De kudde

In een tijd die niemand zich nog kan heugen en in een land hier ver vandaan, waar de weiden weldadig groen zijn en de bossen donker en boosaardig, woont een grote schaapskudde. De kudde is zo groot dat één schaapsherder met zijn hond het alleen niet aankan. Als de kudde naar een andere weide moet en hij van achteren de schapen naar voren jaagt, staan ze vooraan nog stil. En als hij, tussen de dieren doorlopend, eindelijk bij de voorste aankomt om deze aan te moedigen, zijn de achterste al weer vergeten dat ze opgejaagd werden. Er is niemand die de herder wil helpen en daarom heeft hij, ten einde raad, de kudde gevraagd zichzelf te weiden.

De schapen hebben er eerst geen oren naar. Het is nog al niet wat om zelf te beslissen waar ze kunnen grazen. Het aangename leven van geleidt worden en zich geen zorgen maken over wat er moet gaan gebeuren, geven ze niet zomaar op. Waarom verzint die man nu zoiets? Het ging toch al tijden goed? Maar als de herder ze er fijntjes op wijst dat hun aantal gedurende de jaren vele malen groter is geworden en dat nu juist dàt de problemen geeft, begint er enige besef te dagen. Ze hadden zelf ook wel door dat hun aantal de spuigaten uitloopt. Vroeger kon je nog aan een lam vragen van wie hij of zij er eentje was maar als je dat nu doet schiet je er geen steek mee op: geen idee wie de ouders van dit schaap zijn. Vroeger liet je de kop zakken en was daar sappig groen gras. Nu moet je, zeker als je in het midden van de kudde staat, echt je best doen om wat te kunnen grazen. Voor je het weet hebben de buren het al opgegeten. Als de herder dan ook nog belooft dat ze zelf de schapenscheerders mogen uitkiezen is het pleit beslecht. De jaarlijkse scheerbeurt is voor velen een bezoeking. De lompe onbehouwen scheerders zijn hen een doorn in het oog en een nagel aan hun doodskist. De goede zijn zeldzaam maar juist hen willen ze dan gaan vragen. Ze kiezen een bestuur van vijf schapen en één ram en beloven dat ze heel goed naar hen zullen luisteren.
Het leven is weer op orde. Het bestuur bestuurt en de schapen zijn gehoor- en volgzaam. Planmatig grazen ze de weiden en de scheerbeurt was dit jaar een ongekend genoegen.

Dan, op een vroege morgen als de eerste zonnestralen de dauwdruppels op hun wollen vacht als sterretjes laten glinsteren, ontdekken ze dat ze ‘s nachts bezoek hebben gekregen. Midden in de kudde hebben een paar herten de nacht doorgebracht. Een beetje verwonderd kijken ze deze dieren aan. Ze hebben zelf toch een slaapplek dus wat moeten ze hier? Ze zullen toch ook nog niet van hun gras gaan eten! De herten begrijpen de blikken en vertrekken stilletjes. Niemand spreekt een woord.

De volgende nacht zijn ze er weer. Een lam wordt naar het bestuur gestuurd en zie daar, er wordt kordaat gereageerd. De ram stapt op de herten af en vraagt naar de bedoeling van deze logeerpartij. De herten vertellen dat er sinds kort een wolf in het bos woont en dat zij lijfelijk voorzien in het dagelijkse levensonderhoud van dit monster. De bescherming van de schaapskudde houdt hen vooralsnog in leven en voorkomt dat hun aantal tot een minimum beperkt wordt. Daar schrikt de ram van. Overdonderd door de nood van deze dieren laat hij de herten grootmoedig weten dat zij welkom zijn mits zij zich onthouden van het gras. De herten zijn hem innig dankbaar. Opgetogen over zijn besluit laat onze ram de kudde weten hoe de vork in de steel steekt maar de reacties zetten hem met vier poten terug op aarde.

