Dagje aan zee

Wanneer kinderen groot worden, nemen hun ouders hen niet meer mee voor een leuk dagje uit. De redenen daarvoor zijn legio en legitiem. Andere interesses, een partner, vrienden, geen tijd of het zelf hebben van kinderen zijn een paar van die redenen. Vaak vinden die ouders het ook helemaal niet erg. Integendeel zelfs. Ze kunnen nu zelf bepalen waar ze heen gaan, hoe actief ze willen zijn en op de achterbank van de auto heeft een koelbox plaatsgenomen in plaats van wezens die vragen of ze er al zijn. Nu organiseren die ouders dingen die zij leuk vinden en dat bevalt prima. Een nieuwe regelmaat en leefstijl.
Tot er een moment komt dat het niet meer gaat doordat bijvoorbeeld één van de ouders alleen komt te staan of lichamelijk ongemak de kop opsteekt.

Dan is daar het uur van de waarheid. De rollen worden omgedraaid. Het zijn niet meer de ouders die voor de kinderen zorgen. Het zijn de kinderen die voor de ouders gaan zorgen en dat gaat niet zonder slag of stoot. Zo logisch het voor de kinderen is, zo onnatuurlijk is het voor de ouders. Ze accepteren het, vaak omdat het niet anders kan, maar van harte gaat dat niet. Hoe goed bedoeld en lief de argumenten van de kinderen ook zijn, de grondregel dat ouders voor de kinderen zorgen, blijft rotsvast overeind staan.

Ze maakt zich zorgen over haar oude vader. Hele dagen zit hij binnen en het enige wat hij doet is schrijven. Zijn fiets staat na dat avontuur op Terschelling* te roesten in de schuur en zijn lichamelijke activiteit beperkt zich tot een wandeling naar de buurtsuper. De drang om naar buiten te gaan als de zomer aanbreekt, is verdwenen en dat is niet goed. Voor haar is het zonneklaar dat daar verandering in moet komen en, in plaats van betuttelend over te komen, brengt ze haar plannetje als een cadeau.

‘Ik trakteer je op een leuk dagje aan het strand,’ heeft ze gezegd en het werkte, ‘De grote horde aan strandgangers is er nog niet en als we op maandag gaan is het superrustig.’
‘Ja, ja. Leuk!’
In een fleurig hemd en met een korte broek waar twee witte, knokige spillebenen onderuit steken, staat hij haar op te wachten. Ze zegt niets over de witte sokken en de overjarige leren sandalen.
‘Je ziet er zomers uit, pa. Waar is je pet?’
‘Hier,’ en hij wijst op zijn broekzak.
‘Mooi, we gaan.’
‘Ja, ja.’

Het is een uurtje rijden naar het strand. De conversatie gaat over van alles maar ze mijdt zorgvuldig het woordje ‘boek’. Ze heeft even geen zin in een waterval van wetenswaardigheden over zijn nieuwste project. Dat die waterval er komt is zeker maar het zo lang mogelijk uitstellen is het proberen meer dan waard. Ze parkeert haar auto dicht bij het strand. De parkeermeter vraagt alleen al per uur een astronomisch bedrag.
Hij trekt zijn sokken uit en zijn sandalen weer aan.
‘Je pet,’ zegt ze en gehoorzaam bedekt hij zijn kale kruin. Ze lopen het stille strand op. Hij draagt twee strandstoeltjes en zij de koelbox en een forse schoudertas.
‘Wil je tegen de duinen aanzitten of op een beetje open plek?’
‘Tegen de duinen, ja, ja.’
Ze zet de stoeltjes naast elkaar, schenkt koffie in en presenteert hem een echte gevulde koek die ze ‘s morgens nog bij de bakker gehaald heeft.
‘O! Ja, ja. Dat is lekker.’
Ze is blij dat hij plezier heeft. Als de koffie op is, vraagt ze:
‘Zullen we even pootje baaien?’
‘Ja, ja. leuk!’
Na een paar minuten tot aan zijn knieën in het water te hebben gestaan, vindt hij het genoeg.
‘Ik ga terug naar de stoeltjes,’ laat hij zijn dochter weten.
‘Dat is goed. Ik ga nog even langs het strand lopen. Ik zie je straks.’
‘Ja, ja.’

