, je maar terug moest komen, kon je gaan. Achteraf gezien deed die arts het niet verkeerd. Hij is als patiënt tenminste niet overleden aan kwalen die door hem niet geconstateerd zijn. Slechts één keer heeft hij de man buiten zijn stoel gezien. Een daverende oorontsteking die op zaterdagavond opwachting maakte, dwong de arts actief te worden. Met een kijkbuisje gluurde hij in het oor en met een recept voor de weekendapotheek was voor hem de zaak afgedaan. Hij probeert zich te herinneren of deze arts al op afspraak werkte. De tandarts die een klein stukje verder zijn praktijk had in ieder geval niet. Twee maal per jaar werd je geacht daar te verschijnen. In de praktijk kwam het er op neer dat je zo vroeg mogelijk heen ging en in de al aanwezige mensenmassa schuchter de vraag stelde: “Wie is de laatste?” Zodra deze zich melde was het zaak hem of haar goed in de gaten te houden. Het gebeurde namelijk wel eens dat deze zich opgeofferd had voor liefhebbende man of vrouw en zodra deze ten tonele verscheen was jouw ‘laatste’ plotseling verdwenen. Aan de tandarts zelf heeft hij alleen maar slechte herinneringen. Zijn zwakke gebit leverde bij elk bezoek een waslijst op van onbegrijpelijke termen. Het enige wat hij, liggend met samengeknepen handen in de stoel deed, was tellen. Drie of meer was een vervolgafspraak voor een behandeling zonder verdoving maar wel met een preek over het onderhoud van de bijtertjes. Het hielp niet. Poetsen was een zinloze bezigheid. Fluoride moest nog uitgevonden worden.

De tandarts woonde een stukje verder op. Schuin tegenover de kerk. Speciaal voor hem werd er soms een oud glazen raam bewaard. In de luilaknacht bonsde deze patiënt op de ramen van zijn huis en onder het met donkere stem roepen van: “Hé! Luilak! Wakker worden!” werd de glasplaat zo hard als het kon op de stoeptegels gegooid. Verstopt achter de auto’s aan de overkant van de straat zag hij dan de tandarts naar buiten rennen, zijn ramen inspecteren en even later met bezem, stoffer en blik de glasscherven in de metalen asemmer deponeren. De luilakbol smaakte dan extra goed.

Hij heeft het reclamebureau gemist. Hij is de naam vergeten maar weet nog wel dat de eigenaar in zijn vrije tijd theologie studeerde en ook werkelijk diverse kansels heeft beklommen. Er werd in zijn kringen daarom bewonderend over deze man gesproken. Iets wat hij toen niet begreep en nu nog steeds niet. Zijn er gradaties in herinneringen? Het feit dat één van zijn zonen onder de wielen van een vrachtwagen is gekomen is hem meer bijgebleven dan die studie van zijn vader. Zijn zoon was maar iets ouder dan hij. De oorzaak van zijn dood intrigeerde hem toen meer dan het overlijden zelf.

De kerk is er nog maar behoort niet meer aan de protestante gemeente. Hier liggen zo veel herinneringen dat hij aan de overkant stil blijft staan om, al kijkend naar dit overbekende gebouw, de meeste even de revue te laten passeren. De drie dubbeltjes en één stuiver voor de collectes, de vaste plaatsen aan de zijkant bij de metalen paal, de verveling, de klok die oneindig langzaam ging en de drie pepermuntjes die altijd snel op waren, de gaanderij waar de jeugd zat en het soms zo rumoerig was dat de dominee de preek moest onderbreken, het orgel met het fantasieloze orgelspel, diensten waarin het avondmaal ‘gevierd’ werd en die eindeloos duurden en het ‘denk er om dat je je gedraagt’ omdat de inkomsten van zijn ouders in hoge mate afhankelijk waren van kerkelijk gelijkgezinden.

Het heeft hem niet belet om later als vrijwilliger behoorlijk actief te worden. Niet om de ingedutte goegemeente in slaap te houden maar om ze wakker te schudden. Het geloof zelf was niet zijn drijfveer. De organisatie des te meer. Wat is er mis met een dominee die homo is? Hoezo geen kinderen aan het avondmaal? Hoe kan een diaconie stinkend rijk zijn terwijl er, ook in de kerk, mensen zijn die geen scherf hebben om hun kont te krabben? Waarom doen wij zaken met een bank die ook de wapenindustrie als klant heeft? De kerk bezoekt hij niet meer. Zijn geloof in God is er nog wel maar hij krijgt aan zichzelf niet goed uitgelegd hoe dat er dan uit ziet. Het is in ieder geval niet meer het geloof der vaderen. Het is zelfs verre van dat.

 

Het bankgebouw op de hoek heeft hij nog gebouwd zien worden. Het staat op houten palen. De laatste paal moest met klap gevierd worden. Op de paal werd een heel pak lucifers gelegd en het houten heiblok moest de ontploffing in gang brengen. Het mislukte jammerlijk.

