Nul bar

‘Henk?’
‘Anneke! Waar was je? Ik heb je zo vaak proberen te bellen, maar je nam niet op!’
‘Henk? Je spreekt niet met Anneke. Ik ben Suzan, haar moeder.’
‘….. oh? …..’
‘Het spijt mij het je te moeten zeggen, maar Anneke is overleden. We hebben vanmiddag afscheid van haar genomen …..’
‘Anneke is dood …..? Hoe …..? Waarom ……? Hè!’
‘Afgelopen zondagavond wilden we haar naar bed brengen en toen was ze ziek. Koorts, kortademig, overgeven. Het ging zienderogen steeds slechter met haar. We belden de huisarts en die liet gelijk een ambulance komen. In het ziekenhuis stelden ze vast dat ze een bloedvergiftiging had en daar is ze aan overleden. Haar lichaam kon dit niet aan.’
‘Was het zo erg?’
‘Ik weet niet of zij veel over zichzelf heeft verteld. Dat ze verlamd was, wist je waarschijnlijk wel?’
‘Ja …..’
‘Ze zal niet verteld hebben dat ze, na het ongeluk, eigenlijk een kasplantje was geworden. Ze hield zich flink en ontkende zelfs dat er meer aan de hand was dan die verlamming, maar dat was niet zo. Van de sterke, stoere meid die ze was, is niet veel overgebleven. We wisten, en zij wist dat ook, dat de dood vlak om de hoek woonde. Een flinke griep kon haar al fataal zijn. Een bloedvergiftiging was voor haar bijna per definitie een killer.’
‘Vreselijk ….. Nee, dat wist ik niet. Zo kwam ze ook helemaal niet over.’
‘Jullie hadden maandag een afspraak, hè?’
‘Ja.’
‘Ze keek er naar uit. Ze vertelde vaak over jullie telefoontjes. “Geheime Henkie” noemde ze jou. Elke maandag kregen we een verslag over jullie gesprekken. Dat ze jouw komende maandag wilde zien, was heel bijzonder. Ze bande eerder mensen uit haar leven dan dat ze hen toestond haar te benaderen. Er zal een soort chemie tussen jullie zijn geweest.’
‘…….’
‘Henk ……?’
‘Ja, ik ben er nog ….. Dat van die chemie klopt wel. Dat voelde ik ook. Onze gesprekken waren meestal kort, maar verliepen zo gemakkelijk, zo natuurlijk, alsof we twee geesten waren die elkaar al jaren kenden. …… En nu is ze dood …..’
‘Je was voor haar niet zomaar een Henkie. Je was een kers op haar taartpunt. Dat is ook de reden dat ik je bel om dit te vertellen. Het zou niet goed zijn geweest om jou in het ongewisse te laten.’
‘Het is fijn dat u belde. Liever had ik dit telefoontje nooit gehad en ik weet zeker dat u dit ook niet wilde plegen.’
‘Dat klopt, Henk. Ik wens je sterkte.’
‘Dat wens ik u ook.’
‘Dag Henk.’
‘Dag …..’

Onbekend's avatar

About petergortworst

Schrijver van boeken en verhalen.
Dit bericht werd geplaatst in korte verhalen en getagd met , , , , , , . Maak de permalink favoriet.

Plaats een reactie