De alternatieve waarheid

‘Mag ik nog vier droge witte wijn?’
De vraag wordt gesteld met een ronduit zwoele vrouwenstem en hij kan niets anders dan zijn hoofd draaien om te kijken naar de vrouw die naast hem aan de bar van zijn hotel staat. Een vlotte, naar zijn inschatting, veertiger met zwart haar en geraffineerd opgemaakt. Ze kijkt nu ook naar hem en geeft een knipoog.
‘Ben je nieuw hier?’ vraagt ze.
‘Ik ben hier drie dagen aan het werk. Onderhoud aan de verwarmingsinstallatie van het scholencomplex.’
‘Je woont hier niet?’
‘Nee…’
‘Jammer.’
‘Huh? Hoezo?’
‘Je lijkt mij een leuke vent.’
Ze pakt het dienblad met de vier glazen wijn van de bar en zonder nog iets tegen hem te zeggen loopt ze naar het tafeltje waar drie vriendinnen op haar wachten. Enigszins verbouwereerd blijft hij op zijn kruk bij de bar achter.

Hij weet best dat zijn lijf gezien mag worden, zijn hoofd concurreert gemakkelijk met dat van een gemiddeld mannelijk model en zijn glimlach heeft al heel wat vrouwenharten doen smelten. Zevenendertig jaar is hij en heel bewust nog niet gebonden aan een partner. Over drie jaar wordt dat anders. Dan gaat hij zijn baan opzeggen en wacht hem een geregeld leven. Niet meer week in week uit in hotels en geen klussen meer in het buitenland. Hij verdiend nu goed geld maar hij krijgt de kans niet om het te gebruiken. Altijd onderweg. Hotels, eten en drinken, vliegreizen worden door de klant of door de zaak betaald. Zijn bankrekening vertoont inmiddels een aardig vermogen en dat kan hij heel goed gebruiken als hij zich over drie jaar wil gaan settelen. Dan begint hij ook met de zoektocht naar een vrouw. Nu nog niet want wat heeft een vrouw aan een man die werkelijk nooit thuis is?

Hij gluurt, zonder het al te opvallend te doen, naar het tafeltje waar die vier vrouwen zitten. De vrouw die hem aangesproken heeft, ziet dat hij kijkt en een dikke knipoog is wederom zijn deel. Betrapt draait hij zich om.

Hij heeft net zijn laatste biertje besteld.
‘Zo,’ hoort hij de stem van de vrouw zeggen, ‘Is het goed als ik naast je ga zitten?’
Zonder zijn antwoord af te wachten, pakt ze een kruk en zet ze haar halfvolle wijnglas op de bar. Ze steekt haar hand naar hem uit en zegt:
‘Ik ben Wilma. En jij?’
Aarzelend schudt hij haar hand.
‘Ik ben Martin….. Waar zijn jouw vriendinnen gebleven?’
‘Die zijn naar hun geliefde wederhelften.’
‘Oh? En jij hebt zo’n helft niet?’
‘Jawel hoor. Hij is alleen niet thuis. Hij werkt in de nachtdienst. Voor mij is er dus geen noodzaak om nu al naar huis te gaan. Jij lijkt mij een leuke gesprekspartner en daarom kom ik jou gezelschap houden.’
Martin zegt even niets en neemt een slok van zijn laatste biertje.
‘Verder is er niemand in huis?’ vraagt hij aan haar, ‘Geen kinderen of zo…?’
‘Nee. En jij?’
‘Ik ben single en voor zover ik weet lopen er geen nazaten van mij op deze wereld rond.’
Ze glimlacht naar hem.
‘Zo’n mooie man en dan geen vrouw. Het zou niet mogen. Ben je de ware nog niet tegengekomen?’
‘Ik heb eerlijk gezegd nog niet gezocht. Mijn werk laat het niet toe.’
‘Je laat je leven dus bepalen door je werk?’
‘Nee, mijn leven is mijn werk. Het beste is eerlijk te zijn naar jezelf. Ik heb er voor gekozen om het werk voorlopig nog op de eerste plaats te zetten en dan moet je niet gaan klagen als een ander soort leven je soms even wat aantrekkelijker lijkt.’
‘O, breek mij de bek niet open over eerlijk zijn.’
‘Hoezo?’
‘Ik ben zo verschrikkelijk eerlijk. Een leugentje om bestwil krijg ik niet over mijn lippen. Ik kan in mijn eentje als vier personen ‘Mens erger je niet’ spelen. Ik vergeef het iemand nooit als hij of zij mij bedrogen heeft. Ik zie dat als een positieve eigenschap en ben er best wel trots op.’
‘Opmerkelijk,’ meent Martin.
Wilma legt een hand op zijn arm.
‘Weet je,’ zegt ze, ‘Dat eerlijk zijn, dat altijd zoeken naar de waarheid is soms best wel lastig en vooral omdat er vaak niet één waarheid is. Tegenwoordig kan de waarheid alternatief zijn of een mening en waar blijf je dan met je eerlijkheid? Het maakt mij onzeker. Achterdochtig zelfs. Je gaat aan alles twijfelen en dat is niet goed. Herken je dit?’
De hand van Wilma blijft op de arm van Martin liggen en hij moet zich inhouden om zijn hand daar niet op te leggen.
‘Ik denk daar niet zo over na. Er zijn simpele waarheden. Een lamp is aan of uit, één en één is twee, water is nat, jij bent een vrouw en ik ben een man.’
Ze grinnikt even kort en drukt dan haar voorhoofd tegen zijn schouder en legt een arm om zijn nek.
‘En wat voor een man,’ verzucht ze.

Zo onopvallend mogelijk kijkt hij op zijn horloge. Zijn laatste biertje is op en morgen is het weer vroeg dag.
‘Het is bedtijd,’ laat hij weten.
Verrukt kijkt ze hem aan.
‘Zo hé! Jij laat er geen gras over groeien!’
‘Ho!’ zegt hij geschrokken, ‘Dat bedoel ik niet! Ik ga hier naar boven, naar mijn kamer en slaap alleen in mijn bed. Jij doet hetzelfde in jouw huis.’
‘Hm, jammer…’
‘Ga jij jouw wederhelft van deze avond vertellen?’ wil Martin weten.
‘Ben je gek. Welnee. Die hoeft niet alles te weten toch? Wat is jouw kamernummer?’
Hij probeert zo eerlijk mogelijk te kijken en liegt dan:
’21. Waarom wil je dat weten?’
‘Ach, zomaar….’
Als hij gaat staan drukt ze een kus op zijn mond. Het gaat zo snel dat hij het niet kan voorkomen.
‘Tot ziens,’ zegt ze.

Hij ligt in bed, staart glimlachend naar het plafond en vraagt zich af hoe ze zal reageren als ze bij kamer 21 op de deur klopt. De alternatieve waarheid kon nog wel eens rauw op haar dak vallen.

©Peter Gortworst / aug. 2023

Wil je meer van mij lezen dan kan je mijn boeken bestellen:
http://www.boekenbestellen.nl/boek/wraak-kent-geen-winnaars
http://www.boekenbestellen.nl/boek/de-glimlachende-dode

Dit bericht werd geplaatst in korte verhalen en getagd met , , , , , , , , , , . Maak de permalink favoriet.

Plaats een reactie