Na een kleine twintig minuten is ze terug en treft haar vader slapend in zijn stoeltje. Ze legt een handdoek over zijn bovenbenen en trekt de klep van de pet wat dieper over zijn ogen. Het geruis van het helmgras en het onregelmatig breken van de kleine golven zijn de enige geluiden die ze hoort. Het maakt haar dommelig en net als ze er aan toe wil geven wordt hij wakker.
‘Ja, ja.’ zegt hij.
‘Zo? Weer wakker? Was je moe?’
‘Ja, ja. Kort geslapen vannacht.’
Het is zo ver. ’t Kon ook niet uitblijven. Tijd voor Het Boek.
‘Weer te lang doorgegaan met schrijven?’
‘Ja, ja. Het was moeilijk maar ik ben er, denk ik, wel uit.’
‘Waaruit?’
‘Ik moest beschrijven waarom een vrouw zich van haar man wil laten scheiden. Het is ja, ja, één velletje papier en het heeft mij een heel weekend gekost.’
‘Dat snap ik even niet. Je gaat niet zonder reden scheiden en zoveel valt er, als de reden tenminste goed is, niet over na te denken. Toch?’
‘Ja, ja. Nee, zo is het niet. Die man heeft verzorging nodig en er zijn kinderen. Ze neemt haar huwelijksbelofte heel serieus maar met die man samenleven lukt haar ja, ja, niet meer. Ik moet twee dingen doen. Mij inleven in haar gedachten en het dan ook nog zo opschrijven dat mijn lezers begrijpen dat de keuze van die vrouw te rechtvaardigen is. Dat het beslist geen eenvoudige beslissing is geweest. En ja, ja, dat valt niet mee.’
‘Hm. Je maakt mij nieuwsgierig. Praat eens bij.’
Zo genuanceerd mogelijk vertelt hij het verhaal en de denkwijze van de vrouw. Al snel heeft ze door dat er inderdaad haken en ogen zitten aan de beslissing om te scheiden. Ze verwonderd zich over het inlevingsvermogen van haar vader. Hij vertelt alsof het hemzelf betreft en ze vindt dat razend knap. Ze probeert mee te gaan in zijn fantasie en binnen de kortste keren bedenken ze hoe het verhaal verder zou kunnen gaan. Van een vermoeidheid is bij haar vader geen sprake meer. Met brede armgebaren, heen en weer schuivend op het stoeltje en met vele ja. ja’s zit hij uiterst enthousiast te wezen.

Ook aan alle goede dingen komt een eind en daarom zegt ze:
‘Kom pa, we moeten weer eens op huis aan.’
‘Ja, ja.’
Op de terugweg is hij opvallend stil.
‘Ben je moe?’ vraagt ze.
‘Ja, ja,’ klinkt het flauwtjes.
‘Ik denk dat het verstandig is dat je thuis een uurtje in bed kruipt.’
‘Ja, ja.’
‘Moeten er nog kleren gewassen worden? Staat er nog een afwas?’
‘Ja, ja.’

Haar vader ligt in bed. Nieuwsgierig geworden kijkt ze op zijn bureau naar de papieren en ontdekt dan het hoofdstukje waar hij zo mee geworsteld heeft. Ze leest het en vindt het mooi. Ook andere hoofdstukken neemt ze door en het kan niet anders: dit wordt een prachtig boek. Humor, diepgang, beschouwelijk en gedegen. Vervuld van trots pakt ze de pen en een papiertje. ‘Het wordt prachtig. Succes’ schrijft ze en legt het zo dat hij het als eerste moet zien.

© PeterGortworst / juni 2022

Het verhaaltje met het kenmerk * vindt u onder de titel ‘Terschelling’.

Wilt u meer van mij lezen, bestel dan het boek ‘Wraak kent geen winnaars’
Te bestellen bij de boekwinkel of via
http://www.boekenbestellen.nl/boek/wraak-kent-geen-winnaars

Dit bericht werd geplaatst in korte verhalen en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

3 reacties op Dagje aan zee

  1. Ik ben ook heel benieuwd naar je nieuwe boek!

    Geliked door 1 persoon

  2. Een leuk -op zichzelf staand- verhaaltje met ‘uitgroeimogelijkheden’. Die oude gabber is zo gek nog niet. Mooi dat dochterlief hier oog voor heeft! Ja, ja, ….. een continuing story.

    Geliked door 1 persoon

Laat een reactie achter op Hans Titulaer Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s