De voetbalsteeg tussen het weeshuis en de meubelzaak is er nog. Van de brede steeg in zijn herinnering blijft echter niet veel over. Een vrachtwagen zal moeite hebben om hier achteruit in te parkeren.

Dan slaat hij de hoek om. Zijn oude woning met de dubbele winkelramen, het grote raam van de woning daar boven, de dakkapel waar hij soms via een dakraam naar toe klom en, liggend op het dakje, je de hele straat mooi kon bekijken, de smalle steeg die toegang gaf naar de achterdeur en de tuin, is er niet meer. Er wordt, blijkens een groot bord, gebouwd aan een flink aantal meters winkeloppervlak en een paar appartementen met riant uitzicht op het water.

Nee, in hem sterft er geen klein stukje af. Zijn herinnering vult het zichtbare gat. Dan draait hij zich om en gaat. Er is nog zo veel te zien waaraan hij wel herinneringen heeft. Goede en slechte en geen van beiden doen hem terugverlangen naar dat wat er eens was.

 

©peter gortworst / juni 2017
foto beeld: http://www.europeana.eu
foto orgel: maker onbekend

 

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , , , , , , , , | 2 reacties

Ongedierte

Het einde van een warme dag. Er is vandaag hard gewerkt. Schoon en rozig wil ik mijn bed instappen. Een schoon bed. Vanmorgen gelijk alles in de wasmachine gedaan en het bed opnieuw opgemaakt.

Ik sla het laken terug en zie een rond dopje op het onderlaken liggen. Zonder bril is de wereld wat wazig dus ik buk mij om te zien wat dat voor dopje is. Het is een spin en nog een forse ook. Een enorm bol achterlijf, niet van die hele lange pootjes, een kleine kop en lichtbruin. Hij, daar ga ik gemakshalve maar even van uit en vraag niet waarom, zit doodstil. Nog wel, denk ik. Per slot van rekening is hij ergens vandaan gekomen en daar ik standaard bijna alle ramen open of op kierstand heb staan, lijkt het mij dat het beest van buiten is gekomen.

Ik ben niet zo van gelijk doodmeppen. Spinnen zijn uiterst nuttige dieren dus onbeschadigd naar buiten werken is de eerste optie. Nu ben ik een grote, sterke en bij tijden een stoere vent maar deze spin met de blote handen oppakken gaat mij iets te ver. In de badkamer ligt wc-papier en dat lijkt mij voldoende afscherming tussen zijn en mijn huid. Ik vermoed dat mijnheer aan de wandel gaat wanneer ik in de badkamer dat velletje wc-papier haal en sla daarom het laken voorzichtig terug. Als er al gelopen wordt gaat het in ieder geval niet snel.

Met papiertje in de aanslag kom ik terug en sla voorzichtig het laken weer op. Hij is weg. Ik trek meer laken van het bed want misschien is hij richting voeteneind gekropen. Niet dus. Dan til ik voorzichtig mijn kussen op en ziet: daar is hij. Nu moet er kordaat gehandeld worden. Ik drapeer het velletje papier over hem heen en met de vingers en de duim vouw ik het onder de spin. ‘Plof’ voel ik en als ik het papiertje optil ligt er op mijn schone laken een lichtbruine natte plek met een donkere stip in het midden.

Hoe heb ik het nu? Was dit een geradicaliseerde spin? Ik heb beslist niet in de spin geknepen en toch is hij ontploft. Ik kijk in het papiertje en het enige wat ik nog als herkenbaar kan herkennen zijn een paar pootjes. De rest is bruine smurrie.

Ik gooi het papiertje met stoffelijke resten in de wc. Trek het laken van het bed en ga op zoek naar een ander. Maak het bed opnieuw op, schuif tussen de lakens en dwing mijzelf om aan werk te denken. Ook niet leuk maar beter dan een ontploffende spin.

 

© peter gortworst / mei 2017
foto: http://www.powned.tv 

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , | 7 reacties

Verdomme

Mijn geliefde viswinkel heeft een heus terras met glimmende ronde tafeltjes en grote parasols als het tenminste niet hard waait. In de winkel heb ik een lekkerbekje en een haring besteld. De haring heb ik binnen al opgegeten en nu zit ik buiten aan een tafeltje om het gebakken visje te verorberen.

Ik trap er weer in. Als je ouder wordt, zou ook de wijsheid met sprongen omhoog moeten gaan maar bij mij schijnt dat niet te mogen. De vis is heter dan ik dacht en dat is dus niet de eerste keer dat mij dat overkomt. Ik hang met half open mond en tranende ogen schuin voorover in een poging de hap vis tot sliktemperatuur te verlagen. Leer dat nu toch eens, druiloor!

