Stoomflarden

‘Goeiemorgen, Henk.’
‘Ook goedemorgen, Anneke, hoe is het?’
‘Goed. Ben je er al uit of ik leuk of leuk leuk ben?’
‘Hallo ….! Dit is wel heel erg met de deur in huis vallen.’
‘Nou?’
‘Ik heb eerst een tegenvraag. Waarom wil jij z….’
‘Eh, eh. Daar doen we niet aan. Ik wil eerst antwoord op mijn vraag. Daarna doen we jouw vraag.’
‘Dat klinkt nogal dwingend.’
‘Ja, en?’
‘Ik houd daar niet zo van.’
‘En ik houd niet van mensen die bij een directe vraag omwegen verzinnen of tegenvragen gaan stellen. Daarom nogmaals de vraag of ik leuk of leuk leuk ben.’
‘Je bent leuk plus.’
…… ‘Leuk plus? Wat moet ik mij daarbij voorstellen?’
‘Ik vond je vanaf het begin al leuk en dat is alleen maar meer geworden. Leuk leuk is echter een verdubbeling en daar ben ik nog niet aan toe.’
‘Omdat?’
‘Omdat we elkaar na zo’n twee maanden telefoongesprekken nog amper kennen.’
‘Wil je mij zien?’
‘Nee, en voor je daar negatieve conclusies aan verbindt: ik creëer je in mijn gedachten en daarin ben je een koningin op een praalwagen.’
‘Poeh! Dat valt mij mee. Weet je hoe ik jou zie?’
‘Als de ezel die de praalwagen trekt?’
‘Haha! Nee, ik zie jou als een stoer natuurmens die voor ons een rolstoelvriendelijke blokhut bouwt in het bos. Je bakt zelf ons brood en maakt voor mij een kruidige tomatensoep. De flarden stoom stijgen uit de pan omhoog en verdwijnen tussen de boomkruinen. Ik heb de tafel gedekt. Voor jou een biertje en ik een glas witte wijn. Na het eten zitten we op de veranda. We genieten van de stilte en de invallende duisternis.’
‘En we wonen daar alleen?’
‘Ja, natuurlijk. Ik ga mijn natuurmens met niemand delen.’
‘Kijk aan! Het is maar goed dat we van elkaar niet weten hoe we eruit zien. Het zou mooie dromen lelijk kunnen verpesten. Begrijp ik nu dat jij ook niet wilt weten met welk gedrocht je te maken hebt?’
‘Ik heb er weleens aan gedacht om jou te videobellen, maar durfde dat toch niet.’
‘Zolang ik in de auto zit, heeft dat ook weinig zin. Ik bel handsfree. De telefoon zelf zit in mijn jas of borstzak.’
‘Gaan we elkaar ooit zien?’
‘Vast wel. Het kan alleen nog even duren.’
‘Ja…… Even wat anders. Heb je afgelopen week een beetje kunnen genieten van het mooie weer?’
‘Ja, de middagpauzes lekker in de zon gezeten en autorijden is ook een stuk plezieriger als het mooi weer is. En jij? Lekker op je balkon?’
‘Klopt. Met de laptop in het zonnetje aan het corrigeren.’
‘Aan die Indische handleiding?’
‘Nee, dat is goddank klaar. Ik werk nu aan een boek dat “Bewoonde huid” heet. Het is zo’n mooi boek dat ik het eerst maar als lezer gelezen heb. Van corrigeren kwam niets terecht omdat ik wilde weten hoe het verhaal verder ging. Dat corrigeren komt daarna wel.’
‘Bewoonde huid klinkt een beetje luguber.’
‘Oh dat is het niet hoor. Het is een prachtig verhaal. De schrijver is een man die ik helemaal niet ken. Peter Gortworst heet hij en het schijnt een man op leeftijd te zijn.’
‘Is dat zijn echte naam?’
‘Ik denk het wel. Met zo’n naam hoef je geen auteursnaam te verzinnen. Dat zou dom zijn. De naam zelf is al opvallend genoeg. Zal ik je er volgende week wat meer over vertellen? Dan heb ik het boek wel uit.’
‘Ja, prima.’
‘Weet je nog wat je mij wilde vragen?’
‘Ja, maar ik denk het antwoord al te hebben.’
‘Oké. Doe je voorzichtig?’
‘Doe ik, Anneke, tot volgende week.’

Onbekend's avatar

About petergortworst

Schrijver van boeken en verhalen.
Dit bericht werd geplaatst in korte verhalen en getagd met , , , , , , , , , , , . Maak de permalink favoriet.

Plaats een reactie