Stoomtrein

‘Goedemorgen, Henk.’
‘Ook goeiemorgen, Anneke. Weet je dat het buiten hartstikke koud is?’
‘Ik ben nog niet buiten geweest, dus nee, dat wist ik niet.’
‘Het zou verdorie lente moeten zijn. Ik zit te klappertanden achter het stuur.’
‘Nou moet je niet zo mopperen, Henk. Onze telefoontjes zijn een leuk begin van de week en daar moet je met dat mopperen geen afbreuk aan doen.’
‘Je hebt gelijk, sorry. Wat voor leuks heb jij te melden?’
‘Ik weet eindelijk wat ik voor mijn verjaardag ga vragen!’
‘Oh? …… Is dat zo bijzonder?’
‘Voor mij wel. Ik weet nooit wat ik moet vragen en afgelopen donderdag wist ik het ineens. Ik reed het balkon op en bedacht dat plantenbakken met hanggeraniums het balkon mooi kunnen opfleuren. Het lijkt mij heel gezellig staan en daarom vraag ik die voor mijn verjaardag.’
‘Het lijkt mij een goed idee. Wanneer ben je jarig?’
‘Zaterdag. Het is dan de 21e.’
‘En ik mag niet vragen hoe oud je dan wordt?’
‘Klopt. Dat mag je niet. Wanneer ben jij jarig?’
‘In november. De 10e.’
‘En weet jij altijd wat je voor je verjaardag wilt hebben?’
‘Een fles Schotse whisky en verder boekenbonnen of cadeaubonnen. Ik vind het wel lekker om die dingen in je portemonnee te hebben. Soms loop je ergens tegenaan wat je mooi vindt, en dan is zo’n bon makkelijk. Over boeken gesproken: hoe is het met dat boek waar je mee bezig was? Dat was toch iets als ‘Bewoond huis’?’
‘Nee, het heet ‘Bewoonde huid’. Ik heb het uit en oh, Henk, wat een mooi boek is dat! Het hele verhaal van die man heeft mij geraakt. Passages waar ik vreselijk om moest lachen en hoofdstukken waarbij ik het niet droog kon houden. Ik heb echt zitten janken. En weet je wat ik zo knap vind? Zijn manier van schrijven is bijzonder. Het leest makkelijk weg terwijl het nergens banaal wordt. Je leest het als een stoomtrein. Dat hier iemand met een zekere levenswijsheid aan het schrijven is, blijkt wel. Ga met je cadeaubonnen naar de boekwinkel en bestel het. Ik vind het een aanrader.’
‘Nou weet ik nog niet waar het over gaat.’
‘Ga ik je ook niet vertellen. Ik ben bang dat ik te veel vertel en dan is voor jou de spanning eraf.’
‘Oh, oké ….. Bewoonde huid van ……?’
‘Peter Gortworst. Waar moet je vandaag heen?’
‘Amersfoort. Een vaatwasmachine die het niet goed doet.’
‘De wasmachine wast. De nietmachine niet.’
‘Huh? Een nietmachine is toch niet om te wassen?’
‘Goed zo, slimme Henkie. Een nietmachine kan alleen maar nieten.’
‘Maar ….. waar slaat dit op?
‘Nergens op. Als een ja-knikker nee schudt, is’ie kapot. Als de hemel naar beneden valt, zijn we allemaal blauw. ’s Nachts is het ook kouder dan buiten. Wie een kuil graaft voor een ander, werkt aan zijn eigen conditie. Er is een tijd van k…..’
‘Ho maar! Je bent lekker op dreef! Moet je neerlandicus zijn om dergelijke onzin uit te kramen?’
‘Misschien wel. Ik houd wel van gekke zinnen, woordspelingen of taalkronkels. Zeg, even wat anders: ben jij wel eens boos?’
‘Soms. Vorige week nog. Een bakplaat werd volgens een kok niet heet genoeg. Ik heb dat ding opnieuw afgesteld en om te testen gooide de kok er een hele biefstuk op. Hij draaide het stuk vlees een paar keer om, mompelde iets van ‘nou is het goed’ en kieperde de biefstuk in de afvalton. Een hele biefstuk en die gek flikkert het zomaar in de ton! Dat is toch eeuwig zonde!?’
‘Heb je er iets van gezegd?’
‘Ik kan beter mijn mond houden als ik kwaad ben.’
‘Omdat?’
‘Ik zeker weet dat ik dingen ga zeggen die niet door de beugel kunnen. Een klant uitmaken voor lompe boer, klootzak of idioot word je niet in dank afgenomen. Voor je het weet zit ik bij de baas aan het bureau om aan te horen hoe stom ik ben geweest. En jij? Hoe staat het met jouw boosheid?’
‘De laatste keer dat ik kwaad was …..? Ik denk net na nieuwjaar. Ik was met mijn vader in een soort brasserie gaan zitten en de serveerster waagde het om aan mijn vader te vragen wat ik wilde drinken. Die zei dat ik dat best zelf kon vertellen. ‘Wat wilt u drinken?’ vroeg ze met een te harde stem en duidelijk articulerend. ‘Ik wil vijf liter ijskoude cola in een zinken emmer en een hele appeltaart, trut!’ zei ik loeihard terug. Ze wist niet hoe snel ze weg moest lopen en even later kwam er een mannelijke collega terug met een glas cola en een appelpunt. Die trut heb ik niet meer gezien.’
‘Dat gebeurt wel vaker?’
‘Ja, mensen in een rolstoel zijn toch debiel?’
‘Ik heb daar nog niets van gemerkt.’
‘Wacht maar tot je mij ziet. Dan verandert jouw praalwagenkoningin in de vrouwelijke versie van de Notre Dame’s klokkenluider.’
‘Een reden te meer om jou niet te willen zien.’
‘Mooi. Doe je voorzichtig vandaag?’
‘Ik ga mijn best doen. Dag, mooie Anneke.’
‘Dag, lelijke Henk. Tot volgende week.’

Onbekend's avatar

About petergortworst

Schrijver van boeken en verhalen.
Dit bericht werd geplaatst in korte verhalen en getagd met , , , , , , , , , , , , . Maak de permalink favoriet.

Plaats een reactie