‘Bent u Peter Gortworst,’ hoor ik een vrouwenstem vragen.
Ik kijk op en voor mijn tafeltje staat een dame. Een hele keurige dame van ongeveer mijn leeftijd, zorgvuldig opgemaakt en zeer netjes in de kleren. Ik knik, wijs naar mijn mond en probeer met ‘hhoeh, hhoeh…. heet’ duidelijk te maken dat er van enige conversatie even geen sprake kan zijn.
‘Juist,’ zegt ze en ongevraagd gaat ze tegenover mij zitten. Ik slik de hap vis door en voel hem langs mijn borstbeen richting maag glijden. Dat kan nooit gezond zijn.
‘Ik ben mevrouw Koster,’ zegt ze en steekt haar hand uit.
Helaas, ik eet met mijn vingers.
‘Sorry,’ zegt ik en steek mijn hand, die glimt van het vet, even omhoog.
Ik heb nog geen zweem van een glimlach bij haar kunnen ontdekken en mijn glimmende hand verslechterd haar gezichtsuitdrukking richting afkeuring.
‘U heeft er toch een vorkje bij gekregen?’
‘Die gebruik ik nooit. Ze breken altijd en bovendien is vis lekkerder als je het met je handen eet. Hoe weet u trouwens mijn naam?’
‘Ik herken u van de foto bij uw blog.’
‘O, u bent één van mijn lezers? Wat leuk!’
‘Ja, en heeft u veel lezers of volgers?’
‘Ik weet niet of je mijn aantallen veel of weinig kan noemen. Elke lezer is mij dierbaar.’
‘Dus niet. Dat verbaast mij niets.’

Ik val even stil. Als mevrouw Koster een kritische lezeres is moet ik mijzelf even omschakelen naar begripvol luisteren, niet vanuit de heup op kritiek gaan schieten en de alles oplossende zin ‘dan ga ik nog beter mijn best doen’ alvast klaar leggen.
‘U schrijft soms van die rare verhaaltjes die nooit echt plaats hebben kunnen vinden.’
‘Zoals….?’
‘Pratende vogels, engelen, het hiernamaals, een vrouw die een gierzwaluw is…. dat soort dingen gebeuren toch niet echt?’
‘Nee, dat klopt. Die verzin ik gewoon en iets verzinnen is heel leuk.’
‘Maar er gebeurt toch genoeg? Kijk om je heen en de verhalen liggen voor het opscheppen. De echte verhaaltjes die u schrijft, die vind ik wel leuk. Die herken ik en soms zijn ze echt mooi.’
‘Kijk aan. Dat doet mij deugd. Maar weet u wel dat er andere mensen zijn die de verzonnen verhaaltjes ook waarderen? Ik zal u een geheimpje verklappen: ik schrijf omdat ik het schrijven leuk vind. Het is mijn hobby en als andere mensen het leuk vinden om ze te lezen is dat alleen maar mooi. Net als een sporter. De sport is leuk om te doen en als anderen van zijn spel genieten is dat een plezierige bijkomstigheid.’

Ze kijkt mij nadenkend aan.
‘U bent zeker niet christelijk?’ vraagt ze dan.
‘Wablief?!’
‘U gebruikt soms zinnen of woorden die duiden op een christelijke achtergrond maar dat klopt niet met de rest.’
Ik kijk haar zwijgend aan in de wetenschap dat er meer komt.
‘In uw laatste verhaaltje schreef u de zin ‘als een hijgend hert der jacht ontkomen’. Dat komt uit een psalm. Maar u schrijft ook over homo’s en lesbische vrouwen, gebruikt krachttermen en in één verhaaltje staat zelfs een hele lelijke vloek. Niet netjes en zeker niet christelijk! Dat bent u toch wel met mij eens?

Moet ik nu bij een lekkerbekje wat koud ligt te worden een discussie aangaan met iemand die waarschijnlijk een onwrikbare mening heeft? Iemand die weet hoe het hoort en rotsvast gelooft in haar eigen gelijk. Verloren energie.
‘Mevrouw Koster, die vader die zijn dochter verloren heeft, kon zijn ‘Heer, ontferm U’ niet anders bidden dan met een knetterend ‘godverdomme’ en homo’s en lesbiennes kom ik ook op uw straat tegen en ja, u heeft gelijk: de verhalen liggen zomaar voor het oprapen. Ook die. Ik zie ze. U misschien niet. Ik schrijf ze op vanuit mijn achtergrond en niemand verplicht u om ze te lezen. En nu wil ik mijn visje opeten.’

Ik gun haar geen blik meer waardig. Ze gaat staan, schuift haar stoel naar achteren en vergeet dat het terras een afstapje heeft. Ze zwikt door haar enkel en valt op handen en knieën.
‘Auw, verdomme! Wat een rottig afstapje!’

Toch eens een verhaaltje over karma schrijven.

©peter gortworst / mei 2017
foto: http://www.koffiepartners.nl

Geplaatst in korte verhalen | Tags: , , , , , , , , , | 7 reacties