Tijd

Tijd is een raar ding. Je hebt er zeeën van of zelfs alle. Vliegt voorbij of minuten duren uren. Het was dol, de goede oude of bar. Je kan er in meegaan of uitraken. Het kan loos zijn maar ook iets van een gewricht hebben. Er is bedtijd, diensttijd, wachttijd, verloren tijd of kooktijd. Er kan beslag op worden gelegd, je hebt het of er worden momenten van gevraagd. En over wat voor tijd hebben we het? De verleden tijd, vrije tijd, de tegenwoordige of de toekomstige tijd? De voltooide of de onvoltooide?

Wat hebben we onszelf aangedaan? Ooit een leeuw op zijn poothorloge zien kijken om met spijt te concluderen dat het nog geen tijd is om op de avondmaaltijd te gaan jagen? Een duif met een steelse blik naar de kerkklok op het pleintje zien rondscharrelen omdat zij weet dat straks de aardappelen opgezet moeten worden? Een vis bedachtzaam zien zwemmen omdat hij zich zorgen maakt over de dag van morgen? Een vlinder telt geen maanden of momenten en heeft tijd genoeg.
Dieren leven in het nu. Kleine kinderen kunnen dat ook maar als spoedig leren ze dat er iets als tijd bestaat. ‘Waar zijn wij gisteren geweest?’ of ‘Hoeveel nachtjes is dat nog slapen?’ en met de overtreffende trap ‘Wat wil je later worden?’ leiden we ze de grotemensenwereld in waar ‘Duur uw uur’ als één van de morele kompassen wordt gehanteerd.

Naarmate je ouder wordt, blijkt dat er steeds meer verleden tijd is en door de beperkte houdbaarheid van een mens, dientengevolge minder toekomstige. Met elke seconde wordt het deel verleden tijd groter en de toekomstige tijd kleiner. Als je jong bent, denk je daar zelden over na. Als oudere wordt je daar bijna dagelijks mee geconfronteerd en rijzen er vragen over de invulling van de toekomst. De tijd van grootse plannen is voorbij. Er vallen woorden als ‘zinvolle invulling’ en ‘nu kan het nog’. Als er over ‘later’ gesproken wordt, gaat het veelal niet meer over jaren. Ik weet best dat elke dag je laatste kan zijn maar op wat hogere leeftijd zegt deze algemeenheid je net iets meer. Ik zal de laatste zijn die meent dat wachten op het uit de tijd raken het meest zinvolle is wat je op hogere leeftijd kan doen. Je doet daarmee het leven geen recht maar toch zie ik mij niet aan een opleiding van zes jaar beginnen om eindelijk trompet te kunnen spelen. Verwacht van mij ook geen investering die over 10 jaar gaat renderen.
Veel verleden tijd hebben geeft ook voordelen. Je komt niet meer zo snel voor verrassingen te staan en het geeft je, als het goed is, zelfs een zekere wijsheid. Ik zie dat als één van die voordelen bij het ouder worden.
Nog een voordeel: Bij het stijgen der jaren worden meer vrouwen mooi. Als je 70+ bent, is een vrouw van 62 een leuk meiske maar goed, daar hebben we het nu niet over.   

Het gaat mij hier niet over die toekomstige tijd. Op de keper beschouwd valt daar niets zinnigs over te zeggen. Tussen lip en beker is nog veel onzeker en bovendien ‘Die Zukunft ist auch nicht mehr was sie war’.
Ik wil hier wel wat gedachten over de verleden tijd ventileren. Dat komt omdat ik (Hier ontbreekt dus het trompetgeschal. Sorry.) aan een nieuw boek begonnen ben!
De verslaving aan het gepriegel met woorden om goede zinnen te bouwen, de zucht om met tal van onzekerheden een nieuw verhaal te schrijven, heeft wederom ongenadig toegeslagen. Het boek wordt het verhaal van twee mensen die beiden een verleden hebben waarin iets is gebeurd dat hun leven van nu inkleurt. De ene is behoorlijk ouder dan de ander en dus verschilt hun kijken naar dat verleden. Door toeval komen ze bij elkaar. De ene wordt daartoe door omstandigheden gedwongen. De ander kiest er vrijwillig voor. Het blijkt dat ze elkaar nu nodig hebben om later uit elkaar te kunnen gaan. Waar het toe leidt, weet ik nog niet. Geen idee hoe de toekomst er voor hen uit gaat zien. Ik heb goede hoop dat het al schrijvend komt. Zo is het ook met de vorige boeken gegaan.

Er zijn ondertussen bijna 100 pagina’s geschreven maar nu stokt het. Ik ben afhankelijk van bureaus, organisaties en particulieren die hun kennis met mij willen delen. Dat dit soms lang kan duren, weet ik inmiddels. Dat is niet erg. Ik heb geen tijdslot. Het geeft mij de tijd om na te denken over het verloop van het verhaal. Een bijkomend voordeel is dat ik dit verhaaltje voor mijn blog kan maken. Dan weet u dat ik er nog ben.

‘Voor alles is een tijd’ constateerde Prediker in al zijn wijsheid. Voor nadenken over de toekomst van het verhaal, voor het uitdistilleren van het verleden en het in de tegenwoordige tijd opschrijven. Als hij niet uit de tijd was geraakt, zou hij het nu vast met mij eens zijn.

©Peter Gortworst / nov. 2023

Mocht je meer van mij willen lezen of mijn boeken cadeau doen?
Loop de plaatselijke boekwinkel binnen of bestel ze via
:

http://www.boekenbestellen.nl/boek/Wraak-kent-geen-winnaars
http://www.boekenbestellen.nl/boek/De-glimlachende-dode

Dit bericht werd geplaatst in oprispingen en getagd met , , , , , , , , , , , , . Maak de permalink favoriet.

3 Responses to Tijd

  1. Rob Alberts's avatar Rob Alberts schreef:

    Succes met het verder schrijven.

    Optimistische groet,

    Geliked door 1 persoon

  2. Ik hoop dat je ons weer meeneemt in je schrijfreis.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op Machteld Berkelmans Reactie annuleren