Wat eet de wolf als er geen herten meer in het bos zijn? Denkt de ram nu werkelijk dat het monster daar op een houtje zal gaan bijten? Heeft de ram wel eens aan de mogelijkheid gedacht dat de wolf de schaapjes uit hun eigen geliefde kudde zou kunnen opeten? Het moet toch niet gekker worden! Zo brengt die ram zijn eigen volk naar de slachtbank.

Het bestuur trekt zich in vergadering terug en na vele uren is men er uit. De ram zal het bos ingaan om met de wolf te spreken. De inzet zal het vertrek van dit monster zijn en mocht dat niet lukken dan is er nog een voorstel tot wijziging in het dieet. De grazige weiden zijn immers vergeven van woelmuizen? Hen opeten geeft een win-winsituatie. De wolf komt niet van de honger om en de schapen struikelen niet meer in alle gangen die deze diertjes maken. Met goede moed trekt de ram het bos in.

Het duurt enige dagen maar dan is de conclusie gerechtvaardigd dat deze operatie niet zo’n goed idee was. De ram komt niet terug en men vreest niet meer het ergste. Het is het ergste. Een behoorlijk aantal lammeren zal het moeten doen zonder vader en het bestuur zit met de handen in de wol. De reacties uit de kudde zijn niet mals. Een heleboel achteraf wetenschappers maar ook veel complotdenkers. Wie zegt ons dat de herder daar niet achter zit? Hij was het toch die opmerkingen maakte over hun grote aantal? Wie weet mist hij zijn machtspositie en probeert hij dit zelfstandige volk weer onder de duim te krijgen. Enigen onder ons hadden hem horen klagen over de kosten van de scheerbeurt. Goede scheerders kosten nu eenmaal meer geld en wellicht heeft hem dat opgebroken. Het bestuur moet maar eens bij hem op bezoek en hem stevig aan de tand voelen.

Met lood in de schoenen staan ze bij de herder voor de deur. Deze laat hen binnen en vraagt waarom de ram er niet bij is. Zorgelijk deelt men mee dat er een vermoeden van overlijden bestaat en dat dit tevens één van de redenen van hun bezoek is. De herder hoort het hele verhaal aan en vraagt of de herten er ’s nachts nog zijn. Die zijn er nog. Er is hen immers belooft dat ze daar mogen blijven. Hen wegsturen en zo ten prooi laten vallen is niet ethisch toch? Daar is de herder het mee eens en op de vraag of de wolf al kuddeleden op zijn menu heeft staan wordt schoorvoetend bevestigend geantwoord. De herder belooft het bestuur een groot elektrisch hek te gaan plaatsen. Zo groot dat de hele kudde, inclusief de herten, daar veilig de nacht kunnen doorbrengen.

Het hek is er gekomen en dankzij dit stukje techniek leeft de kudde met hun gasten wat langer en gelukkiger. Helaas menen sommigen kuddeleden dat ze zo in hun vrijheid worden beperkt. Ze zijn vrije schapen die zich niet door een hogere macht laten knechten en daarom kiezen zij er voor om buiten de omheining de nacht door te brengen. Dat hun aantal nacht na nacht afneemt moge duidelijk zijn.
Vrijheid is niet kosteloos. Dat blijkt maar weer.

 

© peter gortworst / juni 2020
foto: natuurmonumenten.nl

 

 

Dit bericht werd geplaatst in korte verhalen en getagged met , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op De kudde

  1. Mooi gesteld. Doet me denken aan George Orwell.
    Ik denk vaak aan de varkens die gelijkheid marchanderen en dan pretenderen dat er gelijkheid heerst. Wijl ze zich bezondigen aan hun eigen principen.

    Krachtig verhaal met mooie moraalles.

    Graag gelezen deze.

    Mvg Thomas Haghenbeek

    Geliked door 1 persoon

  2. Een interessant verhaal.
    Als het schaap verzwolgen is, dempt men de put.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s