Aards bakkie

 

 

‘Dus jij bent, wat ze Duitsland noemen, een Schriftsteller?’
De eminente grijsaard vouwt zijn krant dubbel, legt deze op de stoel naast hem en kijkt hem over zijn halve brilletje nieuwsgierig aan.
‘Hm, ja, zo heet dat daar.’
‘En waarom schrijf jij van die verhaaltjes?’
‘Omdat ik het leuk vind om te doen. Om elk verhaaltje zo bondig mogelijk in goed Nederlands op te schrijven, is elke keer weer een uitdaging. Soms gaat dat heel snel en andere keren ben je dagen met een verhaaltje bezig omdat het maar niet goed wil worden.’
‘En wat verdien jij daar mee?’
‘Ha! Niks. Om eerlijk te zijn: het kost mij alleen maar geld. Dat geeft niet hoor. Elke hobby kost geld. Mijn beloning vind ik in het feit dat ik gelezen wordt en in de reacties die je soms krijgt’

Hij neemt voorzichtig het brilletje van zijn neus, vouwt de pootjes naar binnen en legt het met bedachtzaamheid op tafel. Dan buigt hij zich een beetje naar hem toe en zegt:
‘Nou, over mijn leven zou je een boek kunnen schrijven.’

 

Dat is een moeilijke zin. Hij heeft die al veel vaker gehoord. Een enkele keer heeft hij gevraagd wat er dan zo bijzonder in hun leven was dat dit wereldkundig gemaakt zou moeten worden. De antwoorden waren vaak teleurstellend. Een overwonnen ziekte, een droevig sterfgeval, een geweldige wereldreis, een zwaar ongeval, uit het oog verloren liefdes of een promotie op promotie. Voor de betrokkenen zijn die misschien wel levensbepalend geweest maar het grote publiek zit daar niet echt op te wachten. Tenzij je natuurlijk een bekend persoon bent. Dan schrijf je een boek over elke scheet die je dwars zit en is er altijd wel een uitgever te vinden die daar brood in ziet. Ieder ander maakt in zijn leven dingen mee die gewoon bij het leven horen. Het is slechts weinigen gegund om een leven te vieren wat zoetjes voortkabbelt en waarin geen schokkende dingen gebeuren.

Het is natuurlijk prima als je jouw ervaringen, je bergen en dalen, je geschiedenis op papier wilt zetten. Alleen het schrijven zelf geeft al voldoening en het helpt om voor jezelf dingen op een rijtje te krijgen maar verder zal het zelden tot een top-tien van meest verkochte boeken worden. Toch raad hij het mensen niet af. Je hoeft geen gevierd schrijver te worden om toch een bijdrage aan de geschiedenis te mogen leveren. Je nageslacht zal je er dankbaar voor zijn. Te weten wie en wat overgrootvader of moeder waren, hoe zij leefden en dachten, hoe hun wereld er uit zag is van een waarde die te vaak wordt onderschat. Het is niet zomaar geschiedenis. Het is jouw verhaal en het wordt hun geschiedenis.

Zijn tafelgenoot, de zich voornaam tonende grijsaard heeft natuurlijk ook zijn verhaal en de nieuwsgierigheid wint het.
‘Vertel,’ zegt hij uitnodigend.

 

En de grijsaard vertelt. Het begint normaal. Het gaat over zijn jeugd, zijn verliefdheid op dat ene meisje met wie hij uiteindelijk trouwde. Over de vier kinderen die zij kregen en die goed terecht gekomen zijn en over zijn carrière in de grafkistenfabriek.

‘Weet je,’ zegt hij, ‘de meeste mannen die last krijgen van hun midlifecrisis gaan gekke dingen doen. Ze kopen een motor, ruilen hun vrouw in voor een jonger exemplaar of willen met een zeilboot de wereld rond. Ik wilde een andere baan en uitvaartleider leek mij wel wat. Ik had natuurlijk contacten genoeg in die wereld en het was vrij eenvoudig om daar aan de bak te komen. Het leek mij zo mooi om mensen die te maken krijgen met het meest wezenlijke van het leven, de dood, te kunnen helpen. En het wás ook mooi. Zeker de eerste jaren maar gaandeweg loop je tegen wat mindere zaken aan. Omdat de kosten stegen moest er meer omzet gedraaid worden. Klanten heb je altijd. Dat is de enige en belangrijkste zekerheid in dit vak maar daar zo veel mogelijk aan verdienen is een ander verhaal. Ik weet nog dat er op een gegeven moment grafkisten op de markt kwamen van karton. Daar verdiende je geen stuiver aan dus tijdens het gesprek met de nabestaanden liet je even het zinnetje ‘vader begraven in een kartonnen doos’ vallen en geen mens durfde het daarna nog over dat soort kisten te hebben. Dat hele gedoe om steeds meer geld te verdienen aan mensen die op dat moment zeer beïnvloedbaar zijn, ging mij meer en meer tegen staan. En dan zit je tussen twee vuren. De klant die helemaal niet uit is op een dure kist omdat de overledene gecremeerd wordt en de baas die jouw dwingt om je uiterste best te doen toch die kist te verkopen.
En dan het menselijke aspect. Je moet je zakelijk opstellen maar dat lukte mij niet altijd.

