Mijn andere ik

Ik ben een vrouw die best tevreden is over zichzelf en haar leven. Niet met een gouden lepel in mijn mond geboren maar met een ‘Gero no-rost’. Zo’n lepeltje van dertien in een dozijn maar ook daarmee kom je een eind. Het kost wat meer moeite maar uiteindelijk lukt het om te bereiken wat je wilt.

Het belangrijkste is om een doel voor ogen te hebben. Dat doel krijg ik pas op de huishoudschool. Leren is voor mij een bezoeking. Bovendien ben ik niet zo heel erg begaafd dus de spinazieacademie is een logische keuze na de lagere school. Ik heb een broertje dood aan alle theoretische vakken en van de praktijklessen is koken het enige vak waar ik plezier aan beleef. Naaien, lakens verstellen of strijken? Vreselijk vind ik dat. De eerste kookles weet ik nog heel goed. Een witte boterham roosteren, daarop gebakken ontbijtspek en een spiegelei als bekroning van de creatie. Mijn ei laat ik bakken op het spek en ik ben de enige die peper en zout gebruikt. De lerares is enthousiast en gaandeweg is zij het die mij stimuleert om met bakken en koken meer te gaan doen. Ik slaag met vijfjes en zesje maar de negen plus voor bakken en koken maakt duidelijk waar de liefde ligt.

Ik ga als keukenhulp aan de slag in de keuken van een bejaardentehuis. Die had je toen nog. Je weet wel, zo’n gebouw met wel tachtig gelijke kamertjes. In elk kamertje een bejaarde. Meer vrouwen dan mannen als bewoners en bijna altijd een kanariepiet in een kooitje op de eettafel. Daar leer je hoe je niet moet koken. Nu is het gelukkig anders maar toen was het bar en boos. Grote kookketels met stukgekookte groente, aardappels waarvan meer dan de helft gepureerd wordt, rijen vette karbonades in enorme braadsleden met een overdaad aan jus. Eigen initiatief kan je wel vergeten. Er is per persoon een bedrag beschikbaar en daar moet je het als kok mee doen. De eerste tekenen van de ‘opwarmkeuken’ waren toen al zichtbaar. Ik was er snel mee klaar. Dit was niet wat ik mij van het leven als kok had voorgesteld.

Toen ik hoorde dat ze bij de IJzeren Bel van Cor de Haas een keukenhulp vroegen, ben ik daar binnengestapt. Cor ziet het met mij wel zitten en ik ben daar gaan werken. Als jongste lid van de brigade begin je onderaan. Afwassen, vloeren schrobben, zakken vol met aardappelen schillen, bestek poetsen en glazen laten stralen. Langzamerhand krijg ik meer te doen en werk ik mijn weg omhoog als kok. Ik leef voor mijn vak. Tijd voor vriendjes is er niet en het laatste wat ik wil is trouwen om vervolgens thuis te zitten. Moeder zijn en de huisvrouw spelen is niets voor mij.
Ja, en dan merk je dat Cor er niet zo veel zin meer in heeft. De kwaliteit loopt terug, de sfeer wordt anders en twee van de vier koks worden ontslagen. Voor mij het moment om met hem te gaan praten en zie: ik ben nu eigenaar van de IJzeren Bel en de chef-kok in de keuken. Ik heb personeel en een mannetje wat de boekhouding doet. Het gaat mij goed. Tot gisteren. Mijn ‘best tevreden over mijzelf en mijn leven’ is met een simpele druk op de knop voorgoed verleden tijd.

Plotseling ben ik wel getrouwd en heb drie kinderen om mij heen en de vierde zit nog in mijn buik. Mijn man werkt bij een bank en is heel goed met cijfertjes. Water koken vindt hij moeilijk en een ei bakken is een operatie op zich. Dat ik met mijn talenten niet uit de voeten kan is niet zijn zorg. Hij meent dat mijn tijd wel weer komt als de kinderen zelfstandiger zijn. Ik moet mij als een goede moeder voor ‘zijn’ kinderen gedragen en verder wordt er niets meer van mij verwacht dan dat ik verstandig met het huishoudgeld om ga en de woning schoon en leefbaar houdt. Dit is een heel ander leven dan ik vooraf dacht en bovendien weet ik het doel van deze verandering niet. In mijn vorige leven was ik aardig op weg om een kookprogramma op de tv te doen en nu kan ik de afstandsbediening vast houden als manlief naar bed is. Ik begrijp het niet. Hoe kan iemand met een hoofdrol in het boek zomaar aan de kant geschoven worden. Deze ideeën van de schrijver kan ik niet volgen. Dat je delen van je boek herschrijft snap ik maar om mij als een slome, nietszeggende grijze muis te degraderen gaat mij te ver. Zou het niet in het grote brein van mijn schepper opkomen dat je zo niet met je creaties omgaat? Voor mij hoeft het zo niet meer. Ik wordt nu net zo lief helemaal weggeschreven. Zo moeilijk is dat niet. Een akelige ziekte, een noodlottig ongeval of moord; keuzes genoeg lijkt mij. Alles beter dan later beschreven worden als een levenslustige oma die flensjes voor haar kleinkinderen bakt.

© peter gortworst / mei 2021

Dit bericht werd geplaatst in korte verhalen en getagged met , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

3 reacties op Mijn andere ik

  1. Marco Traas zegt:

    Mooi verhaal. Vlotte schrijfstijl. Lijkt op de minimalistische stijl, als ik het goed heb. Ik ben benieuwd wat je nog meer scheijft

    Geliked door 1 persoon

  2. Tja, die macht heb je als schrijver. Ik heb ook al heel wat levens en carrières om zeep geholpen. Mooi verhaal.

    Geliked door 1 persoon

  3. Goed verhaal, goed geschreven!

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s