Gedoe

Ze zijn bewust niet zo heel vroeg vertrokken. De route naar het zuiden bevat niet heel veel knooppunten waar ze in een file terecht zouden kunnen komen, maar zekerheid voor alles. Het is altijd een heel gedoe om met een caravan achter de auto uit de lange rij vrachtwagens te komen en doe je dat niet dan zie je met leedwezen de linker rij met de nodige snelheid aan je voorbij komen. Dat geeft erger en dat wil je in de vakantie natuurlijk voorkomen. Rustig aan maar wel doorrijden is het devies.

De camping voor de overnachting in Luxemburg is, dank zij het bejaarde navigatiesysteem, snel gevonden. Hij had zich laten vertellen dat het navigatiesysteem op hun nieuwe telefoon beslist beter was maar de angst om met een giga telefoonrekening opgescheept te zitten na hun vakantie, had hen doen besluiten dit nieuwe speeltje met lader, snoer en koptelefoon in het speciaal aangeschafte etui te laten zitten. De telefoon staat op de vliegtuigstand dus daar kan niets mee gebeuren.

 

Na het eten zitten ze onder de luifel van hun caravan. Zij heeft het nieuwe puzzelboekje ter hand genomen en hij kijkt de folder door die ze bij het inschrijven hebben gekregen.
‘Ze hebben hier wifi,’ zegt hij.
‘Ja?’
‘Dan kan je gratis op internet. Nieuws en de buienradar kijken en zo.’
‘Nou, dan doe je dat toch….’

Voorzichtig haalt hij het apparaat uit het etui, voert de toegangscode in en met de folder van de camping als leidraad schakelt hij de wifi in.
‘Hij wil een beveiligingsupdate uitvoeren,’ merkt hij op.
Ze kijkt op van haar kantoor met zes letters en zegt: ‘Dat zal wel nodig zijn na die virusaanval van de laatste dagen. Hoe doe je dat?’
‘Gewoon, op nu uitvoeren drukken, denk ik.’
‘Oke,’ en als een zangstem een bas is, begint kantoor met een b en zou dat best eens bureau kunnen zijn.

Het duurt lang voordat de telefoon klaar is zodat hij besluit een rondje over de camping te maken. Bij terugkomst is de koffie en de telefoon klaar. Hij start het apparaat op en als er een code wordt gevraagd type hij deze in. Het duurt even maar dan ziet hij dat de telefoon een andere code vraagt dan hij dacht en dat hij nog twee pogingen over heeft.
‘Hij vraagt een code voor de simkaart,’ zegt hij.
‘Die weet je toch? Dat is toch 5154?’
‘Nee, dat is de gewone code. Dit moet een andere zijn.’
‘O, dat is dan vier keer nul. Is op mijn werk ook altijd zo.’
Gehoorzaam typt hij vier keer de nul en heeft nog één poging over.
‘Wat nu?’ vraagt hij.
‘Hebben we niet de code van de Visa gebruikt bij het in gebruik stellen?’ vraagt zij.
Ze weten het niet en als na rijp beraad besloten wordt dat het de pincode van haar betaalpas is, vraagt de telefoon om een pukcode.
‘Die ligt thuis,’ weet zij.

De telefoon ligt op het campingtafeltje en nadenkend nipt hij van de koffie.
‘Ik ga je moeder even bellen. Die heeft een sleutel en kan even gaan kijken naar die code. Ze hebben hier vast wel een telefoon die ik even kan gebruiken.’
Ze schrikt op van haar steltloper met als tweede letter een u.
‘Dat doe je niet! Dat kan niet!’
Verbaast kijk hij haar aan. ‘Waarom niet?’
‘Ik heb die papieren in de doos gedaan die in de linnenkast op de slaapkamer ligt.’
Het duurt even maar dan gaat hem een lichtje op.
‘Waar dat boek van de vijftig tinten in zit met die spulletjes die daar bij horen?’
‘Ja,’ zegt ze en ze krijgt zowaar blosjes op haar wangen.
‘Hoe kom je er nu bij om het daar te verstoppen? Ha, je moeder krijgt een rolberoerte als ze dat ziet en de buren kunnen we dus ook niet bellen. Maar wat doen we nu? Geloof het of niet maar die telefoon hebben we wel nodig. Alle campingadressen staan er in, we kunnen geen foto’s maken, de kinderen niet bellen en God verhoede dat we pech krijgen. Dan zijn we helemaal in de aap gelogeerd!’

Er zit niets anders op. Hij stapt in de auto en vertrek naar Nederland. ’s Nachts om één uur zijn er niet veel mensen meer wakker maar hij parkeert zijn auto toch maar een straat verder. Hij sluipt zijn eigen huis in en gaat op de tast naar de slaapkamer. Als hij het gordijn gesloten heeft kan het licht aan en zoekt hij het papiertje met de pukcode. De telefoon leeft weer en hij zet hem met de lader in het stopcontact op het nachtkastje. Als hij om vier uur weg gaat is hij verdwenen voordat iemand in de straat wakker wordt, heeft hij geen last van files en weer bijtijds op de camping.

De wekker wekt hem om half vier. Hij rammelt van de honger maar het enige wat een beetje voedzaam zou kunnen zijn is een pak houdbare chocolademelk. Hij drinkt zo uit het pak want een vuil glas is natuurlijk verdacht als de buren de plantjes water komen geven. Hij sluipt het huis weer uit en rijdt tegen achten de camping weer op.

‘Is het gelukt?’ vraagt ze.
‘Ja,’ zegt hij trots en geeft haar het etui met de telefoon.
‘Ik heb onderweg al wat gegeten maar een kop koffie met een broodje zou er best in gaan.’
‘Goed,’ zegt ze terwijl ze in het etui kijkt. Dan vraagt ze aarzelend: ‘Waar is de lader?’

 

©peter gortworst / juli 2017
afbeelding: de.freepik.com

 

 

Dit bericht werd geplaatst in korte verhalen en getagged met , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

6 reacties op Gedoe

  1. gemma1952 zegt:

    Leuk verhaal. Voor sommigen herkenbaar.

    Liked by 1 persoon

  2. Oei, dat van die lader is wel herkenbaar. Van de code gelukkig niet. Top beschreven.

    Liked by 1 persoon

  3. Ellie Schmitz zegt:

    Heerlijk om te lezen…en zo uit het leven gegrepen, denk ik!

    Liked by 1 persoon

  4. O, en dan die laatste zin……………………………………..Geweldig!

    Liked by 1 persoon

  5. Anoniem zegt:

    Erg leuk geschreven Peter! 🙂

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s