En toen was er een vrouw waarvan de man was overleden. Zij gaf mij het besluit aan om het anders te gaan doen. Zij vertelde dat haar man een overtuigd communist was geweest die elke godsdienst werkelijk opium van het volk noemde. Men kon hem niet fanatieker krijgen dan door over de kerk of zo te beginnen. Op zijn sterfbed had hij plotseling liggen zingen. ‘De Heer is mijn herder, ik heb al wat mij lust. Hij zal mij geleiden naar grazige weiden’. Ze wist werkelijk niet wat zij daarmee aan moest. Hij had bepaald dat tijdens het afscheid de Internationale gespeeld moest worden maar kon dat nog wel? Moest er niet toch een dominee komen? Moest er niet iets gezegd worden over die grazige weiden? Ja, en daar sta je dan. Wat moet je zeggen? Ik had toen ook maar een gewoon huis, tuin en keukengeloofje en daar kom je dan niet veel verder mee. We hebben zonder dominee de Internationale gewoon gedraaid en ik besloot om van de weeromstuit theologie te gaan studeren.’

‘Klinkt logisch.’

‘Ja hè? Dat dacht ik in al mijn naïviteit ook. Als je mensen wilt helpen, antwoorden wil geven op belangrijke vragen en geen gezeur over geld wil hebben, dan moet je dominee worden.’
‘En?’
‘’t Is niks geworden. Hoe meer ik leerde, hoe groter en talrijker mijn vragen werden en die kon ik niet kwijt. Ik heb moeilijke gesprekken gevoerd met de leraren maar ze konden mij niet overtuigen. Hoe kan je bijvoorbeeld een wereldbeeld, een visie op de vrouw of de verschillende vormen van relaties die schrijvers uit lang vervlogen tijden schreven en beschreven, toepassen op onze tijd? Dat wringt aan alle kanten en men weet dit! De kerk is niet voor niets voornamelijk gebaseerd op dogma’s die bepalen wat en hoe je moet geloven. Alsof de gelovigen een eenheidsworst zijn.  En weet je wat het gekke is? Toch geloof ik dat er een god is. Niet die van de kerken. Die bestaat volgens mij niet maar soms ontdek ik iets van god in gesprekken die ik heb gevoerd of tijdens een uitvaart. Nooit op het moment zelf. Altijd achteraf en als je dat met de familie bespreekt blijkt het vaak te kloppen. Ik denk dat er zonder mensen geen god is maar ik ben daar nog lang niet over uitgedacht. Misschien zal ik het ooit weten maar zolang dat nog niet het geval is, blijft het een prachtige ontdekkingsreis. Mooi is dat hè?’

‘Het klinkt goed. En toen? Bent u uitvaartleider gebleven?’

‘Nee, ik heb de wereld van uitvaarten gedag gezegd en doe nu een jaar lang niets. Financieel kan dat best uit en in dit jaar ben ik goed aan het nadenken over wat ik zal gaan doen. Ik heb van het jaar nog drie maanden over en wat ik zeker weet is dat ik niet terug ga naar het bedrijfsleven. Ik heb mijn bekomst van steeds meer en steeds beter. Zo af en toe help ik bij de voedselbank en ze hebben mij gevraagd om hen te helpen met het bepalen van beleid op langere termijn. Ik denk dat in dit soort werk mijn toekomst ligt.’

 

Ze zwijgen beide. De ene verwerkt wat hij heeft gehoord en de ander overdenkt wat hij heeft gezegd. Dan vraagt de grijsaard:
‘Wat denk je? Is het een boek waard?’

‘Ik denk dat u een levensinstelling heeft die u zeker moet delen met uw kinderen en kleinkinderen. Alleen daarvoor al zou ik het opschrijven. Wat uw ontdekkingsreis betreft in het geloof: volgens mij zijn daar al een professor en andere knappe koppen mee bezig geweest en hebben hun bevindingen ook gepubliceerd. Wat misschien mooi zou zijn is uw ontdekkingsreis te beschrijven in een taal die iedereen verstaat. Het taalgebruik van een professor is voor een niet-academicus wat lastig te volgen dus als u het voor elkaar krijgt om het in ‘normaal’ Nederlands te schrijven, zou dat best wel aan kunnen slaan. U bent niet de enige die zich daarover vragen stelt. Ik denk dat er binnen en buiten de kerk genoeg zijn die dit willen lezen. Het is een gok want zonder nog te ontdekken antwoorden ben je kwetsbaar maar als je deze kwetsbaarheid met de lezer deelt kan het ook je kracht worden.’

De grijsaard leunt achterover en kijkt nadenkend uit het raam.
‘Ja,’ zegt hij dan, ‘en als het niks wordt weet in ieder geval mijn nageslacht het. Goed, dankjewel, ik ga er mee aan de slag. Wil je nog koffie?’

‘Hm, ja, lekker. Even weer terug op aarde.’

 

 

© peter gortworst / aug. 2018
foto: esnverhuur.nl

    

 

 

 

 

Dit bericht werd geplaatst in korte verhalen en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

4 reacties op Aards bakkie

  1. Rob Alberts zegt:

    Ik ga ook maar even koffie zetten.

    Dan kan jouw verhaal even bezinken …

    Liked by 1 persoon

  2. Ellie Schmitz zegt:

    Mooi verhaal, Peter. Ook om over na te denken…

    Like

  3. Jrp Ferwerda zegt:

    Leuk verhaal. Maar waar komt die professor ineens vandaan? Grafkistenmaker, uitvaartleider, theologiestudent – er is toch geen enkele reden om aan te nemen dat de grijsaard er een professoraal taalgebruik op nahoudt?

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s