Verdomme

Mijn geliefde viswinkel heeft een heus terras met glimmende ronde tafeltjes en grote parasols als het tenminste niet hard waait. In de winkel heb ik een lekkerbekje en een haring besteld. De haring heb ik binnen al opgegeten en nu zit ik buiten aan een tafeltje om het gebakken visje te verorberen.

Ik trap er weer in. Als je ouder wordt, zou ook de wijsheid met sprongen omhoog moeten gaan maar bij mij schijnt dat niet te mogen. De vis is heter dan ik dacht en dat is dus niet de eerste keer dat mij dat overkomt. Ik hang met half open mond en tranende ogen schuin voorover in een poging de hap vis tot sliktemperatuur te verlagen. Leer dat nu toch eens, druiloor!

‘Bent u Peter Gortworst,’ hoor ik een vrouwenstem vragen.
Ik kijk op en voor mijn tafeltje staat een dame. Een hele keurige dame van ongeveer mijn leeftijd, zorgvuldig opgemaakt en zeer netjes in de kleren. Ik knik, wijs naar mijn mond en probeer met ‘hhoeh, hhoeh…. heet’ duidelijk te maken dat er van enige conversatie even geen sprake kan zijn.
‘Juist,’ zegt ze en ongevraagd gaat ze tegenover mij zitten. Ik slik de hap vis door en voel hem langs mijn borstbeen richting maag glijden. Dat kan nooit gezond zijn.
‘Ik ben mevrouw Koster,’ zegt ze en steekt haar hand uit.
Helaas, ik eet met mijn vingers.
‘Sorry,’ zegt ik en steek mijn hand, die glimt van het vet, even omhoog.
Ik heb nog geen zweem van een glimlach bij haar kunnen ontdekken en mijn glimmende hand verslechterd haar gezichtsuitdrukking richting afkeuring.
‘U heeft er toch een vorkje bij gekregen?’
‘Die gebruik ik nooit. Ze breken altijd en bovendien is vis lekkerder als je het met je handen eet. Hoe weet u trouwens mijn naam?’
‘Ik herken u van de foto bij uw blog.’
‘O, u bent één van mijn lezers? Wat leuk!’
‘Ja, en heeft u veel lezers of volgers?’
‘Ik weet niet of je mijn aantallen veel of weinig kan noemen. Elke lezer is mij dierbaar.’
‘Dus niet. Dat verbaast mij niets.’

Ik val even stil. Als mevrouw Koster een kritische lezeres is moet ik mijzelf even omschakelen naar begripvol luisteren, niet vanuit de heup op kritiek gaan schieten en de alles oplossende zin ‘dan ga ik nog beter mijn best doen’ alvast klaar leggen.
‘U schrijft soms van die rare verhaaltjes die nooit echt plaats hebben kunnen vinden.’
‘Zoals….?’
‘Pratende vogels, engelen, het hiernamaals, een vrouw die een gierzwaluw is…. dat soort dingen gebeuren toch niet echt?’
‘Nee, dat klopt. Die verzin ik gewoon en iets verzinnen is heel leuk.’
‘Maar er gebeurt toch genoeg? Kijk om je heen en de verhalen liggen voor het opscheppen. De echte verhaaltjes die u schrijft, die vind ik wel leuk. Die herken ik en soms zijn ze echt mooi.’
‘Kijk aan. Dat doet mij deugd. Maar weet u wel dat er andere mensen zijn die de verzonnen verhaaltjes ook waarderen? Ik zal u een geheimpje verklappen: ik schrijf omdat ik het schrijven leuk vind. Het is mijn hobby en als andere mensen het leuk vinden om ze te lezen is dat alleen maar mooi. Net als een sporter. De sport is leuk om te doen en als anderen van zijn spel genieten is dat een plezierige bijkomstigheid.’

Ze kijkt mij nadenkend aan.
‘U bent zeker niet christelijk?’ vraagt ze dan.
‘Wablief?!’
‘U gebruikt soms zinnen of woorden die duiden op een christelijke achtergrond maar dat klopt niet met de rest.’
Ik kijk haar zwijgend aan in de wetenschap dat er meer komt.
‘In uw laatste verhaaltje schreef u de zin ‘als een hijgend hert der jacht ontkomen’. Dat komt uit een psalm. Maar u schrijft ook over homo’s en lesbische vrouwen, gebruikt krachttermen en in één verhaaltje staat zelfs een hele lelijke vloek. Niet netjes en zeker niet christelijk! Dat bent u toch wel met mij eens?

Moet ik nu bij een lekkerbekje wat koud ligt te worden een discussie aangaan met iemand die waarschijnlijk een onwrikbare mening heeft? Iemand die weet hoe het hoort en rotsvast gelooft in haar eigen gelijk. Verloren energie.
‘Mevrouw Koster, die vader die zijn dochter verloren heeft, kon zijn ‘Heer, ontferm U’ niet anders bidden dan met een knetterend ‘godverdomme’ en homo’s en lesbiennes kom ik ook op uw straat tegen en ja, u heeft gelijk: de verhalen liggen zomaar voor het oprapen. Ook die. Ik zie ze. U misschien niet. Ik schrijf ze op vanuit mijn achtergrond en niemand verplicht u om ze te lezen. En nu wil ik mijn visje opeten.’

Ik gun haar geen blik meer waardig. Ze gaat staan, schuift haar stoel naar achteren en vergeet dat het terras een afstapje heeft. Ze zwikt door haar enkel en valt op handen en knieën.
‘Auw, verdomme! Wat een rottig afstapje!’

Toch eens een verhaaltje over karma schrijven.

©peter gortworst / mei 2017
foto: http://www.koffiepartners.nl

Dit bericht werd geplaatst in korte verhalen en getagged met , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

6 reacties op Verdomme

  1. Je hebt helemaal gelijk. Ik krijg ook wel eens commentaar waarvan ik denk “waar bemoei je je mee”. Maar het zijn mijn verhalen. En dat is het belangrijkste.

    Liked by 1 persoon

  2. Pffffffffffffffffffffffff………………………….wat een vreemd vrouwmens.

    Liked by 1 persoon

  3. gemma1952 zegt:

    Jammer van je lekkerbek die koud werd.

    Liked by 1 persoon

  4. Rob Alberts zegt:

    Jammer, dat jij niet als barmhartige Samaritaan haar te hulp bent geschoten …

    Verwonderde groet,

    Liked by 1 persoon

  5. Haha…jij bent de schrijver en dat is het belangrijkst. Iedereen heeft wel een mening, een oordeel of gedachte of gevoel bij een verhaaltje. Blijf op jouw manier schrijven. Ik en met mij andere lezers, genieten ervan, Peter!!

    Liked by 1 persoon

  6. Marco zegt:

    Geniaal!

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s