De ongelukkigen

Het is kort na sluitingstijd van de winkels als hij op een bankje gaat zitten in het stadspark. Doelloos door de winkelstraat slenteren, aanbiedingen zoeken bij C&A en boeken bekijken die hij toch maar niet koopt, maken een zomerse avond voor een zeventigjarige vermoeiend. Op het grasveld voor hem speelt een vrouw met haar hond. Nou ja, hondje. Een klein wit mormel dat verbazend rap jacht maakt op een balletje. In de muziektent aan de andere kant van het grasveld zitten een stel pubers. Hij hoort ze vanaf hier met elkaar praten maar hij verstaat er geen woord van. De zanglijster in de hoge kastanjeboom achter hem hoort hij wel en dat doet hem goed.

Van rechts komt er een man aanlopen. Nou ja, lopen… het is meer strompelen. Hij leunt zwaar op zijn stok en is overduidelijk ook de jongste niet meer. Vlak voor hem houdt hij stil.
‘Kan ik er even bij komen zitten?’ vraagt hij.
‘Ja, natuurlijk. Plaats zat.’
Driebeen laat zich met een zware plof op het bankje vallen.
‘Hè hè. Ik zit,’ deelt hij mee.
‘Moe?’
‘Ja. Maar dat is niet erg. Conditie opbouwen hè. Elke dag lopen en elke dag proberen een beetje verder te gaan.’
De man zwijgt.
‘Dat klinkt stoerder dan het is hoor,’ zegt Driebeen, ‘Ik ga soms helemaal niet en ik loop ook niet elke dag een beetje verder. Het is maar net hoe ik mij voel en vandaag is dat klote.’
‘Omdat?’
‘Omdat mijn auto vanmorgen stuk is gegaan. Iets met de turbo. Kost mij minstens achthonderd euries en die heb ik even niet.’
‘Ja, da’s klote.’
‘Ach joh, iedereen heeft wel eens wat. Toch?’
De open vraag verleidt de man.
‘Klopt. Ik heb vandaag weer veel last van mijn tinnitus.’
‘Je wàt?’
‘Een pieptoon in mijn oor. Die is er altijd. Soms hard, soms zacht maar nooit weg.’
‘Oh? Lijkt mij lastig.’
‘Is het ook. Wat is er met je been?’
‘Is gaan hemelen. Ik moet het nu doen met een prothese.’

Beiden zwijgen even. De informatie moet verwerkt worden voordat er verder kan worden gegaan.
‘Ik heb nu een kleine week al geen werk meer. Ze hebben mij ontslagen,’ zegt de man.
‘Werkte jij nog dan?’ vraagt Driebeen.
‘Ik moet wel. Kom anders niet rond.’
‘En waarom hebben ze je ontslagen?’
‘Ik begin dingen te vergeten. Ik werkte achter de balie bij een elektrotechnische groothandel en als een klant iets wilde hebben en ik dat ophaalde uit het magazijn, vergat is soms wat ik moest gaan halen. Of ik vergat dat ze bijvoorbeeld vier schakelaars moesten hebben en kwam er met twee terug.’
‘Ja, dat krijg je als je ouder wordt. En nu?’
‘Weet ik nog niet. Houtje bijten denk ik.’

Weer zwijgen beiden.
‘Mijn vriendin is bij mij weg,’ zegt Driebeen, ‘Nou ja, niet echt weg want we woonden niet samen maar ze wil mij niet meer zien.’
‘Oh? Da’s ook wat!
‘Ik denk dat ik teveel ging mankeren en dat ze dat niet trok.’
‘Wat heb je nog meer dan?’
‘Sinds twee weken heb ik suiker.’
‘Joh! Heb ik ook maar met pillen gaat het goed. Ik hoef niet te spuiten of zo…’
‘Bofkont. Ik moet dat wel.’
‘Da’s klote!’

Het gezamenlijke leed maakt dat beide heren in gedachten verzonken raken. Driebeen krabbelt als eerste op.
‘Is er nog meer shit?’ vraagt hij.
‘Mijn poetsvrouw is er mee gestopt. Ik heb nu een ander. Een dragonder van een wijf die mij de oren van de kop klets en amper wat doet. Die denkt dat koffiedrinken ook werken is.’
‘Dan stuur ik de mijne wel,’ grijnst Driebeen, ‘Dat is een schat van een meid. Ze werkt als een paard. Helaas ziet ze er ook zo uit en dat is wel jammer.’
Ze moeten er beiden om lachen.

‘Kom,’ zegt Driebeen, ‘Ik moet weer eens verder.’
Moeizaam komt hij omhoog.
‘Weet je,’ zegt hij, ‘Jij en ik, we hebben in ons leven al zo veel meegemaakt. De shit waar we nu in zitten is ook maar tijdelijk. Dit overleven we vast ook nog wel.’
‘Ja, waarschijnlijk wel. Komt tijd komt raad toch?’ zegt de man.
‘Zo is het maar net. Nou, moin hè!’
‘Ja, moin.’

De man kijkt Driebeen na. De gouden avondzon geeft een oranje flikkering op zijn stok De zanglijster in de hoge kastanjeboom doet nog steeds zijn best. De vrouw met het hondje is verdwenen maar de pubers in de muziektent zijn er nog. Hij staat op en gaat op huis aan. Hij moet alle was nog verzamelen. Als hij het niet bij elkaar op een hoop gooit, vergeet die nieuwe poetsvrouw minstens de helft in de machine te gooien.

© petergortworst / aug. 2021

Dit bericht werd geplaatst in korte verhalen en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op De ongelukkigen

  1. Zoals gewoonlijk weer treffend geschreven. Ik hoop inderdaad dat er weer een betere tijd aan komt.

    Geliked door 1 persoon

Laat een reactie achter op Machteld Berkelmans Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s