’t Is altijd ik -2-

‘Je wilt dus meer voorbeelden dat ik overal de schuld van krijg?’
‘Ja. Die voorbeelden van vorige week kunnen gewoon toevalstreffers zijn. Iedereen maakt wel eens zoiets mee. Vervelend, maar het hoort gewoon bij het leven, toch?’
‘Pfff …. Het verschil is dat dit mijn leven is en ja, het is altijd en iedere keer opnieuw vervelend.’
‘Oké, nou, vertel.’

‘Toen ik klein was, woonden we aan het kanaal. Vanuit de tuin konden we zo in de roeiboot stappen. De buren hadden regelmatig hun oude vader op bezoek en die man mocht graag met een hengeltje aan het water zitten. Hij was hartpatiënt en dit was een van de weinige dingen die hij nog kon. Op een zonnige zaterdagmorgen was hij weer aan het vissen en niet alleen hij, maar ook ik hield, zittend op een muurtje aan het water, het dobbertje goed in de gaten. Op een goed moment had hij beet en plonst er naast zijn dobber een steen in het water. Grote schrik natuurlijk. Niet alleen bij die oude man, maar ook bij mij. Ik wist gelijk wie dat gedaan had. De steen kwam van de andere buren. De fotograaf met zijn zoontje Geert. Het gemeenste pestjongetje van de hele buurt. De oude man keek om zich heen wie hem dat kunstje flikte, zag alleen mij zitten en dus had ik het gedaan. Hij ging klagen bij mijn ouders en het gevolg was dat ik die zaterdag voor straf op mijn kamer moest blijven.’
‘Maar je kon toch zeggen dat het buurjongetje het gedaan had?’
‘Dat deed ik ook, maar die oude man vertelde dat hij zelf gezien had dat ik die steen gooide en dan doet jouw verhaal er niet meer toe.’
‘Nog een voorbeeld?’

‘Voorbeelden zat. Middelbare school. De leraar ging even de klas uit en wij moesten een hoofdstuk maatschappijleer lezen. We waren verstandige jonge mensen, meende hij, en daarom verwachtte hij een serene rust. Plotseling werd mijn schooltas naar voren geschoven en die kwam onder het bord tot stilstand. Ik sta op om hem te halen, de deur gaat open en de leraar ziet mij staan. Ik kon dus naar de conciërge om een passende straf aangemeten te krijgen en dat was in een vrij uur het schoolplein vegen.’

‘Dat was natuurlijk domme pech.’
‘Tja, zo kan je het ook noemen. Ik heb het liever over noodlot.’
‘Dat klinkt wel erg zwaar …..’
‘Maar dat is het ook! Ik zal je nog één voorbeeld geven. Ik moest op zondag met mijn ouders mee naar de kerk. Gelukkig was er een gaanderij waar altijd de jeugd zat. Mijn twee zussen bij de meiden en ik bij de jongens. Voor de kerkgangers beneden waren we niet zichtbaar en dat gaf natuurlijk voordelen. Ik nam meestal een boek mee en kwam zo het uur wel door. Op een zondag komen de twee zonen van de visboer achter mij zitten. Je hoefde ze niet eens te zien om te weten dat ze van de visboer waren. De geur die om hen heen hing, zei genoeg. Ik vond het niet alleen daarom al vervelend, maar zij waren altijd aan het rumoeren en ouwehoeren. Van rustig lezen zou niets terechtkomen. Tijdens de preek prikt de oudste van die twee met iets van een naald in mijn kont. Ik riep: “Auw! Klootzak!” en ga staan om hem een hengst op z’n kop te geven. De dominee onderbreekt zijn preek, noemt mijn naam en beveelt mij de kerk te verlaten. Thuis natuurlijk een hoop gezeik. Twee maanden heb ik toen beneden naast mijn ouders moeten zitten. Van een boek lezen kwam natuurlijk niets terecht. Vreselijk vond ik dat.’
‘Oei, dat was wel heftig. Nog meer voorbeelden?’
‘Volgende week.’

Onbekend's avatar

About petergortworst

Schrijver van boeken en verhalen.
Dit bericht werd geplaatst in korte verhalen en getagd met , , , , , , , , , . Maak de permalink favoriet.

1 Response to ’t Is altijd ik -2-

  1. Rob Alberts's avatar Rob Alberts schreef:

    Ik ben benieuwd.

    Like

Geef een reactie op Rob Alberts Reactie annuleren